Thema Sexisme

Anarcha-feminisme - door Donna

Sexisme in de beweging - door Jens van Tricht en Judith Metz

Wees een man - over mannenstrijd - door Jan den Besten en Jens van Tricht

Het hemd is nader dan de rok - door Saskia Poldervaart






Een beschrijving van de anarcha vrouwen groep



Sinds vorig jaar oktober, na een weekend bijeenkomst in Zomergem dichtbij Gent, komt een groep van tussen de 20 en 30 gelijkgestemde vrouwen bij elkaar om over anarchisme en feminisme te praten, en om er wat mee te gaan doen, bijvoorbeeld axievoeren. Waar we naar streven is de utopie van de betere wereld.

Iedere keer komen wij in een andere stad samen; er zijn inmiddels regionale groepen ontstaan. Zo hopen wij dat een landelijk netwerk van anarcha-feministische vrouwen opgebouwd wordt. Het zijn actieve vrouwen die steun hebben aan het samenwerken met andere vrouwen die met dezelfde dingen bezig zijn. Verbondenheid, saamhorigheid, solidariteit en in groepsverband werken kun je kernaspecten noemen van deze groep.

Wat betekent anarcha-feminisme voor ons?

Over deze vraag hebben we gebrainstormd. Ieder heeft haar eigen opvatting hierover. Dit stuk is een reflectie van waar we over gepraat hebben.

Feminisme en anarchisme zijn bekende begrippen voor ons, alleen worden deze visies bijna altijd onafhankelijk van elkaar gebruikt. Wij willen juist het verband tussen anarchisme en feminisme leggen; ze kunnen, volgens ons, niet op zichzelf staan. Concreet betekent dit dat we de regels, grenzen, wetten, normen en andere structuren die met macht en dwang in stand gehouden worden willen kwijtraken. De rollen, verwachtingen en status van beide sexen moeten dus kritisch bekeken worden. Want ook deze zijn opgelegd. Wij hebben het dan bijvoorbeeld over de biologische, sociologische en psychologische aspecten van het individu in het algemeen en van jezelf in het bijzonder, in dit land, in deze tijd. Sommigen van ons houden zich bezig met spiritualiteit; het is een belangrijk onderdeel van het leven maar is het wel anarchistisch om aan alternatieve, niet-westerse religies mee te doen? Want, zo luidt de slogan, voor een anarchist is er geen god en geen meester...

Wij willen niet alleen ingaan op vervelende situaties en mensen maar ook op de maatschappij in haar geheel. Wij willen als groep dingen aanpakken en naar buiten treden. De vraag die bij ons opkomt is: zijn wij, als individuen, zelfverzekerd en vaardig genoeg om te bereiken wat we willen? Zo niet, dan gaan we dat van en aan elkaar leren! We wisselen levenservaringen met elkaar uit, en vertellen hoe ieder anarchisme en feminisme in haar dagelijks leven realiseert. Wij hopen een vertrouwensband met elkaar op te bouwen, om ver en diep met elkaar te kunnen gaan.

Het kost best wat tijd en moeite om contact met elkaar te houden. Aan de andere kant is het duidelijk dat er veel energie en plezier en vrolijkheid ervaren wordt in verband met het bestaan van deze groep.



5 april 1998



POSTADRES:

KA

Jacob Marisstraat 188

2526 AZ Den Haag

070-3893287




Sexisme in de beweging



Door Jens van Tricht en Judith Metz



Inleiding:



De tekst hieronder is bedoeld als aanzet voor verdergaande gedachtenwisseling over wat bekend staat als 'de seksisme-diskussie. Wij betreuren het dat onderwerpen als omgangsvormen en seksisme nog steeds niet de constructieve - opbouwende - aandacht krijgen die volgens ons hoogst noodzakelijk is. De discussie van de laatste maanden, in en over Ravage, laat weer eens zien hoe in onze kringen vaak met het persoonlijke=politiek wordt omgegaan. Niet dus, eigenlijk. We zijn begonnen met een gedachtenwisseling per email, en hebben die vrijwel integraal laten staan. Eenduidige conclusies komen er niet uit naar voren, maar wel veel onderwerpen waar op voortgebouwd zou kunnen (moeten) worden. Veel losse eindjes dus. Seksisme gaat tenslotte over veel verschillende en overlappende dingen, die allemaal apart en tezamen aandacht verdienen. Hopelijk lukt het tijdens en na de Pinksterlanddagen op een opbouwende manier verder te gaan met elkaar en de onderlinge (menings-) verschillen.



jens:

De discussie in Ravage gaat helemaal niet over seksisme maar over seksueel geweld, een uitwas van de structurele misstanden die eigenlijk aan de kaak gesteld moeten worden. Doordat het nu alleen maar gaat over het stuk van Bob Black worden weer eens een heleboel dingen op een hoop gegooid die allemaal betere aandacht verdienen. De discussie is meteen weer heel erg gepolariseerd, wij tegen zij, waardoor vrijwel niemand het meer heeft over het eigenlijke probleem: de dominantie van grote bekken, onpersoonlijke omgangsvormen en de algemene vraag 'waar zijn we nu eigenlijk mee bezig?' of 'wat willen we nu eigenlijk?'. Natuurlijk is er kritiek op feminisme te leveren, maar door dat voorop te stellen wordt het kind met het badwater weggegooid. Nu kan niemand er meer iets over zeggen zonder meteen bij het ene of het andere kamp ingedeeld te worden. Bovendien wordt het onvermogen van de beweging om op een leuke manier met seksualiteit om te gaan behoorlijk bevestigd. Dat mannen potentiële verkrachters zijn weten we nu wel, ben ik het ook mee eens, maar de uitdaging zou moeten zijn om op een verantwoordelijke manier met dat risico om te gaan. En hoe zit dat met vrouwen? Vrouwen beleven seksualiteit toch ook als iets prettigs, niet alleen als iets bedreigends. Het lijkt er nu maar weer op dat seksualiteit gelijk wordt gesteld met seksisme. Dat is niet alleen onjuist maar ook heel jammer.



judith:

Ook in je begin van deze discussie gooi je verschillende dingen door elkaar. Kritiek op feminisme en beleving van seksualiteit zijn twee verschillende dingen. Ook is er verschil tussen verkrachting en de lol van seks. Dus om te beginnen zou ik het liefste onze discussie voeren over losse thema's, anders blijft het te abstract, met uiteindelijk geen resultaat. Ook is er verschil tussen feminisme en anti-seksisme. Ook mij valt het op dat de discussie na het themanummer van ravage zich focused op seksueel geweld. Dat is het meest zichtbare vorm van seksisme, met rampzalige gevolgen voor vrouwen. De meeste discussies over seksisme in de sien gaan echter over seksueel geweld, ik vraag me nu af waarom eigenlijk? Is dat omdat seksueel geweld rampzalige gevolgen heeft voor vrouwen? Of omdat het voor de anderen in de directe omgeving (dus behalve slachtoffer en dader) lekker veilig is, de discussie over seksueel geweld is over het algemeen niet confronterend voor de eigen persoon voor de anderen. Of is het gewoon een tactiek om over seksueel geweld te praten omdat dat zoveel reactie oproept dat de rest niet meer aan bod komt en dus een non-isue is?



jens:

Het is ook zo moeilijk de dingen goed uit elkaar te houden, met name als je de discussie in Ravage als uitgangspunt neemt. Losse thema's zouden kunnen zijn: de plaats van feminisme in onze (totaal?)strijd - ideologisch gezien dus; omgangsvormen binnen de beweging en daaraan gekoppeld de vraag wat nu eigenlijk prioriteit heeft: het doel of de middelen; seksisme als maatschappelijk verschijnsel bij zowel mannen als vrouwen (een mooi begrip vind ik 'medeplichtigheid' aan dominante mannelijkheden/vrouwelijkheden, maar misschien op deze manier wat te abstract); verschillen tussen mannen, vrouwen en andere indelingskategorieen; seksueel geweld (vrouwen en mannen als slachtoffers, bijna altijd mannen als dader - hoewel hoe zit het met mannen die tegen hun zin seks hebben, die zijn er ook maar zien zich niet als slachtoffer - komt dan ook geen geweld aan te pas) en natuurlijk seksualiteit als iets leuks hoewel - gezien het voorgaande - onvermijdelijk ook problematisch. Waar zullen we beginnen?



Wat mij betreft is het belangrijk om het te hebben over dagelijks seksisme als iets waar vrouwen en mannen last van hebben. Ik vind het vervelend om me gedwongen te voelen anders met mannen dan met vrouwen om te gaan. En toch doe ik dat, het is zelfs erg moeilijk om het niet te doen. Ik weet nu eenmaal niet beter, zelfs als ik met mannen ben die anders dan anders met elkaar om willen gaan is het moeilijk omdat we dat nooit geleerd hebben. Ik ben dus wel seksistisch want ik ga anders om met mannen dan met vrouwen. Daarbij kan je zeggen dat ik mannen bevoordeel omdat ik met mannen makkelijker actie zal voeren of (luidruchtige want gepassioneerde) gesprekken in de kroeg. Maar ik vind zelf dat ik vrouwen bevoordeel omdat ik aan die contacten meer waarde hecht, er meer uithaal en er dus ook meer in stop. Kortom, voor mij zijn persoonlijke - diepgaande - contacten belangrijker dan zakelijke en oppervlakkige contacten. Zo is het ook met politiek activisme; ik vind het wel heel belangrijk mijn idealen te verwezenlijken maar focus dat tegenwoordig steeds meer in het hier en nu: prettig samenleven met de mensen in mijn omgeving. In de seksisme-diskussie is het voor mij dus van belang het te hebben over het stellen van prioriteiten. Als er iets moet gebeuren is het belangrijk hoe dat gebeurt, anders liever niet. Dus dan maar geen demo, kraak of ontruiming als de mensen die eraan meedoen niet allemaal op hun gemak zijn. Een grote misvatting is dat feminisme zoiets is als oorlog tussen de seksen. Oorlog is iets tussen mannen, waarvan behalve mannen ook vrouwen last hebben. Mannen die zich met feminisme bezig houden worden vaak gezien als een verlengstuk van hun feministische vriendinnen. Daarmee wordt het idee versterkt en herbevestigd dat mannen zelf niets te winnen zouden hebben bij betere verhoudingen tussen mannen en vrouwen en tussen mannen onderling. Wat dat betreft zou het wel heel interessant zijn een vergelijkbaar onderzoek als dat van jou te houden onder mannen. Want ook mannen haken af uit onvrede met de grotebekkenkultuur en machismo. Voor mannen is het dilemma vaak inhaken of afhaken. Als je er geen zin in hebt om mee te doen kan je het alleen nog maar laten afweten. Als je er tegenin gaat ben je net zo als zij. Je terugtrekken in een veiliger omgeving is er vaak niet bij, behalve dan in zo'n heerlijke hetero-relatie. Heterorelaties zie ik trouwens als behoorlijk problematisch in deze hele discussie, omdat al die mannen die samen de grotebekkenkultuur hoog houden in hun priverelatie het gevoel krijgen dat zij wel okee zijn maar andere mannen niet. En de meeste vrouwen die zich storen aan de omgangsvormen houden zo wel die mannen de hand boven het hoofd. Hier zie ik dan wat ik medeplichtigheid zou willen noemen.



judith:

OK! terug naar de discussie. Seksisme in de dagelijkse omgangsvormen tussen vrouwen en mannen, en vooral medeplichtigheid aan seksisme: over de vrouwen die volgens jou in prive-relaties die mannen de hand boven het hoofd houden. Als eerste zijn er grote verschillen tussen vrouwen onderling, wat de ene vrouw seksistisch vindt, hoeft voor een andere vrouw helemaal niet zo te zijn. Bovendien is een prive-relatie anders dan omgangsvormen in een groep. Wie gedraagt zich dan niet anders, in een relatie is het veel makkelijker om je kwetsbaar op te stellen en je partner wel in vertrouwen te nemen. Of te wel, wat ik eigenlijk probeer op te schrijven is dat mannen zich in prive-relaties misschien wel anders gedragen, waardoor je het 'openbare' gedrag van mannen, hun partners niet aan kan schrijven. Ook als ik naar mezelf kijk, ik heb wel een relatie met mijn vriend, en we doen veel dingen samen, maar hij is wel verantwoordelijk voor zijn eigen leven en ik voor het mijne!! Eerder ligt de verantwoordelijkheid van seksistisch gedrag bij de mensen die het in hun bijzijn laten gebeuren zonder daar iets aan te doen. Maar ook dat vind ik, zeker voor vrouwen een moeilijk punt. Je krijgt namelijk nogal vaak seksistisch gedrag over je heen en je moet er maar altijd zin in hebben om daar tegen in te gaan. Nu ik dit opschrijf, denk ik natuurlijk hard verder. Volgens mij heeft het niet veel zin meer om over de oorzaken van seksisme te praten en over wie er verantwoordelijk is. Als er maar lang genoeg doorgepraat wordt, is iedereen wel ergens slachtoffer van en gebeurt er niets. Bovendien hoe meer issues van discussie, hoe meer mensen het niet met elkaar eens zijn. Misschien beter een discussie over hoe op seksistisch gedrag te reageren en hoe het in de toekomst te voorkomen?



Jens:

Goed plan. Daar hebben we het met de mannen ook al vaker over gehad, en het dilemma dat zich dan voordoet is het volgende: op het moment dat je in een groep bent waar een of meerdere mannen de boventoon voeren en je voelt je daar niet goed bij, kan je twee dingen doen: ertegenin gaan op dezelfde manier, anders luisteren ze sowieso niet. Dan moet je dus een grote bek opzetten om je boodschap dat je het anders wilt over te brengen; dit werkt vaak averechts en leidt alleen maar tot meer geschreeuw. De andere mogelijkheid is jezelf terugtrekken, je mond houden en het er eventueel later met anderen over hebben maar dan is het kwaad al geschied. Na een aantal keer heb je hier helemaal geen zin meer in en laat je het dus helemaal afweten. De keuze waar ik me vaak voor gesteld gezien heb was dus: inhaken of afhaken. na lang ingehaakt te hebben ben ik uiteindelijk afgehaakt. Nu probeer ik weer langzaam in te haken maar zie mezelf met hetzelfde dilemma geconfronteerd. Met het verschil dat ik me nu bewust ben van mijn rol, van wanneer en waarom en hoe ik een grote bek opzet, en tegen wie. Een concreet voorbeeld uit de Molli, mijn kraak-stam-huiskamerkafee, is de ondersteuning van het barpersoneel. De afspraak is dat barmensen bij problemen of conflicten op hun avond het laatste woord hebben, onder andere omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn. Ook is afgesproken dat de aanwezige klanten, voor zover ze tot de vaste kring behoren, het barmens ondersteunen in zijn haar beslissing. Helaas gaat het hier maar al te vaak mis; door de jaren heen zijn veel mensen - relatief meer vrouwen maar zeker ook een boel mannen - afgehaakt omdat ze zich niet gesteund en dus niet veilig voelden. In zo'n collectief gebeuren is het belangrijk op zo'n manier zorg voor elkaar te dragen dat iedereen zich wel veilig voelt. En daarmee - met dat beladen woord 'zorg' - kom ik op het punt waar voor mij veel om draait: dat mensen rekening houden met elkaar, uitgaan van verschillen en zoeken naar verbondenheid. Dat vereist, zoals ik volgens mij hierboven ook al ergens schreef, dat de hele manier van doelen en strategie, de hele werkwijze, zal moeten veranderen. En hoe doe je dat? Ik heb gemerkt dat het belangrijk is bij mezelf te beginnen, maar daarmee alleen kom ik er ook niet. En de beweging heeft natuurlijk zeker meer nodig dan persoonlijke groei en ontwikkeling. Er moet steeds weer een wisselwerking zijn tussen het persoonlijke en het politieke. Voor mij is er ook zowel een politieke als een persoonlijke motivatie om hier mee bezig te zijn. Ik zie dat het streven naar mijn ideale wereld geen zin heeft als persoonlijke aspecten daar niet in meegenomen worden. En in mijn persoonlijke leven zie ik dat er structurele dingen zijn die veel met sekse te maken hebben, met hoe mannen met mannen, vrouwen met vrouwen en vrouwen en mannen met elkaar omgaan. Veel persoonlijke problemen, ook in relaties, hebben te maken met seksisme. Hoe dat te voorkomen of daarmee om te gaan? Heb je een voorstel?



Judith: JA!

Ten minste, ik heb een idee over een voorstel. En bovendien herken ik je ervaring. Ook ik voel me soms voor een gedwongen keuze tussen een grote bek en afhaken geplaatst. Inmiddels kies ik maar voor afhaken, omdat een grote bek, zelfs van vrouwen, je niet geloofwaardiger maakt in je kritiek op de grote bekken en bovendien alleen maar meer mensen zich opgelaten voelen. Maar ik haak niet zomaar af, je kan er later op terugkomen als de "gemoederen" bedaard zijn. En daarbij denk ik dat de volgende punten spelen: Een probleem bij het aankaarten van de grote bek, is wat ik denk ten minste, dat veel personen zich individueel aangevallen voelen wat meestal niet leidt tot aanspreekbaarheid: eerder worden mensen verbaal nog agressiever! Dus daarom denk ik dat het beter is om het zo te brengen dat mensen niet persoonlijk aangevallen worden (ook al zal het terecht zijn - een soort van het doel eigent de middelen redenatie), bijvoorbeeld om in het algemeen te praten en de kritiek op jezelf te betrekken, door te zeggen dat jij je niet op je gemak voelt als zus en zo (in dit geval kan het handig zijn, dat als je weet dan anderen er ook zo over denken, je dit van te voren doorspreekt en je bijval krijgt. En als mensen het in het algemeen praten niet oppikken - geef dan een voorbeeld uit een andere groep, en zeg dat jij (of iemand anders als je namens die persoon spreekt) zich ook zo voelt. Dat is ook een manier om er op terug te komen, dat je praat namens iemand die er niet is, omdat het niet-zijn op zich al duidelijk is en je het niet op je persoon hoeft te betrekken. Maar dit idee is dus een luchtbel, ik heb het niet helemaal in de praktijk uit geprobeerd. Wel heb ik regelmatig discussies gevoerd namens een vrouw die uitgekotst is, met de mannen die haar uit hebben gekotst. Het voordeel was toen, dat die mannen ook konden zeggen wat ze wilden omdat ik mijzelf niet aangevallen voelde, en haar standpunt uit kon leggen. Een andere luchtbel is dat ik zit te denken om basisdemocratie op allerlei plaatsen opnieuw ter discussie te stellen, zodat dan onderling gepraat kan worden over discussievormen, manieren van besluitvorming en eventuele sancties als gebeurt als mensen zich niet aan de afspraak houden. Waardoor ik denk dat je een niveau boven de grote bekken gaat zitten en je dat hele onderwerp omzeilt - er is ervaring in sommige basisgroepen tegen militarisme en kernenergie, dat in de groep praten over besluitvorming, discussievormen etc. mensen bewust maakt van wat er in de groep speelt, mensen elkaar beter kennen, dus minder schreeuwen en meer rekening met elkaar houden en zich bloot durven te geven. Dus dat waren twee voorstellen.



Jens:

Terzijde even over de Pinksterlanddagen: heb je daar al ideeën over? Ik dacht gisteren aan de mogelijkheid om een paar vrouwen en mannen van tevoren te vragen haar/hun kritiek op de eigen sekse op een rijtje te zetten. Niet om het voornamelijk over wederzijdse kritiek te hebben, maar om een soort 'common ground' te creëren waarop we voort kunnen bouwen. Ik heb al vaker gemerkt dat ik het makkelijker vind om te verwijzen naar kritiek van vrouwen onderling dan met kritiek te komen als van mezelf. Het is maar een idee.....



Judith:

Op de een of andere manier heb ik toch moeite met beginnen te praten over de fouten die vrouwen maken, als seksisme het onderwerp is. Dat maakt vrouwen alleen maar kwetsbaar en tast de onderlinge solidariteit aan - er is al veel rivaliteit tussen vrouwen. Bovendien is, zeker ten aanzien van vrouwen, beginnen met kritiek, nogal negatief en afkrakend als begin van een nieuw initiatief (en een traditioneel mannelijke vorm, ten minste in de beweging!!). Aan de andere kant, denk ik dat het creëren van een common ground wel interessant is. Maar misschien beter op een andere basis, en bovendien niet liever wij-tegen-zij. Maar common ground, kan bijvoorbeeld ook op basis van afkeer tegen de grote bekken cultuur, met veel aandacht voor de vorm van de discussie. Boekhandel Rosa vroeg of ik het leuk vond om een boekpresentatie in Groningen te houden, ja dus. Maar ik vond het een breed onderwerp, dus vroeg ik of ze specifiekere wensen hadden, en vertelde dat ik op zie tegen een wel-nietes discussie, die helaas te vaak ontstaat. Vervolgens kwam een man met het punt dat hij de grote bekkencultuur en de sfeer van bewijzen een interessant punt vond, waar hijzelf in ieder geval veel van baalde. En dat is een common ground die mij meer aanspreekt. Misschien is het een idee om een aantal thema's te nemen, zoals de grote bekkencultuur, besluitvorming, lust en verliefdheid. Om daar vervolgens in kleinere groepen over te discussiëren, waarbij minstens een iemand per groepje zich voorbereid heeft en in staat is om de discussie vorm te waarborgen. (Dus meerdere bijeenkomsten op verschillende tijdstippen??) Heb je trouwens mijn boek al gelezen? Ik kreeg de vraag of ik het soms voor mannen had geschreven. Ik denk dat daar veel basis is voor common ground. Ten minste, te merken aan een man die ik goed ken, die geen grote bek heeft en gigantisch onder de voet gelopen wordt, en bijna letterlijk kapot gaat aan de beweging. groetjes Judith



Jens:

Jeetje wat een hoop om op te reageren. Om bij je boek te beginnen, dat heb ik inderdaad net gedaan (eraan beginnen) en volgens mij is dat voor ons ook goed wat betreft common ground. Deze week hoop ik het tussen de bedrijven door uit te lezen maar ik ben al halverwege. En er komen een boel dingen in naar voren die zeker van belang zijn in de seksisme-diskussie of waar het gaat over grote-bekkenkultuur of mannen(mannelijkheids?) dominantie. Ik kan me dan ook goed in je voorstellen vinden, zeker het laatste over de gezamenlijke afkeer van gb-kultuur. Het eerste voorstel, om dingen niet direct te benoemen maar a.d. hand van voorbeelden, vind ik idealiter heel goed maar ik heb vraagtekens bij hoe het werkt. Degenen voor wie het bedoeld is pikken het niet op en de nog net aanwezige softies (excusez le mot) worden er nog softer van. Het is ook niet mijn bedoeling om te beginnen met kritiek op vrouwen, absoluut niet; daarvan zeg ik eigenlijk altijd dat vrouwen dat onderling maar uit moeten zoeken - nu is het een keer tijd voor mannen om te veranderen! Maar in allerlei gesprekken/discussies gaat het vaak over 'het' feminisme alsof iedereen weet wat dat is en waarvan in elk geval duidelijk lijkt dat het tegen mannen is. Het lijkt me goed verschillen tussen mensen als uitgangspunt te nemen, en/maar weet zelf hoe gevoelig dat juist ligt bij de seksisme-diskussie, m.n. bij mannen natuurlijk. Maar genoeg daarover, ik denk dat we voor de PL wel uitkomen op een manier om hier iets constructiefs mee te doen. Daarover heb ik het vandaag ook even met KA(rin) uit Den Haag gehad, zij was ook bij het VPRO-debat en wil graag meedoen met zo'n aanzet voor gemengde discussie. Nu nog meer mannen vinden....



Ja daar ben ik weer. Dit wordt de laatste keer voordat we elkaar vrijdag zien; ik heb het veeeeel te druk deze week - stress van papers enzo. Maar ik denk dat we al heel wat hebben inmiddels. Daar kunnen we best een goed verhaal uit destilleren. Bij het lezen in je boek valt me steeds op dat mannen een eenduidige categorie lijken te zijn. Daar ben ik het pertinent mee oneens, al snap ik wel dat dit soort dingen generaliserend gezegd moeten worden om überhaupt gehoord te worden. Maar zo nodig je mannen niet echt uit met zichzelf aan de slag te gaan. Ik denk daarom dat afkeer van de grotebekkenkultuur inderdaad een goede ingang is om het over seksisme en omgangsvormen te hebben. Verdeel en heers kan een goed motto zijn om mannendominantie te lijf te gaan. Maar dan gaat het dus ook over doelen en middelen, over 'the medium is the message' en over 'verbeter de wereld begin bij jezelf'. Worden we immediatisten? Ik ben het al hoor, als geuzenaam tegen starheid en dogmatisme. Ik wil me liever bezig houden met opbouwende activiteiten dan met het overtuigen van hardhorenden. Laten we de grote bekken buitenspel zetten, door zelf dingen op te zetten en te organiseren en niet op hun dingen te wachten of eraan mee te doen. Wij hippies of softies (geuzenamen) zijn toch in de meerderheid. They've got the guns but we've got the numbers. Tja Judith, ik kom nu niet veel verder meer. We hebben ook al zoveel, laten we het voorlopig daarmee doen. Ik moet zo weer aan mijn papers - eerst nog even snel een briefje naar de Ravage. Vrijdag gaan we verder en dan maken we een leuk stuk voor de PL-reader. Tot slot moet ik nog even dit kwijt: je noemt lust en verliefdheid als belangrijk thema; daar ben ik het helemaal mee eens al was het maar omdat ik het daar zelf nogal moeilijk mee heb. Het zou me goed doen om daar een positieve en constructieve aanzet voor te krijgen. Juist op dit punt lopen verhoudingen tussen mannen en vrouwen ook vaak spaak, voor mij reden om er heel erg bewust mee om te gaan met als gevolg dat ik in plaats van mijn gevoelens de vrije loop te laten juist heel erg rationeel ermee omga. De paradox voor feministische mannen: heel bewust bezig zijn met je gevoelens. Verantwoordelijkheid is een mooi ding, en belangrijk, maar staat spontaniteit in de weg. Heb je een idee hoe lust en verliefdheid als onderwerp bespreekbaar gemaakt zouden kunnen worden?



Naschrift van Judith:

Ik zal nu niet meer op de laatste bijdrage van Jens reageren, dan lukt het niet meer om deze discussie als bijdrage aan de PL-reader in te leveren. Er is echter een punt dat ik wil benadrukken, en dat geldt voor mij zowel voor deze discussie, als voor het onderzoek wat ik gedaan heb naar het seksisme in 'de beweging' en voor het boek 'Het gekraakte ideaal'. Ik ben er niet op uit om het gedrag van mannen te verbeteren, om mannen 'te verleiden' om zich anders te gedragen of om mannen zwart te maken. Het enige waar ik in geïnteresseerd ben is het creëren van een beweging, van een ruimte die leefbaar is, voor mij, voor vrouwen en ook voor mannen. Iedereen die daaraan mee wil doen is van harte welkom. Ik heb niet het idee dat ik mensen kan veranderen. Ik denk wel dat verandering van menselijk gedrag in veel situaties wenselijk is, maar dat is aan de personen zelf omdat te wensen en mee bezig te gaan. In plaats van verder te discussiëren over allerlei aspecten van seksisme, zoals de 'grotebekkencultuur', ben ik veel meer geneigd om te praten over het vormgeven van 'de beweging', om het heft in eigen hand te nemen en zelf ons eigen leven te leven. Dus met elkaar te praten en te discussiëren over wat ons ideaal is, en daar samen vormen voor bedenken. Het is aan personen zelf om daaraan mee te doen of niet. Alleen betekent niet, ook echt niet, helemaal niks, zeker als iemand geen ruimte voor anderen over laat ...



Voor meer informatie: HET GEKRAAKTE IDEAAL: SEKSISME EN OMGANGSVORMEN BINNEN RADICAAL LINKS. (prijs 19,50 (+f5,- portokosten). Te bestellen door overmaken van dit bedrag op postgiro 242940 van Ravijn).






Wees een man!





Vorig jaar tijdens de Pinksterlanddagen was mannenstrijd een van de thema's. Een deel van de toen bijeengekomen mannen is afgelopen jaar verder gegaan. Inmiddels zijn er drie landelijke mannenweekenden geweest en is er in Utrecht een regelmatig bij elkaar komende groep mannen die aan de slag zijn gegaan met mannenstrijd. Twee van hen, Jan den Besten en Jens van Tricht, laten door middel van een email dialoog zien wat mannenstrijd voor hun betekent en hoe ze bezig zijn geweest afgelopen jaar en tijdens het schrijven van deze dialoog.



Jens:

Wat is er nu eigenlijk leuk aan mannenstrijd? Je stelt jezelf ter discussie en brengt je eigen lieve ik aan het wankelen in het streven naar een betere wereld. Maar wat krijg je ervoor terug? Vaak is het moeilijk je man-zijn los te laten, begint het met veroordelen van al die dingen die je zo eigen zijn, zoals enthousiasme en gedrevenheid. Dan voel je je schuldig dat je een man bent, dat je zonder het te willen bevoorrecht bent en daarmee anderen lastig valt, vrouwen, maar ook mannen. Uiteindelijk beland je in een groot niets, je wilt geen man meer zijn zoals je dat was maar weet niet hoe je dan wel kunt of moet zijn. Je bent geen vrouw, daar wijst iedereen je steeds op, en je kunt je dus niet zomaar bij de vrouwen aansluiten. Eigenlijk ben je dan gewoon niets, en wie wil dat nou?



Jan:

Tja, wat is er nu leuk aan mannenstrijd. Moeilijke vraag, want wat ís mannenstrijd eigenlijk? Is hoe we afgelopen jaar bezig zijn geweest mannenstrijd? Het is in ieder geval leuk. Leuk om met mannen om te gaan die ook om een of andere reden aan de slag willen met zichzelf en manlijkheid. Om met elkaar te praten over wat dat dan inhoudt, man zijn. Om te merken dat we in de loop van de tijd steeds vertrouwder raakten en intiemere dingen bespraken op een manier die ik nog weinig heb meegemaakt onder mannen. Naar elkaar luisterend, onzekerheden in elkaar herkennend en die onzekerheden voorzichtig laten zien, hoe stuntelig soms ook. En nog steeds heb ik het gevoel dat we nog maar net zijn begonnen.

Ik dacht dat ik niet zo veel moeite had met het loslaten van mijn manlijkheid. Manlijkheid is voor mij altijd iets geweest waar ik me niet of moeilijk mee kon identificeren. En nog steeds valt het me moeilijk om mannen aan te wijzen waar ik me mee zou kunnen identificeren. Mannen die warm zijn, zich open stellen voor anderen, geen onnodige ruimte innemen voor hun eigen ideeën, ook eens hun tranen spontaan laten zien en toch nog steeds een fiets kunnen repareren en op een prettige manier initiatief durven nemen.

Maar wat dan? Ben ik een mietje, een softie? Misschien dat velen mij zo zien, soit, een leuke geuzennaam. Het valt me vaak makkelijker om leuke vrouwen aan te wijzen. Er zijn er genoeg die prettig in de omgang zijn en inmiddels toch ook hun portie 'fiets repareren' hebben geleerd. Soms vind ik het makkelijker om me met hen te identificeren. Maar ja, daar zal ik toch ook nooit helemaal bij horen, al is het alleen maar omdat ik anders ben begonnen in dit leven. Maar ben ik dan niets?

Het lijkt er op dat mannen nog veel te doen hebben voordat de leegte gevuld is. En dat begint met het herkennen van de vervelende kanten van manlijkheid. En ik heb ze ook, al behoor ik niet tot de dominerende of macho types en heb ik al flink leren luisteren en begrip te tonen. Toch heb ik last van enkele vervelende trekjes. Zoals het altijd alles zelf willen uitzoeken, van de weg zelf willen vinden (het duurt echt heel lang voordat ik iemand te hulp vraag) tot de moeite die het me kost om mijn twijfels en angsten, die ik als mens toch heb, te delen met anderen En als ik het al doe, dan toch veel makkelijker bij vrouwen. (In die zin ben ik behoorlijk seksistisch.) Blijkbaar nemen vrouwen makkelijker de tijd en de ruimte om te luisteren, of denk ik dat dat zo is.

Maar wat mannenstrijd nou eigenlijk is? Als vrienden dat aan mij vragen, vrienden die niet zo veel kaas hebben gegeten van anarchisme en/of feminisme dan weet ik het niet goed te verwoorden. Kunnen we door zo met onze eigen probleempjes bezig te zijn de wereld positief veranderen?



Jens:

Het persoonlijke is politiek, dat is steeds mijn uitgangspunt. Ook wel te verwoorden als: verbeter de wereld begin bij je zelf. Zonder dat je het daarbij hoeft te laten uiteraard. Het gaat ook om het zoeken naar alternatieven voor het systeem waar we tegen vechten. Voor mij is het belangrijk op een goede, menselijke manier samen te leven, zodat iedereen optimaal tot haar recht en ontwikkeling kan komen. Waar iedereen gewaardeerd wordt en waar de positieve kanten van mensen worden benadrukt. Strijd tegen onrecht is heel belangrijk maar daar mag het niet bij blijven. Kritiek leveren is makkelijk, maar laten zien hoe het beter kan is de grootste uitdaging. Kritiek leveren is zowiso vaak al iets afstandelijks, terwijl het gaat om persoonlijke onvrede als basis voor beweging en activisme. Persoonlijk heb ik moeite met veel mannen, en met mezelf als man. Toen ik hierover begon na te denken zag ik mijn eigen man-zijn met name als een last voor vrouwen. Inmiddels ben ik in gaan zien dat veel dingen waar ik bij en met mezelf last van heb te maken hebben met mijn man-zijn. Mannenstrijd is dan juist zo moeilijk omdat het om strijd van mannen tegen mannen gaat, ja zelfs strijd van jezelf als man tegen jezelf als man. VerMAN jezelf, heb je daar geen last van?

Ik wel, ik doe het maar al te vaak. Het moet wel heel slecht met me gaan voordat ik niet aan mijn eigen verwachtingen voldoe. Terwijl ik het van anderen prima kan hebben als ze dingen niet aan kunnen accepteer ik dat maar moeilijk van mezelf. Bezig zijn met mannenstrijd confronteert me hiermee, dat is vaak moeilijk maar altijd ook goed. Het is zo makkelijk te zien wat anderen verkeerd doen of beter anders zouden kunnen doen, maar je eigen gedrag kritisch beschouwen is moeilijk. Daarvoor is een goede spiegel nodig, een spiegel die door welwillende mannen gevormd kan worden. Ik vind het fijn om met zoveel mannen bewust bezig te zijn elkaar en onszelf kritisch te analyseren, en tegelijkertijd uit te proberen hoe we anders kunnen zijn. Door kritisch naar anderen te kijken wordt ik gedwongen ook zo naar mezelf te kijken. En dan kan ik vaak wel denken al een heel eind op weg te zijn, maar elke keer wordt ook duidelijk dat er nog een veel langere weg te gaan is. Elke keer slaan ook weer de twijfels toe, twijfels over mijn net verworven maar blijkbaar heel breekbare zekerheden. Hoe verhoudt ik mij tot vrouwen, tot mannen, tot mezelf? Waarom heb ik zo'n last van datzelfde arbeidsethos waar ik me rationeel compleet tegen afzet? Waarom is lekker thuis zitten niks doen ondergeschikt aan werk? Waarom is tijd steken in mijn medemensen minder belangrijk als ik niet met ze werk? Het spannende is natuurlijk dat de leegte van het profeministische man-zijn ook oneindig veel mogelijkheden met zich meebrengt. De hoop ooit zo vrij te zijn dat ik zelf wel uitmaak hoe en wat ik ben. Uiteindelijk wil ik als mens door het leven kunnen gaan, met alle mogelijkheden van vrouwelijkheid en mannelijkheid. En ik wil met mensen kunnen streven naar een betere wereld in de toekomst en in het hier en nu. Ik wil ook nu al kunnen genieten van de idealen voor de toekomst. Aan later, na de revolutie of wanneer dan ook, heb ik nu niet veel. Ik wil graag verbondenheid met mannen kunnen voelen in plaats van competitie. Ik wil herkenning van mannen die met dezelfde vragen en onzekerheden moeten leven als ik. Ik wil zelf completer zijn als mens om onze strijd en onze utopie ook completer te maken.



Jan:

Compleet mens worden, dat is ook wat ik wil, liefst helemaal onafhankelijk van welke socialisatie en sekse-specifieke verwachtingen dan ook. Gewoon het gedrag willen vertonen wat ik prettig vind voor mezelf en voor anderen. Dus ook zwak durven zijn en daar niet onzeker over hoeven te worden, of conflicten durven aangaan op een opbouwende manier.

Ja, verbeter de wereld begin bij jezelf! Het persoonlijke is politiek! Dat is iets wat mij ook erg aanspreekt. Als ik terugblik op mijn 'activisten' leventje zijn dat ook dingen waar ik graag mee bezig ben. Mezelf en anderen aanzetten tot veranderingen in het dagelijks leven. Niet die grote boze buitenwereld, maar ik en jij. En dat confronteert veel meer met jezelf. Ik merk dat ik kan veranderen, dus waarom anderen, de hele wereld, dan niet? Dat is een belangrijk deel van mijn instelling. Al zou een portie vijanddenken mij misschien juist wel goed doen. Jij schrijft dat kritiek leveren makkelijk is, maar het is iets wat ik juist erg moeilijk vind. Ik vind het makkelijker om alles op mezelf te betrekken. Dan hoef ik geen confrontatie aan te gaan, en blijf ik leuk en aardig en de ander nooit fout. Ondertussen is dat geen prettige manier om met mezelf en anderen om te gaan. Want wat ik doe is de kritiek wegstoppen, dat zou je ook verMANnen kunnen noemen. Het moeilijkste vind ik het om kritiek te leveren op mensen die dominant zijn, die zeker van henzelf lijken te zijn. En vaak blijken dat mannen te zijn. Nu ik dit schrijf besef ik dat dit een vorm van kritiek uiten is, wel een zeer abstracte vorm, over mannen in het algemeen, die moeten veranderen, meer ruimte over moeten laten voor anderen, zich meer moeten afvragen of hun verhalen en ideeën wel zo boeiend zijn voor anderen. Op deze manier kritiek uiten lukt me dus wel. Maar op het persoonlijke vlak, direct de confrontatie aangaan met dominante mensen en dan kunnen blijven staan met mijn 'softe' ideeën, dat zou ik willen leren. En waar zou dat beter kunnen dan in een groep mannen die dat met elkaar wil aangaan?

Over werk heb ik ook nog wel iets leuks. Eigenlijk leef ik een best wel lekker leven. Doe ik alleen de dingen die ik leuk en belangrijk vind, en daarnaast heb ik nog best veel tijd voor persoonlijke contacten. Maar vandaag was ik op bezoek bij een vriendin van me, en daar zakte ik helemaal in. Ze zei tegen me dat ik de prikkels miste die ik thuis wel heb, prikkels van allerlei dingen die ik nog wil doen, zoals dit schrijven. En ja, ze had gelijk. En ik me meteen bezwaard voelen omdat het me niet lukt om gezellig te zijn. Maar zij vond het niet erg, kruip dan maar liever in bed, zei ze ongeveer. Tja, weinig rust voor mezelf genomen deze week. Niks doen lukt me nog steeds het beste in de trein of in bed. Stilstaan bij jezelf, is toch zo belangrijk, en heerlijk als ik er weer eens voor de zoveelste keer achter kom. Ik heb moeten leren om er ook echt van te kunnen genieten. Vroeger dacht ik altijd dat ik lui was als ik de hele dag op de bank lag te lezen, of uren in mijn dagboek aan het schrijven was. Een goede vriendin van mij liet me zien dat je goed voor jezelf moet zorgen, ook al had ze het daar zelf ook niet makkelijk mee. Voor jezelf zorgen, dat is heel breed. Van de tijd nemen voor rust tot ruimte vragen voor je gevoelens en onzekerheden, tot jezelf eens lekker verwennen met een lekkere zelfgebakken keek. En dat dan opeten samen met een lief mens(m/v/o), een fijn muziekje en een zonnetje door het raam, met de geuren van de keek nog door je hele kamer.



Jens:

Het leuke van het persoonlijke = politiek is meteen ook het moeilijke, want het heeft met alles te maken. Inmiddels is mij niet meer duidelijk of mijn motivatie voor mannenstrijd in eerste instantie persoonlijk of politiek is. Mijn politieke motivatie is in elk geval ook een heel persoonlijke, van onvrede met van alles en nog wat in de wereld. Is mijn persoonlijke motivatie dan ook een politieke?

Dat ik mannen over het algemeen maar lastig vind wordt vaak gezien als mijn probleem, waar ik zelf maar mee om moet leren gaan. Daar zit volgens mij wel een belangrijk punt, namelijk dat individuele problemen, die structureel voorkomen, persoonlijk en niet politiek genoemd worden. Vrouwen die last hebben van grote bekken of erger moeten daar zelf maar een oplossing voor vinden, dat is vaak de tendens. Dit mechanisme is al vaak aan de kaak gesteld, en steeds meer mensen zien tegenwoordig in dat er wel degelijk structurele problemen in man-vrouwverhoudingen zijn. Feminisme wordt gezien als een vrouwenzaak, seksisme als iets van mannen tegen vrouwen. Afgezien van dat ik meen dat vrouwen ook seksistisch zijn, wil ik me met name richten op de gevolgen van seksisme van mannen tegen mannen. Seksisme is dat je onderscheid maakt naar sekse, dus is het feit dat mannen anders met elkaar omgaan dan met vrouwen ook seksistisch naar mannen. Ik wil graag ook met mannen zo om kunnen gaan als me met vrouwen goed afgaat. Hier zit een dubbelheid, omdat ik vaak helemaal geen behoefte heb om intiem met mannen om te gaan, omdat ik ze zoals ze zijn vaak ook niet zo leuk vind als vrouwen. Maar ik zie af en toe iets van de kleine hartjes die mannen hebben en herken daarin mezelf. De herkenning is heel belangrijk, als die er eenmaal is. Daardoor voel ik me dan minder alleen, raar en afwijkend van anderen. Herkenning kan onzekerheden wegnemen. En ik hoop dat minder onzekerheid inderdaad zal leiden tot meer zekerheid over mezelf, en daardoor weer tot meer rust en minder behoefte mijn zekerheid te vestigen door die voor mezelf en anderen te bewijzen. Maar voor mij is gewoon ook heel belangrijk dat ik heel idealistisch ben, kan dromen van een mooie wereld waarin geen onrecht en iedereen gelukkig is. Daarom noem ik mij nu anarchist, daarom was ik punk en kraker, daarom wil ik de rest van mijn leven ook bezig zijn met wereldverbeterende activiteiten. En steeds weer merk ik dat mensen die idealen in de weg staan. Nu zou ik natuurlijk over die mensen heen kunnen walsen om toch mijn doel te bereiken, maar helaas: die mensen zijn nu net zo hard nodig voor de invulling van mijn idealen. Bovendien ben ik zelf een van die mensen. Ausradieren is dus geen oplossing, zoals al zo vaak gebleken. Ik heb het tot nu toe over mensen, en dat zijn het ook. Maar vaak zijn die mensen mannen, vooral als ze hun eigen idealen of strategieën kost wat kost willen doorzetten, opleggen aan anderen. Of als ze gewoon met hun persoonlijke frust die idealen om zeep helpen. Daarom is mannenstrijd voor mij ook belangrijk, omdat de persoonlijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen en tussen mannen onderling verwezenlijking van onze gezamenlijke idealen in de weg staan. Om dat te veranderen is persoonlijke en politieke verandering nodig: niet alleen moeten mannen persoonlijk veranderen, ook de mannelijke invulling van politiek in het algemeen en de onze in het bijzonder moet veranderen.



Jan:

Hoi lieve Jens, weer wat van mijn kant. Ik heb de afgelopen weken een deel van mij uitgeleefd wat ik al heel lang niet meer zo uitgebreid heb gedaan. Een in onze cultuur meestal bij mannen aangetroffen bezigheid: met computers prutsen. Als een puberjochie die zijn brommer aan het opvoeren was. Daar kan ik me dan toch helemaal in verliezen. Maar misschien dat ik me daardoor de laatste paar dagen wat leeg voel. Alsof ik helemaal niet meer aan mezelf was toegekomen. Zorgen voor mezelf, daar kan ik nog veel van leren.

Gisteren de eerste redactie vergadering van 'het Continuüm'* gehad. Leuk! En toch voelde ik me klein en onzeker. Waarom? Omdat ik de jongste ben? Omdat ik alles wat mijn gender betreft nog niet zo rond heb, nog flink in beweging ben? Daar valt voor mij ook nog flink wat te leren, net als het leren om conflicten aan te gaan. Ik kom die dingen regelmatig tegen en heb de knoop doorgehakt om er eens wat mee te gaan doen. Ik heb nu dus een afspraak met het riagg binnenkort. Mijn huisarts schreef op het verwijsbriefje dat ik moeite heb mezelf in het hier en nu te handhaven. Poeh, dat klinkt! Maar het klopt wel als ik erover nadenk.

Weet je dat ik warme gevoelens voor de harde kern van onze mannengroep heb? Fijn om een paar vrienden te hebben. Zeldzaam. Ik kan me maar één vriend herinneren waar ik me ook zo vertrouwd bij voelde, naast een paar vrienden waar het ook altijd leuk mee is, maar toch wat afstandelijk mannen-contact: schaken, computers en muziek zijn de onderwerpen, en jawel ook alle wereldproblemen komen aan de orde, maar niet echt op persoonlijk vlak.

Als ik alles wat we tot nu toe geschreven hebben nalees klopt hoe ik mezelf omschrijf niet helemaal, ik voel me dan toch weer vrouwelijker, al zit ik in een mannengroep. Dat is soms best ingewikkeld.



Liefs, Jane.





Naschrift:

Deze briefwisseling is niet meer dan een gedachtewisseling, en meer hoefde het van ons ook niet te zijn. We willen dat het onderwerp voor iedereen open staat, en dus niet met een afgerond verhaal komen. Het zou te makkelijk én stereotiep zijn om eventjes het probleem te lokaliseren, een doel te bepalen, strategie uitstippelen, en tot actie over gaan. Feminisme, seksisme, vrouwen- en mannenstrijd zijn ingewikkelde onderwerpen waar je mee bezig kunt en moet blijven. Bewustwording is een belangrijk punt. We hopen daarvoor een aantal ingangen gegeven te hebben. Maar veel is ook nog niet aan de orde gekomen. Zo is daar het laatste punt dat Jan(e) aansnijdt: hoe mannelijk of vrouwelijk ben je zelf eigenlijk? Het is ook wel vervelend om altijd vastgepind te worden op je lichaam, terwijl je je in een hoop opzichten anders voelt dan anderen met een piemeltje. Het zou dan ook goed zijn om ook te streven naar gemengde activiteiten rond deze onderwerpen. Misschien een mooie uitdaging voor het komend anarchisties jaar?





* Het Continuüm is een 'krant voor wie zich buiten de gender-tweedeling beweegt'. Over alles wat zich buiten de hokjes man en vrouw kan bevinden. Postbus 18131, 1001 ZA Amsterdam.


Het hemd is nader dan de rok (door Saskia Poldervaart)



Een beweging die pretendeert een alternatief voor de reguliere maatschappij te zijn, moet nadenken over haar eigen beperkingen. Welke idealen heeft de autonome beweging? Hoe geeft ze die vorm in het dagelijks leven? Daarom is mijn motto voor dit verhaal: Een beweging die haar eigen vanzelfsprekendheden niet ter discussie stelt, beweegt niet.



In hoeverre kan een beweging autonoom zijn? Ja, zij kan geheel los staan van bestaande partijen, vakbonden, organisaties... Maar kan een beweging ook los staan van de maatschappij waarin de leden van die beweging zijn opgevoed? Welke vanzelfsprekendheden neem je mee de beweging in?

Een van de meest hardnekkige vanzelfsprekendheden zijn die tussen mannen en vrouwen. Hierover zijn al heel lang behartenswaardige dingen gezegd, die echter telkens, en dat is het rare, weer vergeten blijken te zijn. Om enkele voorbeelden te noemen:

Reeds de eerste socialisten (later door Marx en Engels 'utopisch' socialisten genoemd) stelden rond 1830 dat je kritiek op de economische verhoudingen niet los kon zien van de sekse-verhoudingen. De beste graadmeter voor de werkelijke verandering van de maatschappij waren volgens hen de veranderde sekse-verhoudingen. In deze tijd, dus rond 1830, richtten socialistische mannen al een soort mannenpraatgroepen op om hun eigen conditionering ter discussie te stellen. Dit ter discussie stellen van je eigen gedrag is echter in het latere dominante socialistische marxisme, maar ook grotendeels in het anarchisme verloren gegaan.

Toen tegen 1900 het niet-marxistische socialisme opnieuw opkwam werd er (opnieuw) gesteld: Een van de eerste vereisten om de maatschappij te veranderen is 'een mentale revolutie in mannen'. In dezelfde tijd werd in het blad van het Nederlandse anarchisme De Vrije Socialist kritiek op de sekseverhoudingen verbonden met 'de grote zaak'. (Niet zozeer door Domela Nieuwenhuis trouwens, daar kom ik zo dadelijk op terug).

Zelfs Trotsky, hoe we ook over hem kunnen denken, stelde rond 1920: "Om de levenscondities te veranderen moeten we leren deze te zien door de ogen van vrouwen." Hij wees er tevens op dat socialisten veel makkelijker de wetten en de economische verhoudingen konden veranderen dan de sekse-verhoudingen... Maar zonder veranderingen van de sekseverhoudingen kon er volgens hem eigenlijk niet van socialisme worden gesproken.





Persoonlijke

Het belang van de beroemde sixties is m.i. onder meer dat ze zowel de liberalen als 'oud links' uitdaagden de grenzen van wat als politiek werd opgevat te verleggen. Ze bekritiseerden (eerst) niet alleen de economische verhoudingen, maar ook het autoritaire en op consumptie gerichte patroon van het gezinsleven. Het priv‚leven was volgens hen een politieke kwestie. Maar in hun maatschappijkritiek speelde de sekse-verhoudingen nog geen enkele rol. Ze hadden het begrip politiek uitgebreid met seks, maar niet met sekse, met kritiek op het gezin, maar niet met de werkzaamheden daarbinnen. Rond 1970 echter leek Marx een effectievere 'praxis' te beloven dan Marcuse en werd de voordien geuite kritiek op het (autoritaire) socialisme ingeslikt en het nadenken over de uitbreiding van het begrip politiek uitgesteld tot na de revolutie. Het was de vrouwenbeweging die begin jaren zeventig de discussie over de grenzen van de politiek opnieuw oppakte en uitbreidde met de man-vrouwverhoudingen en de arbeidsdeling naar sekse. Deze uitbreiding werd samengevat in de leuze 'het persoonlijke is politiek'. Zoals Judith Metz in haar boek Het Gekraakte Ideaal laat zien is het ook in de huidige autonome beweging nog steeds moeilijk de consequenties van deze leuze serieus te overdenken. De consequentie nl. dat je je idealen leeft in het hier en nu en dat je je eigen vanzelfsprekendheden durft te doordenken. Dit geldt, zoals ik in dit verhaal zal benadrukken, natuurlijk ook voor vrouwen. Alleen is het zo verdomde jammer dat Anja Meulenbelt ruim 20 jaar geleden reeds schreef: "Binnen links worden de manieren waarop mensen in organisaties met elkaar omgaan, hun emoties en relaties genegeerd. Concurrentie en verzakelijkte relaties komen binnen links net zovaak voor als erbuiten." En dat Judith weer opnieuw deze omgangsvormen aan de kaak moet stellen.

Hoe komt het toch dat er in de geschiedenis regelmatig een verband is gelegd tussen links en seksestrijd, tussen maatschappijverandering en verandering van de sekse-verhoudingen en dat dat verband telkens weer verdwijnt?

Ik vind hiervoor een uitspraak van Bebel (uit ongeveer 1875) nog steeds leerzaam, een uitspraak die hierop neerkomt: iedere socialist snapt dat de kapitalisten de baas spelen over de arbeiders en vindt de kapitalisten stom dat ze dat ontkennen. Maar diezelfde socialist wil liever niet begrijpen dat hij de baas speelt over vrouwen, omdat zijn eigen lieve ik daarbij ter discussie wordt gesteld. Wat dat betreft, zo stelde Bebel, is het hemd nog steeds nader dan de rok: de grote strijd moet niet te dichtbij komen en te persoonlijk worden. (Deze uitspraak van Bebel is echter, opmerkelijk genoeg, in de latere versies van zijn beroemde boek De Vrouw en het Socialisme, verdwenen, toen hij zich aan ging passen aan de marxistische lijn. Want zoals U allen weet, werd daarin het persoonlijke afgedaan als bourgeois: het ging tenslotte om de grote revolutie).



Tegenstellingen

Vanuit mijn actie-verleden: illegaal wonen (het begrip 'kraken' bestond nog niet), Provo, studentenbeweging, Derdewereldbeweging, Vrouwenbeweging ben ik, toen ik eenmaal op de universiteit was beland, altijd ge‹nteresseerd gebleven in allerlei sociale bewegingen. De laatste 15 jaar is mijn belangstelling vooral gericht op alternatieven voor de bestaande maatschappij, ook wel 'utopische bewegingen' genoemd. Ik zoek het dus meer in de richting van alternatieven dan in de grote revolutionaire strijd. Dit komt ook door allerlei postmodernistische noties met hun kritiek op het denken in tegenstellingen: mannen tegenover vrouwen, gevoel tegenover verstand, wij (de autonomen) tegenover de reguliere maatschappij, de goeden tegenover de slechten...

Er bestaat een verschil tussen 'alternatieve'/utopische bewegingen en revolutionaire bewegingen. Dit verschil zit niet zozeer in de aangehangen idealen, maar in de strategie. Alternatieve bewegingen zoeken naar gemeenschappelijke idealen en trachten deze idealen in het hier en nu te leven. Revolutionaire bewegingen daarentegen wijzen dit direct in praktijk brengen van hun idealen af, omdat eerst een algemene vijand (de reguliere maatschappij?) verslagen moet zijn voordat de idealen geleefd kunnen worden. Deze strategiekwestie heeft verreikende consequenties. Want als al het denken en actievoeren wordt geconcentreerd rond de tegenstelling wij-de anderen en de laatsten als algemene vijand wordt voorgesteld, dan is er geen ruimte om na te denken over het 'goede' leven in het hier en nu. Want dat kan pas aan de orde komen als de reguliere maatschappij totaal (hoe totaal?) veranderd is.

Je kan mijn verhaal dan ook beschouwen als een pleidooi om na te denken over het goede leven, de alternatieven in het hier en nu te leven en het wij-zij denken te verlaten. Ook wat betreft de sekse-verhoudingen.

Maar... tegelijkertijd weet ik uit mijn actieverleden hoe leerzaam en strijdbaar het wij-zij denken kan zijn. Bijvoorbeeld het 'wij-vrouwen'-idee van de zeventiger-jaren heeft het toen (en nog/weer?) bestaande concurrentie-idee tussen vrouwen afgebroken en de noodzakelijke solidariteit tussen hen teweeggebracht. V¢¢rdat dit 'wij-vrouwen'-idee bestond, ging ik in de sixties mee met: ik ben ge‰mancipeerd want mannen (in de diverse bewegingen waarin ik toen actief was) zien mij als belangrijk. Het heeft mijzelf een tijd gekost om mannen en mannelijkheid niet als norm te zien, maar om me solidair te kunnen voelen met vrouwen. Maar het heeft me ook weer een tijd gekost om afstand te nemen van het 'wij-vrouwen' tegenover het 'zij-mannen'. Ik heb moeten leren dat je, door het denken in tegenstellingen, in die tegenstellingen blijft hangen.



Grensgebieden

Uit Judith's boek blijkt hoe groot deze spanningsverhouding tussen het leven van je idealen in het hier en nu en het 'wij' tegenover de reguliere maatschappij nog steeds is in de autonome beweging. Ofwel de spanning tussen het alternatieve leven en revolutie.

Reeds in het begin van hoofdstuk 1 stelt Judith enerzijds dat de autonome beweging in staat is om te overleven doordat ze nog altijd wordt gedragen door een alternatieve jongerensubcultuur. Anderzijds geeft ze aan dat in de beweging de overheidsautoriteiten per definitie tegenstanders zijn en de confrontatie met hen op de voorgrond staat. De idealen uiten zich in negatie. De vraag is echter, zo toont Judith's boek aan, of die negatie van de reguliere maatschappij wel zo geslaagd is wat betreft man-vrouwverhoudingen en daarmee ook de vormgeving van een alternatieve aparte levensstijl. Het 'wij' tegen 'zij' bood volgens Judith vrijheid. veiligheid en ruimte om te leren en jezelf te ontwikkelen. Maar, zo stelt ze, omdat er niet meer nagedacht werd over mythes en taboes en de gevolgen daarvan, zie ik geen verschil meer tussen de beweging en de rest van de maatschappij. Beiden bieden geen leefbaar alternatief. Alleen met bepaalde mensen uit de beweging is er ruimte om te bepalen over hoe je wel wilt leven en wilt werken.

Het doet me bijna pijn dit te lezen. Verdomme, nog steeds... of: steeds weer. Opmerkelijk vind ik haar opmerking hierna: Mensen en groepen die zich w‚l binnen de beweging verder ontwikkelen bevinden zich meestal op de grens tussen beweging en reguliere maatschappij, waardoor het onderscheid tussen wij en zij is vervaagd. Ook al concludeert Judith dit niet, ik lees hieruit wederom een pleidooi voor het opheffen van het denken in tegenstellingen... Niet wij/de autonomen tegenover zij/de regulieren, mannen tegenover vrouwen, maar het gaat juist om de grensgebieden, daar waar het vrouwelijke en het mannelijk, het alternatieve en het reguliere elkaar raken!!!

Uit het boek van Judith spreekt voortdurend het dilemma tussen: er moet nu iets gebeuren om de wereld te redden en: het is moeilijk om de reguliere maatschappij/de anderen te veroordelen als de autonome beweging zelf geen leefbaar alternatief biedt. Inderdaad ja, want waarvan moet de wereld nu dan gered worden?

Hiermee hangt m.i. nauw het al eeuwenoude dilemma van sociale bewegingen samen: Kan je alleen maar ergens t‚gen zijn? Kan je zonder opbouwende activiteiten? (zie hoofdstuk IVin Judith's boek). Deze vraag wordt mooi ge‹llustreerd in de kritiek van Domela

Nieuwenhuis op de kolonie-beweging. Rond 1900 probeerden een aantal niet-marxistische socialisten en anarchisten 'kolonies' te vormen om hun alternatieve idealen vorm te geven in het hier en nu en zo het kapitalisme van binnenuit uit te hollen. Domela was hier fel op tegen: dit zou afleiden van de grote strijd. Maar wat was de grote strijd? De algemene werkstaking, waarna alles plotseling anders zou worden. Maar, zo stelden de anarchistische kolonalisten, we willen niet alleen overal t‚gen zijn, maar ook ergens v¢¢r zijn. Volgens Judith kiezen vooral vrouwen voor opbouwende activiteiten; rond 1900 durfden echter meer mannen dan vrouwen te kiezen voor liet alternatieve leven in de kolonies. (Ook niet voor niets trouwens, maar dat voert nu te ver).



Onbespreekbaar

Als laatste wil ik ingaan op Judith belangrijke opmerking (in hoofdstuk VII): Seksisme is niet alleen een probleem van vrouwen. Het probleem is echter, zo geeft Judith aan, dat als vrouwen de anti-seksisme strijd niet zouden aangaan, er niet veel aan de sekseverhoudingen zou veranderen. Ikzelf heb het idee dat er enerzijds in vroegere tijden theoretisch bij een aantal mannen veel meer oog bestond over het belang van andere sekse-verhoudingen dan nu. (Zie de citaten aan het begin van mijn verhaal). Anderzijds weet ik dat er momenteel een behoorlijk aantal mannen bestaat die ook de dominante norm van mannelijkheid (zoals o.m. tot uiting komend in de grote bekkencultuur) wil veranderen. En nog steeds is het zo, zoals Judith laat zien, dat vrouwen het leven binnen de beweging beter vinden dan dat erbuiten. Maar seksisme verdwijnt alleen door het te erkennen!

Heel sterk vind ik Judith als ze aangeeft (hoofdstuk V) dat seksisme onbespreekbaar is omdat het ideologisch niet zou bestaan in de autonome beweging.

Bezig zijn met seksisme betekent voor mannen volgens Judith dat ze de confrontatie met zichzelf moeten aangaan. (En dat willen de meeste mannen niet, zoals blijkt uit de reacties van mannen op het themanummer van Ravage). Bezig zijn met seksisme betekent voor vrouwen dat ze hun eigen positie ‚n de beweging ter discussie stellen. En dat willen de meeste vrouwen niet, zoals Judith aangeeft, omdat ze de algemene externe strijd belangrijker vinden dan de interne strijd tegen seksisme.

Judith's conclusie is dan ook dat niet alleen de mannen verantwoordelijk zijn voor seksisme, dat de structuur van de beweging de voorwaarden cre‰ert voor een seksistische subcultuur en dat vrouwen ook het seksisme mede in stand houden.

Als laatste conclusie noemt Judith dat de impact van het seksisme voor vrouwen is: het ontbreken van vormgeving van het eigen leven. Ik zou willen zeggen: maar dat geldt ook voor mannen.

Zolang mannen zich alleen maar op hun pik getrapt voelen, in de verdediging schieten en daarbij weigeren 'hun eigen lieve ik' ter discussie te stellen, zal er niet veel aan de sekseverhoudingen kunnen veranderen. Waar blijft de morele revolutie in mannen waar ruim 100 jaar geleden al om geroepen werd? Hoe kunnen vrouwen solidair zijn met elkaar ‚n met de mannen die w‚l willen nadenken over de diverse vormen van mannelijkheden en vrouwelijkheden?



Zoals duidelijk moge zijn heb ik willen aangeven dat het denken in wij-zij (zowel wat betreft vrouwen tegenover mannen als autonome beweging tegenover reguliere maatschappij) niet werkt. Ik hoop van harte dat iedere 'autonoom', mannen zowel als vrouwen, Judith's boek ter harte neemt, zodat de pretentie van de beweging: een alternatief voor de reguliere maatschappij te zijn, waargemaakt kan worden.

Ik zou dan ook aan het rijtje suggesties voor verbeteringen aan het einde van Judith's boek willen toevoegen: Denk na over hoe het seksisme in de maatschappij je eigen denken en gedrag be‹nvloedt. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen. Want ik vind nog steeds het meest basale: hoe je in je dagelijks leven omgaat met de mensen om je heen. Het is niet voor niets dat ik aan het begin van dit verhaal zoveel socialistische mannen heb geciteerd die het belang van andere sekseverhoudingen hebben benadrukt. De omgangsvormen binnen radicaal-links, Judith's ondertitel, zijn van wezenlijk belang voor een maatschappijverandering. Lees dit boek en bedenk hoe het anders kan.



Saskia Poldervaart



Saskia Poldervaart is verbonden aan de studierichting Politicologie en Vrouwenstudies aan de Universiteit van Amsterdam. Zij sprak deze tekst uit op 28 februari jl. in Vrankrijk in Amsterdam tijdens de presentatie van het boek van Judith Metz: Het gekraakte ideaal: Seksisme en omgangsvormen binnen radicaal links. Uitgeverij Ravijn, Amsterdam.