MAI

De globalisering van de economie (door Harry Westerink en Merijn Schoenmaker)

Ik laat mai niet bang maken (door Michel Post)


De globalisering van de economie



Harry Westerink en Merijn Schoenmaker

 

Eind 1996 konden mensen voor het eerst kennisnemen van het Multilateraal Akkoord inzake Investeringen (MAI). Dat verdrag moet de "grondwet van een wereldomvattende economie" worden. De regeringen van de 29 bij het MAI betrokken rijkste landen ter wereld hebben de bevolking niet uit eigen beweging op de hoogte gebracht van het verdrag. De MAI-onderhandelaars gaven de conceptteksten van het MAI niet vrij. Toen één van de onderhandelaars het Parijse conferentiegebouw van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) verliet, griste een Franse actievoerder razendsnel de papieren uit zijn handen. De documenten die de concepttekst van het MAI bevatten, werden later via Internet openbaar gemaakt. Tijdens de Pinksterlanddagen van dit jaar zullen mensen van de anti-MAI campagne in Nederland meer vertellen over de gevolgen van het MAI en met belangstellenden discussiëren over mogelijke vormen van verzet ertegen. Onderstaande tekst dient als inleiding.

De globalisering van de economie wordt in de moderne mythologie beschouwd als een natuurlijk fenomeen dat, evenals het uitdijen van het heelal, onmogelijk gestopt of beheerst kan worden. In werkelijkheid wordt de globalisering gevormd en bevorderd door zorgvuldig geplande veranderingen, die worden vastgelegd in een serie internationale verdragen. Overeenkomsten als de GATT, de NAFTA en de Interne Markt van de Europese Unie bevorderen de zogeheten vrijhandel van geld en goederen, ontdoen overheden van hun regulerende bevoegdheden en verschuiven de macht naar onbereikbare instituties als de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de opvolger van de GATT. Multinationale ondernemingen worden als gevolg van nieuwe technologieën, overnames, joint-ventures en recordwinsten in rap tempo steeds groter en machtiger. Met toenemende arrogantie dicteert het bedrijfsleven internationale overeenkomsten die de weg vrijmaken voor globalisering van de economie. Terwijl de soevereiniteit van overheden wordt ondermijnd, kunnen banken en bedrijven steeds vrijer opereren. Het MAI dreigt de bestaande sociale en politieke mensenrechten te ondermijnen en te vervangen door de rechten van internationale investeerders. Eén van de meest invloedrijke partijen in dit proces is het World Economic Forum, een privé-club die de 1.000 grootste multinationale ondernemingen van de wereld verenigt. Het World Economic Forum heeft - in eigen woorden - "een leidende rol gespeeld in het proces van economische globalisering". Zijn missie is om "op te treden als een bruggenbouwer op het hoogste niveau tussen het bedrijfsleven en regeringen" en om "de leiders uit het bedrijfsleven, regeringen, de academische wereld en de media te integreren tot een partnership" door het "creëren van een unieke clubatmosfeer".



Achtergronden van het MAI Het World Economic Forum heeft naar eigen zeggen "een hoofdrol gespeeld bij het lanceren van de Uruguay-onderhandelingen in het begin van de jaren '80". De Uruguay-ronde eindigde in 1994 met de ondertekening van het GATT-akkoord, waarmee de handel van goederen en diensten vergaand werd geliberaliseerd. Dit was zonder twijfel de belangrijkste stap voor het institutionaliseren van de globalisering sinds de oprichting van de GATT in 1948. Op 1 januari 1995 werd de WTO opgericht om de GATT-overeenkomsten uit te voeren. In datzelfde jaar begonnen binnen de WTO onderhandelingen over een nog verdergaand verdrag, het Multilateraal Investerings Akkoord (MIA). In het bijzonder de Europese Unie spande zich in voor een snelle afhandeling hiervan. In december 1996 werden de MIA-onderhandelingen echter gestopt tijdens de Ministeriële Conferentie in Singapore. Dertien zuidelijke landen, waaronder India, Maleisië en China, protesteerde krachtig tegen het MIA. Pas na zware druk door de Europese Unie, de Verenigde Staten en andere rijke landen bonden ze één voor één in. Maar de Indiase regering bleef zich verzetten en verklaarde de MIA nooit te zullen ondertekenen. De weigering van India blokkeerde de onderhandelingen, omdat beslissingen in de WTO alleen met consensus kunnen worden genomen. De MIA is sindsdien op een laag vuurtje gezet en wordt slechts besproken in een werkgroep binnen de WTO. Om verder verzet van de zuidelijke landen te omzeilen, begonnen de Verenigde Staten in het diepste geheim onderhandelingen over een vergelijkbaar verdrag onder een aantal rijke landen. Hiervoor werd een geschikt podium gevonden in de OESO, ruwweg de club van de 29 rijkste landen van de wereld. Deze nieuwe overeenkomst heet het Multilateraal Akkoord inzake Investeringen (MAI) - what's in a name? Het MAI en het MIA hebben exact hetzelfde doel, namelijk het opheffen van alle barrières voor investeringen. Na het vastlopen van de onderhandelingen over het MIA in de WTO is het MAI-verdrag voor de Europese Unie, de Verenigde Staten en Japan erg belangrijk geworden. Zij richten momenteel dan ook al hun inspanningen op de OESO-onderhandelingen.



Lobby en onderhandelingen Sinds 1995 wordt in het diepste geheim over het MAI onderhandeld. WTO-directeur Renato Ruggiero zette het doel van het MAI duidelijk uiteen met de woorden: "We schrijven de grondwet van één wereldomvattende economie." De MAI-onderhandelaars streven ernaar om tijdens de ministersconferentie van de OESO op 27 en 28 april bindende afspraken over het MAI te maken. Frans Engering, een topambtenaar van het Ministerie van Economische Zaken, is voorzitter van de onderhandelingscommissie. Na ondertekening zullen landen voor minimaal 20 jaar vastzitten aan het verdrag, ook als de hele bevolking er tegen is. Landen die het MAI ondertekenen, zullen namelijk pas na 5 jaar mogen beslissen of ze eruit willen stappen en moeten nadien nog 15 jaar lang alle regels van het MAI uitvoeren. Terwijl de lobbyclubs van grote bedrijven al vanaf het begin nauw bij de onderhandelingen over het MAI betrokken zijn, wordt het grote publiek angstvallig buiten de deur gehouden. De International Chamber of Commerce, een invloedrijke lobbyclub van multinationale ondernemingen, schreef de eerste versie van het MAI-verdrag in 1996 en het huidige concept voor het verdrag is vrijwel onveranderd sinds dit document. Meer dan 95% van de 500 grootste multinationals hebben hun basis in OESO-landen. Zuidelijke landen hebben geen zeggenschap over de inhoud van het MAI. Als de onderhandelingen zijn afgerond, zullen zij worden uitgenodigd om het MAI te ondertekenen. Voor hen is het dan slikken of stikken. Multinationale ondernemingen hebben het MAI al een "stempel van goedkeuring" genoemd voor internationale investeerders. Dat betekent dat zuidelijke landen wel gedwongen zullen zijn om het MAI te ondertekenen, willen zij nog buitenlandse investeringen kunnen aantrekken. Tijdens het afgelopen decennium hebben het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank zuidelijke landen gedwongen om hun economie om te vormen tot een extreme exportgerichtheid. Als gevolg van de zich verdiepende schuldencrisis en de voortgaande beheersing van moderne technologie door het rijke Noorden, zijn landen in het Zuiden buitengewoon afhankelijk van buitenlandse investeringen en buitenlandse valuta. Regeringen van de zuidelijke landen zullen zich onmogelijk kunnen verweren tegen de druk die nu al op hen wordt uitgeoefend door een gezamenlijke coalitie van de Europese Unie, de Verenigde Staten, Japan en de grootste multinationale ondernemingen. Een aantal landen heeft dan ook al aangekondigd het verdrag in april 1998, tezamen met de OESO-landen, te willen ondertekenen.



Hoofdelementen van het MAI Het MAI dreigt internationale investeerders vergaande rechten te hebben en desastreuze gevolgen te hebben voor onder meer arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid, milieubescherming en democratie over de gehele wereld. Het MAI zou de eerste internationale overeenkomst worden die investeerders het exclusieve recht geeft om overheden aan te klagen voor een internationaal tribunaal van zogeheten deskundigen. Dit tribunaal zal bindende uitspraken kunnen doen en landen een boete kunnen opleggen voor elk beleid dat in strijd is met MAI-regels. Overheden zullen kunnen veroordeeld worden tot onmiddellijke schadevergoeding aan ondernemingen voor de geleden en toekomstige schade aan de bedrijfsinvesteringen. Veel landen hebben al om uitzonderingen op de MAI-regels gevraagd. Deze uitzonderingen zullen echter slechts tijdelijk zijn. Regeringen zullen een lijst moeten maken met alle gewenste uitzonderingen, tesamen met een tijdschema om ze op te heffen. Dit heeft tot gevolg dat allerlei sociale en milieubeschermende maatregelen in alle landen in de loop van de tijd zullen worden ontmanteld.



Bedrijfsinvesteringen De definitie van investeringen in het MAI is veel ruimer dan wat de meeste mensen onder dat woord verstaan. Volgens het verdrag zijn investeringen "elk soort goed, bezeten of gecontroleerd, direct of indirect door een investeerder", waaronder "alle grijpbare en ongrijpbare, verplaatsbare en onverplaatsbare bezittingen en alle daarmee verbandhoudende eigendomsrechten" op "het landgebied, de interne wateren en de territoriale zee van de aangesloten landen". In de halve paginalange definitie van investeringen worden ook intellectuele eigendomsrechten uitdrukkelijk genoemd. Dit omvat patenten op kennis en technologie en zal hoogstwaarschijnlijk ook patenten op leven omvatten. Zo dreigt het MAI een beslissende stap te zijn in de heerschappij van het bedrijfsleven over gewassen, dieren en menselijke delen over de gehele wereld.



"Geen voorwaarden" Het MAI garandeert de vrije mobiliteit van kapitaal en staat overheden niet toe om voorwaarden te stellen aan internationale investeringen. Investeerders krijgen het recht om bedrijven op te zetten in alle maatschappelijke sectoren, behalve politie en leger. Beleidsmaatregelen om te zorgen dat die investeringen ook aan de bevolking ten goede komen zullen door het MAI illegaal worden. Dit geeft investeerders het recht om hun kapitaal te verplaatsen naar landen die hen de gunstigste omstandigheden bieden en legaliseert wat traditioneel als kapitaalvlucht wordt beschouwd (bijvoorbeeld naar Zwitserse bankrekeningen). Het MAI zal bovendien alle landen afhankelijk maken van het IMF, dat wordt beheerst door de 8 machtigste landen van de wereld (de G8). Alleen met toestemming van het IMF zullen landen tijdelijk een eigen beleid mogen voeren ten aanzien van de financiële kapitaalstromen. Het MAI zal overheden verbieden om "toegangsbeperkingen" of "gedragsvoorwaarden" op te leggen. Geen "toegangsbeperkingen" betekent dat het MAI beleidsmaatregelen verbiedt voor het reguleren van lokaal eigendom, het tegengaan van speculatie of het verzekeren van een minimumperiode voor de investeringen. Privatisering zal volledig open zijn omdat alle productiemiddelen vrij toegankelijk moeten zijn voor internationale investeerders. Het MAI verbiedt overheden om "gedragsvoorschriften" op te leggen aan investeerders, zoals voor het herinvesteren van een deel van de winst of het stimuleren van lokale werkgelegenheid. Al deze voorwaarden zullen onder het MAI worden verboden, ook als ze zowel aan lokale als internationale bedrijven zouden worden opgelegd.



"Geen discriminatie" Onder het mom van "geen discriminatie" zijn in het MAI principes zoals "meest bevoorrechte land" en "nationale behandeling" opgenomen. Het MAI garandeert alle ondertekende landen de status van "meest bevoorrechte land". Deze bepaling verbiedt boycots, behalve als ze door de Verenigde Naties worden genomen. Boycots van lokale of nationale overheden, zoals die tegen het voormalige apartheidsregime in Zuid-Afrika of tegen huidige militaire dictaturen in bijvoorbeeld Birma en Nigeria, zullen onder het MAI verboden worden. Het MAI garandeert internationale investeerders "nationale behandeling". Het MAI zal elk overheidsbeleid verbieden dat voordelig is voor kleine en middelgrote bedrijven. Bovendien geeft het verdrag internationale investeerders toegang tot alle bestaande subsidieregelingen in alle sectoren (zoals cultuur, sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg), onafhankelijk of ze voor commerciële of niet-commerciële activiteiten bedoeld zijn. Onder het MAI zullen speciale subsidies en lage-renteleningen voor kleine bedrijfjes illegaal worden. Dit zal het einde betekenen voor vele lokale bedrijven en voor de zelfvoorzienendheid van lokale markten. Een overheid die een algemeen toegankelijke gezondheidszorg opzet zal tegen de regels van het MAI zijn. Ook het subsidiëren van lokale boeren om voedselzekerheid veilig te stellen of om een omschakeling naar duurzame landbouw te stimuleren zal onder het MAI verboden worden. Het ongedaan maken van privatisering in willekeurig welke sector zal praktisch onmogelijk worden.



"Onteigening" Het MAI zal alle beleid verbieden dat wordt beschouwd als "onteigening". Voortbordurend op de bovengenoemde definitie van investeringen, wordt "onteigening" gedefinieerd als elk nieuw overheidsbeleid dat schade toebrengt aan alle "grijpbare en ongrijpbare" bezittingen van een investeerder. Deze regel zal beleid ter bescherming van het milieu, de volksgezondheid, arbeidsvoorwaarden of natuurlijke hulpbronnen praktisch stilleggen. Dit zal desastreuze gevolgen hebben voor landen in het Zuiden en landen in Oost-Europa waar bijvoorbeeld milieuwetgeving nauwelijks aanwezig is. Nieuwe beleidsmaatregelen die in strijd zijn met de belangen van multinationale ondernemingen, zullen voor overheden ongelooflijk riskant worden. Zij riskeren hiermee namelijk dure processen en torenhoge schadeclaims. Als het MAI-tribunaal hun beleid illegaal verklaart, moeten de overheden volledige en onmiddellijke financiële compensatie aan het bedrijf betalen voor de geleden schade. Een voorproefje van wat dat inhoudt kunnen we al zien bij het NAFTA-akkoord, waar een dergelijk tribunaal al bestaat en vergelijkbare (hoewel minder vergaande) regels gelden ten aanzien van "onteigening" als bij het MAI. Canada heeft recentelijk het gebruik van het brandstof-additief MMT verboden, een stof die, om redenen van de volksgezondheid, in veel landen al langer verboden is. Het Amerikaanse bedrijf Ethyl Corporation, dat als enige bedrijf in Canada deze stof produceert, heeft de Canadese overheid aangeklaagd voor het NAFTA-tribunaal. Ethyl stelt dat de maatregel om MMT te verbieden "gelijk staat aan onteigening" en daarom in strijd is met het NAFTA-akkoord. Ethyl eist van de Canadese overheid een schadevergoeding van 251 miljoen dollar. Dit bedrag is inclusief publiciteitskosten voor het opkrikken van het bedrijfsimago, dat wordt beschouwd als deel van hun "ongrijpbare" bezittingen. Een andere NAFTA zaak is die van het bedrijf Metalcad tegen de Mexicaanse overheid. Mexico heeft Metalcad verboden om een afvalstortplaats te beginnen. Een belangrijke reden is het risico van vervuiling van een nabijgelegen rivier die door de bevolking voor drinkwater wordt gebruikt. Metalcad eist een schadevergoeding van 90 miljoen dollar, omdat men de plannen met het gebied nu niet kan uitvoeren. Het geclaimde bedrag is meer dan het gezamenlijke jaarinkomen van alle inwoners van de streek.



Gevolgen van het MAI Landen over de gehele wereld hebben wettelijke barrières die het handelen van bedrijven beperken. De WTO dwingt landen om beperkingen van de handel in goederen en diensten vergaand te ontmantelen. Elke lokale economie wordt gedwongen om zich open te stellen voor de wereldeconomie, die praktisch geheel beheerst wordt door een klein aantal multinationals. De vrijhandel vergroot hun macht voortdurend. Met de overdracht van macht en zeggenschap naar ondemocratische en onbereikbare instituties wordt mensen het recht ontnomen om de lokale economie te beschermen in hun eigen belang. Met de vernietiging van zelfvoorzienende lokale en regionale markten verliezen hele gemeenschappen de basis van hun bestaan. Mensen, regio's en landen worden in toenemende mate gedwongen om met elkaar te concurreren voor een klein beetje bestaanszekerheid. De neerwaartse spiraal van milieubescherming, arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid wordt daardoor enorm versneld. Als het MAI wordt aangenomen, zal dat gaspedaal nog een flink stuk verder worden ingedrukt.



Verzet tegen het MAI Sinds het uitlekken van de concepttekst van het MAI iets meer dan een jaar geleden, wordt in een aantal landen op grote schaal campagne gevoerd tegen het verdrag. Met name in Canada en de Verenigde Staten bestaat veel verzet vanwege ervaringen met het vergelijkbare NAFTA-akkoord, tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Een coalitie van onder meer vakbonden, studentengroepen en burgerinitiatieven eist dat het MAI-verdrag volledig van tafel gaat. Steden en dorpen worden tot MAI-vrije zone uitgeroepen. De voorzitter van de Canadese vakbonden riep mensen tijdens een manifestatie op om "de strijd met de multinationals aan te binden en hen niet toe te staan om ons 100 jaar terug in de tijd te nemen". De Canadese regering is als gevolg van de Ethyl-zaak en het grootschalige verzet aardig in de problemen gekomen. Hoewel in Europa de laatste tijd meer verzet tegen de MAI van de grond komt, staat de beweging hier nog in de kinderschoenen. Met het initiatief voor een campagne tegen het MAI willen we daar in Nederland snel verandering in brengen. Gezien het wereldwijd snel groeiende verzet tegen de MAI zijn er voor het eerst serieuze kansen om een vrijhandelsverdrag daadwerkelijk tegen te houden. De overdracht van macht van lokale en nationale overheden naar grote ondemocratische instituties zoals de Europese Unie (EU) en de World Trade Organisation (WTO) is de afgelopen jaren in een stroomversnelling gekomen. Het MAI staat daarin absoluut niet op zichzelf, maar is zonder twijfel het meest vergaande verdrag tot nog toe. De initiatiefnemers zien de campagne tegen het MAI als een belangrijke aanzet voor een beweging in Nederland die strijdt voor de ontmanteling van bestaande vrijhandelsverdragen en bijbehorende instituties, zoals de WTO en de EU. Het is de hoogste tijd om de gevaarlijke illusie over de zogeheten vrije markt als motor van meer welvaart volledig door te prikken. Door het opbouwen van een basisbeweging willen we de apathie en onmacht ten aanzien van de "maakbaarheid van de samenleving" doorbreken. Dat de samenleving gemaakt wordt, staat buiten kijf. Maar hoe en door wie die wordt gemaakt, dat is het resultaat van sociale en politieke strijd. We willen strijden voor een gelijke verdeling van de macht en welvaart in de wereld. Daarvoor is een ontmanteling van multinationale ondernemingen en een democratisering van de politieke en economische macht noodzakelijk. Onze organisatiemodellen zijn gebaseerd op decentralisatie, horizontale structuren en directe democratie. Onze middelen bestaan uit informatie, directe actie en het opbouwen van alternatieven.



Wereldwijde beweging Wij beogen met deze beweging een begin te maken met een Nederlandse component van de Peoples' Global Action (PGA). De PGA is een wereldwijde samenwerkingsverband van sociale en politieke bewegingen die strijdt tegen vrijhandel en de WTO. Bij de PGA zijn onder meer betrokken boerenorganisaties (zoals de Braziliaanse Movimento Sem Terra, de Indiase KRRS en de Peasant Movement of the Philippines), inheemse volkeren (zoals de Mexicaanse Zapatistas, de Nigeriaanse Movement for the Survival of the Ogoni People, de Indigenous Women's Network of North America and the Pacific and FIA, een Maori organisatie uit Aotearoa/Nieuw Zeeland), vakbonden (zoals de Nicaraguaanse Central Sandinista de Trabajadores) en vrouwenorganisaties (zoals Mama 86, een organisatie van Oekraïnische vrouwen die zijn getroffen door de Tsjernobyl-ramp). In Europa is men vaak verrast om te horen over bewegingen in het Zuiden die in staat zijn om miljoenen mensen te mobiliseren en de strijd aan te binden tegen multinationale ondernemingen, die hen direct in hun bestaan bedreigen. Zij nemen door middel van directe actie het heft in eigen hand. Voorbeelden zijn de Movemento Sem Terra, de beweging van landloze boeren in Brazilië die land van grootgrondbezitters kraken om daar gezamenlijk een bestaan op te bouwen, de KRRS, een boerenbeweging in India die in hun strijd tegen multinationals als Cargill hele kantoren ontruimen of zelfs tot de grond toe af te breken, en de Chicoco-beweging in Nigeria die de productie van oliemultinationals als Shell voor korte tijd volledig stil weet te leggen. Ondanks de successen van bewegingen in de zuidelijke landen, blijft de macht van multinationale ondernemingen in rap tempo groeien, met desastreuze gevolgen over de gehele wereld. De machtsbasis van verreweg de meeste multinationals ligt in de Verenigde Staten en de Europese Unie. Daarom doen bewegingen met klem een beroep op ons, als inwoners van de EU om in verzet te komen tegen deze ontwikkelingen. En wel door te kiezen voor een confronterende benadering en door middel van directe actie de strijd met de machtsstructuren hier en nu aan te gaan en die uiteindelijk op te heffen. Voor een succesvolle strategie zal die strijd gecombineerd moeten worden met het opbouwen van lokale alternatieven, zoals de ontwikkeling van coöperatieven en directe verbanden tussen producenten en consumenten. Behalve in Nederland wordt ook in andere Europese landen hard gewerkt aan het opbouwen van een beweging op de bovengenoemde grondslagen.



Ook anarchisten zouden hun steentje kunnen bijdragen aan het wereldwijde verzet tegen verdragen als het MAI. Sluit je aan en kom in actie!



Contactadres: Anti-MAI campagne Koppenhinksteeg 2 2312 HX Leiden Tel: 071-5127619 Fax: 071-5134907 E-mail: lokabaal@dsl.nl Website: www.stelling.nl/mai Mailinglijst: mailijst@dds.nl


Laat je niet bang maken - kritiek op anti-MAI



Opvallend veel mensen in mijn directe omgeving houden zich plotseling druk bezig met het MAI. Zeer bezorgd laten ze zich uit over het nieuwe kwaad dat ons bedreigd. Er is weer een nieuwe gemeenschappelijk vijand waar we ons met ons allen druk over mogen maken. Ik bespeur over deze gang van zaken bij mezelf niets dan ergernis. En er is meer, ik wantrouw het zaakje ook sterk. Waar komt die ergernis vandaan, en wat is dat wantrouwen.



Ik heb die ergernis wel vaker wanneer mensen al het onheil in de wereld toeschrijven aan de grote economische structuren. Ik vind dat vreselijk amechtig, onderdanig, een uiting van wantrouwen in eigen kracht. Ik zal niet ontkennen dat instanties als IMF e.d. geen verkeerde dingen doen, het gaat me echter om de manier waarop dergelijke instanties macht toegeschoven krijgen, hoe ze almachtig worden verklaard, hoe hun impliciete bekroning zich juist voltrekt in de kritiek. Het komt natuurlijk ook omdat ik een hekel heb aan economistisch schulddenken, überhaupt aan economistisch denken, door het hele maatschappelijk gebeuren te reduceren tot de macht van de economie en het grote geld.

Het wantrouwen kwam tot uiting in de neiging niks te willen geloven wat er zoal over de MAI gezegd werd. Daarvoor waren de verhalen te vreselijk, klonk het allemaal te overdreven, kon ik niet anders denken dat het allemaal heel anders in elkaar zou steken. Deze gedachten versterkte op hun beurt weer de ergernis, namelijk ergernis over hoe vreselijk slecht geïnformeerd mensen vaak zijn, elkaar maar een beetje lopen na te praten en, wat me het meeste ergerde, het automatisme waarin mensen zich laten meeslepen in de emotie van het grote onheil!! Mensen, waar is de humor, en waar is de nuchterheid!



Dit alles maakte me toch erg nieuwsgierig en zo vatte ik het plan op om mezelf eens een beetje in de materie in te lezen. Ik was daarvoor aangewezen op het internet omdat ik in directe omgeving alleen maar tegeninformatie kon krijgen, gezeefde informatie dus, meningen van mensen die er toch al tegen zijn. Blijkbaar waren maar weinigen op het idee gekomen even het stapje terug te doen naar de bron, en op basis van oorspronkelijk materiaal zelf een mening te vormen. En zo begon ik de eigenlijke MAI-teksten te lezen en moest ik (alweer tot m'n ergernis) vaststellen dat alle linkse informatie die mij inmiddels bereikt had zelfs de meest gematigde journalistieke standaards niet zou doorstaan. Zo staat in de teksten bijvoorbeeld nergens dat nationale wetgeving niet onverminderd van kracht blijft. En aangezien arbeidsvoorwaarden en milieubeleid in die wetgeving z'n beslag vind is het onzin om te stellen dat het MAI daar ook maar iets aan af zou kunnen doen. MAI is niet in staat om nationale wetgeving te overrulen, in geen enkel opzicht. In het verdrag wordt zelfs uitdrukkelijk gesproken over hoe moet worden voorkomen dat landen hun wetgeving ten aanzien van milieu en arbeidsverhoudingen versoepelen ten einde investeerders aan te trekken. Ook het maken van nieuwe wetgeving, inclusief het aanscherpen van milieu-wetgeving blijft gewoon mogelijk. De verwarring (verdraaiing is waarschijnlijk een beter woord) is waarschijnlijk ontstaan doordat in het verdrag ergens staat dat nationale wetgeving niet in tegenspraak mag zijn met de bepalingen uit het MAI; dat overheden die het verdrag ondertekenen elkaars bedrijven gelijk zullen behandelen als het gaat om investeringen. Logisch dat dat niet kan samengaan met bestaande wetten waarin is geregeld hoe Nederlandse bedrijven juist wel worden voorgetrokken. Het MAI-verdrag behelst niets meer dan dat een groep landen t.a.v. investeringen één groot gebied gaan vormen, echter met volledig behoud van lokale wet- en regelgeving.

Wat is er mooier dan het opheffen van landsgrenzen met behoud van eigenheid? Daar zouden anarchisten toch oren naar moeten hebben? Maar als de rijken er van kunnen profiteren moeten we blijkbaar ineens tegen zijn. Waar zijn de principes gebleven! Het lijkt erop dat men liever een pact sluit met Frans chauvinisme (in Frankrijk is veel verzet tegen MAI). En er wordt overdreven: overheden zouden verplicht tot privatiseren moeten overgaan, uitverkoop voor de multies! Blijkt ook niks van waar te zijn. Dergelijk verplichting zijn simpelweg afwezig in het MAI-verdrag. Een gemeente of provincie die nu in het bezit is van een waterleiding bedrijf kan dat gewoon blijven. En ook is er onder het MAI niets dat overheden er van kan weerhouden om bedrijven te kopen. Het enige verschil is dat onder het MAI alles onder gelijke mededinging gaat. Behalve dat dat aansluit bij de bestaande Nederlandse situatie lijkt me dat ook de meest wenselijk situatie. Het alternatief is namelijk staatskapitalisme - (ik vermoed dat veel tegenstanders van MAI bij doorvragen voor bepaalde vormen van staatskapitalisme zullen zijn).

Landen die zijn aangesloten bij de MAI mogen elkaar niet langer economisch boycotten. Nu ben ik toevallig helemaal geen voorstander van nationale (d.w.z. ongedifferentieerde) economische boycots omdat ik zie dat het zowel in voormalig Joegoslavië als Irak en zelf in Zuid-Afrika helemaal niks helpt en het alleen maar honger en ellende voor juist de armen veroorzaakt. Voor anti-MAI activisten wordt het echter gezien als voorbeeld hoe het MAI de politiek aan banden legt. Men is blind voor de voordelen en ziet blijkbaar niet dat via zo'n verdrag (mits consequent doorgevoerd) moordende boycots als die van Cuba en (vroeger) die van Nicaragua niet meer tot de mogelijkheden behoren. En men ziet over het hoofd, en daaruit blijkt maar weer hoeveel macht men de MAI toeschuift, dat consumenten boycots, of boycots door bedrijven natuurlijk wel gewoon mogelijk blijven. Dus waarom identificeren anti-MAI activisten zich op dit punt plotseling met de staat? Wat heeft dat met anarchisme te maken?

Er wordt gepleit voor het opnemen van afspraken over milieu en arbeidsverhoudingen in de MAI-tekst. Alleen op die manier zou een evenwichtig en sociaal verantwoord verdrag tot stand kunnen komen. Maar dergelijke afspraken horen in een dergelijk verdrag helemaal niet thuis. Dat is namelijk nogal totalitair. De MAI is een internationaal verdrag en moet slechts gericht zijn op het wegnemen van een aantal (nationalistische) barrières. Internationale afspraken over milieu en sociale verhoudingen zijn altijd een slap gemiddelde, en opgenomen in een verdrag kunnen ze ingezet worden als argument tegen veel hogere nationale normen. Daarom moeten we zaken niet met elkaar verwarren en ons realiseren dat ekonomie en politiek bij voorbaat gescheiden moeten blijven.

Als derde-wereld land zou ik niet aan het MAI-verdrag deelnemen. Dat komt omdat in het MAI wordt uitgegaan van een gelijkwaardige verhouding tussen staat en grote bedrijven. In veel arme landen kan die gelijkwaardigheid echter niet bestaan omdat men daarvoor de middelen ontbeert (capaciteit, geld, kennis en juridische middelen, wetgeving). Landen worden echter niet gedwongen om aan het MAI deel te nemen en ieder land is dus vrij om een eigen koers te blijven varen. Bovendien, en ook dat lees je niet in de linkse kritieken op het MAI, is de MAI-regelgeving niet van toepassing op landbouwproducten of verwerkte agrarische produkten. Een bedreiging voor zelfvoorzienende agrarische gemeenschappen kan het MAI dus nooit vormen.



Michèl Post

michel.post@hccnet.nl