Cultuur

Op deze pagina staan alle stukken die betrekking hebben op het thema cultuur. Voor een algemene introductie klik hier. Door diverse mensen zijn de volgende artikelen ingestuurd:


Domela en wij - een tentoonstelling



In 1996 was het 150 jaar geleden dat Ferdinand Domela Nieuwenhuis werd geboren. Hij kan als de belangrijkste wegbereider voor het socialisme en anarchisme in Nederland gezien worden. Rond de centrale thema's van Domela's leven, als predikant, vrijdenker, humanist, socialist, antimilitarist en anarchist is door het Domela Nieuwenhuisfonds een reizende tentoonstelling opgezet. Het beeldmateriaal over zijn activiteiten legt een link met de actualiteit.

De markante predikant Domela Nieuwenhuis zag zijn preekstoel als de tribune vanwaar hij wilde werken aan de verheffing van het volk. In 1879 trad hij uit de kerk en streefde als propagandist voor het socialisme naar welvaart en vrijheid voor allen.

Domela trad als humanist/vrijdenker naar buiten om de resultaten van de wetenschap onder de mensen te brengen, hij propageerde het socialisme om de egalitaire idealen van de eerste christenen te verwezenlijken.

De armoede in de 19e eeuw is voor ons nu bijna onvoorstelbaar. De rijke burgers leefden als het ware in een andere wereld dan de arbeiders en accepteerden de armoede van de lagere standen als van god gegeven.

De sociale strijd vanaf eind 19e eeuw heeft de verschillen in rijkdom en welvaart teruggebracht en de sociale omstandigheden voor met name de arbeiders sterk verbeterd. Dat wil zeker niet zeggen dat de socialistische idealen van rechtvaardigheid verwezenlijkt zouden zijn. Ook in Nederland zijn er nog grote verschillen, om niet te spreken van de verschillen tussen rijk en arm op mondiaal niveau.

Het socialisme streefde er in de 19e eeuw naar dat het werkende volk de fabrieken en het land in bezit moest nemen om een rechtvaardige verdeling van de rijkdom tot stand te brengen. De weg hiertoe was de revolutie. De sociaaldemocraten stapten hier langzaamaan van af en wilden via het kiesrecht de macht veroveren. De anarchisten wezen politieke partijen, macht en de staat af en wilden door zelf-organisatie van onderop vrijheid en welvaart veroveren. Als middel kozen zij de algehele werkstaking.

Domela begon al in zijn tijd als predikant actie te voeren tegen het militarisme. In 1904 richtte hij mede de Internationale Anti Militaristische Vereniging (IAMV) op. Domela propageerde de individuele dienstweigering en hoopte op een algehele werkstaking in geval van oorlog. Dat de socialistische partijen in de eerste wereldoorlog het nationalisme boven de solidariteit met arbeiders uit andere landen stelden heeft hem diep teleurgesteld.

In de 20e eeuw werden de tegenstellingen tussen socialisme en anarchisme eerder groter dan kleiner. De sociaaldemocraten kozen de weg van parlement en geleidelijke invoering van de sociale voorzieningen en zagen hun invloed groeien. Radicale socialisten splitsten zich af en vormden de communistische partij die bleef streven naar een revolutie en dictatuur van de partij. Het anarchisme dat zelfbestuur en basisdemocratie propageerde verloor in de 20e eeuw zijn arbeidersaanhang en daarmee zijn invloed in de maatschappij. Soms laait onverwacht weer de anarchistische vlam op in nieuwe sociale bewegingen. Soms duidelijk, soms minder duidelijk. Provo is hiervan een voorbeeld.

Het antimilitairisme maakte na de gruwelen van de eerste wereldoorlog een periode van grote bloei door onder de leus 'nooit meer oorlog'. Het gebroken geweertje werd een veelgehanteerd symbool. De vooroorlogse vredesbeweging vindt zijn parallel in de beweging voor geweldloze weerbaarheid, de demonstraties tegen de atoombewapening, de groei van het aantal dienstweigeraars. De vredesbeweging is thans ook actief in burger-vredesteams die verzoening willen brengen in conflictgebieden.

Het socialisme streefde ook naar arbeidersontwikkeling. Domela maakte als propagandist de arbeiders bekend met bijvoorbeeld schrijvers als Multatuli. Daarnaast was er een socialistische kultuur met eigen liederen, zang en toneelverenigingen, jeugd en vrouwenverenigingen enzovoort.
In de jaren zestig kreeg met de opkomst van de nieuwe sociale bewegingen ook de strijdkultuur weer een nieuwe kans. In de jaren 60 leek de verbeelding heel even aan de macht te komen en kon je tal van anarchistische trekken in deze sociale bewegingen opmerken.

Op 18 november 1919 overleed Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Zijn begrafenis was een van de grootste socialistische manifestaties van die tijd, tienduizenden bewezen hem de laatste eer.


GaBBâH



Gabbârs uit Den Haag op de PL in Appelscha (zie programma)

Door Yolanda Winkelhuyzen

Gabbâr is een van de nieuwe muzieksoorten van deze tijd. Ik was erg benieuwd (als toch al weer een wat oudere trut wordend) wat Gabber nou is en daarom ben ik met een aantal Gabbers gaan praten. Overigens geen willekeurig mensen, want ik ken ze al een paar jaar.

De eerste heet Erwin de Neet. Hij is 28 jaar en we hebben afgesproken in de Blauwe Aanslag. Als ik daar aankomt is het nieuwe platenlabel Found Records net bezig met een presentatie.
Yolanda: In wat voor muziek doen zij?
Erwin: Melodramatisch shit!
Yolanda: En wat is Gabber dan?
Erwin: Echte muziek, iedereen die voor Gabber gaat, gaat voor de beat en dat zijn er minimaal 175 per minuut. Bij Rock is dat zo'n beetje 80 beats per minuut. Bij andere muzieksoorten draait alles om de zang, bij Gabber zijn het kleine stukjes tekst, kreten als het ware. Niet echt politiek, maar het zet je wel aan het denken. 'Vrijdenken', het hoeft niet ergens op te slaan. De samples van woorden, drums en gitaar vormen één geheel. Gabber is in Den Haag en Rotterdam ontstaan, daar hebben zich op een bepaald moment groepen gaan gevormd rondom Gabber. Door de beat kom je in een bepaalde trance, wat je bijvoorbeeld in de Afrikaanse muziek ook tegenkomt, maar bij Gabber gaat het veel sneller. Het is muziek waar je je helemaal in kan laten gaan. Gabberfeestjes zijn zeer vriendelijk. Vechten gebeurd buiten en er zitten trouwens ook veel vrouwen bij.
Yolanda: Toch wel makkelijk dat iedereen me een feministe vind, sommige vragen hoef ik al niet eens meer te stellen. Ik moet zeggen dat de strakke outfit die bij Gabbers hoort me erg aanspreekt.
Erwin: Ja, dat stoere hé, je hoeft als vrouw niet mooi te zijn, maar je mag power hebben.
Yolanda: Haal jij je identiteit uit Gabber?
Erwin: Nee, maar maar dat zeg ik altijd. Het rauwe, het harde spreekt me erg aan. Kaal zijn is zoiets, maar er zijn ook gasten die met lang haar lopen.
Yolanda: Wat vind jij van de linkse scene of het anarchisme?
Erwin: De kliekjesvorming staat me erg tegen. Ik vind dat je juist randgroepen naar je toe moet halen, of er voor open moet staan. Je moet mensen nieuwsgierig maken. Ik en heel veel mensen met mij hebben geen zin meer om alles in het materiële te stoppen. Gabber is een manier om effe aan de werkelijkheid te ontsnappen. Schrijf je er wel bij dat pillen lekker zijn. Je kunt effe vluchten.
Yolanda: Zijn er ook overeenkomsten met het anarchisme.
Erwin: Schrijf maar van nee, want ik wil niet in dat hokje. Het is een suf uitgediscusieerd woord geworden. Anarchie moet je gewoon doen en nu wordt je doodgeknuppeld als je het met bepaalde dingen niet eens bent.
Yolanda: Maar wie zijn zij of wij dan?
Erwin: Ach Yolan, ik zei het je toch al, daar wil ik geen antwoord op geven, want dan willen ze toch met me discussiëren. Er zijn maar weinig mensen die het niet met het anarchisme eens zijn hoor. Ga je een keer met me mee naar een Gabberfeest?
Yolanda: Ja, natuurlijk.

Nu ik weer thuis ben zit ik een beetje na te mijmeren over het interview. Ik hoop heel erg voor die gasten dat ze een hele avond krijgen in Appelscha. Ze willen iets van zichzelf laten zien. Natuurlijk weten ze dat het een alcohol en drugsvrij terrein is, en ze weten ook dat kaalkoppen als fascisten gezien worden. Ik heb ze beloofd dat als mensen me ze willen discussiëren of ze ter verantwoording gaan roepen ze deze mensen maar naar mij moeten sturen. Het is mijn schuld dat er in Appelscha Gabber komt. En inderdaad, ik ben iemand die wél over Anarchisme wil praten.

Mijn volgende interview is met Kokkie Lagewal (leeftijd ??). Hem ontmoet ik op zijn kamer in de Blauwe Aanslag, de kamer waar ik vroeger zelf anderhalf jaar met m'n meiden heb gewoond en waar je vanaf het raamkozijn zo fijn over de daken van Den Haag kunt kijken. Ik ben benieuwd welke herinneringen de ruimte bij me op zal roepen. Naast Kokkie is ook Martijn in de kamer aanwezig. (Berichtje voor Iwan en Brenda - onze trouwe Feijenoord supporters: deze gasten zijn trouwe H.F.C. Ado Den Haag supporters. Altijd leuk om tegen te komen toch?).

Kokkie: Je wilt toch ook wel wat horen?
Yolanda: Ja, wat is het?
Kokkie: Dit is beschaafde Gabber, wat swingender, wat meer op het geluid, een wat fijnere mix, het heet Chosen Few en het komt uit Amsterdam.
Martijn: iedereen heeft z'n eigen stijl. Rotterdamse Gabber is harder, ruiger.
- Ondertussen krijg ik Chaos Inc. te horen. Lekkere rampenstamp.
Kokkie: Dit is Haagse Gabber, iets relaxter, headbang-gericht en uit 1997.
Yolanda: Erwin heeft me verteld dat ik vind dat je als anarchisten open moet staan voor randverschijnselen, dat mensen nieuwsgierig moeten blijven.
Kokkie: Ja, je moet je open blijven stellen voor nieuwe en ander ideeën, wie weet zit er wel iets bij voor jezelf.
Yolanda: Anarchisten zijn bang voor veranderingen?
Martijn: Nee, ze zijn conservatief!
Yolanda: Verheugen jullie je er niet teveel op Gabber in Appelscha?
Kokkie: Ach, we gaan er gewoon heen.
Martijn: Wat je nu hoort is Dark Raver, hij heeft de term Hakken geïntroduceerd. In 1990/1991 werd de term Joden-Joden gescandeerd, Dark Raver vond dat niet tof, hij is één van de eerste discjokeys en erg bekend, net als Gizmo.
Kokkie: Ik laat je nog wat horen, Kit Fox, het introotje is heel duister, dit zou je Hard Rock Gabber kunnen noemen.
Yolanda: Ik vind het wel leuk. Gaat het nou altijd zo, steeds kleine stukjes en dan weer wat anders?
Kokkie: Nee, dat kan ook wel, maar nu laat ik je gewoon van alles horen. Wat je nu hoort gaat over iemand die uit een vliegtuig springt en zijn parachute springt niet open. Dat gevoel althans. Het zijn over het algemeen korte seamples die naar een hoogtepunt toe werken. Je stopt en gaat verder, je maakt een intermezzo, je kan dingen mixen.
Yolanda: Dan zet je als het ware iets over elkaar heen?
Kokkie: Ja, maar het moet wel dezelfde beat, ritme hebben. De platen worden daar speciaal op gemaakt. Dansmuziek wordt op vinyl uitgebracht, want dan kan je het mixen. Op een cd is het geluid kouder. Gabber is muziek om te feesten, er is weinig geweld.
- Wat ik te horen krijg is Engels, vrolijk, gezellig, wat springerig.
Kokkie: Net Fox, zal ik eens wat dingen over elkaar heen zetten?
Yolanda: Dat lijkt me moeilijk.
Kokkie: Ja, want het ritme moet wel hetzelfde zijn, dat is een kwestie van veel luisteren. Het is voor mij dé muziek, vijf jaar geleden hoorde ik het voor het eerst, ik woonde één jaar in Den Haag, en luisterde naar radiopiraat Balance uit Den Haag. Ik vond het smaakvolle muziek, later hoorde ik dat daar Gabber bij hoorde. In Parkzicht Rotterdam is het begonnen. Gabber betekend vriend, het is een joods woord. Nu laat ik je een oude plaat horen, echt iets voor jou. Deze is van NeoPhyte en komt uit Rotterdam.
- De tekst is:
Kenne we je uit Rotterdam
Ken je het niet hore dân
Kokkie: Gabber is ontstaan als tegenhanger van het gezellige Clubhouse - Amsterdam kreeg alle aandacht. The Deadkirks waren één van de eerste en zijn toen een stroming geworden.
Yolanda: Dit heb ik wel eens bij Aldo gehoord, mooi is dit hé.
Kokkie: Bij Gabberfeesten kom je voor de muziek en de sfeer. Dat soort feesten kosten fl. 5,=. Voor de zogenaamde echte housefeesten betaal je ongeveer fl. 25,= maar ja daar zijn uitsmijters nodig en dure discjokeys. Daar draait het om mode. Gabber is veel meer van jezelf, er is een undergroundsfeertje, er hangt een soort mythe omheen.
De muziek is gaaf, er wordt over nagedacht, en wat ik al zei: bij Gabber gaat het om de muziek. Ik hou er niet van om in een hokje gestopt te worden. Een Gabber zou kaal moeten zijn en bepaalde kleding moeten dragen. Ik heb echt geen zin in die normen maar toch ben ik kaal.
Yolanda: Zijn da soort dingen nu juist weer niet door de buitenwereld verzonnen om er grip op te krijgen.
Kokkie: Ja, en als je niet oppast ga je het nog geloven ook. Moet je luisteren dit heb ik zelf gemaakt, het heet 'Lagewal en de Neet'. Dit zijn Engelse folkliederen voor arbeiders, van die harde muziek en dan gemixed met Gabber. Dat heb ik er overheen gesamd. Engelse John van hier uit huis (Blauwe Aanslag) doet dat ook altijd op onze feesten die hier georganiseerd worden.
Yolanda: Ik verheug me er al op om een avond naar jullie te mogen luisten.

Nu gaat Dâze (19 jaar) mij vertellen wat Gabbar is. Van hem moet ik Gabbar met een a schrijven.
Dâze: De Gabbar van nu stelt niks meer voor, die jonge pikkies van twaalf, dertien jaar die hun kop kaalscheren en in dure trainingspakken lopen en met van die bomberjacks, dat zijn Gabbars. Ik luister naar Haagse Old Style, muziek waarbij bijvoorbeeld Christenen zoiets hebben van: Nee, dat kan echt niet, dat is te erg. Het is nu geaccepteerd en dat is jammer, er is veel veranderd, het is nu zo'n happy te blij stijl.
Yolanda: Ik wist niet dat je dingen over elkaar heen kon zetten, dat het de mix is die de Gabber maakt tot wat het is.
Dâze: Ja, zo is Gabber ontstaan, je zit te pielen met twee platen.
Yolanda: Wat heb je voor apparatuur nodig.
Dâze: Een pc (computer), twee platenspelers, een sampler (apparaat om geluid over elkaar heen te kunnen zetten of om dingen te bewaren en in op te slaan), een mengpaneel, een beatcomputertje, en een soundblaster in je pc. Ik draai heel de dag Gabbar, het is een stijl, een hele levensstijl, hoe je denkt.
Yolanda: Hoe is die levensstijl?
Dâze: Je staat op, zet Gabbar aan, dan wordt je wakker, je blijft naar het zelfde luisteren, totdat je er genoeg van hebt of omdat je een nieuwe krijgt ??. Heel je leven draait erom. Je manier van denken bepaald hoe je bent, je bent diehard of niet, je bent Gabbar of je bent het niet.
Yolanda: Je bent anarchist of je bent het niet.
Dâze: Je hebt schijt aan instanties, schijt aan wouten (smeris), schijt aan degenen die de wouten geld geven. Gabbar is terreur, een doen-stijl. Harde base en een harde kijk naar de samenleving. Als Gabbar heb je tenminste iets om op terug te vallen. Het leven van een Gabbar is niet hard, het leven van de mensen die met een Gabbar leven is harder. Mensen kunnen zich niet in ons inleven, ze weten niet wat er in ons omgaat. Het is iets van de stad, GettoShit. Het is een protest. Fuck Mellow - this is hardcore from hell.
Yolanda: Ik schijf alles op hé, dat weet je van me, ik hou niet van censuur. Zo krijg je nooit een goede baan.
Dâze: Dat hebben we niet van tevoren afgesproken.
Yolanda: Ja, dan had je je maar niet moeten laten interviewen.
- Al lachend wist ie nog een aantal scheldpartijen over die klote maatschappij uit te kotsen. Toen heb ik, misschien wel voor het eerst van m'n leven het één en ander gecensureerd.
Dâze: Een Gabbar hoeft zich niet te schamen.

Dan nu het laatste interview met Ingrid de Pauw. Ze is 27 jaar en samen met haar heb ik gewerkt aan het project voor duurzaam bouwen "de waterspin". Een pittige vrouw die graag een discussie aangaat. Eerst leest ze de voorgaande interviews door en verteld vervolgens haar eigen verhaal over Gabbâh, want volgens haar moet je het zo schrijven.
Yolanda: Vertel jij eens iets over Gabbâh.
Ingrid: Wat wil je dat ik vertel?
Yolanda: Weet ik veel, vertel maar wat.
Ingrid: Een oase aan kale mannen, want daar val ik op.
Yolanda: Oh!
Ingrid: Ja, en verder is het lekker feesten, je kan helemaal van de wereld raken, ook zonder pillen. Het leuke is dat mensen om je heen zó leip doen, dat je gewoon lekker mee gaat doen. In heel m'n puberteit ben ik nooit lekker uit geweest. Altijd die stomme disco waar je mee moest doen en mooi moest zijn en moet voldoen aan hele strikte regels. En aan de ander kant had je de alternativo's, met van die laten-staan-muziek (hard core). Ik noemde dat zo, omdat het altijd het zelfde was. Altijd dezelfde dreun. Pas toen ik twintig was ontdekte ik techno underground, daar kan je op dansen zoals je wil, zonder blauwe pogoplekken. En je kan ook in je eentje dansen. Zonder lastig gevallen te worden door vervelende mannen.
Yolanda: Knepen ze in je kont?
Ingrid: Nee nog erger, zo van: "Zeg kom je uit Den Haag" - geslijm, of nee deze is nog erger: "Jij komt zeker niet uit Den Haag, anders had ik je wel gezien". Of ze komen steeds dichter naar je toe dansen. In een disco is het allemaal nog gênanter. Madonna vind ik een tof wijf.
Yolanda: Ik vind Blondie ook wel wat hebben.
Ingrid: Daar ben ik te jong voor. Het leuke van Gabbâh-feesten, is dat het niet om het versieren en of bewijzen gaat. Je kletst gezellig tegen elkaar, je loopt tegen elkaar aan te ouwehoeren, de barrière van het afstandelijke valt weg. Het is zo'n verademing dat mensen gewoon effe tegen je aan komen kletsen. Door de pillen worden mensen zo aardig en vriendelijk. Je gaat uit je dak. Gabbâh is wel moeilijke muziek hoor. Tweehonderd beats per minuut is voor mij te heavy. Ik vind het jammer dat ik niet Gabbâh kan dansen, ik zou het graag willen leren. Weet je, soms sta ik vier uur achter elkaar te dansen. Dat geeft zoveel energie, zo'n power, de muziek is fit en strak, je raakt in een trance. Ik sta echt te springen. Dan is er zo'n goede opbouw geweest, de zaal staat te kolken, mensen staan te gillen. De sfeer is ook a-seksueel, dat hebben we aan de vroegere Sjonnies en Anita's te danken, en niet aan de linkse scene, wat je eigenlijk zou verwachten. Nou ja, totdat de pillen uitgewerkt zijn, maar dan ben ik allang weg. In het begin vond ik de muziek niet mooi, nu ben ik aan de muziek gewend en vind ik het mooi. Ik ben deze stroming zo dankbaar. Eindelijk een sfeer waar je je zelf kan zijn. Iedereen zit aan de frisdrank.
Yolanda: Wat verwacht je van Appelscha.
Ingrid: Niks, ik hou niet zo van anarchisten, ik snap er weinig van en heb het idee dat het recht van de sterkste geldt. Ja zal maar in een rolstoel zitten in een anarchistische staat.
Yolanda: Zo zie ik het anarchisme niet.
Ingrid: Nee, ha, ha, dat weet ik ook wel, maar ik wil helemaal niet over anarchisme praten. Het leuke van anarchisme vind ik wel dat je net als bij Gabbâh je eigen gang mag gaan. Ik zou graag zo'n Australian trainingspak hebben, maar die vind ik te duur. Weet je wat ik leuk vind aan Gabbâh? Gabbâh meiden zijn stoer en dat vind ik leuk. Wij zijn geen trutjes meer, maar sterke meiden.


Jojo Mac Aspro

De bruisende oplossing in harde tijden.



Jojo Mac Aspro speelt ierse strijdliederen, roma ballades en eigen nummers. Er wordt gezongen over ales wat mensen bezig houdt: verloren liefdes, drank, politieke strijd en natuurlijk het weer.
140 bpm en nooit meer hoofdpijn.

Anja: zang en gitaar
Egbert: banjo en zang
Joost: slagwerk en zang
Renske: zang en fluit
Rik: bas en zang


Ondergronds tegen de metro (video)



Na jaren heen en weer gepraat besluit de Amsterdamse gemeenteraad eind jaren zestig om als onderdeel van een eerste metronet een lijn aan te leggen van het Centraal Station naar de Bijlmermeer: de zogenaamde 'Oostlijn'. 'De tijd van aarzelen is voorbij,' laat burgemeester Samkalden weten wanneer de eerste paal voor het project in 1970 wordt geslagen, en hij voegt er eufemistisch aan toe: 'Er is vertrouwen in de toekomst en dit is, na alle verwarring in onze samenleving, een kostbaar goed.' Maar de verwarring die al jaren duurde was nog lang niet voorbij, zo bleek. Over de anderhalve kilometer die de metro onder de grond moet afleggen, ontbrandt een geweldige strijd die het Amsterdamse kader bijna de kop kost. In 1973 wordt voor de zoveelste keer in de gemeenteraad voorgesteld om de aanbouw te stoppen - de aanleg wordt namelijk ook veel duurder dan gepland - maar ondanks tegenstemmen van de VVD en de Kabouters worden de afbraakplannen voor de Nieuwmarktbuurt door PvdA en CPN doorgeduwd. Want daar wringt de schoen: afbraak van de Nieuwmarktbuurt om de aanleg van de metrotunnels mogelijk te maken.
Wanneer op 24 maar 1975 een politiemacht de buurt in trekt om huizen te ontruimen, worden ze opgewacht door bewoners, actievoerders en relschoppers. Er wordt stevig geknokt. Twee weken later trommelt de politie nog veel meer ME'ers op (1100), wat tot nog fellere gevechten leidt, en een stortvloed aan klachten tegen het agressieve gedrag van de politie. Maar het onvermijdelijke gebeurt: de Nieuwmarktbuurt gaat plat. De eerste aflevering van de RVU-serie 'Schroeiplekken', over de rol van actievoerders in belangrijke historische gebeurtenissen, blikt terug naar de strijd om de Nieuwmarktbuurt. Na een inleiding in actievoerdersjargon - de sloperskogel is een 'beul', de Wibautstraat een 'ijskoude corridor van glas en staal' - doen Auke Bijlsma (woord- en aanvoerder), Rob Stolk (drukker) en Pieter Boersma (fotograaf) hun relaas. Waaruit nogmaals blijkt dat de inzet van het conflict rond de metro niet slechts de metro zelf was, maar ook de arrogantie van het Amsterdamse gemeentebestuur en in het bijzonder haar plannen om het centrum van Amsterdam om te toveren tot een modern zakencentrum. De actievoerders van toen relativeren het grimmige besluit van hun acties, en zijn tevreden met het resultaat dat ze behaalden. De tijd van het actievoeren is voor alle drie voorbij. Auke Bijlsma: ik zit nu zelf voor de PvdA in de gemeenteraad, en daar heeft niemand moeilijk over gedaan.' Rob Stolk: 'Het anarchisme was voor mij romantisch en enerverend, maar het kan op de lange duur niet zo'n kracht ontwikkelen dat er echt wat van komt.' Pieter Boersma: 'Ik had een gezin en na de strijd om de Nieuwmarktbuurt moest ik wat anders gaan doen. Het uitdragen van je mening moet je je kunnen permitteren.


De Vieze Gasten met:
DE KLACHT VAN DE ARMOEDE



Een klacht van de armoede, of een klacht over de armoede van de rijkdom.

'Meneer, weet u wat armoede is?' De vraag van het kind aan de gestrande woestijnreiziger doet een waterval losbarsten. Een zoektocht die overal heenleidt. Naar hier, dichtbij ons, naar verre landen en streken, dorre woestijnen, oorlog. Een zoektocht naar hèt antwoord dat niet te vinden is.
'Armoede? Daar zegt ge wat. Armoede? Of ik weet wat dat is? Dat is te zeggen, ge leest er wel eens over... Misschien is het... Nee, dat is te simpel. Of is het... Niet helemaal. Ik... Ik moet er eens over nadenken'.

Vuile Mong en zijn Vieze Gasten maken al jarenlang zeergewaardeerd theater op Appelscha. Zaterdagavond treden zij weer voor ons op.