Feminisme en mannenstrijd

Op deze pagina staan alle stukken die betrekking hebben op het thema feminisme en mannestrijd. Voor een algemene introductie klik hier. Door diverse mensen zijn de volgende artikelen ingestuurd:


ANARCHISTIES EN
FEMINISTIES BEWEGEND?
VERSLAG OVER EEN ENQUÊTE ONDER MEER OF MINDER ANARCHISTIESE MENSEN OVER EVENTUELE GESLACHTSGEBONDEN GEDRAGSVERSCHILLEN DIE BINNEN DE BEWEGING BELEMMEREND ZOUDEN KUNNEN WERKEN



INLEIDING
Een aantal vrouwen heeft de koppen eens bij elkaar gestoken omdat ze nieuwsgierig waren naar het antwoord op de vraag waarom er toch zo weinig blijverdjes zijn bij de vrouwen die hun neus in anarchistiese kringen vertonen. Het voornaamste dat we hebben gedaan is dat we een vrij simpele enquête het land ingestuurd hebben, om te kijken wat anderen van deze vraag vonden, en of er problemen zouden leven die veroorzaken dat er weinig blijverdjes zijn. De vragen hebben veel kritiek aan de oppervlakte gebracht, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat dit allemaal zeer polariserend gaat werken, want dan zou iedereen ineens een wegblijverd kunnen worden!
De vragen zijn vooral van Rymkes hand, en ook het bij elkaar harken van de resultaten heeft zij gedaan (dat ruwe materiaal is in te zien voor wie echt tureluurs willen worden), terwijl dit verslag vooral door Weia geschreven. Maar het geheel is uiteraard van ons alle vijf: Mikkie, Simone, Tieneke, Rymke en Weia.

DE MENSEN
De enquête is bij ruim 200 adressen in de bus gekomen (en door sommigen bijgekopieerd), en we hebben er 60 teruggekregen, waarvan er 2 niet verwerkbaar waren. Dat is, zoals dat heet, geen slechte respons. Slechts voor getalsmatige analyses is het een tamelijk gering aantal, maar zulk soort analyses waren we niet van plan. Bij de uitwerking zal weliswaar soms vermeld worden of iets vaak of juist zelden naar voren gebracht is, maar onze aandacht is vooral gegaan naar wat er allemaal voor verschillende meningen en ideeën leven, of ze ver uit elkaar liggen, kortom wat voor spectrum aan meningen er bestaat.
De groep die de enquête beantwoord heeft bestaat uit 37 vrouwen en 21 mannen. Speciale vermelding verdient misschien dat enkelen 'meisje' of 'jongen' een leukere aanduiding vinden dan 'vrouw' of 'man'. Verder wordt een keer opgemerkt: 'ik heb manlijke geslachtsdelen maar voel me geen man, en ook geen vrouw'. Tenslotte is er op onze vraag 'geslacht:' een keer als antwoord gegeven: neen.
We hebben de vragenlijst ook aan Jan en Alleman gestuurd, en zodoende moeten veel mannen het ding onder ogen hebben gehad. Dat de vragen toch door anderhalf keer meer vrouwen dan mannen beantwoord zijn is enigszins opvallend. Naar de meningen van de niet-antwoorders blijft het natuurlijk gissen.
In de uitwerking hebben we vrij vaak gesplitst naar vrouwen en mannen - bij dit speciale onderwerp leek dat wel geschikt. Wanneer opmerkingen uit de antwoorden aangehaald worden, staat er soms bij of het door een vrouw of een man naar voren gebracht is; je kunt daaraan testen of je dat toch al wist vanwege je grote kennis van het mensdom danwel, vanwege sterke vooroordelen.
De leeftijden van de beantwoordersters: bij de vrouwen loopt het van 17 jaar tot en met 80, bij de mannen van 19 tot en met 55 jaar. De verdeling lijkt zoals je die verwacht in een groep aktievelingen, weinigen heel jong, weinigen heel oud, de piek tussen 29 en 30 jaar.

DE BEWEEGLIJKHEID
De enquête begon met vragen over de betrokkenheid bij anarchisme en feminisme/vrouwenbeweging. Degenen die op beide vragen 'ja' antwoordden hebben we eerst bekeken (29 vrouwen en 16 mannen), daarna is gekeken of de anderen al dan niet afwijkend antwoordden, wat eigenlijk nooit duidelijk het geval was. Die 'anderen', dat zijn 8 vrouwen en 5 mannen. Bij al die mannen en de helft van de vrouwen gaat het om een beetje of geen betrokkenheid bij feminisme, bij de overige vrouwen gaat het om een beetje betrokkenheid bij anarchisme, en alle antwoordende mannen zijn bij anarchisme betrokken. Overigens zou het kunnen zijn dat bescheidenheid een rol speelt, dat geringe bekendheid met 'de' anarchistiese danwel feministiese literatuur leidt tot een voorzichtig antwoord.
In de vraag spraken we over 'feminisme/vrouwenbeweging', enkele vrouwen willen het nadrukkelijk 'vrouwenstrijd' noemen, een van de mannen 'anti-sexistische beweging'.
Een klein aantal keren wordt opgemerkt dat niet bij alles van anarchisme en feminisme betrokkenheid gevoeld wordt, maar dat zal waarschijnlijk bij iedereen zo zijn.
Uit antwoorden op andere algemene vragen over de aktiviteiten van de invullersters valt weinig op te maken; mensen zijn nogal aktief, hebben weinig tijd over om meer te organiseren, noemen ongeveer alles wat je maar verzinnen kunt als interessant, lezen heel wat anarchistiese of verwante bladen, en voor elk onderwerp daarin is er wel publiek.
²Een specifiekere vraag ging over of mensen wel eens naar anarchistiese vergaderingen gaan of gingen. Over het algemeen wordt er 'ja' geantwoord, een enkele keer met toevoegingen zoals 'ooit', 'vroeger', 'steeds minder'. Alleen bij de vrouwen komt het antwoord 'nee' wat meer voor (in totaal bij slechts 2 mannen, tegen 11 vrouwen), waarschijnlijk is de enquête door vrouwen uit wat ruimere kring beantwoord, of vrouwen houden gewoon minder van vergaderen. Meer mannen dan vrouwen geven aan dat ze ervaring hebben met LAS-vergaderingen. Een klein aantal zegt echter nooit van LaS of PL gehoord te hebben. Probleem bij deze vraag is dat de een het letterlijker opvat dan de ander, en dus pas ja zegt als het om een specifiek anarchistiese vergadering gaat, en niet om iets wat er tegenaan ligt en naar wens wel of niet anarchisties genoemd kan worden.
Bij de vraag of die anarchistiese vergaderingen bevallen of bevielen, blijkt het grootste deel van de antwoorden neer te komen op 'matig'. 'Goed' en 'slecht' scoren daarnaast beide ongeveer evenveel. Bij wat er dan bevalt blijkt uiteraard dat er vele redenen kunnen zijn om ergens naar toe te gaan, zoals: het opdoen van persoonlijke kontakten, interesse voor de anarchistiese zaak, grappige sfeer, kameraadschap, kontakt met min of meer gelijkgestemden. Degenen die tevreden zijn over hun (anarchistiese) kontakten hebben wel kritiek op van alles en nog wat, maar zij hebben vaak een keus gemaakt voor de groepen waarin ze zich wéll thuis voelen.
Er zijn natuurlijk ook veel oorzaken voor als iets niet bevalt. Voor een deel komen die dingen bij latere vragen volop aan de orde, een ander deel zijn zaken zoals: saai, taai, weinig voortgang in ideeën ontwikkeling, komt weinig uit, onpersoonlijk, te weinig vrolijk (zou dit over dezelfde dingen kunnen gaan die anderen juist noemen?), gebrek aan efficiëntie, de rook, de m/v verdeling (door sommige vrouwen én mannen genoemd), gebrek aan inhoud, te theoreties of juist te weinig praktijkgericht, te veel gericht op strijd tegen, te individualisties, geen leuke vergaderkultuur, vergaderen klinkt alsof je veel moet weten, teveel ver-van-me-bed, en het is makkelijker om anderen te vertellen hoe ze het anders moeten doen dan om naar jezelf te kijken. Ook worden dingen genoemd zoals onzekerheid, waarbij je je kunt afvragen of die onzekerheid speciaal in die vergadering de kop opsteekt of niet. Omgekeerd kan je je natuurlijk afvragen of anarchistiese vergaderingen niet juist de plek zouden moeten zijn waar onzekere mensen zich thuis kunnen voelen. Een paar genoemde hints: meer rondjes houden in vergaderingen, zodat iedereen makkelijk aan bod komt. En: grote vergaderingen alleen houden voor het regelen van praktiese zaken, voor inhoudelijke diskussies zijn kleine groepjes veel beter geschikt.
²Een andere vraag ging over bezoek aan de PL (pinksterlanddagen) in Appelscha. Velen zijn er wel geweest, maar ook nogal wat vrouwen niet. Van die vrouwen kondigen er weer heel wat aan dit jaar wel te gaan - sommigen hoorden door deze enquête voor het eerst van de PL.
We hebben gevraagd of de sfeer daar vrouwvriendelijk/feministies/niet-seksisties te noemen is. De meeste vrouwen zeggen over de vrouwvriendelijkheid 'ja én nee'. Ze geven een omschrijving van positieve en negatieve kanten van de PL. De meeste kritiek betreft vergaderingen en diskussies - tijdens het vrij rondlopen is de sfeer blijkbaar prettiger. Overigens valt het oordeel over of de PL feministies genoemd kunnen worden een stukje negatiever uit dan wat er over de vrouwvriendlijkheid gezegd wordt. De meningen van de mannen liggen niet anders verdeeld dan bij de vrouwen, met een keer de toevoeging: wel beter in vergelijking met de meeste andere plekken.
Enige kritiese en andere opmerkingen van verschillende vrouwen:
-Zonder het persoonlijke is het politieke niet politiek.
-Theoreties wordt feminisme wel serieus genomen maar in de praktijk valt het tegen.
-Naar aanleiding van een seksisties toneelstuk en de reakties daarop werd mij duidelijk hoe a-feministies de meeste anarchistiese mannen zijn, terwijl ze zich om racisme wel enorm druk maken.
-Het woord 'vrouwvriendelijk' zou ik nooit gebruiken; moet je met vrouwen anders omgaan dan?!
-Seksisties is een te zwaar woord voor de PL-sfeer. Ik zou zeggen: mensonvriendelijk, vooral veroorzaakt door mannen, wat vooral door vrouwen gevoeld/opgemerkt wordt.
-Ik ben bang dat er te veel nadruk ligt op wetenschappelijk/logies redeneren en op praten. Rond die dingen heb ik een minderwaardigheidsgevoel (aangepraat gekregen?!).
-Het enige waar ik last van heb is dat men denkt dat roken moet kunnen. De spreuk van Domela Nieuwenhuis zou eigenlijk een nieuwe variant moeten krijgen: denkende arbeiders verslaven zichzelf niet.
En enige opmerkingen van mannen: (sommigen zeggen trouwens dat ze over dit punt als man eigenlijk niet goed kunnen oordelen):
-De sfeer is niet echt feministies, daarvoor lopen er teveel mannige mannen op Appelscha rond.
-De laatste jaren is het een stuk beter omdat er ook thema's als diskussiekultuur en vrije liefde op het programma staan.
-Een ieder vindt zichzelf daar anti-seksisties, maar het feministies gehalte van de diskussies is erg laag; 'het persoonlijke is politiek' komt niet aan bod.
-De algemene sfeer vind ik vriendelijk, maar in diskussies gedragen mannen zich vaak als karikaturen van eigen stereotiep.
-Diskussies verlopen slecht en er heerst een vriendelijke doch lamlendige sfeer waar ik kriegelig van word. Tevens ontbreekt de wil tot echte theoretiese verdieping.
²De interessantheid van de thema's op de PL scoort goed, hoewel er ook nog heel wat is wat 'matig' of 'niks aan' gevonden wordt. Opmerkelijk vaak werden wederom dit soort dingen naar voren gebracht (zowel door vrouwen als door mannen):
-Ik mis het bomen over waar een anarchistiese samenleving (utopie) door gekenmerkt zou kunnen worden en hoe je die richting op gaat, nu al.
-Anarchisme-diskussies hebben de neiging op het theoretiese/filosofiese nivo te blijven hangen zonder een vertaalslag naar de praktijk.
-Ik mis bij de 'grote' onderwerpen een persoonlijke benadering. Bij doe-het-zelf onderwerpen (baanloosheid, vrije liefde, anarchasex) lukt dat beter.
-Leuk als het niet alleen gaat over de rol van de repressieve overheid, het kapitalisme of het imperialisme, maar ook over individuen.
-Ik mis vooral de uitbouw van het anarchisme, waarbij dat het hele leven moet omvatten.
-Persoonlijke onderwerpen zie ik graag, daar kan ik nog veel van leren.
De meningen kunnen uiteraard erg uiteenlopen:
-Door onder andere de anarchasex-groep heeft er toch een verschuivinkje plaatsgevonden.
-Anarcha-sex stoot me eerder af; laat elk mens vrij!

GROTE MONDIGHEID EN SFEER
We hebben de volgende vraag gesteld: Het valt ons op dat er op de PL in Appelscha en tijdens andere anarchistiese bijeenkomsten of vergaderingen relatief vaker mannen aan het woord zijn dan vrouwen - zie jij dat ook zo?
Misschien was het deze vraag die een groep deed besluiten om de enquête niet in te vullen wegens suggestiviteit van de vragen. Jammer! We hebben de vragen allemaal naar beste weten neutraal gesteld, ˜f we hebben, zoals bij deze vraag, een stelling neergezet met de vraag naar de mening van de beantwoorderster. Die kan vanzelfsprekend neerkomen op 'geheel mee oneens'. Suggestief zou zijn als je op meer of minder slinkse wijze een antwoord suggereert, of dat je, zoals zo vaak bij enquêtes het geval is, het idee krijgt dat de vragenstellers een geheime agenda hebben. Nou, die hebben we duidelijk niet, en dat wilden we bij deze vraag ook uitdrukken!
De meningen over de stelling zijn overigens zeer sterk onverdeeld, een bijna volmondig 'ja' dus: 49 keer ja, naast 4 keer iets anders (bij 5 enquêtes niets ingevuld of niet van toepassing). Lastig is wel om in te schatten wie er rekening houden met dat het aantal aanwezigen niet gelijkelijk over de geslachten verdeeld is. We hadden misschien nog nadrukkelijker op dat 'relatief veel' moeten wijzen, dat het gaat om of mannen in verhouding vaker aan het woord zijn, dus als er 5 keer zoveel zijn en ze 10 keer zoveel tijd innemen.
Een paar vrouwen geven aan dat ze er zelf geen last van hebben; ze nemen het woord toch wel. Een andere vrouw vindt dat het meer om de brutaalsten gaat, en daar zijn ook vrouwen bij. En iemand merkt op dat het niet om alle mannen gaat maar om een bepaald soort mannen; evenmin als vele vrouwen breken andere mannen daar niet doorheen.
Over of de scheve verdeling een probleem is zijn de meningen een tikje verdeelder, het wordt dus iets meer gekonstateerd dan dat het erg gevonden wordt: 31 vinden het een probleem, nog een paar komen met 'jammer', 'soms een probleem', en 7 vinden het geen probleem. Enkele andere gemaakte opmerkingen:
-Ach, zo gaat dat.
-Ik vind het geen probleem maar het is wel nodig er wat aan te doen, net als het chronies tekort aan gekleurde mensen.
-(En van een man:) Ik houd er niet van om voor ik het woord neem eerst te moeten nadenken wat mijn geslacht is.
Waar de scheve verdeling vandaan komt, dat is in zekere zin de centrale kwestie van de enquêtes. Daarom volgt hier een grote waslijst aan kritiekpunten, waarbij je moet bedenken dat opmerkingen door meer dan een persoon naar voren kunnen zijn gebracht. We hebben getracht enigszins gelijkaardige opmerkingen bij elkaar te zetten. Een deel van de opmerkingen ging over 'mannen', een ander deel over 'mannenkultuur', maar hier is alles verwoord als kultuurkritiek. Dus: welke gedragingen zijn het die gemiddeld (veel) meer door mannen dan door vrouwen worden vertoond? Hou je vast, hier komen ze, en doe er je voordeel mee!

VROUWEN OVER MANNEN EN VROUWEN
Door vrouwen genoemde gedragingen van (enkele of vele) mannen die de zaak (de anarchistiese beweging of kraak- en antifagroepen) scheeftrekken: ze hebben veel aandacht voor eigen ego, willen hun egootjes pushen, vinden zichzelf belangrijker dan anderen, luisteren slecht, willen hun ei kwijt, willen gelijk hebben, zijn best wel egocentries, letten niet goed op, mannen zijn vaak meer gemotiveerd om het voortouw te nemen, een door mannen gedomineerde groep werkt niet stimulerend naar vrouwen toe, de machokultuur houdt de ideeënontwikkeling op, verhindert groei van 'de beweging', laat anarchisme er onaantrekkelijk uitzien, mannen zouden zich bewust moeten worden van het gedetermineerde mannenbestaan waar ze onder lijden, de scene is misschien niet veel anders dan de maatschappij waarin we leven, ze doen graag stoer, hanig, ze kicken op heftige verhalen, verheerlijken geweld, doen druk, dominant, dik, en interessant, zijn vaak belezener en beter geïnformeerd, dissen bekende verhalen op, mannen zijn assertiever, mannen hebben dominante neigingen, grote muilen en een hardere stem, die horen ze graag, ze zijn onevenredig lang aan het woord, denken altijd gelijk te hebben, dus schreeuwen ze, in vergaderingen die bolstaan van abstrakte begrippen zijn mannen vrijwel altijd vaker aan het woord, zij willen alleen hun historiese & theoretiese kennis spuien/tentoonspreiden, ze zijn betweterig, ze willen liever monoloog dan diskussie, maken kommunikatie tot een strijd, zijn niet uit op samenwerken, ze berijden stokpaardjes(vooral oudere anarchisten en jongere non-conformistiese punks), verschansen zich achter ooit ingenomen stellingen, werken met de ellebogen, nemen graag de leiding, jagen status na, letten weinig op anderen, zijn te onpersoonlijk, formeel, afstandelijk, droog, te rationeel, zijn weinig aktief bezig met anti-seksisme, denken te snel dat ze niet seksisties zijn, tonen weinig vrolijkheid en spontaniteit, tonen hun gevoel niet, stellen zich te weinig kwetsbaar op, niet zorgzaam, maken geen echt kontakt, ze zijn niet aan te spreken op typies rolpatronengedrag, want hun zelfbeeld is anders, ze zijn dogmaties, veranderen niet snel, hebben weinig zelfkritiek, ze onderschatten feminisme, veel anarchisten worden meteen heel sjagrijnig als je het over feminisme hebt, ze erkennen de problemen van vrouwen niet, ze vinden vrouwengroepen maar bullshit (bull?), ze kunnen niet nadenken over hoe je met liefde, warmte en genegenheid om moet gaan, ze werken weinig aan de sfeer, nemen weinig kollektieve verantwoordelijkheid, ze zijn overtuigd dat zoals zij 't doen de enige goede manier is, kortom: ze zijn te ouderwets, en het zijn eikels.
Maar ook (enkele of vele) vrouwen hebben gedragingen die de zaak er niet beter op maken: macha-gedrag en andere uit de machokultuur overgenomen dingen, vrouwen doen wat passievig, doen te weinig hun mond open, denken dikwijls dat ze niets te melden hebben, hebben een fatalistiese houding, ze stellen zich afhankelijker op, nemen dus minder initiatief, vrouwen ondersteunen de scheefheid door zich in te schikken, vrouwen moeten nog leren zich te manifesteren, ze verloochenen soms zichzelf en haar gevoelens, laten zich opzij zetten, hebben te weinig lef, te weinig zelfvertrouwen, te weinig zelfspot, houden zich te veel op de vlakte, trekken zich te snel terug, beperken zich tot praktiese zaken, gedragen zich te veel als slachtoffer, proberen aardig gevonden te worden, cijferen zichzelf weg, kroppen hun woede teveel op, willen overal oplossingen voor zoeken, hebben altijd een schuldgevoel, blijven niet genoeg zichzelf, spreken te zacht, laten zich intimideren, zijn veel te bescheiden, veel te bedeesd, zijn doetjes, te veel gericht op mannen, te weinig assertief, laten mensen maar praten, proberen te weinig de afstandelijkheid te doorbreken, houden door te zwijgen de mythe in stand dat de praters het beter weten, zijn niet aktief en pittig genoeg, laten zich te veel op de kast jagen, zijn te aardig, hebben te veel oog voor kommunikatie, willen/durven zichzelf niet duidelijk positioneren, komen te weinig opdagen, alsof anarchisme niets voor vrouwen zou zijn, richten ook geen alternatief op.
Er worden ook gedragingen van vrouwen genoemd, waarvan je je kunt afvragen of er echt iets mis mee is, in de zin van dat het verwijtbaar is: onzekerheid, bescheidenheid, of soms alleen willen luisteren om je eigen mening te vormen, het gevoelsmatige belangrijk vinden, bijvoorbeeld eerst aan elkaar vragen hoe het met je gaat, zich niet makkelijk manifesteren, snel geïntimideerd worden, netjes op haar beurt wachten, minder konfronterende taal gebruiken, langer twijfelen of iets wel echt zo is.
³Bekende kritiek/richtingenstrijd onder feministes wordt ook hier soms geuit: ze gaan zich kleden en gedragen als jongens, dragen normen uit rond feministies en lesbies zijn, zijn gefixeerd op waar vrouwelijk bloot allemaal bij gebruikt wordt, dus bijna puriteins, sommige meisjes vinden dingen die zogenaamd tiepies vrouwelijk zijn, zoals een jurk, ook per definitie niet anarchisties.
Andere vrouwen wijzen niet naar het ene en/of het andere geslacht, maar naar beide tegelijk, of beschijven meer hoe het gaat: er wordt vaak slecht geluisterd naar elkaar, mannen worden vaak belangrijker gevonden, het lijkt vaak op een strijd om de meeste zendtijd, er moet ruimte zijn voor onzekerheid en twijfels, de kultuur waarin we leven beïnvloedt ons allemaal min of meer, ik vind dat er te veel mensen zijn die zichzelf te belangrijk vinden en graag horen praten, er wordt te rationeel gediskussieerd, er is weinig ruimte voor gevoelens en twijfels.
Weer andere opmerkingen lijken meer te betekenen dat er een patstelling is, of ze komen neer op fatalisme, of op nog iets anders: machismo en dergelijke zijn slechts met de ellebogen te doorbreken en omdat dat ook macho-achtig zou zijn, vermoed ik dat veel vrouwen gewoon geen zin hebben om in dat gedoe mee te gaan, of ze deinzen terug voor ruzie-achtigheid, het is ook aan vrouwen-luiheid te danken, geen zin in de knok om er tegenin te gaan, misschien nemen mannen sneller initiatief tot spreken en denken vrouwen langer na, willen die het zeker weten voor ze iets zeggen, gemiddeld gedijen vrouwen denk ik beter in een wat persoonlijker sfeer, als het echt gezelliger is zal er ook inhoudelijk beter gepraat worden, mannen zijn gewoon anders, het is niet anders dan bij niet-anarchisten, ik zie meer verschil tussen he en ho dan tussen vrouwen en mannen.
Een paar opmerkingen ter aanvulling:
-Wat ik soms zie is dat sommige mannen zich schuldig voelen, omdat mannen zo 'slecht' zijn. Alsof ik daar wat mee opschiet.
-Ik mis een wisselwerking tussen mannen en vrouwen. Vrouwen wijzen te veel met hun vingertje, en mannen praten er te weinig over.

MANNEN OVER MANNEN EN VROUWEN
De mannen (déze mannen die de enquête invulden) leveren een ongeveer even imposante lijst met kultuurkritiek. Waar hun opmerkingen gelijk zijn aan bovengenoemde opmerkingen van vrouwen, vermelden we ze niet.
Een paar aanvullende opmerkingen over gedragingen die de boel scheeftrekken, waarbij opvalt dat mannen soms nog iets scherpere bewoordingen kiezen over (andere) mannen: gevoelsarm, niet erg sociaal, egoïsties, arrogant, het zijn drammers, blaaskaken, diskussiemachines, ze zijn te konformisties, zijn dominant agressief, negatief, zwartgallig, komen met veel blabla, kiezen de gemakkelijkste weg, diskussiëren lijkt gelijk te staan aan konkurrentie, ze hechten waarde aan bonzen in de beweging, aan hiërarchie, doen aan clanvorming, verschuilen zich in groepjes, gebruiken intimiderende diskussietechnieken, houden liever 't eigen punt vast dan dat ze naar overeenkomsten zoeken, kijken niet of men naar ze wil luisteren, ze hebben het alleen over bier en akties, zijn te individualisties in de omgang, meer gericht op doe-dingen dan op mensen en relaties tussen mensen, leven zich niet in in specifieke problemen die vrouwen kunnen ondervinden, uit mannen komen te weinig kritiese geluiden ten aanzien van socialisatie, te veel mannen willen stoerheid plus onzorgvuldigheid uitstralen, door hun gedrag (roken, drinken, hard en intimiderend praten), door lomp uitziende klederdracht en door weinig interesse in elkaar, ze m--eten iets zeggen uit angst voor te weinig ego-bevestiging, leg jezelf eens een paar jaar onder de Antipatriarchale loep en hou gewoon eens je kop!
Ook over vrouwen komen er kanttekeningen, minstens als zij bijvoorbeeld ook tot dominant gedrag of iets dergelijks vervallen. De mannen hebben aanzienlijk minder over vrouwen te zeggen dan de vrouwen zelf! Bescheidenheid van de mannen? Desniettemin: vrouwen gaan konflikten uit de weg, sommige eisen dat alles een 'aardig/lief/vrouwelijk' kantje heeft, ze trekken zich terug in een vrouwenklubje en beklagen zich, hebben gebrek aan initiatief en daadkracht, laten zich te veel in een hoek zetten door interessantdoenerig mannig gepraat, net als het mannelijke konfliktzoeken is het vrouwelijke konflikt vermijden bron van frustraties, ze hebben te snel hun oordelen over seksisme klaar, of zijn weinig bereid daarover te praten, feministen lijden aan een gebrek aan relativisme.
Verder zijn er nog een beetje of wel heel erg gemakkelijk gezegde dingen: vrouwen zouden zich mondiger moeten opstellen, vrouwen laten zich nog teveel wegdrukken, laten zich imponeren, wanneer vrouwen om wat voor redenen dan ook minder hun mond open doen, moeten ze dat zelf weten en vindt men dat dit moet veranderen, doe dan voorstellen en wordt aktief.
Er zijn ook meer algemeen beschrijvende opmerkingen, waarbij er een nuance (?) verschil kan zijn met wat vrouwen naar voren brengen. Het gaat dan om opmerkingen over effici'ntie en dergelijke - iets waarvan vrouwen hoogst waarschijnlijk ook vinden dat er wat aan schort, maar wat ze in dit kader niet het eerste vinden om naar voren te brengen: onderwerpen zouden minder ver-van-je-bed moeten zijn en meer gerelateerd aan je eigen leven, nu vaak teveel vanuit boze buitenwereld, PL is steeds een eenmalig iets en daardoor vrijblijvend, gebrek aan struktuur geeft relatief meer ruimte aan macho's dus bij onze beweging wordt duidelijk hoe de verhoudingen liggen, het verschil met niet-A-sferen is te klein, thema's worden op een manlijke wijze besproken (hoog theorieties gehalte en een strijdachtige wijze van praten), de 'vermanneging' van de beweging staat de anarchisering van de beweging erg in de weg, de leukste mensen verdwijnen vaak het eerst waardoor het steeds erger wordt.
Een aparte kategorie vormen de opmerkingen die neerkomen op de schuld op zichzelf laden, of juist de problemen weg stoppen [ik kan het althans niet anders zien, w] achter algemene opmerkingen. De volgende opmerkingen vormen een soort spectrum: ik vind mezelf te mannelijk maar het lukt niet altijd om dat juk af te leggen, ik denk dat ik vrij goed mezelf kan zijn zonder een rollenpatroon over te nemen, mannen zijn doorgaans te weinig geëmancipeerd om de diskussie in een voor meer vrouwen interessante richting te duwen en vrouwen zijn te weinig geëmancipeerd om het af te dwingen, rolpatronen zijn een vorm van onvrijheid, van grenzen die mensen in hun individuele ontplooiing belemmeren, het is een probleem als de verschillen voortkomen uit (paternalistiese) vooroordelen, niet als het gaat om het onderkennen van specifieke eigenschappen van personen, ik wil niet als man door het leven gaan maar als mens, en zo wil ik ook met anderen omgaan, wat nodig is is het aanvaarden van verschillen, ik let nooit zo op verschillen, ik zie ze niet maar wel zie ik dat mensen hun eigen stokpaardje berijden, ik zie meer een verschil tussen mensen.

OP JE GEMAK?
Bovenstaande gaat heel specifiek over een deel van de dingen die de sfeer negatief kunnen beïnvloeden. Wat de sfeer positief beïnvloedt is dan natuurlijk het omgekeerde van de kritiekpunten, zoals, wat vaak genoemd werd, het tijd en ruimte voor iedereen laten, het zorgen voor openheid en respekt, een konsensus- in plaats van een konfliktmodel gebruiken. Al die omkeringen van de kritiek brengen we hier niet naar voren!
Bij onze vraag over het op gemak voelen in vergaderingen en diskussies bleken over het algemeen de verschillen tussen de vrouwen en de mannen die de enquêtes invulden gering. Er wordt maar zelden echt 'ja' gezegd, de hmms, somsen en vaaks zijn ruimschoots aanwezig. Dit is bij alle geslachten hetzelfde, waar je je weer door af kunt gaan vragen waarom het niet in een ommedraai allemaal in orde kan komen met de sfeer dan. Of zouden de grote bekken zo'n enquête helemaal niet invullen?
Na de vele kritiekpunten even wat andere opmerkingen:
-Ik zie in anarchokringen gemiddeld meer mensen die zich minder stereotiep gedragen en dus leuker zijn.
-De PL hebben veel positieve aspekten - ik hoop niet dat het onder de aandacht brengen van misstanden en konflikten deze misstanden en konflikten zo opblaast dat er een sfeer van haat en nijd ontstaat.
-Ik voel me meer op m'n gemak dan op andere bijeenkomsten.
-In anarchistiese kringen kom ik veel minder macho-gedrag tegen dan in de antifa-beweging.
Een nijdige uitwerking van dat laatste:
-In de kraak/aksiesien wordt vaak dogmaties gedacht, vind ik. Er heerst een stoerheids- en anti-burgerlijke kultuur. Akties moeten aan bepaalde normen voldoen, anders is het geen 'echt' verzet. En vervolgens togen we naar een konsert onder het genot van (veel) bier en supermarktchips uit aluminium zakken ('want bio is te duur en het zijn bovendien ekofascisten').

SEPERATISME?
Op de vraag of de term 'anarcafeminisme' je iets zegt, antwoorden velen 'ja', maar zie dan de volgende opmerkingen:
-Anarcafeminisme zegt me niets; is dit een typfout of is het hetzelfde als anarchafeminisme?
-Het woord blijkt niet in Kramers te staan!
Een historiese noot is dus misschien op haar plaats. Eind zeventiger jaren 'ontstond' er een stroming binnen het feminisme, waarin nadrukkelijk de link met anarchistiese organisatieprincipes (leidsterloze groepen, geen spokeswomen en andere kopstukken, en dergelijke) werd aangeduid door het voorvoegsel anarcho-, anarcha- of anarca/anarka-. Die drie sloegen op hetzelfde, of misschien moet ik zeggen: die vijf, want anarcho- en anarcha- werden ook op engelse wijze als anarko- en anarka- uitgesproken. Anarca/ka is het voorvoegsels dat, waarschijnlijk toevallig, het meest gebruikt werd, misschien ook wel omdat dat nadrukkelijk weer het minst leek op het traditionele anarch-?! De vrouwen zelf noemden zich soms kortweg de anarca's of anarka's.
²Vrouwen associ'ren (of weten) heel wat bij de term anarcafeminisme. Het is niet zo belangrijk om al die dingen hier op te sommen, alleen een paar krenten uit de pap:
-Anarcafeminisme is lekker! Het hele leven hoort bij het bouwen van een nieuwe wereld, dus ook het sociale, filosofiese, emotionele, estetiese. Anarcafeminisme gaat voor mij over het maken/worden van 'nieuwe' mensen, zodat een 'nieuwe' samenleving bereikbaarder wordt.
-Geen emancipatie maar kreatief en met lef seksisme, seksegerichtheid en dergelijke te lijf gaan.
-We noemden ons bewust geen anarchafeministen, maar anarkapotten. Die k vonden we radikaler klinken, en we verdiepten ons niet zozeer in het theoretiese anarchisme; de keus voor anarchisme was toen (begin jaren '80) vooral gevoelsmatig.
-Anarcafeminisme, leuk: de ideale mix van anarchisme en feminisme, politieke strijdbaarheid, gevoeligheid en met alle vormen van onderdrukking/onrecht bezig.
-Brekend met gewoontes.
Hiertegenover staan natuurlijk ook enige andere associaties en opmerkingen:
-Fanatisme.
-Vrij negatief eigenlijk. Het klinkt niet zo heel gezellig en wel erg strijdbaar, schreeuwerig, gewelddadig misschien. Wel een beetje raar eigenlijk want met de kombinatie anarchisme en feminisme is niks mis, maar dit woord vind ik niet leuk.
-Veel zure, bittere, dogmatiese types.
Mannen associ'ren bij de term anarcafeminisme:
-Veel diskussies over omgangsvormen, hiërarchie etcetera zijn in gang gezet vanuit de anarcafeministiese hoek. Blijkbaar ervaren veel mannen de huidige omgangsvormen niet als problematies (zij zorgen er wel voor dat zij aan het woord komen) en kijken niet verder dan hun neus lang is.
-Blije mensen die zin hebben in het leven en lekker hun eigen gang gaan.
-Gave, bevlogen, gezellige, warme, open, eigenwijze mensen (vooral vrouwen helaas) die ook erg bezig zijn met het uitdenken en alvast maken/dichterbij brengen van een dito wereld.
Met ertegenover:
-Lijkt op salon-anarchisme: vrijblijvend praten, zonder de daad bij het woord te voegen.
-Clanvorming.
-Ik geloof dat het tijd is om ons los te maken van feminisme of ander verzet tegen onderscheid door onderscheiding, er is gewoon alleen sprake van mensen die alle specifieke eigenschappen hebben, waarvan vrouw of man zijn er slechts een is.
We stelden de volgende vraag: Als je vaker iets (in en rond de Q-beweging) zou willen ondernemen, wil je dat dan alleen met vrouwen, alleen met mannen, of gemengd? Bij deze vraag geven we eens een keer een volledige telling:
Vrouwen (voor zover ingevuld):
alleen met vrouwen: 2
neig naar alleen met vrouwen (vaak met vrouwen): 4
met vrouwen, kinderen en mannen: 2
beide: zowel gemengd als alleen met vrouwen: 15
gemengd: 8
Opmerkingen:
-Een strikte scheiding schrikt me een beetje af.
-Gemengd zodra de mannen ook met antisexisme in zichzelf bezig zijn en daarnaar leven.
Mannen:
hangt van de mensen af: 1
het gaat mij om personen, niet de sekse: 3
gemengd, maar als het over mannenemancipatie gaat alleen met mannen: 4
gemengd, maar zonder macho's en macha's: 1
gemengd: 9
niet ingevuld: 3
Een viertal opmerkingen (waarvan drie van mannen):
-De beweging zou veel leuker en inspirerender kunnen zijn, en zo veel aantrekkelijker voor buitenstaanders.
-Eyfa, Aseed enzovoort zijn met konsensusmodellen bezig maar de anarchistiese beweging niet.
-Typiese mannengroepen gaan zich of schuldig zitten voelen of stoer doen.
-Anarcafeminisme zie ik als complement van de 'grote' hoofdstroom, niet als een eigen 'winkeltje'.
Voorgaande gaat over wat mensen zelf willen. We hadden ook een algemere vraag over of het een goeie zaak gevonden wordt als vrouwen binnen het anarchisme de koppen bij elkaar zouden steken. Daarop werd vrijwel unaniem, 42 keer namelijk, 'ja' geantwoord, naast enige misschiens, geenmenings en slechts 3 maal 'nee' (inderdaad, uitsluitend door mannen). Waarin zit het verschil tussen die twee vragen en hun antwoorden? Misschien dit: bij degenen die ja zeiden gaat het van 'kan nooit kwaad' tot zeer entoesiaste kreten, en wellicht zijn alleen die laatsten het die zelf (soms/vaak?) seperatisties aan de slag willen met van alles en nog wat.
Nog meer opmerkingen van vrouwen over het waarom van vrouwenaktiviteiten:
-Het is goed voor de vrouwen, goed voor het feminisme en goed voor het anarchisme, dus ook goed voor mannen - maar die moeten zelf ook hard aan de slag!
-Zijn de mannen nu niet eens aan de beurt?
-Omdat er nog veel te veranderen valt.
-Kijken of dat leuker gaat, of er meer uitkomt en of vrouwen dan wel komen!
-Niet als doel maar als middel.
-Om de anarchistiese beweging een schop onder de mannige kont te geven en veel pret met elkaar te maken, om zo meer vrouwen bij het anarchisme te betrekken, en wie weet straalt dat ook over op de gehele beweging.
-Om de haantjes eens even hun kop te laten houden!
En opmerkingen van de mannen:
-Mannen moeten ook koppen bij elkaar steken om te kijken hoe de beweging gezelliger kan worden.
-Juist binnen de anarchistiese beweging zou je van mannen verwachten dat ze ook bewust met machtsverschillen omgaan en zichzelf ter diskussie stellen.
-Kwa inbreng van vrouwen heeft de burgerlijke maatschappij de anarchistiese beweging inmiddels ingehaald. Dat mag toch niet.
-Lijkt me goed als mannen dat ook eens zouden doen, maar dan wel omdat ze inzien dat bevrijding van het patriarchaat ook een bevrijding voor hun en ons is en niet slechts het inleveren van privileges voor het goede humeur van een aantal vrouwen in je omgeving!
-Ik denk dat de vrouwen de boel wel weer helder kunnen maken; ik weet niet wat mannen tot chaoten maakt.

KONKLUSIES, AANBEVELINGEN, VRAGEN, STELLINGEN
Het is duidelijk dat er bij deze enquête voldoende los gekomen is om vele diskussiestellingen van te maken. We geven er zelf maar een paar.
Bij al die genoemde verschillen tussen de gemiddelde mannenkultuur en de gemiddelde vrouwenkultuur kan je je afvragen wat een kwestie van smaak is. Is er met de buitenlanditis en ver-van-me-bed onderwerpen iets mis, of is het alleen mis als daarin gehangen blijft worden?
Stelling: er is verschil in hoeveel aandacht mannen en vrouwen geven aan het maken van de sfeer.
Stelling: in de anarchistiese beweging kunnen de omgangsvormen gewoon zijn die noodzakelijk óf gewenst zijn in een geheel anarchistiese samenleving. De lijst kritiekpunten biedt genoeg aandachtspunten om daar dichterbij te komen.
Met de mannen die de enquête invulden lijkt het grotendeels uitstekend kersen eten. De vraag is wat je moet met de andere mannen. Zoiets doen als die bij, meen ik, basisdemokratie voorgestelde gebarentaal om aan te geven dat iemand eens de bek moet gaan houden? Veel vrouwen en een deel van de mannen weten niet hoe ze de dominante types moeten keren zónder zelf de ellebogen te gaan gebruiken.
Nog wel iets over dat kersen eten. De vrouwen die de enquête beantwoordden zijn vanzelfsprekend allerlei meningen toegedaan, toch komen dingen die neerkomen op zoiets als 'we moeten het samen doen' of 'we zijn allemaal mensen' aanzienlijker vaker uit de mannenhoek. Zou bij een vergelijkbare enquête over racisme ook vaak gezegd worden dat 'we' het samen doen?
Tot slot een paar algemene opmerkingen, wensen en wat dies meer zij uit de enquêtes, om een paar beantwoordersters (drie vrouwen en een man) het laatste woord te geven.
-Ik vond het leuk om mijn gedachtes hieromtrent eens wat konkreter te maken
-Meer zon! Snappie?!
-Ik ben in tweestrijd. Enerzijds wil ik geen onderscheid maken tussen vrouw & man. Als ik dat namelijk zou doen ben ik ook sexisties bezig. Anderzijds: in deze maatschappij wordt wel onderscheid gemaakt. Om het te veranderen moeten mannen en vrouwen op verschillende manier veranderen.
-Macho's hebben een klein hart. Ze zeggen dat ze veel durven, maar ik geloof er niks van.


Seksisme binnen de autonome beweging



Grotebekkencultuur schrikt vrouwen af

Deze zomer verschijnt bij uitgeverij Ravijn het boek Eikels kraken van Judith Metz. Het boek is het resultaat van een onderzoek naar de omgangsvormen en vrouw/man-verhoudingen in de autonome beweging. Het doel van het boek is het leven in de beweging te beschrijven om aan de hand hiervan een discussie over seksisme en de omgangsvormen in de autonome beweging te voeren om uiteindelijk de beweging leefbaarder te maken. In het kader van de discussie over de vrouw(on)vriendelijkheid van de anarchistische beweging in Appelscha, volgt hier vast een voorpublicatie uit het boek. In dit gedeelte wordt ingegaan op de problemen die veel vrouwen hebben met de grotebekkencultuur in de beweging. Dit neemt niet weg dat er ook mannen zijn die veel problemen hebben met de grote bekken en er vrouwen zijn die iedereen overschreeuwen. In het algemeen echter zijn er in de beweging veel meer mannen dan vrouwen actief, en een van de redenen voor de afwezigheid van vrouwen is die grotebekkencultuur.

door Judith Metz
Grote delen van de beweging kenmerken zich door een sfeer waarin de grotebekkencultuur centraal staat. Er is sprake van een hiërarchische situatie waarin mensen met de grootste bek de dienst uit maken.
"De vergadering wordt gedomineerd door die mannen met een grote bek. Zij zijn best wel aardig als je gewoon met ze praat. Het nadeel is dat zij alleen belangrijk zijn en dat allerlei andere mensen niet aan het woord komen." Laurie
De sfeer in de groepen is kil, gesloten en negatief. Er wordt op een oppervlakkige en aanvallende manier met elkaar omgegaan. De deelnemersters katten elkaar af waarbij loltrappen centraal staat, ook als deelnemersters zich niet goed voelen. Er is privé weinig morele steun voor mensen waar het niet goed mee gaat. Fysieke zorg, zoals geven van geld, eten en onderdak, kinderopvang, en het lenen van auto's is daarentegen wel geregeld. Moniek noemt het sfeertje hard:
"Soms vind ik dat het te veel uit gaat dat je lol hebt en je altijd maar goed voelt. Als je je echt klote voelt, dan is daar heel weinig plek voor, dat kan je heel moeilijk bij ze kwijt of eigenlijk niet bij ze kwijt. Bij een vrouwengroep heb je aan het begin altijd een rondje van hoe je je voelt enzo, dat zou je in de kroeg best wel kunnen doen, maar daar is heel weinig plek voor. Als je aan de bar zit en je zit na te borrelen, op een gegeven moment na een paar borreltjes durven de jongens ook wel over hun gevoelens te praten en krijg je dat soort gesprekken wel. Maar overdag is het loltrappen en werken en kan je niet in een hoekje gaan zitten. Het zou beter zijn als de mensen er iets meer voor elkaar zijn, meer elkaar op emotioneel vlak helpen. Iedereen helpt elkaar, als iemand een babysitter voor zijn kind nodig heeft, dan kan dat zo en als ze mijn auto nodig hebben dan kan dat zo, op dat vlak zorgen we best wel voor elkaar. Als jij bij iemand rond etenstijd langs komt, dan blijf je gewoon eten en iemand kan bij jou komen eten en je ziet elkaar veel en je deelt veel met elkaar, dus dat is wel goed".
Alleen als mannen persoonlijke problemen hebben, worden vrouwen volwaardige gesprekspartners. Mannen storten hun hart bij vrouwen uit en verwachten van vrouwen dat zij hun helpen bij het oplossen van hun problemen. Volgens Sofie "komen mannen met hun persoonlijke problemen sneller bij vrouwen uithuilen, omdat met die mannen niet te praten valt."
De grote bek wordt door deelnemersters gebruikt om hun omgeving te domineren. Daardoor ontstaat er een hanengevecht in de groepen, waarbij degene met de grootste bek uiteindelijk wint. Sommige dominante personen, met name mannen die lang actief zijn en veel ervaring hebben, zijn in staat om de sfeer in de groep volledig te verzieken. Ellen vindt "dat het eigenlijk een klein groepje mensen is die heel bepalend is voor de sfeer. Door hun houding of hun manier van voorstellen doordrukken hebben zij een hele agressieve sfeer om zich heen."
In de beweging wordt heel veel alcohol gebruikt. Als gevolg daarvan wordt de harde sfeer nog veel extremer. Sofie vindt het opvallend dat "als mannen meer drinken, het nog moeilijker is om door heen te breken. Ik vind alcohol niet bevorderlijk voor zo'n situatie, wel meer gesprekken, maar niet de gesprekken die ik wil en ik weet dat die nog moeilijker te bereiken zijn. Grote verhalen de hele tijd maar echt niet naar jou luisteren."
Kraakgroepen, gemengde scenekroegen en AFA staan bekend als de meest radicale en harde delen van de beweging waarin de machocultuur hoogtij viert.

Vrouwelijke en mannelijke omgangsvormen

Herkenning en betrokkenheid
Er bestaat een verschil tussen vrouwelijke en mannelijke omgangsvormen in de beweging. Vrouwen gaan persoonlijker dan mannen met mensen om, met als resultaat dat ze meer rekening houden met elkaars zwakke plekken. Vrouwen vinden het makkelijker om tegen vrouwen dan tegenover mannen open te zijn en te zeggen wat ze vinden. Ellen vindt het heel frustrerend dat "als je probeert iets heel duidelijk uit te leggen, mannen het gewoon niet begrijpen. Dat het niet goed wordt aangevoeld, terwijl als je het met vrouwen bespreekt er gereageerd wordt van inderdaad, herkenning".
Bij vrouwen onderling is er meer sprake van diepgaande gesprekken en warmte dan bij mannen onderling. Vrouwen geven elkaar in plaats van alleen fysieke ondersteuning ook emotionele steun. Onderlinge herkenning in denken en voelen speelt daarbij een belangrijke rol. Op basis van hun `als vrouw actief zijn' hebben vrouwen veel gemeenschappelijk. Moniek heeft, als ze aan een bepaalde vrouw denkt, "inderdaad dan ga je toch sneller even zitten babbelen, dat doe je met mannen ook wel maar dan praat je over andere dingen; over huizen die verbouwd moeten worden en over kraken".

Communicatie
Mannen bluffen sneller in hun taal dan vrouwen. Zelfs als mannen onzeker zijn of iets nog nooit gedaan hebben zeggen ze `dat ze het goed kunnen'. Op die wijze stralen mannen vertrouwen uit. Vrouwen laten daarentegen meer onzekerheid in hun taal doorklinken. Zelfs als ze veel ervaring hebben, zeggen vrouwen `dat ze het zullen proberen' of `dat ze denken dat ze het wel kunnen doen'. De twijfel die doorklinkt in uitspraken van vrouwen doet mannen denken dat vrouwen ongeschikt zijn, terwijl ze aangeven dat ze wel geschikt zijn. De stellige uitspraken van mannen worden door vrouwen geïnterpreteerd alsof degenen uitermate geschikt zijn terwijl mannen zelf daar niet van overtuigd zijn. Volgens Sofie "heeft het te maken met een bepaalde manier van spreken, mannen praten langer achter elkaar en er zitten er minder vraagtekens in hun opmerkingen. Bij vrouwen is het vaker wel dat ze onzekerheid ook in hun opmerking een plaats gunnen. En mannen doen dat niet, dus mannen worden daarin serieuzer genomen dan vrouwen, die al meer twijfel in de opmerking toelaten, alhoewel dat niks zegt over de inhoud van de opmerking.

Mannennetwerk
Dat wordt nog erger doordat mannen taken die leuk zijn of aanzien verhogend zijn automatisch naar elkaar toeschuiven. Laurie herinnerde zich "een keer dat een man en ik allebei iets wilden gaan doen en dat die man dat toen ging doen." Er wordt niet aan gedacht dat vrouwen dat misschien ook wel zouden kunnen en willen doen. Daarnaast houden mannen elkaar de hand boven het hoofd als er kritiek op een man wordt geleverd.
"Ik denk gewoon dat als dat standaard assertief kroegvolk seksistisch is, de meeste stevige mannelijke drinkers zijn ook seksistisch, dat ze dan als vriendjespolitiek ook de leuke kanten van die personen kennen en ze het niet zo serieus nemen of zeggen ze doen het toch tegen iedereen. Maar ik vind dat een absurd excuus." Layla.
Mannen kunnen belangrijke posities innemen en behouden doordat mannen elkaar indirect ondersteunen.

Buitensluiten van vrouwen
Behalve dat mannen elkaar ondersteunen, worden vrouwen veel minder snel dan mannen serieus genomen. Veel bijdragen en meningen van vrouwen worden genegeerd als ze niet goed aansluiten bij het dominante standpunt. Zelfs door vrouwen uitgesproken veto's worden vaak niet gehoord. "Dan was er in de groep zoiets als vetorecht, nou ik heb drie keer heel hard nee gezegd, maar daar is gewoon overheen gepraat. Uiteindelijk zei een andere vrouw nee is nee. Zij was de enige die dat zei". Vrouwen worden afgekat als ze het ergens niet mee eens zijn. Op die manier worden vrouwen ontmoedigd om hun mening te uiten en aan hun standpunt vast te houden.
Ook worden vrouwen door opmerkingen buiten spel gezet. Bijvoorbeeld door de vraag of de betreffende vrouw er wel goed over nagedacht heeft. De vraag wekt de indruk dat de vrouw snel en onkundig een oordeel velt met als resultaat dat ze niet serieus genomen wordt omdat ze niet deskundig is. Ellen dacht "dat hij het idee had dat ik niet goed genoeg had gekeken naar alle aspecten die aan het hele plan en voorstel zaten. Van wat er nou de bedoeling mee was en wat de functie was. Ik denk ook dat hij bedoelde, al vrij snel na het begin trok je een conclusie en daarna stond je niet meer open om eventueel van mening te veranderen, om er sowieso nog verder naar te kijken." Maar Ellen vindt dat ze de goede conclusie had getrokken.
Daarnaast maken mannen misbruik van het conflictvermijdende gedrag van veel vrouwen om hun zin door te drijven. Als mannen hun zin niet krijgen, worden ze boos en dreigt er een conflict in een groep te ontstaan. Vaak spelen vrouwen een bemiddelende rol in conflicten en hebben ze zelf absoluut geen zin om aanleiding van een conflict te zijn. Resultaat daarvan is dat sommige vrouwen mannen hun zin geven.
"Tenminste, wat doe je dan, op een gegeven moment leg je je erbij neer of je stopt ermee of je gaat heel erg ruzie maken. En ik had geen zin om ermee te stoppen en ik had geen zin in hele erge ruzie, dus dan leg je je erbij neer". Moniek
Ook gebeurt het regelmatig dat een man met een voorstel komt dat eerder door een vrouw is gedaan. Plotseling is het een goed idee en wordt er energie, tijd en geld voor vrij gemaakt. Bovendien krijgt die man waardering voor zijn voorstel. Moniek: "Zo zijn er een heleboel dingen van dat ik altijd heb gezegd dat er een taakverdeling moest komen, dat iedereen zijn eigen taak moest hebben. Nou, uiteindelijk vond iedereen dat eigenlijk ook wel. Toen ik het zei werd er nooit naar geluisterd en alle ideeën die ik had, over een tijd komt de rest tot de ontdekking dat het waar is. En daar zal je nooit erkenning voor krijgen en er wordt nooit naar je geluisterd".

Vrouwen en grotebekkencultuur

Niet serieus nemen
Vrouwen worden in de beweging alleen serieus genomen als ze gebruik maken van de grote bek. Als ze dat niet doen, omdat ze het niet willen, niet durven of niet kunnen, worden zij niet serieus genomen. Moniek "had het op hun manier moeten doen en dat is gewoon een grote bek op zetten en van: ik vind dat het zo gebeurt en dan gebeurt het zo. Als ik dat vanaf het begin had gedaan dan had iedereen dat nog gepikt ook, dat weet ik wel zeker. Alleen is dat mijn stijl niet. Want ik heb zoiets van je bent de beweging en je bent een groep en ik vind iedereens mening dan even belangrijk. En dan lopen natuurlijk ondertussen allemaal andere mensen over je heen die dat dus wel doen".

Gevolgen voor vrouwen
Vrouwen die de grotebekkencultuur ter discussie durven te stellen, worden uitgekotst. Veel vrouwen zwijgen daarom bij voorbaat, zoals Moniek. "En toen had ik zoiets, er wordt toch niet naar mij geluisterd, dus heb ik niet gezegd dat ik het er niet mee eens ben."
Een ander gevolg van de grotebekkencultuur is dat veel vrouwen immuun voor hard taalgebruik geworden zijn. Soms zelfs zo sterk dat ze schrikken als iemand een positieve opmerking tegen hun maakt. Een vrouw van buiten de beweging zei tegen Moniek: "Jee geweldig, leuk, goed georganiseerd. Dan krimp ik gewoon in elkaar van he, kan er iemand positief tegen mij zijn, kan iemand zeggen dat ik iets goed doe. Het enige wat er tegen mij gezegd is sinds ik in de kroeg werk, is dat ik dingen niet goed doe. Iedereen heeft alleen maar negatieve kritiek op iedereen. Bij alles wat je doet is er iemand die daar wat over te zeiken heeft. Er zal nooit iemand zeggen leuk dat je dat doet, of leuk dat je dat gedaan hebt". Moniek merkt dat ze "sterker naar vrouwen toe trekt en dat ik het leuk vind om met een vrouw samen te gaan wonen. Door al dat gedoe is mijn vertrouwen in mannen gekwetst. Dat heb ik af en toe gewoon. Want in principe ben ik iemand die liever met mannen optrekt, die zich beter thuis voelt in mannengroepen dan in vrouwengroepen. Maar als dat soort dingen gebeuren, dan kom ik weer terug bij vrouwen".

Mannen en grote bekken
Er zijn overigens mannen in de beweging die zich ook als slachtoffer van de grotebekkencultuur beschouwen. Een aantal van hen ervaart het alsof ze wel mee moeten doen met de machocultuur omdat ze anders ook niet serieus genomen worden. Sofie vindt echter dat ze niet moeten zeuren: "Goed er zijn misschien wel mannen die op bepaalde punten tegen mij zeggen, ik moet ook een machorol aannemen om in deze beweging te kunnen functioneren. Maar daar heb ik dus iets op tegen omdat het een klein offertje is wat je doet, vrouwen zitten altijd aan de verkeerde kant. Als vrouwen een stereotype opnemen, voelen ze zich beroerd, als zij zich ertegen verzetten worden ze uitgekotst".

Dilemma's voor vrouwen
In veel groepen is het omgaan met mensen soms asociaal. De idealen zijn sociaal maar de meeste deelnemersters hebben er moeite mee om ze in hun eigen leven in de praktijk te brengen. Volgens Sarah "worden er heel veel goede dingen door de beweging gedaan, maar het menselijk gedrag is ver onder nul." Voor vrouwen leidt dat tot een dilemma. Kiezen ze voor de gemengde harde extern gerichte strijd of kiezen ze voor anti-seksisme strijd in de beweging zelf. Die keuze wordt bemoeilijkt door onderlinge verschillen tussen vrouwen.
Daarnaast voelen veel vrouwen dat er druk op hen wordt uitgeoefend om zich aan te passen aan de grotebekkencultuur. Toch proberen vrouwen zichzelf te blijven, zij laten zich hun persoonlijkheid niet afnemen. Sommigen stellen zich expliciet anti-macha op omdat ze niet aan de grotebekkencultuur willen bijdragen. Zoals Sofie: "Zuiver als ik er naar kijk en puur rationeel, dan wil ik helemaal niet macho zijn. Ik heb helemaal geen zin om te vechten voor wat dan ook, ik wil wel me best voor dingen gaan doen, maar niet om in het cultuurtje mee te gaan doen, macho te gaan doen." Enkele vrouwen gaan zich juist macha gedragen om wel serieus genomen te worden.

Macht van vrouwen
Vanuit hun socialisatie als vrouw, zijn ook vrouwen uit de beweging gewend om zichzelf weg te cijferen. Socialisatie is moeilijk te doorbreken omdat die van generatie op generatie is doorgegeven.
"Iets accepteren kan ook zijn als je er helemaal achter staat, maar ik denk dat er veel vrouwen zich aanpassen terwijl ze heel diep, in de kern dat eigenlijk niet zouden willen, maar dat eigenlijk niet weten van zichzelf. Volgens mij bereik je de kern nooit meer, dat is in de geschiedenis zo gegroeid, van moeder op dochter doorgegeven." Sarah.
Het gebeurt regelmatig dat vrouwen anderen hun zin geven, ook als vrouwen zelf het absoluut niet zien zitten.
Vrouwen zijn zich wel bewust van onderlinge machtsrelaties, die vooral tot uiting komen als er mannen in het spel zijn. Volgens Layla moeten we een keer zo ver komen dat we niet alleen naar mannen kijken, "maar ook naar ons zelf. Er is soms ook best veel afgunst tussen vrouwen vind ik, jaloersiteit als mannen in het spel komen. Zoals sommige reacties, het vriendje van een vriendin slaapt met een meisje en dus deugt het meisje niet. Terwijl jouw vriendje ook vreemdgaat, dat is niet alleen de schuld van het meisje. Zij kan rekening met jou houden, maar het is jouw vent die vreemdgaat. Dat soort dingen vind ik erg belangrijk, hoe vrouwen tegenover elkaar staan. Als er een man in het spel komt, is onze solidariteit op eens ver te zoeken".

Voorpublicatie uit het boek Eikels kraken; omgangsvormen en seksisme binnen de autonome beweging van Judith Metz, Uitgeverij Ravijn, verschijnt zomer 1997.

De autonome beweging, ook wel links-radikale of aktiebeweging genoemd, is nauw verwant aan de anarchistische beweging maar valt er niet mee samen. De autonome beweging is meer op strijd en op vormgeving van het eigen leven en minder op theorievorming gericht.
Judith Metz heeft voor dit onderzoek acht vrouwen uit heel het land geïnterviewd. De interviews vonden plaats in 1996.


Het persoonlijke voorbij



Deze lezing werd in november 1996 gehouden te Gent in België , tijdens een info-avond in een anarchisties kafee over anarchisme, feminisme en de transformatie van het persoonlijk-relationele. Reacties kunnen via e-mail naar cica@worldnet.fr. Het artikel werd eerder gepubliceerd in De Nar, vlaams anarchisties tijdschrift, nummer 126.

Voorwoord
Alvorens in te gaan op de konkrete thematieken en vraagstukken van deze infokeuken, wil ik een kader scheppen waarbinnen deze vraagstukken voor mij een plaats krijgen. Het gaat duidelijk om een anarchisties anti-autoritair kader. Daarmee wil ik in eerste instantie bedoelen dat het gaat om een politieke benadering van een aantal persoonlijk-sociale vraagstukken. Vraagstukken die vragen om een politiek antwoord, ook al kan het om zeer persoonlijke problemen gaan zoals seksualiteit, seksuele orientering en identeit of jaloersheid. Het projekt "Het persoonlijke voorbij" dat in eerste instantie een publikatieprojekt is, is daarom ook een politiek projekt. Het gaat om een poging om de persoonlijke/relationele sfeer te analyseren en transformeren volgens kritiese politieke kriteria. Ik wil absoluut vermijden dat dit genre vraagstukken op een louter persoonlijke, terapeutiese manier wordt behandeld zonder rekening te houden met de sociale, ekonomiese en politieke determinanten van de huidige leefvormen en de sociale, ekonomiese en politieke funkties die deze leefmodellen hebben.
Niks esoteries, apolitieks of louter individueel-terapeuties!

"Les amantes passionees de la culture de soi-meme"
In navolging van Roger Dadoun, een franse anarchistiese psychanalist, zou ik even willen ingaan op de notie van een anarchistiese kultuur. Traditioneel en nog steeds associeert men het anarchisme met een politieke stroming die het vooral heeft over openbare en sociale strukturen of entiteiten zoals kerk, staat, kapitalistiese klassenenkonomie, fascisme en meer recentelijke ekologiese vernielingsmechanismen. Anarchisme is vaak een kritiese anti-autoritaire aksie en reaksie tegen de verschillende mechanismen die het dagdagelijkse leven modelleren, normeren en onvrij maken. Anarchisme is vaak een strijd en aksie tegen die eksterne mechanismen die ons onvrij maken - de meest grijpbare zijn de autoritaire onderwijs- en arbeidsverhoudingen, een sterke staat met haar repressief apparaat, de diktatuur van het ekonomiese als levensdimensie... Ik ben het eens met de noodzakelijkheid en krucialiteit van deze openbare strijdvormen en wens deze enkel te verrijken met mijn eigen benadering. Te vaak, inderdaad, is het anarchisme (zoals ik het heb leren kennen) beperkt gebleven tot een strijd ten eerste tegen externe mechanismen, ten tweede tegen openbare mechanismen. Iedereen kan zich het klisjee voorstellen van de anarchistiese man (!) die hard schreeuwt en strijd tegen de flikken en de kapitalisten maar die eenmaal thuisgekomen zijn Nar neemt, joint opsteekt en wacht tot zijn lief gekookt heeft. En die daarna, want hij heeft toch zin in een verzetje, zijn lief al dan niet subtiel dwingt tot seks, of ergens anders zijn plezier gaat vinden (want hij is voor de vrije liefde...).
Ik hoop dat ik overdrijf maar wil hiermee enkel aanduiden welke sterke grens er bestaan kan tussen een politieke attitude tav persoonlijke machtsmechanismen.
Ik zou zo zeggen dat sinds de jaren 70 een aantal dingen veranderd zijn tav het open bare en het persoonlijke: de ekologiese beweging heeft de link gelegd tussen individuele gedragsgewoontes en de gevolgen ervan op het globale vlak; de dierenbevrijdingsbeweging legt het verband tussen individueel komsuptiegedrag en speciesistiese machtsmechanismen; de potten- en flikkerbeweging heeft seksuele orientatie geproblematiseerd en geliberaliseerd; de feministiese beweging heeft onder andere de gehele persoonlijke sfeer geproblematiseerd als zijnde patriarchaal. Eindelijk!
Op deze manier kan het anarchisme als politieke stroming en strijd waarlijk een totale strijd zijn die niet louter ekonomies, politiek (in de enge zin) of openbaar is maar ook persoonlijk, seksueel en psychies. Of om terug te komen op Roger Dadoun

"De fundamentele wens van elke libertair: dat de mens zich kan ontplooien zowel als individueel subjekt dat het maximum haalt uit zijn onherleidbare singulariteit, als als sociaal wezen dat het geheel van zijn socio-politieke kompetenties uitoefent."

Anarchisme als bevrijding op individueel vlak - de verwezenlijking van de menselijke mogelijkheden, de totale ontplooiing als mens, en anarchisme als bevrijding op sociaal vlak - de mens als zoon politikon die de sociale dimensie op een vrije manier organiseert.
En een tweede citaat brengt me dichterbij het werkelijke thema van het projekt "Het persoonlijke voorbij". Het is een citaat van Fernand Pelloutier, een frans anarcho-syndikalist.

"Anarchisme is eenvoudigweg de kunst om zichzelf en de anderen te kultiveren opdat mensen zelfstandig kunnen leven en genieten. (...) Wij zijn... permanent opstandigen, mensen zonder god, heer en vaderland, onverenigbare vijanden van elk despotisme - moreel of materieel, individueel of kollektief - maw. vijanden van wetten en diktaturen (en daartoe behoort ook de diktatuur van het proletariaat) en gepassioneerde minnaressen/minnaars van het kultiveren van zichzelf." (mijn kursief).

En hierin herken ik precies mijn eigen benadering van het anarchisme als zijnde een gepassioneerde minnaar van het werken aan mezelf. Ik zeg "werken" want ik deel niet echt het vrolijke van Pelloutier. Voor mij is het in eerste instantie een pijnlijk, onophoudelijk zoeken, wroeten en doorzetten. Niet omdat ik per se pessimist ben maar omdat we (aanvankelijk) weinig meer zijn dan een resultaat, produkt of weerspiegeling van biologiese, psychiese, sociale, ekonomiese en kulturele determinismen. En als resultaat of weerspiegeling van een verleden, dragen we altijd ergens dat verleden met ons mee: onze meestal hierarchiese verhoudingen met ouders, school, volwassenen... . En niet alleen dragen we dit met ons mee maar we herhalen deze mechanismen ook, we funktioneren zelf volgens deze mechanismen het zij op persoonlijk of openbaar vlak en we geven ze zelfs door aan jongeren en kinderen. We worden deels een model van hoe het niet moet. Hieraan ontsnappen is volgens mij enkel mogelijk via een intensieve relatie met jezelf, een onophoudelijke kritiese attitude tgo jezelf en je gewoontes, een permanente bewustwording van wie je bent en wie je worden wilt. Want ik ben er van overtuigd dat een "let it be" attitude enkel leidt tot konservatieve dingen. Indien men er namelijk van overtuigd is dat men hard moet vechten tegen bestaande machtsmechanismen om maatschappelijke dus openbare veranderingen te weeg te brengen... waarom zou het dan niet anders zijn op het persoonlijke dus prive-vlak? Hoe je omgaat met liefde, seksualiteit, relaties en jezelf is door en door sociaal, ekonomies en politiek gekonditioneerd. We leven in een patriarchaat waar de mannengroep als sociale klasse vrouwen onderdrukt en uitbuit - en ook wij, anarchisten, doen daar duidelijk aan mee. Een patriarchaat waar de hetero-norm niet alleen andere orienteringen onderdrukt maar ook oorzaak is van een kategorisatie-tendens. Een patriarchaat waar de koppelnorm mannen en vrouwen in een wederzijdse onzelfstandigheid en afhankelijkheid houdt.
Wij, anarchistjes of linksradikaaltjes of autonoompjes of libertairkes... zijn geen uitzondering. Ons milieu is mannelijk, hetero, monogaam en over het algemeen weinig dynamies op persoonlijk, relationeel vlak. Ik vind er weinig bedenkingen of praktijken die het patriarchaat - het machtsmechanisme bij uitstek van de persoonlijke/relationele sfeer - in vraag stelt of bestrijdt. Geen kritiese mannengroepen om te leren werken aan onze machtsverhoudingen, geen kollektieve vrouwendynamieken (kafee, kollektieven, debatten, feesten) om vrouwen uit het isolement en de onderdrukkende gewoontes te bevrijden, geen potten- en flikkerdynamiek, geen non-monogame steungroepen... . Kortweg, veel traditioneel anarchisties verzet, geen anti-patriarchaal verzet.
Anarchisme dus als een permanent werken aan jezelf. Als een positief zoeken naar nieuwe en andere leefvormen en -modellen. En in deze zoektocht vind ik het meest waardevolle materiaal in de feministiese beweging. Het zijn inderdaad de verschillende feministiese golven die het meest vragen hebben gesteld bij onze persoonlijke levensvormen zoals
1/ de konditionering van individuen tot sociale geslachten.
2/ de hierarchiese positie van het mannelijke tgo het vrouwelijke geslacht
3/ de konditionering van individuen tot hetero's - de heteronorm
4/ het strukuren van gevoelens in relaties: hetero, trouw, ongelijk, onvrij, onzelfstandig

Door in te gaan op de politieke gekonditioneerdheid van het persoonlijke en relationele gaan feministen tot de wortel van het patriarchaal machtsmechanisme. Van kleinsaf aan worden individuen klaargestoomd om krijgertjes op moedertjes te worden. Om zich psychies, emotioneel en seksueel zo te ontwikkelen dat de hele machtsstruktuur onveranderd blijft. Zodat het patriarchaat als normaal en zelfs als natuurlijk gaat aanvoelen. Zodat we ons min of meer goed voelen als man, als vrouw, als hetero, als monogaam.
Op die manier perpeturen we zonder het te weten de onderdrukking van vrouwen door mannen en de algehele beperkende leef- en voelvormen waarin we zitten. En het is enkel door een aktieve bewustwording en transformatie van de politieke dimensie van het persoonlijke dat we aan de basis van het patriarchaal machtsmechanisme iets kunnen veranderen.
Een anarchisme dat daar niet aan werkt, dat dit niveau verwaarloost is een leeg anarchisme dat nalaat het onkruid met de wortels uit te rukken. De naam "sociale bevrijdingsbeweging" onwaardig. Ik zou dus willen pleiten voor het ontwikkelen van een anarcha-feminisme als totaalkritiek en -dekonstruktie van onze sociale realiteit. Een kombinatie van de algemene anti-autoritaire visie van het anarchisme met de diepgaande kritiek van het radikale feminisme. Want met het radikale feminisme spreken we toch over de bevrijding van meer dan de helft van de bevolking die sinds eeuwen op brutale en subtiele manieren wordt onderdrukt. Ik haal even twee citaten aan om kort het radikale feminisme voor te stellen:

"The radical feminist position can be summarized this way:



Nu zit ik natuurlijk met het feit dat ik een man ben. Dat ik opgevoed , gesocialiseerd ben tot een lid van de onderdrukkende groep. Ofte "ik ben een instrument ten dienste van het patriarchaat". Ik weerspiegel als individu het mannelijke en dominerende of ik het nu wil of niet. Ik geniet van alle mannenvoordelen en van de onderdrukking waarin vrouwen leven.
Indien ik dus hieraan iets wil veranderen moet ik mezelf en andere mannen gaan observeren, dekonstrueren en heropbouwen. Nieuwe leefvormen geven aan mezelf. Natuurlijk ben ik een mens, een individu met gevoelens, gedachten en verlangens maar het is een illusie om me niet vooral te zien als een mannelijk individu dwz iemand die geleerd heeft aktief te zijn, te praten, initiatieven te ondernemen, plaats in te nemen, te leiden... . Gelukkig, achteraf gezien, ben ik er op een of andere manier niet in geslaagd de mannelijke rol volledig op te nemen en een echte vent te worden. Ik begin min of meer te begrijpen waarom ik het waarlijk mannelijke een beetje ontlopen heb en waarom ik op een zijpad ben terecht gekomen. Een aantal elementen in mijn leven zoals ongeluk, depressie, komplexen hebben me ertoe gebracht na te denken over elementaire zaken als mannelijkheid, seksualiteit, dominantie, geweld, onderdrukking. Op die manier heb ik een bepaald inzicht gekregen in sociale mechanismen, in konditioneringen, in machtsverhoudingen. En daarbij is nogal recentelijk een bepaald gevoel bij gekomen: een sterk mee-voelen met het bruut geweld waarmee vrouwen gekonfronteerd zijn. Een zeker aanvoelen van hoeveel plaats mannen innemen, hoe weinig plaats ze overlaten, hoe egocentries "au fond" mannen zijn. Twee zaken dus: mannen nemen veel plaats in en af, mannen zijn diep egocentries.
En daarmee wil ik me niet vrijpleiten, of beweren dat ik eruit ben gegroeid.(En een pijnlijk voorbeeld daarvan was het feit dat ik tijdens deze lezing in Gent nooit heb gesproken over de diepgaande invloed van mijn relatie met een feministiese vriendin de afgelopen jaren. En dit terwijl ik ontzettend veel geleerd en ingezien heb dankzij haar en haar eigen feministies engagement. Het banale egocentrisme...) Het lijkt me een basiskonditie te zijn. Een basiskonditie die leidt tot geweld (psychies, emotioneel, lichamelijk en seksueel) en leed (door afwezigheid van aandacht, gevoeligheid, zorgzaamheid en vrijgevigheid). Een basiskonditie betekent dat je er niet van af kan, dat je er voortdurend aan gekonfronteerd bent en dat je er dagdagelijks aan moet werken. Voortdurende zelfkritiek dus.
En om mijn basiskonditie te transformeren probeer ik de volgende stappen te ondernemen, stappen die ik graag met jullie zou delen als mogelijke elementen van een verandering van het persoonlijke, als politieke mechanismen tegen het patriarchaat dus het autoritaire. Het gaat om vijf niveaus gaande van zeer individuele tot kollektieve initiatieven.

1. Psychoterapie.
Dit is natuurlijk de minst politieke methode, en algemeen wordt ze zelfs beschouwd als zijnde depolitiserend. Je gaat werken aan je problemen, tracht ze op te lossen op je individueel niveau en laat het socio-politieke niveau van je problemen ter zijde. Toch heb ik voor mezelf ervaren - ik heb zelf twee maal een aantal maanden terapie gevolgd - dat een psychoterapie een werkelijk heilzaam effekt heeft, je doet inzien en aanvoelen hoe je gegroeid bent, waarom je op die specifieke manier funktioneert en hoe je progressieverwijze kan gaan vernieuwen. "Vernieuwen" omdat je anders, zo lijkt het me, steeds op dezelfde manier omgaat met jezelf, je omgeving en problemen: het is een eeuwige herhaling van dezelfde strukturele mechanismen die je ooit ontwikkeld hebt in je jonge jeugd maar vaak onaangepast en beperkt zijn (geworden).
Ik beschouw terapie als een dekonstrueren en analyseren van je innerlijke mechanismen om andere leeftechnieken aan te leren die je in staat stellen om zelfstandiger, vrijer, gelukkiger en stabieler te leven. Het huidige probleem van terapie is echter dat je nauwelijks politiek bewuste terpeuten hebt zodat je gekonfronteerd wordt aan
a/ hoge tarieven die niet aangepast zijn aan je inkomen
b/ zware inhoudelijke verschillen over bvb seksuele orientering, of man/vrouwkonstrukties
c/ de konformerende druk van terapie - politieke stellingen/keuzes worden herleid tot persoonlijke problemen.
In Frankrijk heb je een kleine klub van psychanalysten die een duidelijk politiek engagement kombineren met een psychanalytiese benadering en werking (Dadoun, Lesage de la Haye, Garnier). Het gaat om mensen die verderwerken op oa Reich en verbanden leggen tussen het politieke, maatschappelijke niveau en wat er in jou gebeurt op psychies vlak.
Ook op feministies vlak is er een hele beweging (geweest) die feministiese politiek kombineert met individuele terapie. Ik weet er niet zoveel over maar het lijkt een kruciaal element geweest te zijn in de groei van de vrouwenbeging. Vaak gaat het om kollektieve terapiegroepen waarin vrouwen vaststellen dat hun veronderstelde individuele problemen eigenlijk voortstemmen uit sociale konditioneringen (vrouwelijke rolpatronen, estetiese normen, zelfopoffering, seksuele objektrol...). Politiserende terapie dus.
En, tenslotte, kiezen voor terapie is een expliciete stap in de richting van zelfzorgzaamheid en liefde voor jezelf - iets dat over het algemeen taboe is en weggelachen wordt in de harde wereld van autonome anarcho's.

2. Biseksuele gelijkheid.
Waarschijnlijk komt dit het meest gek en onverwezenlijkbaar over bij mensen. De seksuele orientering wordt namelijk kwasi automaties beschouwd als zijnde natuurlijk en onveranderbaar. Je bent gewoon hetero, homo of bi.
Zowel psychologies als politiek kan je hier echter tegen in gaan. Zelfs de falliese Freud gaat er van uit dat je als mens pan-eroties bent en niet speciaal van nature helemaal vastligt. Seksuele, erotiese en affektieve aantrekkingskracht is dan ook een dynamies en potentieel iets. Het beste bewijs hiervoor is het lesbiese separatisme van de jaren 70-80. Vrouwen gingen nadenken over hun vrouw-zijn en feminisme, begonnen meer en meer levensaspekten te delen met andere vrouwen en werden zelfs verliefd op andere vrouwen terwijl ze voordien een eksklusief hetero-bestaan hadden geleid. Hetero's werden lesbiennes of biseksuelen. Dit is voor mij een echt bewijs van de veranderbaarheid van de seksuele orientering.
Maar waarom? Waarom zou je als hetero gaan werken aan je orientering? Wat is er mis aan? De duidelijkste kritieken tegen het huidige orienteringsgedoe zijn dat
1/ het beperkend is (het is een gevoelenskeurslijf en dus onvrij),
2/ het sekserolbevestigend is
Zolang er hetero's en homo's bestaan zal de kategorie vrouw en man blijven bestaan. Een anarchistiese samenleving bestaat ideaal uit individuen die zich vrij ontwikkelen en vrij kiezen uit het hele pakket of palet aan attitudes, instellingen, gevoelens die er bestaan ongeacht de aanwezigheid van klito of peen. Er bestaat namelijk geen verdedigbare reden om op basis van een aantal biologiese kenmerken specifieke sociale, psychiese, emotionele konstruksies te selektioneren. In een ideale sameneleving heeft sekse even weinig betekenis als huidskleur, leeftijd, lichaamsgrootte of gewicht.
3/ dat het een efficiente verdediging is van het patriarchaat
a/vrouwen
Uit de ervaring van een aantal biseksuele vrouwen blijkt dat hun omgang met vrouwen en met mannen hen in staat stelt om sterker in hun relatie te staan tgo mannen. Het stelt je in staat als vrouw om je eigen konditioneringen in te zien en er aan te werken (bvb. meer ruimte innemen, zichzelf niet wegcijferen, mondiger worden...). Niet voor niks heeft radikaal feminisme voor veel vrouwen geleid tot een lesbiese praktijk. Patriarchaat betekent immers dat je als individuele vrouw in je individuele relatie met een individuele man in een machtsstruktuur zit die ongelijk is. Een lesbiese verhouding biedt dan ook op dat vlak meer gelijkwaardigheid dan een hetero-verhouding. Biseksuele gelijkheid biedt je de mogelijkheid vrij te kiezen.
b/ mannen
Voor mannen gaat iets gelijkaardigs op. Behalve dat zij met mannen niet een bevrijdende gelijkheid aantreffen maar een konfonterend gelijkheid. Het konfronteert hen aan het mannelijke en hoe onaangenaam en dominerend dat kan zijn. Het ontwikkelen van totaalrelaties met mannen kan de konkurrentie-attitude tss mannen doorbreken. Ofte, zolang mannen ook niet met elkaar knuffelen of vrijen zal er zeker oorlog zijn.

Mijn pleidooi voor biseksuele gelijkheid is dus breder dan seks met vrouwen en mannen. Het is een poging om je relaties en kontakten met individuen van beide geslachten totaler, gevarieerder en rijker te maken. Om geslachtsrollen af te leren breken. Om de machtsstrukturen tss mannen en vrouwen te herkennen, dekonstrueren en transformeren naar gelijkwaardige relaties.

3. Vrije relaties.
Ik vermoed dat het idee "vrije relaties" duidelijk is. Het gaat er om om op een niet-bezitterige, niet-eksklusieve manier om te gaan met liefde, vrijheid, tederheid, intimiteit en seksualiteit. Reeds in het begin van deze eeuw pleitten verschillende anarchafeminsiten voor vrije liefde en ook in de jaren 70 was het een populair thema. Het probleem was en is echter dat het vaak gaat om een fallokratiese vrije liefde; mannen geven zichzelf de vrijheid om met verschillende vrouwen relaties te ontwikkelen (ofte neuken, in mannentaal) maar vaak erkennen ze ditzelfde recht niet voor de vrouwen die ze kennen. Het is dan ook belangrijk dat het streven naar vrije relaties gebeurt op een zorgzame, gevoelige wijze. Weinigen zijn in staat met vrijheid om te gaan op een positieve manier - zowel wat betreft de vrijheid van je partner(in) als je eigen vrijheid. Vrije relaties houdt volgens mij in
1/ dat je leert omgaan met je eigen jaloersheid, bezitterigheid, onzekerheid, verlaatangst en dat je op een authentieke en total wijze streeft naar het geluk, de vrije ontplooiing, de lust van je partnerin
2/ dat je op een verantwoordelijke manier omgaat met de verschillende personen waar je een relatie mee hebt. En dit is veel moeilijker dan je vermoeden kan. Het houdt in dat je met de verschillende verlangens en belangen rekening houdt en opnieuw zorgzaam en voorzichtig omgaat met je verschillende partner(innen)/s.

Het verband tussen vrije relaties en anarchisme is duidelijk: het gaat om het versterken en vergroten van de wederzijdse vrijheid en zelfstandigheid. Het verband met antipatriarchale strijd is minder vanzelfsprekend en ik denk niet dat feministen van vrije relaties een sterk element hebben gemaakt. Toch lijkt dit een belangrijk thema omdat "vrije relaties" als geen ander je er toe brengen om emotioneel zelfstandig en onafhankelijk te zijn. Al te vaak zijn mannen en vrouwen verstrikt in een koppel dat bestaat uit illusies, afhankelijkheid, onvrijheid en levensvernietigende veiligheid. "Vrije relaties" doorprikken de mythe dat je alles kan en zal betekenen voor een partner(in) en vice versa. Het houdt in dat je een zeker realisme en nederigheid inbouwt in je verlangens en hoop. Als individu kan je heel veel betekenen en aan te bieden hebben maar dat kunnen anderen beslist ook. Het doorprikt de mythe van de krijgshaftige ridder en de onschuldige maagd.
Vrije relaties houden in dat je oprecht en eerlijk bent. Dat je respekt hebt voor de vrijheid van de andere. dat je leert omgaan met interne en onderlinge konflikten. Tenslotte, een citaat van een feministiese biseksuele vrouw

As we work toward a feminist world, why should we hold monogamy as an ideal? After all, monogamy contradicts the feminist goal of women's control of their own bodies and decisions about their own sexual agency. I am skeptical of a system which takes as an ideal putting decisions about my body into the hands of a sexual partner, male or female. It may feel safer; it may be easier; but it is not empowering. I need to be able to say "yes" and "no" for myself. The problem is that a woman is at risk in a world where her "no" is not respected. Empowering solutions would make people listen to that "no". Protective solutions (such as compulsory monogamy) don't let the question ever be asked of her.
(Murray, Annie S. Forsaking all others: a bifeminist discussion of compulsory monogamy. In: Tucker, Naomi (Ed.)Bisexual politics. Theories, queries and visions. Haworth Press, 1995)

4. Niet-gemengde groepen.
Duidelijk meer sociaal of kollektief dan de vorige drie niveau's is het werken met niet-gemengd groepen. Een mannengroep kan de plaats zijn waar je als man op een kollektieve manier gaat werken aan je mannelijke sekserol en je mannelijke dominantie. Het eerste houdt in dat je probeert inzicht te krijgen hoe mannelijk je bent ipv hoe individueel. Je leert bijvoorbeeld omgaan met emoties, tederheid, verdriet, pijn samen met andere mannen. Dit is zeldzaam want onze opvoeding leert ons om koel, afstandelijk en sterk te zijn. Deze eerste antiseksistiese fase leidt dus tot een verrijking en verbreding van je palet aan gedragingen en attitudes. het gaat om een losbreken uit je mannelijkheid als keurslijf om volwaardig individu te worden en bvb te leren uit wat vrouwen traditioneel zijn: zorgzamer, liefdevoller, warmer, zwijgzamer. Leren je mond houden, leren twijfelen en onzeker zijn (in het openbaar), leren luisteren naar anderen, je egocentrisme afbreken. Ook als is deze eerste fase op zich niet antipatriarchaal, want ze bouwt niet aan de machtsverhouding, ze kan toch een positief element zijn in het perspektief van vrouwenstrijd, zo lijkt me. Het gevaar is natuurlijk dat het blijft bij een gezellige praat- en streelklub voor mannen "die toch ook afgezien hebben" en dat het doel nl egalitarisme en evenwichtige machtsverhoudingen tss vrouwen en mannen uit het oog verloren wordt. Dit brengt me tot de tweede fase nl de antipatriarchale werking. Het gaat hier niet om sekserolbevrijding maar om vrouwenstrijd en je plaats als mannelijke onderdrukker. Leren werken aan je egocentrisme en ongevoeligheid voor anderen, leren omgaan op een positieve manier met geuitte feministiese kritieken het zij op sociopolitiek of persoonlijk vlak. Bewust worden van het patriarchale mechanisme op verschillende niveau's. Zich inwerken in het feministiese gedachtengoed; afstappen van je primair anti-feminisme; zich inleven in wat het betekent vrouw te zijn in deze samenleving. Dit alles komt neer op het zoeken naar andere, kritiese mannenpraktijken en -houdingen.
Wat ik weet van vrouwengroepen is natuurlijk tweedehands maar de recente ervaring in Frankrijk in de feministies-libertaire sfeer is dat vrouwengroepen heel deugddoend kunnen zijn en machtsbronnen worden. Ze doorbreken het isolement waarin (feministiese) vrouwen zich vaak bevinden, versterken vrouwelijke solidariteit en scheppen vrijere ruimtes zonder die mannelijke ondedrukkende aanwezigheid. En een van de beste bewijzen van het politieke nut van vrouwengroepen is de heftigheid van de mannelijke reaksies. Vanaf vrouwen zich zelfstandig, solidair en zelfbeheerd willen organiseren, worden ze aangevallen en vanalles beschuldigd (omgekeerd seksisme, separatisme, lesbiese wervingskampanjes). Het simpele feit dat vrouwen zich verenigen op een bewuste manier brengt immers naar boven dat er iets mis is, dat er iets moet veranderen - zelfs in de ideale vrije sfeer van het libertaire milieutje... . En uiteindelijk gaat het erom dat mannen niet kunnen verdragen dat vrouwen zonder hen zich kunnen organiseren, kunnen werken, pret hebben, vrijen... . Vrouwenruimtes zijn de autonome centra en de zelfbeheerde kraakpanden van de feministiese beweging.
En een van de eerste taken van mannen die willen werken rond anti-patriarchaat is het solidair zijn op een authentiek doorleefde manier met feministiese initiatieven, met vrouwenruimtes. Een politiek onderdrukkende groep doet alles om te verdelen en te heersen. Elke bevrijdingsbeweging werkt aan het samenbrengen van onderdrukte groepen, om zo meer kracht op individueel en kollektief vlak te verwerven. Voor mij geldt precies hetzelfde tussen mannen en vrouwen.

5. Gemengde initiatieven.
Algemeen komt het neer op alertheid en bewustwording. Alert zijn op het feit dat patriarchaat zich dagdagelijks afspeelt en vorm geeft aan kwasi alles. Over het algemeen zijn de politieke ruimtes mannelijke ruimtes en dit zowel door de verhouding man-vrouw (in aantallen) als door de wijze waarop dingen gebeuren als wat er gebeurt.
Een belangrijk werktema is dat van het spreken, het woord. Het is voor vrouwen veel moeilijker om gehoord, naar geluisterd en gerespekteerd te worden in politieke bijeenkomsten. Vaak is het zo dat enkel mannen worden beschouwd als een autoriteit en niet vrouwen. Dit is duidelijk het geval in Gent geweest, zo herinner ik me verschillende kritieken van vrouwen die probeerden mee te draaien in de scene. Enkel "bonzen" hebben autoriteit. Bonzen zijn altijd mannen geweest, behalve misschien die ene feministiese gekkin. Mannen moeten in gemengde groepen dus leren zwijgen, luisteren en minder ruimte innemen. Andere gemengde werkmanieren zijn het organiseren van een teesalon ipv kafee; het opleggen van muziek van (feministiese) vrouwengroepen ipv mannenmuziek; het aanpassen van de taal in publikaties; het organiseren van antiseksistiese debatten, feesten; het uitgeven van affiches, brochures rond geweld en zelfverdediging, seksistiese reklames; het beschikbaar stellen van tampons/maandverbanden achter de bar; het proper houden van toiletten (mannen plassen zittend!); het voorstellen van alternatieven voor vrouwen die 's nachts niet alleen te voet naar huis willen.
De banaliteit van bovenstaande voorstellen illustreert hoe problematies ik het nu vind om gemengd te werken tss onderdrukkers-onderdrukten omtrent die zelfde onderdrukking. Ik blijf het gevoel hebben dat vrouwenstrijd een vrouwenstrijd is en dat mannen vooral een steunende, solidaire funktie moeten hebben. Daarmee bedoel ik niet dat alles door vrouwen moet gebeuren terwijl mannen niks moeten doen, integendeel. Maar het lijkt me dat het initiatief tot gemengd ageren moeilijk van mannen kan komen zonder te hervallen in subtiele mannelijke dominantievormen. Mannen hebben een hoop werk dat ze moeten aangaan. Dat kan alleen, met vrienden en vriendinnen, met bewuste mannen, en met bewuste vrouwen. Maar soms lijkt een gemengde dynamiek op iets intern tegenstrijdigs, iets vicieus.
Gezien de alomdoordringende aanwezigheid van seksisme en patriarchaat lijkt het me dan ook onvermijdelijk dat de motor van een beweging niet-gemengd is, zonder mannen dus. Maar graag kreeg ik daarrond reakties.

Konklusie.
Zelf heb ik het gevoel dat mijn tekst niet echt persoonlijk is en een beetje te algemeen is gebleven. Daarom kan een eventuele verdieping nu plaatsgrijpen en kunnen we ingaan op konkretere elementen van mijn lezing.
Behalve dat, en dit kreeg ik als kritiek te horen van een feministiese vriendin, lijkt het me inderdaad dat ik er in deze lezing niet in slaag om mijn mannenperspektief te behouden en dat ik me te ver waag tav vrouwen en vrouwenstrijd. Ook al kan ik goede bedoelingen hebben, mijn mannelijk zijn maakt elke poging op vrouwenterrein tot een gevaarlijke verlenging van mijn macht.

Leo Vidal


When God Created Man, She Was Only Joking



Is het feminisme geslaagd, de emancipatie klaar? Ik denk dat het nog lang niet zo ver is. In dit stuk ga ik in op een paar van de oorzaken van het blijven steken van het feministische proces, waarbij ik vooral naar het mannelijke aandeel kijk. Ik richt me daarbij op het waarom van het ontbreken van een sterke feministische mannenbeweging en zeg en passant wat over de consequenties van de ideologische en psychische oorlogvoering van het neo-kapitalisme tegen het individu.
Het feminisme heeft veel bereikt. Zeer veel. Misschien is het feminisme zelfs wel de meest succesvolle sociale beweging geweest tot nu toe. Toch is er nog zeer veel mis. Er wordt niet minder verkracht dan vroeger, mannen zijn nog steeds nauwelijks bezig met zorgtaken, vrouwen zijn nog steeds ondervertegenwoordigd op grote delen van de werkvloer, enzovoorts. Soms is er zelfs sprake van dé-emancipatie. Er werken nu bijvoorbeeld minder vrouwen in hoge posities in het onderwijs dan aan het begin van de tweede feministische golf, in plaats van meer.
Wat is er dan misgegaan met het feminisme? Er zijn verschillende oorzaken aan te geven voor het vertragen en in sommige gevallen achteruitgaan van de emancipatie. Ik wil er hier twee (kort, gezien het bestek) van behandelen.

1: Vrouwenstrijd en kapitalisme
Feminisme is van iets revolutionairs tot iets systeembevestigends geworden.
Emancipatie is ontdekt door het patriarchale kapitalisme, als een gat in de markt, en wordt nu gebruikt tot meerdere eer, glorie en vooral winst van dat patriarchale kapitalisme.
Marx' voorspelling dat de kapitalistische staat zichzelf zal ombrengen, is nog bepaald niet uitgekomen. Het kapitalisme lijkt zich eerder steeds verder te vervolmaken. De onderdrukking blijft, maar wordt steeds geraffineerder. Het heeft de klassen niet afgeschaft, maar ze verhuld en in elkaar over laten lopen. Het neemt begrippen, ontdoet ze van hun inhoud en verkoopt de lege omhulsels. De sociaal-democratie heeft hierin het meest enthousiast het voortouw genomen.
Waar eind jaren zestig/begin zeventig repressieve tolerantie nog het toverwoord was, werd dat eind jaren zeventig/jaren tachtig inkapseling en repressief subsidiebeleid. De overheid begon zelfs een eigen actief emancipatiebeleid te voeren, wat erop gericht was en is om feminisme te ontkrachten en om te vormen, zodat het in dienst gesteld kan worden van het kapitalisme.
Meer werkende, onderbetaalde vrouwen betekent meer concurrentie op de arbeidsmarkt, betekent lagere loonkosten. Goed gedoseerde emancipatie betekent een rustige bevolking.
De jaren nixties hebben intussen het meest geraffineerde onderdrukkingsmechanisme in werking gebracht:

Kapitalistische mythen: het pseudo-individualisme
Hiermee hebben we de geschiedenis stop gezet, in plaats van met de zogenaamde perfectie van het economische systeem zoals Fukoyama zegt.
Historisch besef (wat de mogelijkheid tot het kennen en verklaren van zichzelf, en daardoor tot verandering in zich draagt) heeft plaats gemaakt voor het zoveel mogelijk kicks uit het moment trachten te halen.
De eenzaamheid van het Existentialisme is door de Frankfurter Schule verpositiveerd, door het Hedonisme ontdaan van zijn sociale betrokkenheid, en nu dan door het pseudo-individualisme beroofd van zijn identiteit.
We leven in een tijd waarin de vorm boven alles gaat, en zeker boven de inhoud. Een vorm bovendien die continu inwisselbaar lijkt.
De tweedehands kistjes en gescheurde broek van de vroegere overtuigde anarchopunk worden nu door de kledingindustrie geproduceerd en gaan voor f.250,- de toonbank over als "Recycled Jeans", worden gekocht door de moderne man die na het weekend zijn driedelig pak weer aantrekt voor op het werk, en die 's avonds in slobbertrui voor de buis hangt.

Twee tips ter voorkoming van vervreemding
Deze concentratie op (inwisselbare) i.p.v. op verdieping en inhoud, brengt een tot nog toe ongekende vervreemding met zich mee.
Het individu vervreemd niet alleen meer omdat het te weinig kans krijgt om haar of zijn Zelf volledig te ontplooien, nee, zijn/haar identiteit is letterlijk ingeruild voor lege imago's, het Zelf bestaat niet meer.
Zijn leegheid wordt door twee dingen in stand gehouden.
*. Ten eerste is daar de mythe van de totale vrijheid waar de moderne mens in gelooft. Een schijnvrijheid die als werkelijke betekenis heeft dat het individu zichzelf geen beperkingen oplegt door in volle overtuiging werkelijke keuzes te maken, maar in vrijblijvende besluiteloosheid nu eens wat van dit image snoept, dan weer eens wat van het andere. Hij gaat geen verantwoordelijkheid aan, maar laat zich regeren door de modes die de industrie voor hem scheppen. Hij is ervan overtuigd dat hij alles alleen maar zo doet en denkt zoals het hoort omdat hij daar nu toevallig zin in heeft, en hij denkt zelfs dat hij de vrijheid heeft om volkomen andere keuzes te maken. In werkelijkheid is er geen sprake van vrije keuzes, maar van een aanpassing aan pre-fab lifestyles. De vrijheid wordt hierbij niet zozeer belemmerd door geweldsdreiging of een deprivatie van eerste levensbehoeften (althans bij de gewone burger in onze contreien), maar door een ingewikkeld verlopende bewustzijnsonderdrukking.
Dit geldt allemaal vooral voor de middleclass, blanke man. (Vandaar dat ik 'hij' schrijf) Vrouwen, immigranten e.d. merken sterker aan der lijve dat ze onvrij zijn, maar krijgen toch ook een tik mee van deze expansed American Dream.
Dat hangt samen met punt twee:
*. De gigantisch vervreemding die de identiteitsloosheid van het individu met zich mee brengt, nog verstevigd door het wegvallen van de communiteit van groepen en ideologieën, die vervangen zijn door snel wisselende en dus een minimale betrokkenheid, wordt bestreden met consumentisme.
Men consumeert genotmiddelen, nieuws, informatie, culturen, vriendschappen en zelfs menselijk leed. Het Oprah-Winfreyisme dringt in elke porie door, tot liefdesrelaties aan toe. Men consumeert elkaar. Hoe dynamischer, sensationeler, afwisselender, sneller uitwisselbaar voor een andere kick en hoe oppervlakkiger, hoe beter het leven is.
Er wordt overigens nog steeds zekerheid en veiligheid gezocht in liefdesrelaties, vandaar ook het stijgende aantal jongeren wat wil gaan trouwen vergeleken met een aantal jaar geleden. De relatiepartner is dus wat minder inwisselbaar op het eerste gezicht. Aan de andere kant volgt de ene 'vaste' relatie de andere in snel tempo op: 'Aan-uit-aan-uit-Melk, de Witte Motor' zoals de melkuniereclame een paar jaar geleden al luidde. De preoccupatie met heteroseksuele monogamie wil dan ook niet zeggen dat het consumentisme niet tot in relaties is doorgedrongen. Denk alleen al eens aan de nieuwe media-rage op seksgebied: SM. SM is niet langer een getaboeiseerde manier van seksualiteitsbeleving, wat op zich prettig is. Maar SM wordt niet werkelijk geëmancipeerd door de media. Er wordt een lyfestyle van gemaakt. Het gevolg is peperdure feestjes waar de elite kan paraderen in onbetaalbare pakjes die verder nergens voor gebruikt zullen worden dan voor show. SM wordt zo een nieuw speeltje om je relatie spannend mee te houden in plaats van een intens beleefde seksualiteit. Het wordt een nieuwe consumptiewijze van je partner, die misschien wel vast is, maar wel steeds nieuwe, afwisselende enz. kicks moet bieden wil hij of zij vaste partner blijven.
Hoe intenser de kick en hoe minder consequenties de kick heeft, hoe makkelijker de intense leegheid, vervreemding en eenzaamheid voor een moment vergeten kan worden.
Dit escapisme vergroot de vervreemding, wat weer schreeuwt om meer kicks, enz. tot in de opperste consumptieverslaving.

Kuifje en de metaconsumptie
Het schrikbeeld van de superconsument dringt zich op; een aan de luie stoel gekluisterde flexibele thuiswerker die zijn beeldscherm nimmer verlaat. Het is zijn vrije tijdsvulling, zijn thuiswinkel en zijn werk. Hij is zwaar verslaafd aan enorme, dagelijkse doses geheel nutteloze informatie. De enige hersenactiviteit die hij nog verricht is het calculeren. Hij gaat om met de mensen in zijn omgeving zoals met zijn TV: Zappend van het ene naar het andere programma zonder enige betrokkenheid.
De geschiedenis valt namelijk niet te beëindigen zonder een leven te leiden wat zich met niets anders bezig houdt als het doden van de tijd.
De multinationals hebben in dit schrikbeeld de oorlog tegen de menselijkheid glansrijk gewonnen; het individu is onder hun almachtige controle, voorzover je überhaupt nog kan spreken van het bestaan van zoiets als een individu.
Duidelijk mag zijn dat sociale betrokkenheid deze moderne mens ongeveer evenveel te zeggen heeft als het seksuele leven van een dode woestijnsprinkhaan op de Noordpool. Niet alleen omdat deze mens alles als vermaak beschouwt, geen keuzes of verantwoordelijkheid neemt, geen historisch besef kent en zich nog niet eens betrokken voelt bij zijn of haar eigen leven, laat staan bij het leven van anderen; deze mens is bovendien dermate verstrikt in de vrijheidsmythe dat hij of zij gewoonweg niet kan geloven dat er zoiets als onvrijheid of onderdrukking bestaat. Als je als vrouw wilt werken, dan doe je dat toch gewoon? De zwaarte van de strijd is voor de blanke middle class man onvoorstelbaar vanuit zijn luxe-positie. Veranderingen beziet hij vanuit zijn eigen perspectief; hij denkt dat het je ontworstelen aan het rollenpatroon wat je met de paplepel ingegoten hebt gekregen even makkelijk gaat als het aannemen van een ander image zoals hij zelf steeds doet. Hij begrijpt niet dat het worstelen met de inhoud het zwaarste is, omdat hij geen inhoud kent. Van het worstelen met de omgeving, met de dagelijkse discriminatie, begrijpt hij al helemaal weinig, omdat hij zelf alleen kiest die, voorgebakken door de industrie, veilig en goedgekeurd zijn.
En wederom is het zo dat ook vrouwen en minderheden in deze fuik getrapt zijn. Der Staat der Lüge heeft zijn ideologie wijd verspreid.

2: De echte vent gekenschetst.
Er is een schijnbaar onbreekbare cirkel ontstaan. De man moet zijn rol vervullen op zijn werk. Hij moet zich agressief, koel en zakelijk opstellen om serieus genomen te worden, wil hij succes hebben, wil hij hogerop komen. Als hij wel tevreden is met zijn huidige positie, zal hij zich eerder opstellen als de vriendelijke, altijd lachende collega. Maar hoe dan ook, zijn werkelijke emoties kan hij niet tonen. De echte man is onafhankelijk, is niet onzeker, zoekt nooit hulp. Een echt mens is dat echter allemaal wel zo nu en dan. De man, opgevoed door voornamelijk vrouwen, zoekt enorm naar een plek waar hij wel lief en zacht kan zijn, waar hij, het overgerationaliseerde, emotionele wrak, weg kan kruipen in tederheid en genegenheid. Hij heeft zijn vrouw nodig omdat hij in zijn onvermogen tot emotionaliteit parasiteert op de emoties van een ander, van haar. Zij is zijn compensatie voor de robotachtige, overgerationaliseerde sfeer op zijn werk. Hij heeft veel over voor deze, zoals hij het ziet, symbiose. Vol aangeleerde opofferingsgezindheid vergooit hij zijn plezier in zijn werk en offert hij collegiale vriendschappen op om maar hogerop te komen. Het grootste deel van zijn leven gaat naar dat werk, zijn tijd en zijn gezondheid heeft hij er voor over. Zijn gezin krijgt hem minder en minder te zien, en als hij er is zit hij vol met stress. Thuisgekomen is zijn energie op. Zijn vrouw en kinderen heeft hij niets meer te bieden dan zijn loonzakje. Hij zuigt hun energie uit ze weg, slurpt al hun aandacht en emotionele kracht weg om te compenseren wat hij in de grote boze mannenwereld stelselmatig heeft moeten verdrukken en ontkennen, een mannenwereld waar hij zichzelf steeds weer moet bewijzen zonder zichzelf te kunnen zijn.
De grote grap van alles is dat hij dit allemaal niet (zijn gezin aan)doet omdat hij zo van zijn werk houdt; hij doet het juist voor hen. Heel zijn socialisatie is er op gericht dat hij zijn gezin moet onderhouden en dat hij een hoge status moet verkrijgen om zijn gezin aanzien te verlenen. Hij is er werkelijk van overtuigd dat als hij de kwantiteit maar inbrengt, dat zijn gezin en vooral zijn vrouw dan wel voor de kwaliteit zal kunnen zorgen.
Ook als het paar geëmancipeerd met elkaar om wil gaan, als de vrouw assertiever wordt, beiden in deeltijd gaan werken en samen kinderen en huishouding verzorgen, dan zal de vrouw toch steeds weer in haar verzorgende rol teruggedrongen worden.
Dit komt doordat niet alleen vrouwen, maar ook mannen in hun socialisatie een enorme beperking in hun mens-zijn opgelegd hebben gekregen, en ze elkaar in hun beperkte rol terug zullen duwen zolang als ze zichzelf niet bevrijden van hun eigen rol.

Educastratie
Je zou het zo kunnen uitleggen: In onze genen zijn allerlei mogelijkheden gelegd, op allerlei vlakken. Bij de een zijn die wat beperkter dan bij de ander, maar over het algemeen zijn die mogelijkheden in elk geval veel en veel groter als wat wij daar van aanwenden voor gebruik. Een voorbeeld vormt de capaciteit van onze hersenen; wij gebruiken maar zo'n 10% van wat wij eigenlijk tot onze beschikking hebben. Dat wij maar 10% van onze hersenen ook daadwerkelijk gebruiken, heeft waarschijnlijk verschillende oorzaken. Socialisatie is er zeker één van.
Met onze seksualiteit en ons volledig mens-zijn is het hetzelfde gesteld. Vanaf onze geboorte worden wij in ofwel het hokje Vrouw, ofwel het hokje Man geduwd. Aan dat hokje kleeft een strenge moraal die vertelt wat een Vrouw of Man wel en niet mag voelen, denken en doen. Deze educastratie is zo heftig dat maar weinigen zich zo onafhankelijk kunnen ontwikkelen dat ze voor iets anders dan de seksuele heteromoraal kunnen kiezen, hoewel naar mijn idee elk mens in meerdere of mindere mate biseksueel is. De immense vrije ruimte die buiten de hokjes Vrouw en Man ligt, wordt slechts zelden, en dan meestal nog maar voor een deel, verkend. Dat het zo moeilijk is om je buiten je hokje te begeven, heeft niet alleen te maken met de door de meeste mensen nogal onderschatte reactie van je omgeving daarop, maar gaat veel dieper dan dat alleen. Je socialisatie normaliseert en indoctrineert je zo ver dat je je bijvoorbeeld enorm schuldig en vies kan gaan voelen op het moment dat je ongebruikelijke seksuele paden gaat bewandelen. Zelfs een lichamelijke reactie zoals misselijkheid, hoofdpijn en kotsen overkomt veel "experimenteerders", en bovenal is alles reusachtig, en dan ook reusachtig eng. Begeleiding bij dit moeilijke proces van ontnormalisatie is alleen gebrekkig aanwezig voor burgerlijke homofielen en (in mindere mate) lesbiennes; de twee nieuwe hokjes die nog het meest geaccepteerd zijn van alles wat buiten de hokjes Vrouw en Man ligt.
Het moeilijkste van alles is dat je vaak niet weet of een bepaald soort seksualiteit aversie of schuldgevoelens bij je oproept omdat het gewoon niets voor jou is, of omdat het tegen je socialisatie ingaat. Die grens is werkelijk heel moeilijk te bepalen. Zeker ook omdat je in je directe omgeving meestal maar weinig steun en raad zal krijgen; je wordt eerder belachelijk gemaakt als je iets van je moeilijkheden vertelt, en je moet alles zelf uitzoeken.

Rockin' rolpatronen?
Dat geldt dan voor seksualiteit en je nog te onderzoeken mogelijkheden in je 'vrije ruimte'.
Maar die heteromoraal gaat niet alleen over op wie je verliefd mag worden. Het heteroseksisme bepaalt ook dat je als vrouw o.a. zwak, hulpbehoevend, onzeker, emotioneel, irrationeel en zorgzaam moet zijn, en dat mannen juist o.a. sterk, onafhankelijk, zelfverzekerd, rationeel, niet-emotioneel en hard moeten zijn.
Hier is een complementaire afhankelijkheid bij ingebouwd. Vrouw en man zouden niet zonder elkaar kunnen, omdat zij beiden maar tot een half mens ontwikkeld zijn. Zij kunnen zich slechts een volledig mens voelen als zij bij elkaar zijn.
En de moraal bepaalt niet alleen je liefdesleven, maar je gedrag, denken en voelen tegenover iedere vrouw of man.
Wat hier boven staat over seksualiteit, geldt opnieuw voor de typisch vrouwelijke en mannelijke karaktertrekken; het is ontzettend moeilijk om te bepalen welke van jouw karaktertrekken eigen zijn, en welke gesocialiseerd. En het is ontzettend moeilijk om te doorbreken als je er eenmaal achter bent. De rollenpatronen hebben zich diep in je geworteld, en wil je ze achter je laten, dan ben je daar je leven lang mee bezig. Het is dan ook geen onzin om te stellen dat socialisatie net zo goed een onderdrukkingsvorm is, en dat mannen dus evengoed als vrouwen onderdrukt worden. Je kunt veel aan je socialisatie veranderen, maar een totale verandering is, zelfs als je je terug zou trekken op een onbewoond eiland waar je niet langer met seksisme geconfronteerd wordt, ondoenlijk in de tijd van één leven.
Dat is echter geen reden om het bij voorbaat op te geven. Zoals Camus' mythe van Sisyphus ons leert ligt de levensvreugde en -kracht niet zozeer in het volledig bereiken van een einddoel, maar in het vechten (voor dat doel) zelf.
Onze mogelijkheden die wij in onze genen met ons mee dragen, komen door de hetero-moraal en het bijbehorende seksisme dus nauwelijks tot ontwikkeling. Willen wij ons volledig kunnen ontplooien, en in vrijheid tot keuzes komen, dan is deze moraal één van de eerste dingen waar tegen gevochten moet worden.
Dit gevecht moet zowel met de omgeving, de maatschappij, als met jezelf, je socialisatie uitgevochten worden.

Verworvenheden
Vrouwen hebben al een historie van vechten achter zich. Het feminisme is nog lang niet uitgestreden, volledige emancipatie is nog lang niet in zicht, maar we zijn al wel een heel eind.
Vrouwenonderdrukking is erkend als een maatschappelijk en politiek probleem, ook al wordt er soms nog zo vreemd met dit probleem omgegaan. En ook voor het individu is er veel veranderd. Niet alleen qua regelgeving maar ook voor vrouwen die het zowel persoonlijke als politieke gevecht aangaan met hun eigen socialisatie. Er zijn therapieën en theorieën ontwikkeld zoals de Transactionele Analyse, de vrouwenpraatgroepen, de Radicale Feministische Therapie, assertiviteitstrainingen enzovoorts. Weliswaar is het aanbod van werkelijk feministische hulp minder geworden vergeleken met 20 jaar geleden, maar toch staan de adressengedeelten van vrouwenagenda's nog steeds overvol. Er zijn duizenden boeken geschreven over de onderdrukking van vrouwen die voortvloeit uit het rollenpatroon. Er zijn tienduizenden mensen al decennia intensief mee bezig.
Vrouwen hebben het nog steeds bijzonder moeilijk, maar een vrouw van nu kan in elk geval gebruik maken van de kennis en paden die al eerder door anderen gebaand zijn.

Mannenonderdrukking; een psychische analyse.
Mannen echter leven nog zo'n beetje in het jaar nul.
Als ze al over zulke dingen nadenken, denken ze dat emancipatie en het doorbreken van rollenpatronen betekent dat je als man af en toe de afwas moet doen, en misschien hebben ze zelfs al bedacht dat je vrouwen als volwassen mensen, als gelijken moet behandelen. Dat werkelijke emancipatie veel verder reikt hebben ze echter nog nooit bedacht.
Wat mijn punt is, is dat mannen net zo goed onderdrukt zijn. Het rollenpatroon ontkent net zo goed de helft van hun menszijn als het vrouwen slechts toestaat zich tot een half mens te ontwikkelen.
De ongelijkheid tussen vrouw en man, de onderdrukking van de sexes bestaat niet slechts uit een machtsverschil en een arbeidsdeling van mannelijk en vrouwelijk werk, van betaalde baan en huishouden, produktie en reproduktie, openbare sfeer en privésfeer. Het is vooral ook een onderdrukking van karaktereigenschappen, een psychologische oorlog. En het is met name op dit terrein waar de onderdrukking van de man plaatsvindt.
De man onderdrukt zichzelf zwaar. Vanuit zijn ideaal van mannelijkheid ontkent hij een groot deel van zichzelf, met name het grootste deel van zijn emoties. Onzekerheden, angsten, verdriet, rouw, tederheid, liefde voor een ander dan zijn vrouw (bv. vriendschappelijk houden van), twijfel, behoefte aan lichamelijkheid anders dan neuken of met een ander dan zijn vrouw, zoals knuffelen met zijn vrouw of met een vriend, behoefte aan geborgenheid, veiligheid en bescherming; hij durft al dit soort dingen nog niet eens tot zichzelf toe te laten, laat staan dat hij ze naar een ander toe kan uiten. Een man leidt een zeer leeg en zinloos leven. Zoals een vrouw zich er traditioneel maar tevreden mee heeft te stellen dat zij geen leven buitenshuis, in de openbare sfeer heeft, niet rationeel is en niet in staat is om beslissingen te maken, zo heeft de man zich er mee tevreden te stellen dat hij alleen maar goed is om de stoere bink uit te hangen en als een robot zijn werk te doen.
Een ideaaltypische man is zelfs niet tot een simpel gesprek in staat wat verder gaat dan een praatje over het weer, de kinderen en het werk. Hij kent geen werkelijke communicatie, alleen een uitlevering van gerationaliseerde informatie. Hij kan logisch discussiëren als de beste, maar is niet in staat om te zeggen dat hij van je houdt.
Door deze ontkenning van zijn eigen emoties is de man ook niet in staat om iets te verwerken. Die enkele keer dat een angst, onzekerheid, verdriet of simpele stress door zijn dikke pantser heendringt, weet hij niet wat hij er mee moet doen. De enige manier die hij heeft geleerd om met dat soort dingen om te gaan, is verdringing en wegstoppen. Hij kan er immers niet over praten, omdat hem altijd is aangeleerd dat mannen die over zulke dingen praten, uitgelachen worden, moederskindjes zijn, nooit meer meetellen. Hij is hier zozeer op geconditioneerd dat hij zelfs met zijn vrouw niet of nauwelijks kan praten, omdat hij er automatisch van uit gaat dat hij gedumpt wordt zo snel hij dat doet. Dus ook problemen die hij binnen een relatie ondervindt zal hij niet of moeilijk uiten.

Onze opgebrande vaders
Dit heeft zelfs sterke lichamelijke gevolgen. Het geestelijke binnenvetten uit zich ook in lichamelijk vet. Hij begint uit frustratie en onverwerkte stress meer en meer te eten, te roken, te drinken. Zijn kantoorbaan garandeert hem sowieso al zo min mogelijk beweging. In het begin van zijn huwelijk zal hij nog aan sport doen, omdat hij er op geconditioneerd is om vrouwen te versieren, en dat hij sportief, mager en gespierd moet zijn om dat te kunnen doen. Maar als hij eenmaal getrouwd en monogaam is, valt deze conditionering weg, omdat die immers alleen op vrouwenjacht is gericht, en niets met het nastreven van gezondheid van doen heeft. Nee, na een tijdje huwelijk zal hij trots over zijn buikje wrijven en tegen het bezoek zeggen dat ze toch zo goed kookt, hé, terwijl het in werkelijkheid eerder de onverwerkte problemen en stress van zijn huwelijk en zijn werk zijn die dat buikje hebben gevormd.
Mannen sterven vooral aan stressziekten, zoals hart- en vaatziekten, maag-, darm- en longkanker. Ook hebben ze een zeer veel grotere kans om maagzweren te krijgen als vrouwen. Het is inmiddels bewezen dat het grote verschil tussen de gemiddelde levensduur van vrouwen en mannen zo niet geheel dan toch grotendeels te verklaren is vanuit het onvermogen van mannen om met hun emoties om te gaan, om ze te uiten en te verwerken.
De man is zo doordrongen van prestatiedrift en angst voor concurrentie, dat hij alles vanuit deze begrippen benadert. Mede daardoor is het hem niet gegeven om tevreden te kunnen zijn met wat hij heeft. Hij moet immers continu verder gaan, meer veroveren dan hij al heeft, om de concurrentie de baas te blijven. Hij kan nooit eens figuurlijk onderuitzakken, even stilstaan en genieten van wat hij heeft, omdat hij continu bang is alles weer te verliezen. Het enige genot dat hij werkelijk goed kent, is het genot van iemand die merkt dat hij het voor het zeggen heeft, dat hij de beste van allen is; het is de machtswellust. En machtswellust gaat altijd samen met angst voor het verliezen van die machtspositie.
Zelfs van seks kan de echte vent alleen genieten als hij zowel het gevoel heeft dat zijn wil wet is, en hij tegelijkertijd denkt dat hij de beste presteerder is, die elke vrouw een oneindig orgasme kan bezorgen.

Alte Kamerade
Ook zijn vriendschappen zijn doordrongen van het idee dat ieder ander dan zijn vrouw in principe een vijand is, die hem zijn bezit (zowel zijn vrouw als zijn positie als zijn letterlijk bezit als zijn zelfbeeld) kan ontnemen door beter te zijn dan hij. Alles beziet hij vanuit een hiërarchisch denkpatroon.
De zo verheerlijkte kameraadschap, het 'oude jongens krentenbrood' is misschien wel de meest fnuikende omgangsvorm die de man kent. Een 'kameraad' is iemand waartegenover je jezelf moet bewijzen, continu, het is het instituut wat je leert hoe je je 24 uur per dag moet profileren. De kameraadschap is de plek waar het machismo het meest de boventoon voert. Je ziet het met name op sportvelden en in het leger ontstaan; plekken waar niets anders dan prestatiedrang beoefend wordt. Kameraadschap gaat zelfs vaak samen met een vorm van seksueel geweld. Zo kan ik me zelf nog wel herinneren hoe mijn lieve schoolkameraadjes mij sloegen, schopten en bedreigden met verkrachting omdat ik slechte cijfers met gym haalden en dus een moederskindje, een mietje en een homo zou zijn.
Over seksueel geweld tegen mannen en jongens is erg weinig bekend. Het taboe rondom seksueel geweld tegen mannen is nog veel groter dan rond seksueel geweld tegen vrouwen. Bovendien zal een man zijn ervaringen veel minder snel vertellen dan een vrouw, vanwege zijn manier van verwerken (verdringing) en zijn onvermogen om te bekennen dat hij een keer niet de baas en de beste is geweest. Toch komen er steeds meer meldingen binnen van jongens en mannen die vertellen verkracht te zijn geweest. Het zou wel eens heel goed kunnen dat verkrachting van mannen net zo veel voorkomt als verkrachting van vrouwen. Dat zou betekenen dat maar liefst 1 op de 3 mannen vóór zijn 18-de aan een vorm van seksueel geweld onderworpen is geweest.
Zo zijn er veel meer dingen te noemen, maar ik denk dat het vrij duidelijk is wat ik wil zeggen, en de lezeres/lezer de lijst verder zelf wel aan kan vullen.
Je zou kunnen zeggen dat vanuit de traditionele rollenverdeling de man weliswaar de baas is, maar niets heeft om van te genieten in de vrijheid die hij met die macht voor zichzelf kan scheppen.
Ik begrijp wel dat het klinkt als een baas die zegt dat de arbeiders niet moeten zeuren omdat 'ie zelf ook pijn in z'n rug heeft van al dat gezit, maar het is zeer belangrijk dat de onderdrukking van mannen eindelijk eens serieus genomen wordt, anders zal er nooit iets veranderen. Juist de mannelijke emotionele armoede dringt vrouwen terug in een traditioneel rollenpatroon.
Het gezin wordt zo figuurlijk én letterlijk een reproduktie van het kapitalistische systeem.


Feministische klachten
Doordat een mannenbeweging nooit werkelijk van de grond is gekomen, heeft de man inmiddels een grote achterstand op de vrouw. De man verkeert nu in hetzelfde stadium als de vrouw twee eeuwen geleden; 99,9% heeft nog niet eens door dat er überhaupt sprake is van onderdrukking van de man (wat die onderdrukking er niet minder heftig op maakt.).
Dit heeft intussen grote consequenties voor de vrouwenstrijd. Vanuit zijn emotionele armoede drukt de man de vrouw steeds weer in haar verzorgende, tedere en niet-mondige rol. De mode onder sommige radicale feministes van een tijdje terug om lesbisch te worden, en omgaan met mannen als anti-feministisch en burgerlijk te zien, was niet zomaar een gril, maar eigenlijk zwaar terecht.
De klacht dat elke keer de vrouw weer haar best kan gaan doen om te zorgen dat die vent eindelijk eens verandert, klopt ook. Mannen laten zich maar ten dele veranderen door vrouwen. Als ze al veranderen gaan ze alleen maar wat meer afwassen e.d., en verandert er in hun werkelijkheidsbeleving, hun denk- en gevoelswijze en emotioneel gedrag jegens vrouwen vrij weinig. Vrouwen kunnen dit ook niet voor mannen veranderen; dat moeten ze zelf doen. Dit gebeurt echter nauwelijks.


Waarom is de mannenbeweging nooit van de grond gekomen?
De vrouwenstrijd was een strijd om openbaarheid. Vrouwen kwamen er (en komen er nog steeds) langzaam achter dat die zogenaamde natuur van de vrouw niet natuurlijk is, maar opgelegd, dat de hen toebedachte rol een vorm van onderdrukking is. Omdat die rol ze opsloot in de privésfeer, in het gezin en het huishouden, en ze buiten de openbare sfeer sloot, buiten betaalde arbeid, buiten de politiek, de maatschappelijke macht, mondigheid, was hun gevecht ondanks hun depolitiserende socialisatie duidelijk een politiek gevecht om de openbaarheid.
Mannen hebben echter een heel andere strijd te voeren. De openbare sfeer hebben ze al eeuwen in hun broekzak; het is de plek waar ze vandaan komen. Waar ze, als ze zich zouden willen emanciperen, heen willen, is juist de privésfeer. Daar liggen met name hun problemen, in hoe ze met emoties omgaan, hoe ze die uiten, hoe ze omgaan met hun naasten. Het is een strijd die niet moet bereiken dat mannen kunnen laten zien wat ze kunnen, dat ze als volwaardige mensen worden erkend en volwaardig mee kunnen doen in betaalde arbeid, in de politiek, de maatschappij. Ze moeten juist afleren om de hele tijd te laten zien wat ze kunnen.
Sociale en politieke strijd gaat normaliter samen met woede, mondigheid, het afdwingen van eisen, conflict; met alle gevoelens en daden die bij het woord strijd horen.
De strijd van mannen gaat echter juist samen met lief zijn, tederheid, onzekerheid, samenwerking, openheid; met alle gevoelens en daden die bij harmonieuze coöperatie horen.
Het is daardoor heel moeilijk voor mannen om te onderkennen dat ze überhaupt een strijd te voeren hebben; en dan nog een politieke strijd ook. Als je al de baas bent, waar zou je dan nog voor strijden?
Bovendien is het heel moeilijk om gezamenlijkheid in die strijd te creëren. Het gevecht voer je immers vooral met jezelf uit, en veel minder met je omgeving. Het gevecht van een vrouwelijke feministe is wat dat betreft veel duidelijker. Het gaat er daarbij ten eerste om, om ruimte te bevechten op anderen, iets wat je vrij makkelijk samen doet met andere vrouwen, die immers in dezelfde positie zitten als jij. Pas in tweede instantie vechten vrouwen ook iets met zichzelf en hun socialisatie uit, als ze merken dat ze erg veel moeite hebben om assertief te zijn bijvoorbeeld. Dit gevecht is veel persoonlijker, ook al heeft het net zo goed maatschappelijke, en dus politieke en economische oorzaken. Je kunt zo'n gevecht wel in groepsverband aangaan, bijvoorbeeld in een zelfhulp-assertiviteitstraininggroep, maar ook dan voer je het grootste deel van de strijd alleen, individueel.
Mannen moeten juist ten eerste een strijd met zichzelf voeren, en pas in tweede instantie een publieke strijd. Pas als je al een aardig eind hebt geleerd om emoties en twijfels niet langer te verdringen maar te voelen en te uiten, als je in staat bent om in paniek te raken of om in janken uit te barsten, als je je 'verwijfd' durft te gedragen en te kleden als je daar zin in hebt, als je kan samenwerken zonder de beste te willen zijn, enzovoorts enzovoorts; pas dan barst het conflict met je omgeving goed los. En dan nog is het zo dat de politieke lading van je strijd moeilijk herkenbaar is. Het lijkt in eerste instantie op te lossen door te gaan denken van: "Ach, als ze me voor moederskindje uitschelden dan doen ze dat maar", of erger nog, om je terug te trekken in een kleine groep van vertrouwden waar je jezelf bent, en in de openbare sfeer jouw anders-zijn zo goed mogelijk te verbergen, of anders te minimaliseren tot een klein, redelijk normaal dingetje. Veel burgerlijke homo's zijn hier in getrapt. Als je homo bent, is dat toch normaal, zolang je verder maar niets raars doet. Zulke mensen snappen niet dat hun strijd niet alleen een strijd voor persoonlijke erkenning en acceptatie is door de directe omgeving, maar dat het een strijd is tegen ongelijkheid, tegen onderdrukking, tegen een maatschappelijk onrecht en dus een politieke strijd die je samen moet voeren in de publieke ruimte, en niet alleen maar thuis. Ze koppelen verschillende onderdrukkingsvormen niet aan elkaar tot één strijd, maar laten zich in een gedepolitiseerd hoekje drukken. Dat maakt ze niet dom. Het is gewoon erg moeilijk om jouw persoonlijke uit-de-kast-komen in je eigen kring te bekijken vanuit een of ander politiek, de wereld omvattend standpunt als je het al moeilijk zat hebt met allerlei elkaar verdringende emoties

De schuldvraag
Het laatste grote probleem van de mannenbeweging is de schuldvraag. Wie is de schuldige aan het seksisme, aan de onderdrukkende rollenpatronen?
Over het algemeen wordt voetstoots aangenomen dat de man de slechterik wel zal zijn. En inderdaad, de verkrachter is in vrijwel alle gevallen - ook als het slachtoffer een jongen is - de man. Degene die geweld gebruikt, die mishandelt, is meestal een man. De man was het die het jarenlang de dienst uit maakte; in de maatschappij, de economie, de politiek, de seks, in de belangrijke beslissingen in het huwelijk, enzovoorts. De macht van de vrouw lag slechts op het emotionele vlak; via emotionele manipulatie kon zij nog het een en ander gedaan krijgen. Maar de man bepaalde uiteindelijk altijd waar de marges lagen.
De schuldvraag is altijd een moeilijke vraag.
Ik denk er het volgende ove
1. Ja, de man heeft eeuwen lang de vrouw onderdrukt.
2. Ja, elk individu is voor zijn eigen daden verantwoordelijk. Elke man die een ander heeft verkracht of op andere wijze heeft onderdrukt, is een klootzak, is schuldig, en moet bestraft worden.
3. Ja, de man is gesocialiseerd om als onderdrukker te functioneren, en je mag daarom ook niet teveel vertrouwen in al zijn mooie praatjes en strevingen.
4. Maar elke man is niet schuldig. Hij is zelf ook slachtoffer. De ware schuldige van het gehele rollenpatroon is niet een persoon, maar onze cultuur met alle instituties die daar bij horen. En dat betekent dat het ieders persoonlijke verantwoordelijkheid is om hier iets aan te doen, zonder dat het ieders persoonlijke schuld is dat het rollenpatroon bestaat. In mijn optiek is iemand pas persoonlijk schuldig aan het rollenpatroon als hij of zij zich bewust is van het verkeerde van het rollenpatroon, zich bewust is van een bepaalde eigen verkeerde, seksistische gedraging, en toch niets aan dit gedrag probeert te veranderen; of wanneer iemand zijn of haar uiterste best doet om zo onbewust mogelijk te blijven op dit vlak.

De meeste mannen blijven hangen in hun macho-rol, maar die paar linkse mannen die werkelijk iets willen veranderen aan hoe ze omgaan met zichzelf en met anderen, blijven meestal hangen in de schuldvraag. Mede door begrijpelijk toedoen van sommige vrouwelijke feministes zien zij zich als in en in slecht, puur omdat ze toevallig man zijn. Door Weltschmerz in schuldgevoel te vertalen, is het moeilijk om actie in positieve zin te ondernemen. In plaats daarvan verschijnt er af en toe een triestig mannenpraatgroepje, waarin men in de meeste gevallen niet veel anders doet dan elkaar te vertellen hoe slecht men eigenlijk wel niet is, hoe het met de relatie is gesteld en hoe goed de zelfkastijding in dit groepje wel niet voelt. (Enkele mannengroepen zijn trouwens gelukkig wel echt veel verder gekomen dan dit.)
Verandering wordt door deze mannen ook meestal opgevat als het afremmen van bestaande gedragingen en denkwijzen, en veel minder als het ontdekken van nieuw terrein, als positieve ontwikkeling en groei, als een vrolijke strijd voor een betere wereld en een fijner vel om in te zitten.
Niet verwonderlijk dus dat er geen mannenbeweging bestaat, en dat de meeste praatgroepjes na korte poos weer uit elkaar vallen, zonder werkelijk iets bereikt te hebben bij de deelnemers.

Afsluitend
In dit stuk heb ik mijn cynisme over de voortgang van de emancipatie ongeremd van mij afgeschreeuwd. Aan de hand van ideaaltypen, die helaas nog lang niet overdreven zijn of achterhaald door de werkelijkheid, waar deze ideaaltypen of delen van deze typen in minder zuivere vorm nog steeds veelvuldig voorkomen, heb ik twee onderwerpen aangestipt die mijns inziens de voornaamste factoren vormen waardoor de emancipatie blijft steken in "een ongevaarlijke marktsector", nl. het kapitalisme en haar nieuwste consumptie-ideologie van het pseudo-individualisme, en het ontbreken van mannenemancipatie en een mannenbeweging.
Ik kom daarbij tot de volgende beweringen:
Pas als de man door heeft dat hij ook een slachtoffer is, kan hij uit die slachtofferrol stappen om iets aan zijn situatie te veranderen.
Pas als de man door heeft dat er veel te winnen valt bij het ontsnappen aan zijn mannenrol, zal hij daar ook een poging toe wagen.
Pas als hij door heeft dat zijn strijd net zo politiek en maatschappelijk is als de vrouwenstrijd, kan hij tot gezamenlijke strijd komen, kan er een mannenbeweging ontstaan en kan er structureel iets veranderen aan zijn situatie.
Pas als mannen hun situatie structureel veranderen en hun onderdrukking opheffen, geven zij voldoende ruimte aan vrouwen om hun emancipatie te vervolmaken.
Werkelijke emancipatie kan niet geconsumeerd worden, maar wordt bevochten. Het kapitalisme heeft de emancipatie vercommercialiseerd, en solidariteit en sociale bewegingen gesmoord in de nieuwe post-moderne filosofie van het pseudo-individualisme.
Emancipatie van de vrouw gaat niet zonder een vorm van socialisme of anarchisme, en gaat niet zonder emancipatie van de man.

Dit stuk heb ik zoals gewoonlijk op mijn vertrouwde arrogante toon geschreven. Dat wil niet zeggen dat ik per sé gelijk heb, en al helemaal niet dat ik het zelf allemaal beter doe. Ik hoor zelf bij de groepen van mensen waar ik zo op kanker; misschien is dat wel de reden dat ik zo kwaad wordt en begin te vloeken over al die onnozelaars. Dit stuk vertegenwoordigt eigenlijk alleen mijn eigen mening en redenaties, maar inspiratie heb ik o.a. uit de volgende boeken gehaald:
1. Het gevaar van het man-zijn; dr. Herbert Goldberg
2. Socialistisch-feministische teksten; Anja Meulenbelt
3. Verschillende artikelen van Ozzie in o.a. Ons Dorp

Bas Thijs


Een paar woorden over mannencultuur



Het man-vrouw verschil moet verdwijnen. In een discussie waarin ik dat zei wierp iemand mij tegen dat het juist leuk is dat er verschillen zijn tussen mensen. Wat een misverstand! Want als ik het heb over mannen en vrouwen heb ik het uiteraard over de bestaande rolpatronen en die maken mensen juist tot eenheidsworst. Een tweeheids- of duoworst in dit geval. Zonder rolpatronen zou iedereen zijn of haar eigen weg kunnen gaan en zou iedereen juist van elkaar gaan verschillen. Het verschillend zijn op zich is overigens niet waar het om draait. Waar het om gaat is dat je zelf kan bepalen hoe je je leven leidt en dat je je niks hoeft aan te trekken van hoe-het-hoort of wat anderen van je verwachten.
Man/vrouw patronen zijn alom aanwezig en ik moet de eerste nog tegenkomen die van dat hele gedoe niks heeft meegekregen. Het je er van losmaken is vaak een hele strijd en kan bij sommige mensen een stevige identiteitscrisis ontketenen. De verschillen gaan namelijk vaak veel verder dan wat oppervlakkige verschilletjes in praktische vaardigheden. Het ligt veel dieper, psychologischer, het is soms heel ongrijpbaar. Een belangrijk, misschien wel het belangrijkste gebied waarop man/vrouw-patronen tot uiting komen is de sociale omgang. Gemiddeld zijn vrouwen meer geneigd zich in een ander te verplaatsen waardoor ze socialer zijn. Mannen zijn gemiddeld egocentrischer waardoor ze minder sociaal zijn.

In anarchistische kringen is het wat betreft man/vrouw-rolpatronen niet veel beter gesteld dan in de rest van de maatschappij. Als je kijkt naar de vertegenwoordiging van vrouwen in diverse clubs komt het anarchisme zelfs ongunstig uit de bus. Weinig mensen beseffen dat dat een alarmerende situatie is. Ook in onze kringen ontbreekt blijkbaar de vrijheid je te kunnen ontplooien ongeacht je geslacht.

Een vraag die mij bezig houd is waar seksisme precies uit bestaat. Er bestaan volgens mij verschillende niveau's. Over het niveau van seksuele intimidatie wil ik het nu even niet hebben. Over het niveau van vrouwen niet serieus nemen en ze niet uit laten praten ook niet. Dat komt allemaal wel voor, maar ook in situaties waarin mannen dat gedrag achterwege laten worden vrouwen vaak nog steeds niet enthousiast. Het niveau waar ik het over zou willen hebben is wat je 'mannencultuur' zou kunnen noemen. Mannencultuur kent veel verschijningsvormen en loopt van de pantoffelman die gewend is dat z'n natje en z'n droogje op tijd klaar zal staan, via de workoholic die zichzelf niet wenst tegen te komen, tot aan de machoman die zichzelf in alles steeds opnieuw denkt te moeten bewijzen. Het gemeenschappelijk element is het niet verantwoordelijk willen of kunnen zijn voor de gevoelens van anderen en de algehele sfeer. Het gaat om een sociale vaardigheid die ze gewoon niet krijgen aangeleerd. Vrouwen wel, en dat is maar goed ook, want vrouwen kunnen het niet zomaar even bij het andere geslacht gaan halen, zoals veel mannen dat wel kunnen.

Mannencultuur zit in tal van kleine dingetjes en in de meeste gevallen zijn mannen zich vaak niet eens bewust van de manier waarop het ook in henzelf zit. Kritisch zelfonderzoek en een stevige (feministische) analyse zijn nodig om dingen zichtbaar te maken en te veranderen. Jammer genoeg zijn maar weinig mannen daar echt mee bezig, ze zien de noodzaak er niet van in.

Mannencultuur is mannenmacht.
Als anarchistische mannen moeten we ermee aan de slag.

Michèl Post


Vrije liefde en anarchisme



Vrije liefde en anarchisme passen volgens mij uitstekend bij elkaar. Als anarchisme het streven is naar zoveel mogelijk vrijheid voor alle mensen dan zou je vrije liefde anarchisme op het gebied van de liefde kunnen noemen. De vrije liefde leven betekent voor mij de liefde vrijlaten en niet door afspraken en beloftes proberen in te kaderen of vast te leggen, ook niet door onuitgesproken beloftes om bijvoorbeeld niet op een ander verliefd te worden. Vrije liefde is jezelf niet beknotten in het mogen liefhebben van anderen, maar ook een ander daarin willen vrijlaten. Zogezegd lijkt het bijna raar dat er mensen zijn die niet aan de vrije liefde doen, want wie wil er nou beknot worden in gevoelens?
In de praktijk blijkt de vrije liefde echter niet altijd even makkelijk te zijn. Bijna niemand wordt er mee opgevoed. Angst (om verlaten te worden, om op de tweede plaats te komen of juist om de ander tekort te doen) en bezitterigheid spelen velen parten. Vrije liefde wordt daarnaast nogal eens met oppervlakkigheid en vluchtigheid geassocieerd. En in de praktijk is de vrije liefde niet altijd even eenvoudig (wie slaapt er vannacht bij wie, bijvoorbeeld?).
Het lijkt ons (Rymke en mij) leuk om tijdens de pinksterlanddagen met mensen die op een vrije manier hun liefdesrelaties invullen (of dat graag willen of anderszins geïnteresseerd zijn) van gedachten wisselen. Hierbij zouden de volgende vragen een leidraad kunnen zijn:

In willekeurige volgorde
-wat heb je in je eigen leven met vrije liefde te maken?
-waarom kies je voor vrije liefde, waarom niet, wat weerhoudt je ervan?
-welke praktische problemen kom je tegen, hoe los je ze op?
-hoe open ben je tegenover de een over wat je met de ander deelt?
-kun je het goed met de 'ander' vinden? Zo niet, hoe ga je daar mee om?
-heb je last van jaloezie of angst? Hoe ga je daar mee om?
-wat vindt de buitenwereld ervan, heb je daar problemen mee?
-wat is er leuk aan een vrije relatie?
-enzovoort....

Simone


Vrije liefde



Vrije liefde gaat voor mij niet per se over met meer dan één iemand iets hebben. Discussies over vrije liefde worden daar over het algemeen te veel toe beperkt. Vrije liefde gaat voor mij op de eerste plaats over de kwaliteit van liefdesrelaties en over het keurslijf waarin liefdesrelaties worden geperst. Monogamie is één aspect van dat keurslijf.

Vrije liefde is een thema dat anarchisten altijd heeft bezig gehouden. Machtsverhoudingen kom je immers niet alleen in 'de maatschappij' tegen, maar ook in vriendschappen en liefdesrelaties. En als machtsverhoudingen ergens niet thuis horen en vermijdbaar zijn dan is het daar wel. Vriendschappen en liefdesrelaties vormen een prachtige gelegenheid om in het klein een vrije samenleving uit te proberen. Ook in de maatschappij berusten de machtsverhoudingen tenslotte op hoe vrij of onvrij mensen met elkaar (willen) omgaan.

Bij vrije liefde gaat het om liefdesgevoelens en dat die gevoelens er mogen zijn en als voldoende motief gezien mogen worden om op basis daarvan met ander mensen relaties aan te knopen en te onderhouden. Dat vormt natuurlijk een groot contrast met de huidige samenleving waarin dat soort gevoelens grotendeels aan banden worden gelegd en alleen in een voorgestructureerd keurslijf in praktijk mogen worden gebracht: bij voorkeur hetero, ongeveer zelfde leeftijd en monogaam. Wanneer de liefde vrij kan worden beleefd ontstaat vanzelf een veel kleurrijker beeld. Dan blijkt er plotseling behoefte te bestaan aan veel meer soorten verhoudingen. Veel persoonlijker en daardoor diverser en ongrijpbaarder. Bij vrije liefde gaat het er om dat iedereen de vrijheid krijgt zelf uit te zoeken wat haar of hem het beste past.

Vrije liefde is een zeer breed terrein. Het is kritiek op de bestaande maatschappelijk normen rond liefde, seksualiteit en relaties. In het verlengde hiervan is vrije liefde ook kritiek op alle mogelijke vormen van maatschappelijke dwang. In vrije liefde staat immers de persoonlijke motivatie centraal terwijl die in een op dwang gebaseerde maatschappij juist miskend wordt. Verder gaat vrije liefde uiteraard over het alternatief. Over wat er met mensen gebeurt als ze van de gebaande wegen afgaan. Hoe we samen nieuwe manieren van samenleven en liefhebben kunnen ontwikkelen. Helaas is er nauwelijks een vrije liefde beweging en is het moeilijk om mensen te vinden die met vrije relaties bezig zijn.

Het woordje vrij in vrije liefde heeft eigenlijk alleen als functie het contrast aan te geven met de bestaande maatschappij waarin liefde vaak helemaal niet vrij kan worden beleefd en waar bovendien op zeer onvrije situaties het woordje liefde wordt geplakt. Heb je het over de liefde zelf dan is 'vrij' uiteraard een tamelijk overbodig toevoegsel. Onvrije liefde bestaat immers niet. Net zomin als er onvrije angst bestaat. Vrije liefde is een politiek begrip. Toch wil ik het in dit stukje ook nog over de liefde zelf hebben.

Liefde is...
Over liefde kan met prachtige bewoordingen worden gesproken. Waar het mij om gaat is dat liefde een serieus te nemen gevoel is. Door 'werk' te maken van liefde kan een netwerk ontstaat van mensen die persoonlijke banden met elkaar hebben. Helaas is het over het algemeen karig gesteld met de liefdeseconomie. Liefde blijkt steeds weer voorwaardelijk te zijn; Ik wil wel van je houden als je niet meer van een ander houd; Ik wil wel met je vrijen als je niet meer met een ander vrijt; Ik wil je wel helpen als jij mij de volgende keer ook helpt. Zo sluiten we elkaar uit en beperken we elkaar. Mensen schijnen zich niet te realiseren dat liefde 'wonderbaarlijk deelbaar' is. Hoe zou dat komen?

Michel Post >


Workshop opvoeding van kinderen



De positie van kinderen in onze maatschappij is verre van ideaal. Op dezelfde manier waarop er rolbevestigende en normatieve (denk)beelden over volwassen mannen en vrouwen bestaan, bestaat er ook een onderdrukkend kindbeeld: het kind als voormaatschappelijk wezen. Aan de ene kant beschermt deze aparte positie kinderen tegen de harde buitenwereld waardoor er ruimte is zich in relatieve vrijheid te ontwikkelen. Aan de andere kant leidt die aparte positie ertoe dat kinderen een aantal fundamentele vrijheden die in de grotemensenwereld gemeengoed zijn, moeten ontberen.
De allerbelangrijkste daarvan is het recht zelf te kunnen bepalen met wie ze omgaan. Kinderen hebben daartoe vooralsnog weinig mogelijkheden. Te veel wordt er vanuit gegaan dat binnen het gezin alle sociale behoeften van kinderen kunnen worden bevredigd. Noch voor volwassenen noch voor kinderen is dit echter het geval.
Kinderen hebben verder nauwelijks mogelijkheden zelf te bepalen welke activiteiten ze verrichten. Vanaf het vierde jaar bepaald de verplichte schoolgang hun dagindeling en de onderwerpen waar zij zich mee bezig dienen te houden. Volwassenen hebben op dat punt over het algemeen meer vrijheid en meer mogelijkheden om daar invloed op uit te oefenen.
Wetten die kinderen beschermen tegen economische uitbuiting zijn prima. Op dit moment werken deze wetten echter tevens economische uitsluiting in de hand. Kinderen mogen niet werken en geld verdienen en beschikken daardoor doorgaans niet over financiële middelen, wat hun in sterke mate beperkt in het maken van eigen keuzen.

Het idee van de workshop is om een groep mensen bij elkaar te brengen die over de positie van kinderen in onze maatschappij wil praten vanuit anarchistisch perspectief. Misschien is het mogelijk een start te maken voor een vaste werkgroep over dit onderwerp. Die groep zou o.a. kunnen bestaan uit mensen die zelf kinderen hebben. De nadruk daarbij ligt op hoe volwassenen met kinderen omgaan, en op welke manier zij kinderen in hun vrijheid beletten of die vrijheid (kunnen) stimuleren. Welk kindbeeld ligt ten grondslag aan de manier waarop in onze maatschappij met kinderen wordt omgegaan?


Wat was er anarchistisch aan de 2e feministische golf?



Weg met het burgerlijk feminisme!

Als slachthuizen muren van glas hadden, zou er beduidend minder vlees gegeten worden.
Wie niet erkent dat abortus het doden van menselijk leven is, hoeft niet verder te lezen.


Mensen zijn veeleer het slachtoffer van hun denken dan dat zij bewust keuzes maken. Want hoe bewuster de keuze, hoe duidelijker die het resultaat is van afweging en overdenking. En dus van opvoeding, opleiding en positie.
Slechts voor zover anarchisten zich laten leiden door een analyse van de bestaande verhoudingen, is de juistheid van die analyse van belang.
De uitgang van de term anarchisme doet vermoeden dat het 'n stroming is, maar anarchisme kan gezien worden als een contradictio in terminis. Anarchisme is namelijk niet iets wat je uit boeken haalt. Het zit van nature in je bloed, in je genen.

Historisch gezien is het anarchisme verweven met het socialisme, de emancipatie van het proletariaat. Niet alleen zij, ook kapitalisten hebben zich ingespannen de omstandigheden te verbeteren waaronder mannen, vrouwen en kinderen vroeger in fabrieken werkten. Men begreep al gauw dat je weinig hebt aan werkvolk dat om de haverklap ziek is, dood gaat en niet kan lezen.
Mede onder invloed van ontwikkelingen in techniek en wetenschap raakte het schema van de sociale werkelijkheid vastomlijnd: mannen werkten buitenshuis, vrouwen binnenshuis en de kinderen werden zo vroeg mogelijk naar school gestuurd.

Kinderen werden, naast arbeiders en vrouwen, een scherp gedefinieerde klasse.

Toen Dolle Mina en MVM de 2e feministische golf vormgaven met de slogan Baas In Eigen Buik, werd duidelijk dat het recht op zelfbeschikking van vrouwen ten koste ging van het recht op zelfbeschikking van (ongeboren) kinderen.
In het verlengde van het recht om te mogen participeren in het arbeidsproces, vormde abortus een van de speerpunten van het burgerlijk feminisme.

Abortus is het doden van ongeboren kinderen. En doden is de ultieme vorm van onderdrukking.

Een kind is nooit van iemand.

Als socialisme de emancipatie van het proletariaat ten opzichte van het Kapitaal voorstaat en anarchisme die ten opzichte van de Staat, en als we voorts vaststellen dat mensen die Kapitaal of Staat zouden willen opheffen, lijden aan een levensgevaarlijke vorm van naïveteit, krijgen zowel socialisme als anarchisme een nieuw theoretisch fundament als wordt erkend dat kinderen vooral worden onderdrukt door vrouwen resp. dat dit gebeurt met goedkeuring van de overheid.

Vrij baan voor vrijdenkers, weg met het burgerlijk feminisme!


Sies van Raaij


Reactie op het stukje van Sies van Raaij



Algemeen: het stukje lijkt een poging via dwingende logica iets duidelijk te maken. Helaas kan ik die logica niet volgen. Ik vind de stijl zeer ongezellig (zoals dwang altijd ongezellig is) en een aantal ideeën in het stukje beschouw ik als zeer rechts en onfeministisch.

"Mensen zijn veeleer het slachtoffer van hun denken dan dat zij bewust keuzes maken."

Mee eens, omdat er inderdaad vrij weinig zelfstandig wordt nagedacht door mensen, té weinig naar mijn smaak. Of opvoeding, opleiding en positie een garantie zijn voor kritisch denken hangt er vanaf. Zelfstandig nadenken is iets dat je uiteindelijk toch zelf zal moeten doen.

"Slechts voor zover anarchisten zich laten leiden door een analyse van de bestaande verhoudingen, is de juistheid van die analyse van belang."

Deze zin klopt volgens mij niet, hij klink me nogal overbodig in de oren. Want wat heb je te maken met een analyse waar je je toch niet door laat 'leiden'. Wat je waarschijnlijk bedoelt is dat wanneer je achter een bepaald idee aanloopt, je er maar beter voor kunt zorgen dat in ieder geval dat idee goed doordacht is. Bezint eer gij begint! De juistheid of waarheid van een theorie lijkt me echter iets dat nooit kan worden vastgesteld. Het je laten 'leiden' door een 'juiste' analyse komt nogal onanarchistisch op me over omdat ik anarchisme invul als een kritische anti-dogmatische levenshouding.

"De uitgang van de term anarchisme doet vermoeden dat het 'n stroming is, maar anarchisme kan gezien worden als een contradictio in terminis. Anarchisme is namelijk niet iets wat je uit boeken haalt. Het zit van nature in je bloed, in je genen."

Isme betekent volgens mij niet veel meer dan dat iets in het teken, in de geest, of volgens het idee van iets staat. Anarchisme staat voor mij voor de ideeën die in het teken staan van een maatschappij zonder heerschappij. Omdat zo'n maatschappij sterk afwijkt van de huidige is het niet moeilijk daar boeken over vol te schrijven. Ik ben voorstander van een kritische kijk op de samenleving waarbij het gevoel niet wordt onderdrukt. Ik verzet me tegen de dogmatiek waarmee door sommigen met ideeën (ismen) wordt omgesprongen. Voor het bestrijden van die dogmatiek vind ik het echter niet nodig terug te vallen op categorieën als 'bloed' en 'genen'. Integendeel, deze categorieën verwijzen evenals geslacht, huidskleur en het Duitse 'boden' juist naar een toestand van niet-nadenken, van biologisme, en irrationaliteit. Ik vind het categorieën die de menselijke vrijheid eerder zullen doen ondersneeuwen. Grijp hier dus liever niet op terug en kies voor dat wat wél tegen dogmatiek ingaat, namelijk een kritisch en open levenshouding.

Over het eerste stukje: de drie zinnen vertonen onderling weinig samenhang, ze komen op me over als drie losse mededelingen. De overeenkomst is slechts dat ze alle drie iets met denken te maken hebben.

Over het tweede stukje + eerste losse zin: mee eens behalve dat rolpatronen tussen mannen en vrouwen vóór de industriële revolutie ook al krachtig aanwezig waren.

Over het derde stukje. Het lijkt net alsof het in de tweede feministisch golf inhoudelijk alleen om werk voor vrouwen ging. Werk was inderdaad een strijdpunt. De strijd voor werk ging echter hand in hand met de strijd voor iets veel belangrijkers: zelfbeschikking en gelijkwaardigheid van vrouwen op alle terreinen in het openbare- en het privéleven: de erkenning van vrouwen als mensen. En naast werk ging het ook om kinderopvang, gelijkwaardigheid in relaties, tegen seksueel geweld, het verdelen van huishoudelijke taken. De strijd voor legalisatie van abortus moet in dat kader gezien worden: tegen de hypocrisie en ellende van illegale abortussen, tegen de macht van mannen die vrouwen tegen hun zin zwanger maken en vervolgens weglopen, tegen de maatschappelijk norm dat vrouwen voorbestemd zijn om (alleen maar) moeder te worden. De tweede feministisch golf heeft bijgedragen aan een maatschappij die minder eenzijdig mannelijk is. Onder invloed van het feminisme is de maatschappij ontdooid en is er meer ruimte gekomen voor menselijkheid, gevoelens, individualiteit, zorg. Allemaal waarden die essentieel zijn voor het welzijn van ... o.a. kinderen. Onder invloed van feministische waarden als gelijkwaardigheid en seksuele zelfbeschikking is opvoeding stukken leuker geworden voor kinderen. Dat het allemaal nog veel leuker en beter kan weet ik ook, maar het lijkt me pertinente onzin om te stellen dat juist het feminisme voor meer onderdrukking van kinderen heeft gezorgd. Onderdrukkend voor kinderen zijn juist anti-feministisch krachten zoals seksueel misbruik, ongewenste zwangerschappen, geweld tegen kinderen, afstandelijk mannelijk gedrag naar kinderen, of moeders die zich maatschappelijk niet kunnen ontplooien.
Natuurlijk is een kind nooit van iemand, daarom hebben we juist (anarcha)feministische waarden als gelijkwaardigheid en zelfbeschikking nodig.

Over abortus: juist omdat abortus geen mooie oplossing is was een belangrijk deel van de feministische strijd gericht op seksuele zelfbeschikking, voorbehoedsmiddelen, kinderopvang, en participatie van mannen in de opvoeding. De meeste vrouwen die tegenwoordig abortus laten plegen hebben de zegeningen van het feminisme juist nog niet mogen smaken. Het zijn vaak vrouwen die nog gebukt gaan onder patriarchale normen en waarden en niet de mogelijkheid hebben of zien om op alle genoemde punten hun leven in eigen hand te nemen. En het lijkt me niet zo leuk om ongewenst kind te zijn (+ adoptie heeft ook nadelen).

Abortus is moord, stel jij, maar als ik als veganist 's nachts door een mug belaagd wordt mep ik ook. Met moord ligt het dus genuanceerd. Zelfbeschikking van het ongeboren kind lijkt mij nogal vergezocht. De foetus is een deel van een vrouwenlichaam en in de tijd waarbinnen arbortussen worden gepleegd geen zelfstandig bestaand wezen. Of abortus mag of niet mag blijft een persoonlijke afweging. Daarom: de vrouw beslist - abortus in het ziekenfondspakket!

De laatste alinea (6 regels) gaan m'n verstand te boven, ik snap er echts niets van.


Michèl Post