De geschiedenis van de Pinksterlanddagen

Deze pagina gaat over de geschiedenis van de PL en over de thema's die dit jaar (1997) aan de orde komen. Voor een algemene introductie klik hier.


Verslag van de pinksterlanddagen 1996

Ook dit jaar kwamen er weer velen (ruim 300) naar Appelscha om op het terrein 'Tot Vrijheidsbezinning' de Pinksterlanddagen mee te maken. Hoewel vorig jaar besloten was voor dit jaar geen vast programma samen te stellen en weinig te organiseren was er toch weer heel wat gepland.

Als ik zaterdagochtend het terrein opwandel zie ik meteen vele bekenden, maar druk lijkt het niet. Terwijl het toch al elf uur is en het programma zou moeten beginnen. Een aantal uit Utrecht vertrok gistermiddag al, en van een van hen hoor ik dat de films 's avonds over de Spaanse Burgeroorlog heel interessant waren. Al pratend vergeet ik de tijd en na een half uur kom ik er achter dat het programma inderdaad netjes om elf uur begonnen is en ik de opening gemist heb. Zo gaat dat vaak tijdens de PL: als je niet uitkijkt mis je door de gezelligheid een groot deel van de thema's en dat is zowel leuk als jammer. Leuk omdat het betekent dat de sfeer goed is, jammer omdat er in de thema's door bepaalde mensen veel energie gestoken is terwijl er vaak maar weinig mensen op tijd binnen zijn. De mensen die wel op tijd waren worden opgezadeld met veelvuldig deurgeklapper en stoelgeschuifel. Wat ik gemist heb is het openingswoord en een inleidend verhaaltje over het thema diskussiekultuur. Vorig jaar stond dat thema voor het eerst op de agenda tijdens de PL, en dit jaar heeft het voorbereidingsgroepje er voor gekozen het bij een kort verhaal te houden. Het komt neer op een oproep aan iedereen om goed te letten op hoe je diskussieert. Onder anarchisten lijkt het een taboe te zijn om in te grijpen tijdens diskussies. Sommige mensen nemen onnodig lang het woord, herhalen zich, of bewandelen allerlei zijpaden. Of ze katten anderen af. Het taboe om elkaar op die dingen aan te spreken mag wel eens verdwijnen. De groep stelt voor om zolang een ander aan het woord is door middel van handgebaren te kommuniceren, dan hoef je diegene niet in de rede te vallen en kan je toch iets duidelijk maken. Hoewel ik tijdens het weekend niemand serieus de gebaren zie maken verlopen de diskussies opvallend goed. Mensen laten elkaar beter uitpraten en letten beter op of een ander ook wat wil zeggen.

De presentatie van het woonwerkprojekt Voorstaete uit Utrecht mis ik ook. Voor mij niet zo erg want de plannen zijn me al tamelijk bekend. De tai chi op het voetbalveld laat ik bewust aan me voorbij gaan.

'S middags is de algemene vergadering van het Landelijk Anarchisties Samenwerkingsverband, het LAS dus, waarin wordt teruggekeken op de aktiviteiten in het afgelopen seizoen. Aansluitend wordt een video vertoont die de Friese omroep maakte over de PL van 1994. De opnames geven een goed beeld van hoe het tijdens dit soort dagen op het anarchisties terrein toegaat. Het mooist vind ik de fragmenten van oude filmpjes waarop te zien is hoe het er vroeger aan toe ging, toen de strijdbare oude mensen van dit terrein jong waren. Het lijkt één grote vriendenklub en zo te zien hadden ze veel lol met elkaar. Ik word er wat verdrietig van als ik bedenk dat er (zoals in veel groepen) later zoveel misverstanden en ruzies tussen zijn gekomen. Na de video wordt er gepraat over de toekomst van de PL. Arie en Bert vinden dat het tijd wordt dat anderen eens het voortouw nemen om de dagen te organiseren, en zowaar ontstaat er in zo'n tien minuten een nieuwe groep (Simone, Mikkie, Michél, en Gerard). Er wordt nog wat gepraat over het LAS. Een aantal jaren geleden was er maandelijks een LAS-vergadering waar iedereen die zich interesseerde voor anarchisme welkom was. Na de vergadering (die vaak zowel gezellig-chaoties als langdradig was) werd er gediskussieerd over een thema. Soms zat je met twintig, soms met vijf mensen. Sommigen (of misschien een paar meer) hadden behoefte aan struktuur, aan meer struktuur. Er werd een kerngroep gevormd van een aantal mensen met vaste taken; vrijblijvendheid was duidelijk ongewenst. Helaas was daardoor ook 'zomaar voor de gezelligheid en voor wat uitwisseling komen' niet meer goed mogelijk. De themamiddagen bleven achterwege. Wel werd er meegedaan aan een (al los van het LAS begonnen) themagroep rond 'arbeid'. Hoe het verder zal gaan met het LAS is onduidelijk. Het zou leuk zijn als er weer themamiddagen kwamen, en als er zich nieuwe mensen aansloten om die middagen (en/of andere dingen) te organiseren.

We hebben de tijd alweer overschreden, het is tijd voor pauze. Lang niet iedereen nam aan de LAS-diskussie deel, voor veel kinderen en andere mensen zal het Cirkus Bombarie uit Assen interessanter geweest zijn.

Het volgende programma-onderdeel is antimilitarisme, van oudsher een veelbesproken thema op dit terrein. De behoefte aan vrij rondslenteren en spontane gesprekken is bij de meesten (helaas voor Joop en Arend) blijkbaar groter dan de behoefte aan dit onderwerp; er komen slechts vier mensen opdraven. "Het zou een goede zaak zijn weer eens wat meer aandacht voor het antimilitarisme te krijgen," vinden Joop en Arend. Ze willen het probleem uitdiepen, denken daarbij aan hoeveel geld er verdiend wordt, aan de verspilling, de jacht op grondstoffen waarvoor hele volksstammen uitgemoord worden. Hoe de strijd te voeren voor vrede? Arend en Joop vragen zich af hoe het mogelijk is dat er op de PL de laatste jaren meer over sex gesproken wordt dan over antimilitarisme, anarchasex, is dat nou belangrijk? Inderdaad, als je het zo tegenover elkaar plaatst lijkt het absurd, maar volgens mij zit het ingewikkelder in elkaar. Een aantal jaar geleden kwam het thema 'potten en flikkerstrijd' op de agenda terecht, en dat was naar mijn idee geen overbodige luxe. Sommigen redeneerden echter simpelweg: als je anarchist bent dan ben je toch vanzelfsprekend tegen alle vormen van diskriminatie en onderdrukking? Waarom zou het nodig zijn daar dan nog over te praten? Dat anarchisme vanzelfsprekend anti-sexisme en anti-racisme omvat, en inhoudt dat je voor vrije liefde bent tussen wie van welk geslacht en welke leeftijd dan ook, dat lijkt mij inderdaad vanzelfsprekend. Maar daarmee is nog niet alles gezegd. Hoe kan het anders dat de praktijk er in anarchistiese kringen tot nu toe zo weinig roze uitziet? Waarom zijn er zo weinig potten en flikkers binnen de beweging? Dikke kans dat de anarchistiese kringen toch niet altijd als een veilige plek worden ervaren, en dat zou wel zo moeten zijn vind ik. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid of liever de vaak-afwezigheid van vrouwen bij diskussies. Vrijwel alle keren dat ik de laatste jaren bij het LAS kwam was ik de enige vrouw. Hoe komt dat? Dit lijken mij belangrijke vragen, vragen die heel wat verder gaan dan genoeglijk gestaar in de eigen navel (wat ik overigens ook niemand zou willen ontzeggen). Het heeft ook met een aksentverschuiving te maken. Vroeger lag bij anarchisten (evenals bij kommunisten en socialisten) het aksent op de strijd tegen een duidelijke vijand in de buitenwereld: de staat, de kapitalisten, het leger enzovoort. Bij veel anarchisten gaat het op dit moment niet alleen om de strijd tegen allerlei dingen maar ook om een strijd voor iets. Voor een zelf vormgegeven leven waarin naast kritiek op de buitenwereld ook veel plek is voor zelfkritiek en voor persoonlijke groei. Voor de strijd voor vrede en anarchisme voor de hele wereld moet je vreselijk lange adem hebben terwijl het zelf anarchisties proberen te leven en een soort anarchistiese oases maken met vriendinnen en vrienden ondanks alle problemen die je tegen zult komen toch een mogelijkheid is voor jezelf hier en nu. Een kombinatie van die twee vormen van anarchisties bezigzijn lijkt mij ideaal: zowel de lange termijn en de wereldproblemen in het oog houden (en die problemen helpen oplossen) als bezig zijn met het opbouwen van eigen plekken en daar te ervaren hoe mooi en interessant en grappig anarchisme kan zijn. Je ontdekt dan ongetwijfeld ook hoe moeilijk het kan zijn om anarchisme (leven zonder hebzucht, zonder jaloezie, streven naar zelfstandigheid, gelijkwaardigheid) in de praktijk te brengen en van die ervaringen kunnen anderen (kan de hele wereld) weer leren. De diskussie over welke onderwerpen belangrijk zijn binnen anarchisme zou misschien eens apart gevoerd kunnen worden, want er valt natuurlijk veel meer over te zeggen.

De zondagochtend begint met een lezing van Berend getiteld 'Weg van Croatan', een duidelijke hint in de richting van het pas uitgekomen boekje van Siebe dat "De weg naar Croatan' heet. Blijkbaar zit hier een behoorlijk meningsverschil, en ik verheug me al op verhelderende diskussies. Helaas komt het een en ander niet zo uit de verf. Hebben de idealen van de Verlichting afgedaan? Ik vind (deels) van niet, maar Berends antwoord wordt me niet echt duidelijk. Zijn nieuwsgierig makende verhaal stopt ergens halverwege naar mijn gevoel en Paul neemt het over met enkele koerswijzigingen. Zijn aandeel is getiteld: 'wie draagt mijn dagelijks brood?', en draait om vragen als 'dient de diskussie rond arbeid en ekonomie verengd te worden tot uitkeringsstrijd?' 'Hoe houden of krijgen we ons dagelijks leven in eigen hand?' Een verslag doen van de hierop volgende diskussie is onmogelijk, te meer daar ik geen aantekeningen heb gemaakt (het idee om een verslag te schrijven ontstond pas later). Het is duidelijk dat er rond baanloosheid en inkomen een hoop keuzes gemaakt kunnen worden. Uit stelen gaan is er een, een uitkering aanvragen is een andere. Paul vraagt zich af waarom Rampenplan niet vier gulden meer vraagt voor een maaltijd, dan zouden ze er misschien van kunnen leven en waren ze niet langer afhankelijk van de sociale dienst. Bert antwoordt dat Rampenplan ervoor kiest om grotendeels voor mensen te koken die juist heel weinig geld hebben, veel minder dan de uitkeringstrekkers hier, in oost Europa bijvoorbeeld, of in Engeland. Daar vragen ze vaak zelfs een vrijwillige bijdrage en draaien ze verlies. Is het mogelijk zelfstandig (onafhankelijk van uitkeringen) iets op te bouwen? Er wordt een tijd gepraat over of het mogelijk is via een eigen bedrijfje konkurrerend bezig te zijn zonder dat dat een ander schaadt. Volgens Paul wel, maar volgens mij en enkele (of vele?) anderen kan dat per definitie niet, en valt konkurrentie niet te rijmen met anarchisme. We zijn er nog lang niet uit als Karl (die op een prima manier het gesprek niet-leidde) opstapt. Daarna verslapt de aandacht, komen er kinderen binnenhollen en krijgen knorrende magen hun zin.

Ook 's middags staat het thema arbeid centraal. Er wordt door verschillende mensen in het kort iets verteld over vijf recente uitgaven van respektievelijk Ton Geurtsen, Siebe Thissen, Freek Kallenberg (alle drie bij Baalprodukties), Andre Bons (bij De Vrije Socialist) en Weia Reinboud (Atalanta). Hoewel de diskussie prettig verloopt (ook door de rustige ruimte waar we zitten) en er zeker ook zinnige dingen gezegd worden blijft het geheel toch wat vaag. Jammer want er liggen vijf interessante boeken, waarover een hoop te zeggen valt. Zou het niet mogelijk zijn de diskussie schriftelijk voort te zetten, in een soort openbare briefwisseling? Eerst zou eens op een rijtje moeten komen over welke vragen of problemen we het zouden kunnen hebben. Dan zouden we de verschillende analyses naast elkaar kunnen zetten en daarna de al dan niet verschillende oplossingen.

Nu dit jaar de diskussies veel prettiger verliepen qua sfeer, zouden we ons volgend jaar kunnen toeleggen op de helderheid, want die laat meestal nog veel te wensen over. In diskussies over ekonomie lopen lange en korte termijn makkelijk door elkaar. Iemand maakt zich zorgen over de korting op haar uitkering en snapt niet dat een ander het dan kan hebben over dat geld niet nodig is, bijvoorbeeld. En kadootjesekonomie op wereldschaal is natuurlijk verre toekomstmuziek, maar in eigen kringen is het zeer goed mogelijk en dan is het maar de vraag of LETS (waarin ook allerlei diensten op voor wat hoort wat manier geruild worden) een verbetering is.

Het thema esperanto van Ronaldo heb ik gemist, dus ben ik niks wijzer geworden over vragen als hoe een ideale wereldtaal eruit ziet, of het nederlands uitsterft en of taal in je genen zit. 's Avonds is er muziek, niet mijn smaak (wellicht wel die van veel anderen) en ik vraag me af waarom er niet gewoon tot tien uur ofzo nog een thema kan zijn. De avonden van de PL vind ik nogal leeg. Maar de bossen vol vogelgeluiden maken veel goed.

Maandagochtend staat in het teken van het vertrek van velen. Maar eerst is er nog de evaluatie, waaraan zo'n dertig mensen meedoen. Ook deze verloopt weer in een goede sfeer. Er wordt gekonstateerd dat de diskussies stukken beter verliepen dan vorig jaar, dat er best weer meer onderwerpen op het programma mogen, dat er dit jaar vrij weinig jonge mensen waren, dat sommigen niet betaald hebben voor hun verblijf maar dat verreweg de meesten toch wel betalen en dat de koffie en (kruiden)thee toch wel erg duur zijn. Vooral over dat laatste punt doen velen hun mond open, zoals vaak het geval is als de portemonnee geraakt wordt. Degenen die deze PL organiseerden worden hartelijk bedankt, ze liepen er ontspannen bij dit jaar; het was of de verantwoordelijkheid minder zwaar op hun schouders hing, meer gedeeld werd door anderen. De groep van volgend jaar wordt sukses gewenst, ik ben benieuwd naar de volgende PL!

Rymke Wiersma



Vierenzestig jaar Pinksterlanddagen


op het "Terrein tot vrijheidsbezinning" in Appelscha

Overgenomen uit Recht Voor Allen, 1993 nummer 3

door Stefan Kraan

In de bossen van het Friese veendorp Appelscha bevindt zich een kleine anarchistische camping genaamd; 'Kampeerterrein tot Vrijheidsbezinning'. Het terrein is een zeldzaam overblijfsel uit de sociale geschiedenis van de vrij-socialistische arbeidersbeweging in de afgelopen honderd jaar. Dit jaar (1993) bestaat de camping zestig jaar.

Vroeger waren er in de Zuid-Oosthoek van Friesland uitgestrekte hoogveengebieden. Appelscha is oorspronkelijk een veenkolonie, ontstaan in de tijd dat dit 'bruine goud' werd gedolven als brandstof. De kolonievaart waaromheen het dorp ontstond is door honderden arbeiders met de hand uitgegraven en gebruikt om het turf af te voeren. Zo'n honderd jaar geleden was er zeer veel bedrijvigheid in dit gebied. Toch heerste er bittere armoede. Het hele gezin werd gedwongen om mee te werken in het veen voor weinig geld. De grote veenbazen maakten woekerwinsten over de ruggen van deze mensen. Al het werk geschiedde met de hand en de arbeids- en leefomstandigheden waren voor onze begrippen van een onvoorstelbaar laag niveau. De ongehoorde wantoestanden die er heersten waren een zeer goede voedingsbodem voor het ontstaan van een stevige radicale arbeidersbeweging. Een eeuw geleden was Appelscha een revolutionaire brandhaard waar staking op staking plaatsvond. Naast het opkomen voor betere omstandigheden voor de arbeiders verzette de beweging zich tegen kerk, kazerne, kroeg, kroon en kapitaal zoals dat zo mooi heette. Op de stakingen kwamen getalenteerde sprekers af. De meest bekende figuur was Domela Nieuwenhuis. Samen met andere anarchistische agitatoren reisde hij het land door en sprak overal de arbeiders toe. Zij waren de leermeesters en het geweten van de arbeiders die de uitgesproken woorden gulzig tot zich namen. Politieke redes die aanspraken omdat ze niet alleen de regering, de kerkelijke uitbuiters en de bazen onder vuur namen maar ook alternatieven aandroegen die dichtbij de arbeiders zelf lagen. Zij moesten niet lijdzaam de situatie ondergaan zoals die was, maar opkomen voor zichzelf en verantwoordelijkheid nemen voor eigen handelen. De principiële dienstweigering waarvoor men soms vijf jaar de gevangenis in ging was daarvan een voorbeeld. Maar ook de strijd tegen de drank, geschonken in de kroegen van de veenbazen waar de arbeiders hun verkregen loon meteen verdronken. De armoede thuis was daardoor nog schrijnender. Daarom preekte Domela Nieuwenhuis: "Denkende arbeiders drinken niet en drinkende arbeiders denken niet".

De arbeiders gingen zich steeds meer en beter organiseren. De eerste anarchistisch getinte vakbond werd in 1893 opgericht, het Nationaal Arbeiders Secretariaat (NAS). Het NAS had een min of meer anarcho-syndikalistische opzet en werkte vanuit de basis, overal ontstonden plaatselijke afdelingen. Men duldde geen bazen en ook geen vakbondsbonzen. Er werden na de eeuwwisseling ook afdelingen van het IAMV (Internationale Anti-Militaristische Vereniging) opgericht en er ontstonden coöperatieve associaties. Men kwam vaak in conflict met de bestaande vakbonden van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) dat in 1906 werd opgericht en sociaal-democratisch georiënteerd was. Wilde stakingen waren in de veenkoloniën dan ook geen zeldzaamheid. Ook nadat het veen ontgonnen was en veel veenarbeiders landarbeiders werden, bleven deze vrij-socialistische (niet-partijgebonden) groepen bestaan. Daarnaast ontwikkelde zich vooral na de Eerste Wereldoorlog een sterke jeugdbeweging. Naast de sociaal-democratische en communistische jeugdorganisaties, was er het 'Vrije Jeugdverbond'. Hieruit vormden zich in de jaren twintig diverse anarchistische groepen. De Mokergroep is één van de bekendste.

"Het moet als een mokerslag klinken in de oren der burgers dat wij jongeren het verdommen om ons nog langer achter het vieze, gore gedoe van de ouderen uit de beweging te scharen. Een ieder moet weten dat wij gezagsloze, goddeloze, haveloze en 't liefst werkloze proleten in deze samenleving zijn... ! "

Dit viel in 1924 te lezen in De Moker-"opruiend blad voor jonge arbeiders". De Mokerjeugd, veelal afkomstig uit de arme veenstreken van Friesland, Groningen en Drenthe, wilde "alles vergruizen, de staat en de fabrieken, heel de organisatie van de maatschappij, die is ingericht op misdaad en karakterloosheid". Aangezien er destijds geen radio en televisie bestond, was het geschreven woord in die tijd erg belangrijk. Er waren dan ook talloze anarchistische bladen. Een belangrijke activiteit van de jongeren was het colporteren met deze bladen. Vaak begeleid door strijdliederen trek men door de straten en probeerde men de bladen te slijten. De bladen hadden klinkende namen als Recht voor Allen, De Vrij Socialist, De Arbeider of De Wapens Neder. In Appelscha heeft deze arbeidersbeweging een hele bijzondere geschiedenis waarin vooral het vastberaden anarchistisch gedachtengoed een grote rol speelde. Het parlementaire socialisme zette een grote propagandamolen in beweging om overal de autonoom denkende arbeiders in te palmen met mooie beloftes. Langzaam stortte de enorme anarchistische beweging in elkaar. Appelscha was één van de dorpen waar dit gedachtengoed nog heel lang leefde onder de bevolking.

De Pinksterlanddagen
De anarchistische jongeren rond De Moker en andere bladen kwamen eens per jaar bijeen op landelijke Pinkstermobilisaties. Op 5 juli 1924 vond in Amersfoort het eerste treffen plaats met bekende sprekers als Jo de Haas en Herman Groenendaal. De bedoeling van deze bijeenkomsten was ervaringen uitwisselen, discussiëren over allerlei aspecten betreffende 'de zaak'. Ook was er veel aandacht voor ontspanning en kunst. In 1925 werd de landdag in Appelscha gehouden. Dat beviel goed en het werd in de jaren er na vaker als lokatie gebruikt. In 1931 is Appelscha definitief thuishaven geworden voor de Pinkstermobilisaties van de anarchistische beweging in het noorden van het land. Deze vonden plaats in het bos of in het huidige openluchttheater. In de reactionaire jaren dertig kwam men regelmatig fors in aanvaring met de plaatselijke overheden. Deze verboden de staatsvijandelijke bijeenkomsten. Het lukte de beweging echter om door een truc in 1933 tachtig are aardappelland aan te kopen. Met deze aankoop werd het voortbestaan van de Pinksterlanddagen, zoals de mobilisaties vanaf 1933 genoemd warden, in Appelscha verzekerd. Behalve gedurende de oorlogsjaren zijn hier elk jaar Pinksterlanddagen georganiseerd. De Mokerjongeren werden ouder en het vrij-socialistisch gedachtengoed zeldzamer. Na de oorlog was er van federatieve organisatie nauwelijks nog sprake en veelal waren de Pinksterlanddagen de belangrijkste activiteit van en voor anarchisten. Het terrein werd door de campingfunctie een vaste verzamelplek waar de anarchisten van het eerste uur bleven komen. De groep in Appelscha bleef ondanks het feit dat het terrein een steeds belangrijkere rol kreeg voor vakantie en ontspanning, de Pinksterlanddagen organiseren. Er waren altijd interessante sprekers, men draaide een eigen toneel en cabaret in elkaar en er werd veel gezongen. Wel waren er natuurlijk links radicale golven in de samenleving gedurende de jaren zestig en zeventig, die nieuw leven bliezen in de jaarlijkse Pinksterlanddagen. In topjaren kwamen honderden mensen naar het terrein, werd het sportveld van de buren geleend en een groot weiland van de buren. Dit ten behoeve van de auto's, tenten en caravans van de bezoekers. Ook staat er sinds het begin van de zeventiger jaren een grote circustent van het Vlaams gezelschap 'Vuile Mong en zijn Vieze Gasten'. Zij verzorgen theater en muziek en zijn voor menigeen een reden om de Pinksterdagen in Appelscha door te brengen. De laatste grote generatie anarchisten ontstond eind jaren zeventig, toen anti-militarisme en totaalweigering opleefden rond de groep 'Onkruit'. Ook waren er enorme demonstraties tegen de kerncentrales in Dodewaard en Borssele waarbij de jongeren zich organiseerden in basisgroepen en zich verdiepten in het anarchisme. Veel van deze jongeren maakten deel uit van kraakgroepen in de steden en hielden zich later bezig met de strijd tegen de kernwapens in Woensdrecht. De meeste mensen uit deze sociale bewegingen kwamen in de loop der jaren wel eens op de Pinksterlanddagen en velen komen tegenwoordig nog. Terwijl van de meeste actiegroepen uit de begin tachtiger jaren niets meer over is, verzorgt de kookploeg van 'Rampenplan' uit Sittard nog steeds de warme maaltijden op de jaarlijkse bijeenkomst. Ontstaan uit de anti-kernenergie beweging vormen zij één van de weinige actieve groepen die wel de tand des tijds heeft doorstaan. Ondanks de toeloop van jongeren kregen de Pinksterdagen steeds meer het karakter van een reünie. Voor sommigen een nuttige en gezellige functie waar niets mis mee is, voor anderen een bron van ergernis omdat er van anarchisten verwacht mag warden dat ze steeds opnieuw het revolutionaire vuur in de samenleving willen ontsteken. In 1985 en 1986 werden vanuit de Pinksterlanddagen voor het laatst demonstraties in de omgeving georganiseerd. In 1985 werd het nabije munitiedepot in Veenhuizen bezocht en in 1986 werd de bajes in Assen bijna spontaan afgebroken omdat er een totaalweigeraar vastzat.
De organisatie van de Pinksterlanddagen wordt niet alleen verzorgd door de mensen rond het terrein. Vooral op inhoudelijk gebied is er veel contact met andere organisaties. De laatste jaren zijn met name de groepen AMOK (Anti-Militaristisch Onderzoeks Kollektief) en het AMB (Anti-Militaristisch Buro) in Nijmegen, erg betrokken. Ook de op de Pinksterlanddagen opgerichte landelijke anarchistische organisatie het LAS is telkens van de partij. De Pinksterlanddagen zijn nog steeds een bijeenkomst waar men praat over verschillende actuele onderwerpen en waar men zich laat informeren over ontwikkelingen op anarchistisch gebied, bijvoorbeeld via tentoonstellingen, publicaties en discussiewerkgroepen. Er is ook veel ruimte voor ontspanning met toneel, muziek, en video's

De Camping
Met de aankoop van het stuk aardappelland creëerden de over het algemeen zeer arme Mokerjongeren dus tevens een plaats waar ze hun vakanties verantwoord konden doorbrengen. Aanvankelijk gebeurde dat op de kale zwarte grond met een minimum aan voorzieningen gedurende één week per jaar. Met kleine zelfgemaakte tentjes fietsten ze uit het hele land naar Appelscha. Met vereende krachten werden waterputten gegraven en schamele voorzieningen gebouwd. Er vonden niet alleen Pinksterlanddagen plaats, maar ook andere politieke en demonstratieve bijeenkomsten van verwante groepen en organisaties (vrijdenkers, antimilitaristen, geheelonthouders). Men hield zich bovendien actief bezig met toneel, sport en muziek. De anarchisten hadden hun eigen anarchistische ideeën en wilden dat ook in praktijk brengen. Zo werden op het terrein gedragsregels afgesproken die direct te maken hadden met hun idealen. Alles gebeurde in onderling overleg en in consensus, waarbij geen sprake was van uitgesproken leiders, en regels en verboden zoals die op reguliere campings golden. Zelfwerkzaamheid en betrokkenheid bij de idealen en het dagelijks onderhoud waren vanzelfsprekend. Alcoholgebruik was taboe en het terrein moest ten dienste staan van de anti-militaristische beweging in de breedste zin van het woord. Vaak lagen de veldwachters achter de bosjes om de toespraken en gebeurtenissen te rapporteren. In de loop der jaren werd echter het kamperen steeds belangrijker. De tentjes werden groter en de vakanties langer. Naarmate de beweging kleiner werd, kreeg de camping een steeds belangrijkere functie als ontmoetingsplek. Met vereende krachten werden de voorzieningen steeds verbeterd. Toch zorgde dit 'eigendom' ook voor veel conflicten binnen de beweging. Zelfs tot in de zeer recente geschiedenis. In 1969 werd het eigendom uitgebreid met een groot gebouw. Deze diende als centrale regenbestendige ontmoetingsruimte tijdens de Pinksterlanddagen, als recreatieruimte en in de winter voor de opslag van caravans. Deze waren ondertussen ten tonele verschenen, en vormen een symbool van toegenomen welvaart. Inmiddels waren de toiletruimtes en een klein gebouwtje voor de mensen die het feitelijk beheer uitoefenden, gebouwd. Het beheer van de camping hield in dat men campinggasten ontving, algemeen overzicht had over onderhoud en andere werkzaamheden verrichtte. Er was geen vaste beheerder, maar de mensen wisselden deze taak onderling af. Generatieconflicten kondigden zich echter aan; de kinderen van de Mokerjongeren wilden acties ondernemen en hadden zo hun eigen opvattingen over een anarchistische levenswijze. Zij zetten zich af tegen de burgerlijke leefwijze van hun ouders en herkenden zich niet in de gezapige camping praktijk, waarbij ze vaak het gevoel hadden tegengewerkt te worden in hùn verwerkelijking van de aloude idealen. Veel mensen, oud en jong, verlieten gedesillusioneerd het terrein. Midden jaren zeventig ontstond vanuit de Vereniging Dienstweigeraars een nieuwe generatie radicale anti-militaristen. De totaalweigering die zij aanhingen kwam overeen met de idealen van de oude Mokerjeugd. Al spoedig vonden ze de opa's en oma's van Appelscha, die vaak meer begrip hadden voor hun revolutionaire daden dan hun eigen ouders. Geboeid werd geluisterd naar de oude verhalen over de grote anarchisten en de belevenissen van de Mokerjongeren. De jongeren voelden een diepe sympathie met dit stukje anarchisme uit het verleden. Helaas ontstonden er wederom hevige conflicten. Over de organisatievorm, waarden en normen, over acties en over de functie die de camping zou moeten hebben. Steeds vaker werden verhitte discussies gevoerd over de teloorgang van de beweging tot een kampeerclub. Jonge vaste kampeerders kregen vaak ruzies over simpele zaken als schoonhouden van de camping, alcoholgebruik, uiterlijkheden, of het gevoel niet serieus genomen te worden. Zij verdwenen vaak snel. Sinds enige jaren zijn er toch weer jongeren die in collectief verband caravans beheren. Zij vormen de broodnodige aanwas voor de inmiddels hoogbejaarde Mokerjongeren.

Het kamperen op het terrein is niet alleen voorbehouden aan de vaste campinggasten. Net als op elke andere camping kunnen mensen hier terecht voor een paar dagen of gedurende de zomervakantie. Zowel particulieren als groeperingen kunnen gebruik maken van de voorzieningen die het gebouw biedt tegen een geringe vergoeding. Toch maken slechts heel weinig mensen van deze mogelijkheid gebruik. De reden hiervoor is niet helemaal duidelijk. De laatste jaren is het beleid er sterker op gericht om voor een beter en gastvrij ontvangst te zorgen. Er zijn een aantal centrale afspraken gemaakt over de gebruiken op het terrein. Zowel het groot onderhoud als de dagelijkse zorg van het terrein geschiedt nog steeds vanuit zelfwerkzaamheid en solidariteit. Voor de grotere klussen worden werkweekenden afgesproken. Zo werd in 1992 met hulp van mensen uit het hele land begonnen met het vernieuwen van de dakplaten en het inrichten van een zolderruimte.

Het Noordelijk Gewest van Vrije Socialisten
Het Noordelijk Gewest van Vrije Socialisten is de naam voor de groep mensen die zich rond en op het terrein (zowel letterlijk: de camping, als figuurlijk: het anarchisme) georganiseerd hebben. Van het oorspronkelijke 'Gewest' is niets meer over. Wel zijn er enkele oude Mokerjongeren die zich nog steeds bij het terrein betrokken voelen en mensen die in de loop van zestig jaar zijn blijven plakken. De jongste deelnemers aan het NGVS zijn momenteel dertigers. Het NGVS staat zowel voor anarchistische en anti-militaristische propaganda, als voor het beheer van de camping. De meeste mensen hebben een vaste standplaats op de camping. Er wordt elke eerste zondag van de maand vergaderd over vele zaken die zich op of rond het terrein afspelen, maar ook over anarchistische ontwikkelingen in het land, de organisatie van de Pinksterlanddagen, thema-middagen en andere zaken. De eerder genoemde conflicten tussen ouderen en jongeren, en tussen ouderen onderling, zorgden dat de samenstelling van het NGVS enige malen geheel wijzigde. Telkens als er (soms hele groepen) mensen verdwenen, bleken er gelukkig oude en nieuwe kameraden te zijn die in tijden van nood het roer overnamen. Vanwege juridische redenen is het eigendom en het beheer van het terrein ondergebracht in een stichting. Niet bepaald een anarchistische structuur maar wel noodzakelijk als waarborg. Vooral als eens blijken mocht dat derden via de democratische weg het terrein zouden willen exploiteren en het terrein een geheel ander karakter zou krijgen. In het toch wat roerige verleden was deze stichtingsvorm regelmatig onderwerp van discussie. Inmiddels zijn zowel in de stichting als in het NGVS ook jongeren vertegenwoordigd, zodat het voortbestaan van het terrein gewaarborgd lijkt. Hoewel het NGVS nauwelijks in staat is om het land in te trekken (gebrek aan actieve menskracht) worden via het Landelijk Anarchistisch Samenwerkingsverband en het Anti Militaristisch Buro Nijmegen alsmede andere organisaties, contacten met het land onderhouden. Het NGVS geeft een blad uit; Recht voor Allen van Onder Op (tegenwoordig: Recht voor Allen). Zo wordt het anarchistisch gedachtengoed verspreid, maar ook geprobeerd bekendheid te geven aan het NGVS en de camping. De zolder van het gebouw is tot een heuse drukkerij omgetoverd. Er wordt sinds kort gedrukt op een eigen copyprint apparaat, dat in de toekomst ook ten dienste zal staan van de beweging. In het gebouw bevindt zich verder ook een vrij-socialistisch archief. Men vindt hier een bonte verzameling oude en nieuwe anarchistische lectuur. Het conserveren van oude geschriften gaat echter langzaam want het kost veel tijd. Kortom, ondanks beperkte mogelijkheden gebeurt er het nodige op en rond het kampeerterrein. Mocht bovenstaand verhaal interesse gewekt hebben, kom dan eens vrijblijvend langs of bel. Voor telefoonnummers zie persverklaring.


De anarchistische pinksterlanddagen 1997

Met Pinksteren (16 t/m 19 mei) zullen dit jaar in Appelscha de zesenzestigste anarchistische pinksterlanddagen (PL) worden georganiseerd. Dit jaar zijn we als organisatie vrij vroeg van start gegaan en treden we nu al naar buiten om mensen ruim van te voren de gelegenheid te geven om samen met ons de vier hoofdthema's van dit jaar voor te bereiden.

1 - Maatschappelijke uitsluiting
Illegalen, daklozen, asielzoekers, of allochtone Nederlanders: allen mogen ze dagelijks ervaren wat het betekent om maatschappelijk te worden uitgesloten. De zo geprezen Nederlandse tolerantie valt voor deze groepen in de praktijk vaak bitter tegen. Als men al op enige sympathie mag rekenen gaat deze vaak gepaard met een uitermate eenzijdige opvatting over integratie. Met de koppelingswet maakt de regering duidelijk hoe zij over illegalen denkt. Bij gebrek aan opbouwende oplossingen lijkt wegpesten nu het devies. De praktijken in asielzoekerscentra en verwijdercentra zijn afschuwelijk. Maar ook andere mensen krijgen te maken met de maatregelen van een maatschappij die steeds zakelijker wordt. Nieuwe regelgeving maakt het mogelijk dat woningbouwcorporaties mensen met huurschuld zonder meer op straat kunnen zetten.

Contactpersoon Mirjam: 020-6206657.

2 - Arbeid
De laatste tijd is er veel te doen over uitkeringen. De nieuwe Algemene Bijstandswet is in veel opzichten een stuk strenger dan de oude. Zo is het begrip passende arbeid aangescherpt en zullen mensen strenger worden gecontroleerd. Bij de toepassing van de wet (op sociale dienst niveau) lijkt men soms echter meer van de realiteit uit te willen gaan. Door de gemeente Utrecht is een nota aangenomen waarin uitkeringsgerechtigden niet langer als minderwaardig worden beschouwd. Vrijwilligerswerk wordt voor vol aangezien en de sollicitatieplicht zal voor bepaalde categorieën uitkeringstrekkers vervallen. Maar de strijd is nog lang niet gestreden. In andere plaatsen, zoals Sint-Michielsgestel, worden mensen nog steeds op straffe van stopzetting van de uitkering gedwongen arbeid te aanvaarden waar ze niet voor kiezen.
Omdat er niet genoeg betaald werk is word er op grote schaal additionele arbeid geschapen (banenpool, Melkert, JWG). Moet additionele arbeid gezien worden als dwangarbeid in een modern jasje? Is een basisinkomen misschien een oplossing?.

Er zijn op dit moment al een paar groepen actief die tijdens de PL iets gaan doen.

3 - Anarchisme en natuurbeheer
Gelegitimeerd door het Natuurbeleidsplan en het Structuurschema Groene Ruimte sleutelen overheden en grote natuurbeschermingsorganisaties enthousiast aan de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) van Nederland. Een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones, waarin vooral de natuurontwikkelingsprojecten tot de verbeelding van het publiek spreken. Zwarte ooievaar, Goudplevier en Bever vormen daarbij de symbolen voor de terugkeer van oorspronkelijke, ongerepte natuur in ons land. Welk natuurbeeld schuilt hier achter? Is er niet gewoon sprake van een natuurontwikkelingstechnologie, die het groeiende milieubewustzijn cultiveert en de natuur exploiteert voor de vrijetijds- en recreatieindustrie, voor de beleggers en de dienstverlenende bedrijven? Of is het een uiting van de 'ecologische modernisering' van onze westerse economie? Natuurontwikkeling is een vorm van natuurbeheer met een sterke top-down inslag. Veel mensen beschikken gelukkig nog over een dosis gezond verstand en ontwikkelen op eigen-wijze alternatieve vormen van natuurbeheer, in zogenaamde milieucoöperaties, in vrijwilligersgroepen of meer geïntegreerd in woon- en werkgemeenschappen met een andere leefwijze.
Het thema is erg breed, maar wordt via kleinere groepsdiscussies en -activiteiten hanteerbaar gemaakt.
Contactpersoon: Gerard Wezenberg 0592-340872

4 - Anarchisme in je eigen leven
Maatschappelijke strijd richt zich traditioneel grotendeels op de harde buitenwereld. Dat is terecht omdat daar flink wat moet veranderen. Onderling vormen we echter ook een wereld waarin flink wat moet veranderen om uiteindelijk in vrijheid te kunnen leven. Daarom ook dit jaar weer onderwerpen op het programma waar niemand vrijblijvend over kan praten omdat ze je eigen denken en voelen treffen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de heteronorm en allerhande man/vrouw-rolpatronen: die zijn nog lang de wereld niet uit. En het zijn nog steeds mannen die de boventoon voeren in politieke discussies.

Feminisme/mannencultuur/mannenstrijd
Het meest voorkomende feminisme is vaak weinig anarchistisch omdat andere machtsverhoudingen dan die tussen de seksen, en de fundamenten van de maatschappij niet in ogenschouw worden genomen. Het wordt bijvoorbeeld als een verworvenheid gezien dat vrouwen tegenwoordig op de arbeidsmarkt toe kunnen treden. Maar als je kijkt naar het dominante arbeidsethos en de economische structuur, kun je je afvragen of het wel zo'n verworvenheid is. Daarom zijn er vrouwen die het gangbare feminisme niet radicaal genoeg vinden.
Wat het meest voorkomende feminisme in vergelijking met de praktijk van anarchistische groepen wel biedt is een sfeer van meer openheid voor andere meningen. Ook worden 'privézaken' meer betrokken bij het grotere gebeuren. Feminisme is weinig anarchistisch en anarchisme is weinig feministisch. Hoe komt dit? Waarom voelen weinig vrouwen zich tot anarchisme aangetrokken? Waarom werken er veel minder vrouwen binnen anarchistisch groepen, bladen, enzovoort?
Heeft dat met bovenstaande te maken? Of is het de sfeer binnen de anarchistische bolwerken?
Wat kunnen feminisme en anarchisme van elkaar leren?

Om een antwoord te kunnen krijgen op deze vragen is er inmiddels een enquête rondgestuurd (niet ontvangen, wel interesse? - opvragen bij postbus 24083, 3502 MB Utrecht). De uitkomsten van de enquête zullen op de pinksterlanddagen worden gepresenteerd.
Verder zal er tijdens de PL in de grote zaal een bijeenkomst plaatsvinden waar we met vrouwen en mannen verder over dit onderwerp zullen debatteren.
Daarnaast komt er een aparte groep voor vrouwen.
Contactpersonen: Mirjam (020-6206657) en Simone (030-2721412).

Heksennacht
Het idee leeft om tijdens de pinksterlanddagen iets te doen rond de heksennacht (19 mei).
Jolanda: Postbus 10233, 2501 HE Den Haag

Opvoeding en de positie van kinderen
Wanneer je met anarchistische ogen naar kinderen kijkt valt het op hoe machteloos ze in feite zijn. Ze hebben geen geld, mogen niet werken, hebben schoolplicht, worden vaak sterk belemmerd in het vormgeven van een eigen sociaal leven. De discriminatie van kinderen is groot: ze worden niet voor vol aangezien en er wordt erg gemakkelijk over ze heen gelopen.
Daarnaast valt het op hoe sterk kinderen de man/vrouw rolpatronen en andere maatschappelijk normen overnemen. Hoe ga je daar als anarchistische ouder mee om? Welk kindbeeld ligt ten grondslag aan de manier waarop in de westerse maatschappij met kinderen wordt omgegaan?
Het idee is om binnenkort met een groep geïnteresseerden bij elkaar te komen om over dit onderwerp te praten. Het voorstel is om de nadruk daarbij te leggen op hoe volwassenen met kinderen omgaan, en op welke manier zij kinderen in hun vrijheid beletten of die vrijheid (kunnen) stimuleren.
Verder kan het interessant zijn om te kijken hoe kinderen met elkaar omgaan omdat dat soms verre van anarchistisch is. Kinderen pesten elkaar vaak op een wijze die in de wereld van de volwassenen minstens gevangenisstraf zou opleveren voor de dader. Tot slot kan worden gekeken naar wat er in de maatschappij zou moeten veranderen voor kinderen op het gebied van onderwijs, rechtspositie, en dergelijke.
Iedereen die kinderen heeft, van kinderen houdt of zelf nog steeds een kind is, en daar ervaring over uit wil wisselen is uitgenodigd voor een eerste bijeenkomst. Contactpersoon Michel 030-2722586. Bel!

Vrije liefde
Vrije liefde is een oud anarchistisch thema wat je al kunt vinden in de boeken van Emma Goldman. Veel mensen voelen zich niet prettig in het monogame keurslijf maar hebben desondanks erg veel moeite om eruit te stappen. Heimelijk of losvast gebeurt er wel het een en ander, maar openlijk met meer dan één iemand de liefde delen blijkt erg moeilijk. Jaloezie is vaak het grootste probleem maar ook allerlei negatieve associaties (bedrog, oppervlakkigheid, vluchtgedrag, consumptisme) kunnen mensen parten spelen. Het plan is om tijdens de PL met een groepje mensen die op een vrije manier hun liefdesrelaties invullen of dat graag willen ervaringen en ideeën uit te wisselen. Contactpersoon: Simone 030-2721412

Mannenemancipatie
Rond het thema mannenstrijd komt inmiddels een klein groepje mannen bij elkaar. De groep is niet direct op de PL gericht maar gaat daar misschien wel iets doen. De opzet van de groep is allereerst om over een wat langere periode met het onderwerp bezig te zijn om zo tot verdieping te komen. Mannen die geïnteresseerd zijn kunnen bellen met Ron 030-2340090.

Leesbundel
Over de verschillende thema's zullen artikelen worden geschreven. Sommige naar aanleiding van bijeenkomsten die voorafgaand aan de PL zullen worden gehouden. Alle artikelen zullen worden gebundeld en als programmaboekje bij de PL verkrijgbaar zijn. Iedereen is vrij bijdragen voor deze bundel te leveren (via de postbus). We kunnen niet garanderen dat alles geplaatst wordt.

Over de pinksterlanddagen
De pinksterlanddagen worden gehouden op een anarchistisch kampeerterrein aan de rand van een groot natuurgebied: De Friese Wouden. Op het terrein staan mensen die vóór de oorlog al actief waren. De laatste 30 jaar zijn er ook veel jongeren op het terrein komen staan. Van 1 april tot 1 oktober is het terrein open en is het een plek waar mensen kunnen kamperen (adres: Aekingaweg 1a, Appelscha. Tel: 0516-431878). Er staan ruim 30 caravans en er is plaats voor tenten. Tijdens de PL staan de meeste tenten aan de rand van een naast het kampeerterrein gelegen voetbalveld. De PL trekt jaarlijks ruim 300 mensen. Naast oude thema's als antimilitarisme, antikapitalisme, antifascisme, arbeid en vrije liefde zijn er de laatste tientallen jaren flink wat thema's bijgekomen. Oorspronkelijk waren dat de thema's van de zogenaamde nieuwe sociale bewegingen die eind jaren '70, begin jaren '80 hoogtij vierden. Denk aan antikernenergie, milieustrijd en feminisme. De laatste jaren is potten- en flikkerstrijd erbij gekomen. Ook dierenstrijd staat regelmatig op het programma.

Wat verder
Naast de genoemde thema's wordt er dit jaar een grote informatiemarkt georganiseerd waarvoor veel groepen zijn uitgenodigd die anarchistisch zijn dan wel raakvlakken hiermee hebben.
Door EYFA zal er tijdens de PL in samenwerking met Omslag een landelijke workshop netwerken of netwerkdag georganiseerd worden.
Het Groen Front zal een presentatie verzorgen en vanuit veganistische hoek wordt een workshop georganiseerd over de verhouding mensen/dieren. Als je nog ideeën hebt of groepen weet voor de informatiemarkt bel Bas 020-4894192.

Cultuur
Het culturele programma is reeds vol. Theatergroep Vuile Mong uit Vlaanderen komt dit jaar met een geheel nieuwe theaterproductie die in het teken staat van de armoede. Ook zullen uit Utrecht de Jojo Mac Aspro's optreden en zal er een lekkere swingavond worden georganiseerd met jaren '80 muziek en 'house van het huis'. We zijn nog op zoek naar een interessante tentoonstellingen en/of exposities.

Kinderprogramma
Aan het kinderprogramma wordt op dit moment nog hard gewerkt. Er komt een kindertent, de film "Ik kan niet praten" zal worden gedraaid, en er worden een natuurwandeling en atletiekwedstrijden georganiseerd. Mensen die nog leuke dingen weten voor kinderen of iets willen doen (acts e.d.) kunnen contact opnemen met Esther: 030- 2940674.

PL-team
We zijn op zoek naar mensen die tijdens de PL willen helpen met de organisatie: de grote tenten opzetten (op donderdag), tenten afbreken (op maandag), koken, WC's schoonmaken, aantekeningen maken en deze uitwerken tot een verslag, en helpen met de kinderactiviteiten. Om de PL voor mensen goedkoop te maken leek het ons een goed idee om vanuit verschillende steden bussen te laten rijden naar Appelscha. We zoeken nog iemand die dit wil organiseren. Voor alle praktische zaken kun je terecht bij Michèl 030-2722586.

Contactadres PL 1997: postbus 24083, 3502 MB Utrecht
Hier kunnen vanaf 1 april folders, aanplakbiljetten worden aangevraagd, en het definitieve programma worden aangevraagd. Zie ook: http://knoware.nl/users/isja/appelscha of e-mail: michel.post@hccnet.nl.