Alternatieve mannenreader voor de PL 1998

 

Inhoud:

   


 
 

Colofon:

Mannenstrijd brochure mei 1998

Redactie: Mannengroep 'Het slappe handje'
Eindredactie & opmaak: Jane (Burpproducties)
Omslag: J&S
Drukwerk: Kaboem, Amsterdam

Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door financiële steun van stichting Zwart Zaad.

Daar zaten we dan als pro-feministische mannengroep. Geen enkel geschreven woord van ons in de reader van de Pinksterlanddagen van Mei 1998. En dat terwijl we toch een productief jaar achter ons hebben en genoeg stof om ons te presenteren. Het plan om dan maar zelf onze woorden te publiceren kwam op. Het idee groeide van een gekopieerd blaadje met een paar artikeltjes tot deze brochure.


WEES EEN MAN!

Vorig jaar tijdens de Pinksterlanddagen was mannenstrijd een van de thema's. Een deel van de toen bijeengekomen mannen is afgelopen jaar verder gegaan. Inmiddels zijn er drie landelijke mannenweekenden geweest en is er een regelmatig bij elkaar komende groep mannen die aan de slag zijn gegaan met mannenstrijd. Twee van hen, Jan den Besten en Jens van Tricht, laten door middel van een email dialoog zien wat mannenstrijd voor hun betekent en hoe ze bezig zijn geweest afgelopen jaar en tijdens het schrijven van deze dialoog.
 

Jens:
Wat is er nu eigenlijk leuk aan mannenstrijd? Je stelt jezelf ter discussie en brengt je eigen lieve ik aan het wankelen in het streven naar een betere wereld. Maar wat krijg je ervoor terug? Vaak is het moeilijk je man zijn los te laten, begint het met veroordelen van al die dingen die je zo eigen zijn, zoals enthousiasme en gedrevenheid. Dan voel je je schuldig dat je een man bent, dat je zonder het te willen bevoorrecht bent en daarmee anderen lastig valt, vrouwen, maar ook mannen. Uiteindelijk beland je in een groot niets, je wilt geen man meer zijn zoals je dat was maar weet niet hoe je dan wel kunt of moet zijn. Je bent geen vrouw, daar wijst iedereen je steeds op, en je kunt je dus niet zomaar bij de vrouwen aansluiten. Eigenlijk ben je dan gewoon niets, en wie wil dat nou?

Jan:
Tja, wat is er nu leuk aan mannenstrijd. Moeilijke vraag, want wat ís mannenstrijd eigenlijk? Is hoe we afgelopen jaar bezig zijn geweest mannenstrijd? Het is in ieder geval leuk. Leuk om met mannen om te gaan die ook om een of andere reden aan de slag willen met zichzelf en manlijkheid. Om met elkaar te praten over wat dat dan inhoudt, man zijn. Om te merken dat we in de loop van de tijd steeds vertrouwder raakten en intiemere dingen bespraken op een manier die ik nog weinig heb meegemaakt onder mannen. Naar elkaar luisterend, onzekerheden in elkaar herkennend en die onzekerheden voorzichtig laten zien, hoe stuntelig soms ook. En nog steeds heb ik het gevoel dat we nog maar net zijn begonnen.
Ik dacht dat ik niet zo veel moeite had met het loslaten van mijn manlijkheid. Manlijkheid is voor mij altijd iets geweest waar ik me niet of moeilijk mee kon identificeren. En nog steeds valt het me moeilijk om mannen aan te wijzen waar ik me mee zou kunnen identificeren. Mannen die warm zijn, zich open stellen voor anderen, geen onnodige ruimte innemen voor hun eigen ideeën, ook eens hun tranen spontaan laten zien en toch nog steeds een fiets kunnen repareren en op een prettige manier initiatief durven nemen.
Maar wat dan? Ben ik een mietje, een softie? Misschien dat velen mij zo zien, soit, een leuke geuzennaam. Het valt me vaak makkelijker om leuke vrouwen aan te wijzen. Er zijn er genoeg die prettig in de omgang zijn en inmiddels toch ook hun portie 'fiets repareren' hebben geleerd. Soms vind ik het makkelijker om me met hen te identificeren. Maar ja, daar zal ik toch ook nooit helemaal bij horen, al is het alleen maar omdat ik anders ben begonnen in dit leven. Maar ben ik dan niets?
Het lijkt er op dat mannen nog veel te doen hebben voordat de leegte gevuld is. En dat begint met het herkennen van de vervelende kanten van manlijkheid. En ik heb ze ook, al behoor ik niet tot de dominerende of macho types en heb ik al flink leren luisteren en begrip te tonen. Toch heb ik last van enkele vervelende trekjes. Zoals het altijd alles zelf willen uitzoeken, van de weg zelf willen vinden (het duurt echt heel lang voordat ik iemand te hulp vraag) tot de moeite die het me kost om mijn twijfels en angsten, die ik als mens toch heb, te delen met anderen En als ik het al doe, dan toch veel makkelijker bij vrouwen. (In die zin ben ik behoorlijk seksistisch.) Blijkbaar nemen vrouwen makkelijker de tijd en de ruimte om te luisteren, of denk ik dat dat zo is.
Maar wat mannenstrijd nou eigenlijk is? Als vrienden dat aan mij vragen, vrienden die niet zo veel kaas hebben gegeten van anarchisme en/of feminisme dan weet ik het niet goed te verwoorden. Kunnen we door zo met onze eigen probleempjes bezig te zijn de wereld positief veranderen?

Jens:
Het persoonlijke is politiek, dat is steeds mijn uitgangspunt. Ook wel te verwoorden als: verbeter de wereld begin bij je zelf. Zonder dat je het daarbij hoeft te laten uiteraard. Het gaat ook om het zoeken naar alternatieven voor het systeem waar we tegen vechten. Voor mij is het belangrijk op een goede, menselijke manier samen te leven, zodat iedereen optimaal tot haar recht en ontwikkeling kan komen. Waar iedereen gewaardeerd wordt en waar de positieve kanten van mensen worden benadrukt. Strijd tegen onrecht is heel belangrijk maar daar mag het niet bij blijven. Kritiek leveren is makkelijk, maar laten zien hoe het beter kan is de grootste uitdaging. Kritiek leveren is zowiso vaak al iets afstandelijks, terwijl het gaat om persoonlijke onvrede als basis voor beweging en activisme. Persoonlijk heb ik moeite met veel mannen, en met mezelf als man. Toen ik hierover begon na te denken zag ik mijn eigen man zijn met name als een last voor vrouwen. Inmiddels ben ik in gaan zien dat veel dingen waar ik bij en met mezelf last van heb te maken hebben met mijn man zijn. Mannenstrijd is dan juist zo moeilijk omdat het om strijd van mannen tegen mannen gaat, ja zelfs strijd van jezelf als man tegen jezelf als man. VerMAN jezelf, heb je daar geen last van?
Ik wel, ik doe het maar al te vaak. Het moet wel heel slecht met me gaan voordat ik niet aan mijn eigen verwachtingen voldoe. Terwijl ik het van anderen prima kan hebben als ze dingen niet aan kunnen accepteer ik dat maar moeilijk van mezelf. Bezig zijn met mannenstrijd confronteert me hiermee, dat is vaak moeilijk maar altijd ook goed. Het is zo makkelijk te zien wat anderen verkeerd doen of beter anders zouden kunnen doen, maar je eigen gedrag kritisch beschouwen is moeilijk. Daarvoor is een goede spiegel nodig, een spiegel die door welwillende mannen gevormd kan worden. Ik vind het fijn om met zoveel mannen bewust bezig te zijn elkaar en onszelf kritisch te analyseren, en tegelijkertijd uit te proberen hoe we anders kunnen zijn. Door kritisch naar anderen te kijken wordt ik gedwongen ook zo naar mezelf te kijken. En dan kan ik vaak wel denken al een heel eind op weg te zijn, maar elke keer wordt ook duidelijk dat er nog een veel langere weg te gaan is. Elke keer slaan ook weer de twijfels toe, twijfels over mijn net verworven maar blijkbaar heel breekbare zekerheden. Hoe verhoudt ik mij tot vrouwen, tot mannen, tot mezelf? Waarom heb ik zo'n last van datzelfde arbeidsethos waar ik me rationeel compleet tegen afzet? Waarom is lekker thuis zitten niks doen ondergeschikt aan werk? Waarom is tijd steken in mijn medemensen minder belangrijk als ik niet met ze werk? Het spannende is natuurlijk dat de leegte van het profeministische man zijn ook oneindig veel mogelijkheden met zich meebrengt. De hoop ooit zo vrij te zijn dat ik zelf wel uitmaak hoe en wat ik ben. Uiteindelijk wil ik als mens door het leven kunnen gaan, met alle mogelijkheden van vrouwelijkheid en mannelijkheid. En ik wil met mensen kunnen streven naar een betere wereld in de toekomst en in het hier en nu. Ik wil ook nu al kunnen genieten van de idealen voor de toekomst. Aan later, na de revolutie of wanneer dan ook, heb ik nu niet veel. Ik wil graag verbondenheid met mannen kunnen voelen in plaats van competitie. Ik wil herkenning van mannen die met dezelfde vragen en onzekerheden moeten leven als ik. Ik wil zelf completer zijn als mens om onze strijd en onze utopie ook completer te maken.

Jan:
Compleet mens worden, dat is ook wat ik wil, liefst helemaal onafhankelijk van welke socialisatie en sekse-specifieke verwachtingen dan ook. Gewoon het gedrag willen vertonen wat ik prettig vind voor mezelf en voor anderen. Dus ook zwak durven zijn en daar niet onzeker over hoeven te worden, of conflicten durven aangaan op een opbouwende manier.
Ja, verbeter de wereld begin bij jezelf! Het persoonlijke is politiek! Dat is iets wat mij ook erg aanspreekt. Als ik terugblik op mijn 'activisten' leventje zijn dat ook dingen waar ik graag mee bezig ben. Mezelf en anderen aanzetten tot veranderingen in het dagelijks leven. Niet die grote boze buitenwereld, maar ik en jij. En dat confronteert veel meer met jezelf. Ik merk dat ik kan veranderen, dus waarom anderen, de hele wereld, dan niet? Dat is een belangrijk deel van mijn instelling. Al zou een portie vijanddenken mij misschien juist wel goed doen. Jij schrijft dat kritiek leveren makkelijk is, maar het is iets wat ik juist erg moeilijk vind. Ik vind het makkelijker om alles op mezelf te betrekken. Dan hoef ik geen confrontatie aan te gaan, en blijf ik leuk en aardig en de ander nooit fout. Ondertussen is dat geen prettige manier om met mezelf en anderen om te gaan. Want wat ik doe is de kritiek wegstoppen, dat zou je ook verMANnen kunnen noemen. Het moeilijkste vind ik het om kritiek te leveren op mensen die dominant zijn, die zeker van henzelf lijken te zijn. En vaak blijken dat mannen te zijn. Nu ik dit schrijf besef ik dat dit een vorm van kritiek uiten is, wel een zeer abstracte vorm, over mannen in het algemeen, die moeten veranderen, meer ruimte over moeten laten voor anderen, zich meer moeten afvragen of hun verhalen en ideeën wel zo boeiend zijn voor anderen. Op deze manier kritiek uiten lukt me dus wel. Maar op het persoonlijke vlak, direct de confrontatie aangaan met dominante mensen en dan kunnen blijven staan met mijn 'softe' ideeën, dat zou ik willen leren. En waar zou dat beter kunnen dan in een groep mannen die dat met elkaar wil aangaan?
Over werk heb ik ook nog wel iets leuks. Eigenlijk leef ik een best wel lekker leven. Doe ik alleen de dingen die ik leuk en belangrijk vind, en daarnaast heb ik nog best veel tijd voor persoonlijke contacten. Maar vandaag was ik op bezoek bij een vriendin van me, en daar zakte ik helemaal in. Ze zei tegen me dat ik de prikkels miste die ik thuis wel heb, prikkels van allerlei dingen die ik nog wil doen, zoals dit schrijven. En ja, ze had gelijk. En ik me meteen bezwaard voelen omdat het me niet lukt om gezellig te zijn. Maar zij vond het niet erg, kruip dan maar liever in bed, zei ze ongeveer. Tja, weinig rust voor mezelf genomen deze week. Niks doen lukt me nog steeds het beste in de trein of in bed. Stilstaan bij jezelf, is toch zo belangrijk, en heerlijk als ik er weer eens voor de zoveelste keer achter kom. Ik heb moeten leren om er ook echt van te kunnen genieten. Vroeger dacht ik altijd dat ik lui was als ik de hele dag op de bank lag te lezen, of uren in mijn dagboek aan het schrijven was. Een goede vriendin van mij liet me zien dat je goed voor jezelf moet zorgen, ook al had ze het daar zelf ook niet makkelijk mee. Voor jezelf zorgen, dat is heel breed. Van de tijd nemen voor rust tot ruimte vragen voor je gevoelens en onzekerheden, tot jezelf eens lekker verwennen met een lekkere zelfgebakken keek. En dat dan opeten samen met een lief mens(m/v/o), een fijn muziekje en een zonnetje door het raam, met de geuren van de keek nog door je hele kamer.

Jens:
Het leuke van het persoonlijke = politiek is meteen ook het moeilijke, want het heeft met alles te maken. Inmiddels is mij niet meer duidelijk of mijn motivatie voor mannenstrijd in eerste instantie persoonlijk of politiek is. Mijn politieke motivatie is in elk geval ook een heel persoonlijke, van onvrede met van alles en nog wat in de wereld. Is mijn persoonlijke motivatie dan ook een politieke?
Dat ik mannen over het algemeen maar lastig vind wordt vaak gezien als mijn probleem, waar ik zelf maar mee om moet leren gaan. Daar zit volgens mij wel een belangrijk punt, namelijk dat individuele problemen, die structureel voorkomen, persoonlijk en niet politiek genoemd worden. Vrouwen die last hebben van grote bekken of erger moeten daar zelf maar een oplossing voor vinden, dat is vaak de tendens. Dit mechanisme is al vaak aan de kaak gesteld, en steeds meer mensen zien tegenwoordig in dat er wel degelijk structurele problemen in man vrouwverhoudingen zijn. Feminisme wordt gezien als een vrouwenzaak, seksisme als iets van mannen tegen vrouwen. Afgezien van dat ik meen dat vrouwen ook seksistisch zijn, wil ik me met name richten op de gevolgen van seksisme van mannen tegen mannen. Seksisme is dat je onderscheid maakt naar sekse, dus is het feit dat mannen anders met elkaar omgaan dan met vrouwen ook seksistisch naar mannen. Ik wil graag ook met mannen zo om kunnen gaan als me met vrouwen goed afgaat. Hier zit een dubbelheid, omdat ik vaak helemaal geen behoefte heb om intiem met mannen om te gaan, omdat ik ze zoals ze zijn vaak ook niet zo leuk vind als vrouwen. Maar ik zie af en toe iets van de kleine hartjes die mannen hebben en herken daarin mezelf. De herkenning is heel belangrijk, als die er eenmaal is. Daardoor voel ik me dan minder alleen, raar en afwijkend van anderen. Herkenning kan onzekerheden wegnemen. En ik hoop dat minder onzekerheid inderdaad zal leiden tot meer zekerheid over mezelf, en daardoor weer tot meer rust en minder behoefte mijn zekerheid te vestigen door die voor mezelf en anderen te bewijzen. Maar voor mij is gewoon ook heel belangrijk dat ik heel idealistisch ben, kan dromen van een mooie wereld waarin geen onrecht en iedereen gelukkig is. Daarom noem ik mij nu anarchist, daarom was ik punk en kraker, daarom wil ik de rest van mijn leven ook bezig zijn met wereldverbeterende activiteiten. En steeds weer merk ik dat mensen die idealen in de weg staan. Nu zou ik natuurlijk over die mensen heen kunnen walsen om toch mijn doel te bereiken, maar helaas: die mensen zijn nu net zo hard nodig voor de invulling van mijn idealen. Bovendien ben ik zelf een van die mensen. Ausradieren is dus geen oplossing, zoals al zo vaak gebleken. Ik heb het tot nu toe over mensen, en dat zijn het ook. Maar vaak zijn die mensen mannen, vooral als ze hun eigen idealen of strategieën kost wat kost willen doorzetten, opleggen aan anderen. Of als ze gewoon met hun persoonlijke frust die idealen om zeep helpen. Daarom is mannenstrijd voor mij ook belangrijk, omdat de persoonlijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen en tussen mannen onderling verwezenlijking van onze gezamenlijke idealen in de weg staan. Om dat te veranderen is persoonlijke en politieke verandering nodig: niet alleen moeten mannen persoonlijk veranderen, ook de mannelijke invulling van politiek in het algemeen en de onze in het bijzonder moet veranderen.

Jan:
Hoi lieve Jens, weer wat van mijn kant. Ik heb de afgelopen weken een deel van mij uitgeleefd wat ik al heel lang niet meer zo uitgebreid heb gedaan. Een in onze cultuur meestal bij mannen aangetroffen bezigheid: met computers prutsen. Als een puberjochie die zijn brommer aan het opvoeren was. Daar kan ik me dan toch helemaal in verliezen. Maar misschien dat ik me daardoor de laatste paar dagen wat leeg voel. Alsof ik helemaal niet meer aan mezelf was toegekomen. Zorgen voor mezelf, daar kan ik nog veel van leren.
Gisteren de eerste redactie vergadering van 'het Continuüm'* gehad. Leuk! En toch voelde ik me klein en onzeker. Waarom? Omdat ik de jongste ben? Omdat ik alles wat mijn gender betreft nog niet zo rond heb, nog flink in beweging ben? Daar valt voor mij ook nog flink wat te leren, net als het leren om conflicten aan te gaan. Ik kom die dingen regelmatig tegen en heb de knoop doorgehakt om er eens wat mee te gaan doen. Ik heb nu dus een afspraak met het riagg binnenkort. Mijn huisarts schreef op het verwijsbriefje dat ik moeite heb mezelf in het hier en nu te handhaven. Poeh, dat klinkt! Maar het klopt wel als ik erover nadenk.
Weet je dat ik warme gevoelens voor de harde kern van onze mannengroep heb? Fijn om een paar vrienden te hebben. Zeldzaam. Ik kan me maar één vriend herinneren waar ik me ook zo vertrouwd bij voelde, naast een paar vrienden waar het ook altijd leuk mee is, maar toch wat afstandelijk mannen contact: schaken, computers en muziek zijn de onderwerpen, en jawel ook alle wereldproblemen komen aan de orde, maar niet echt op persoonlijk vlak.
Als ik alles wat we tot nu toe geschreven hebben nalees klopt hoe ik mezelf omschrijf niet helemaal, ik voel me dan toch weer vrouwelijker, al zit ik in een mannengroep. Dat is soms best ingewikkeld.

Liefs, Jane.
 

Naschrift:
Deze briefwisseling is niet meer dan een gedachtewisseling, en meer hoefde het van ons ook niet te zijn. We willen dat het onderwerp voor iedereen open staat, en dus niet met een afgerond verhaal komen. Het zou te makkelijk én stereotiep zijn om eventjes het probleem te lokaliseren, een doel te bepalen, strategie uitstippelen, en tot actie over gaan. Feminisme, seksisme, vrouwen- en mannenstrijd zijn ingewikkelde onderwerpen waar je mee bezig kunt en moet blijven. Bewustwording is een belangrijk punt. We hopen daarvoor een aantal ingangen gegeven te hebben. Maar veel is ook nog niet aan de orde gekomen. Zo is daar het laatste punt dat Jan(e) aansnijdt: hoe mannelijk of vrouwelijk ben je zelf eigenlijk? Het is ook wel vervelend om altijd vastgepind te worden op je lichaam, terwijl je je in een hoop opzichten anders voelt dan anderen met een piemeltje. Het zou dan ook goed zijn om ook te streven naar gemengde activiteiten rond deze onderwerpen. Misschien een mooie uitdaging voor het komend anarchistisch jaar?
 

* Het Continuüm is een 'krant voor wie zich buiten de gender-tweedeling beweegt'. Over alles wat zich buiten de hokjes man en vrouw kan bevinden. Postbus 18131, 1001 ZA Amsterdam.


KORT VERSLAGJE VAN HET DERDE MANNENWEEKEND TE RHEDEN

Zoals het al haast patroon wordt liepen we op een vrijdag namiddag, halverwege April, naar ons plekje van het komende weekend. Aldaar werden we goed ontvangen. We hadden de beschikking tot een leeg schoolgebouw waar alle noodzakelijke attributen voorhanden waren. En een erg prettige omgeving; aan de ene zijde de Ijssel, aan de andere de heuvels van de Veluwe.
 Ik had, om mijzelf te ontlasten, me niet bezig gehouden met voorbereidingen voor dit weekend. Het was achteraf erg prettig te merken dat ik als deelnemer en niet zozeer als organisator aanwezig was.
 Van te voren was al bekend dat de opkomst ditmaal, in tegenstelling tot de andere weekeinden, klein zou zijn. De uitwerking die deze opkomst heeft gehad is dat de groep, waarvan de meesten elkaar inmiddels goed kennen, snel to the point kon komen.
 Op vrijdag-avond tijdens de kennismaking (een 'hoe sta je ervoor' rondje) bleek dat verschillende mannen het achterste van hun tong wilden laten zien. Dit had volgens mij het effect dat iedereen zich snel op zijn gemak voelde. Uiteraard werd het erg laat.

De volgende ochtend begon direct met een discussie die tevens een brede politieke lading had. Namelijk het effect van kleding/uiterlijk. Het gesprek leek te balanceren tussen aan de ene kant je lekker voelen en jezelf mogen verzorgen en aan de andere kant het feit dat de samenleving van iedereen kleding/uiterlijkheidsnormen "eist". Nog buiten het feit dat veel kledingindustrie fout is, is het voor mij een vaststaand gegeven dat ook het uiterlijk van mannen door de samenleving bepaald wordt en invloed heeft op hun gedrag.
De ideale situatie zou natuurlijk zijn dat een ieder zich kan kleden zoals hij/zij dat zou willen, los van allerlei maatschappelijk omstandigheden. Het erkennen van het feit dat ook mannen moeten voldoen aan kleding/uiterlijkheids-normen zou al een hele stap in de goede richting zijn. Want dan zouden mannen dus ook de invloed van de samenleving op hun gedrag kunnen erkennen en vervolgens zouden die mannen hun gedrag/functioneren kunnen analyseren en veranderen. Een voorbeeld. Stoere kleding werkt niet alleen bij heftige acties, maar ook in de trein heb je dan altijd ruimte genoeg om te zitten. Afijn, het was een hele discussie waarvan ik helaas alleen mijn eigen standpunt achteraf nog helder kan formuleren.

Na een wat passievere periode, kwam er weer wat leven in de brouwerij. Tijdens een in scene gezette discussie bleek dat de "grote bekkencultuur" ook binnen de mannen"strijd"groep nadrukkelijk aanwezig was. De discussie speelde zich af tussen enkele personen die schijnbaar het meest te vertellen hadden. Binnen die opzet bleek dat dus ook mannen die hun eigen functioneren willen bekijken, niet zo gemakkelijk hun dominante gedrag kunnen veranderen. Het gaat supersnel, binnen korte tijd zaten de praters flink te debatteren en de wat minder alerte mannen moesten toekijken. Erg leerzaam hiervan was het feit dat niet alleen de grote bekken op moeten letten maar dat de stillere mannen ook eerder op hun strepen moeten gaan staan.
 Die avond werd bijna volledig in beslag genomen door de discussie of het prominent aanwezig zijn (en daarbij weinig oog hebben voor anderen) nu typisch mannelijk is of dat het een karakter-eigenschap zou zijn. Mijn mening moge duidelijk zijn "je wordt niet als man geboren maar als man gevormd". (vrije vertaling van Simone de B.). Uiteindelijk werd het weer laat die avond.

De zondagochtend was heel bijzonder. Het volgen van een dansworkshop op nuchtere maag was erg indrukwekkend. Onder deskundige leiding werd van de deelnemers verwacht dat zij hun schroom zouden kunnen overwinnen. Naarmate de workshop vorderde kwam iedereen wel in de stemming. Volgens alle mannen voor herhaling vatbaar.
 De middag werd besteed aan de evaluatie. Voor mij was het belangrijkste aspect dat van kinderopvang tijdens het weekend. Het blijkt dat mannen zich niet vanzelfsprekend willen ontfermen over kids. Hetgeen inhield dat de verzorger niet echt aan het programma heeft kunnen deelnemen. Ook hierin denk ik dat mannen erg egocentrisch zijn gericht want meedenken met de verzorger was er niet of nauwelijks bij. Het pretenderen van kinderopvang is dus meer dan het alleen aankondigen.

Het was een erg leuk/gezellig maar ook leerzaam weekend. Oude patronen waar de groep juist aan wil werken blijken subtiele valkuilen te zijn. Het ligt natuurlijk voor de hand om het bovenstaande vergroot te projecteren op de buiten wereld.

Ron



 

EEN NIEUWE __-ROL, OF ...?

Met (o.a.) mannenstrijd en feminisme in de richting gaan van een vrijere maatschappij. Dat is wat ik wil en waarom ik me thuis voel bij het anarchisme.
 Maar hoe zo'n maatschappij eruit ziet weet ik ook niet. En het lijkt me ook niet wenselijk om een blauwdruk samen te stellen. Hooguit een richting. En daar wil ik het even over hebben.
 Welke richting willen we op met mannenstrijd? Er valt een heleboel te verbeteren aan de rollen die we nu beleven. Loskomen van problematische en het ontdekken van nieuwe rollen. En de vraag die daar al snel uit voortkomt is of we wat van de stereotype vrouwenrol overnemen en of er nog wel iets positiefs van de stereotype mannenrol overblijft. Het bleek tijdens het eerste mannenweekend al flink moeilijk om een aantal positieve aspecten van manlijkheid op te noemen zonder de nuance, "het ligt er aan hoe je er mee omgaat", erbij te moeten halen. Wat ik me concreet afvraag is of we naar een nieuw manbeeld toe moeten en tegelijk ook een nieuw vrouwbeeld, of dat we die twee aan elkaar koppelen en naar een nieuw mensbeeld willen streven.
 Is het überhaupt mogelijk om een mannenrol te creëren, zonder de negatieve aspecten die het nu heeft en met een aantal nieuwe positieve aspecten, zonder op te gaan in een nieuw mensbeeld? Is het kortom mogelijk om nog van vrouwen en mannen te spreken in een vrije maatschappij? Kan een maatschappij vrij zijn als er sprake is van duidelijke mannen- en vrouwenrollen? Van twee verschillende socialisaties?

 Het lijkt me van niet. Al kan ik het natuurlijk ook niet zeker weten want ik heb de vrije samenleving nog niet meegemaakt. Maar het lijkt me dat er al sprake is van onvrijheid als mannen en vrouwen een andere socialisatie krijgen en dus een ander rolpatroon aannemen.
 Wat ik dus wil is streven naar een gendervrije samenleving. Naar een samenleving waarin geen mannen- en vrouwenrollen meer bestaan. Waar überhaupt geen rollen meer bestaan, maar mensen. Grote, middelgrote en kleine mensen. Dikke, dunne en sprieterige mensen. Muzikale, technische en relaxte mensen. Mensen met lang, kort of geen haar. Gevoelige, extraverte en actieve mensen. Mensen met grote, kleine of geen borsten. Mensen met een vagina, een penis, geen van beide of juist allebei. Mensen die elkaar als mens beoordelen en niet als man of vrouw of langharig werkschuw tuig.

NB: Het lijkt me een moeizame weg. En ik zal het zeker niet meer meemaken dat de wereld verlost is van de dichotomie man-vrouw. Ik denk dat het zelfs in de tijd die mij rest het niet zal lukken om zelf helemaal verlost te raken van de obsessie om mensen in te delen in mannen en vrouwen. Hooguit dat het me lukt om als een vanzelfsprekendheid meerdere mogelijkheden te erkennen. Misschien dat het me lukt om mensen uiteindelijk meer te beoordelen op hun gedrag dan op hun sekse.

Jane
 



 

THE POSTGENDER SOCIETY

Hoe ziet een gendervrije utopie eruit? Dat is een vraag die Claus heeft beziggehouden en hij heeft er een paper voor geschreven voor zijn studie. Een deel daarvan kun je hieronder lezen. In het Engels, omdat we het vermoeden hebben dat geïnteresseerden deze taal wel begrijpen.

In a postgender society the central category of organization would no longer be gender but individuality. The society should instead of gender hierarchy be characterized by rather nonhierarchic structures that enable every human being to realize puself (pu I will use from now on as a new ungendered word instead of she and he, which are gendered). Cooperative structures instead of the concept of hierarchy will be practised in economy, political life or elsewhere.
In this society there will be absolutely no association between biological and social(psychological) aspects. When a human being will be born, pu will no longer be structurally socialised, supported  or forced, or however you would like to call the process of engendering, to develop a gender identity. Pu´s Parent(s) can be one , two three or more persons. They might or might not be pu´s biological parents. Pu´s parent´s will raise pu towards the value of individuality and the social responsibility towards others. pu will also hardly be confronted with gender stereotypes in his environment or via the media. The child will also hardly know people with gender  identity as a central aspect of their personality. Pu will be surrounded by liberated people that live in different relationships with each other. some have a relationship on the basis of platonic love with each other, some also add intensive lust to their relationships. some have relationships mainly on the basis of lust. Actually in Utopia they no longer use the word sex but lust. They can develop lustful relations to other humans, to oneself, actually to anything they want, like also to animals. Sex as a word they don't use any more because it was an expression in times where people were just because of biological reasons divided into two groups, called sexes. And a person was only allowed to have a lustful relation to one of the group of the other  sex. This narrow practice of lust is not lived anymore. This is why they call it now lust and not sex, because sex is an old narrow concept, when it is applied absolutely to all human beings. Some have several partners at the same time. Some have one partner mainly, but others with whom they have lust.  Pu sees from early childhood on that pu is surrounded from very different relationships. Pu learns that if people have intense relationships with each other, they are all based on a from relationship to relationship differing consens about the kind of the relationship. This consensuses also change. There is just one thing the consensuses have in common: people relate to each other only in ways all involved human beings in this relation wish to. Pu very soon learns that you best can fulfil your own social needs in having different relationships. Since most of the time you never share all of your lifestyle with one person, you share it partly with different people.

Pu learns about biological differences in school. But the teacher tells pu that biological differences do not influence ones personality in a particular way. Our body is considered as our medium through which we act, perform and express our dynamic personality.

In his lifetime Pu sometimes gets confronted with people, who call themselves women or men. Some  do it because of biological differences, but some also add to this biological differences a certain group of attributes of their personalities which they call male or female. This content of male and female might change from person to person. However these human beings live somehow a life as we do it in this world right now. This lifestyle is accepted without any problem in Utopia, as any other life style that is freely chosen by human beings. So there are no lifestyles that are structurally favoured through welfare systems, laws, moral attitudes, or anything else.

All in all Pu learns to socialize with other people on an egalitarian level, since every human being has the same value. Pu furthermore also learns about the big variety of human beings. Everyone has its own biography, which influenced the way personalities developed.
And Pu finds it so weird that people in earlier times have organized their lives so much around 'sex', 'gender' and 'sexual orientation'. Pu cannot understand how the group with the vagina, was once less valued then the group with the penises. Or that people with penises who loved other people who also had penises were discriminated. Pu also knows about the problem from the implicit masculine norm as general norm only from the history class.I would very much like to go on in elaborating Utopia. But I stop at this point because I think I could give some idea about the egalitarian diversity of humanity a future generation could have. Therefor I will now rather propose some methods how we can come closer to this utopia.

Claus Pirschner
 
 



 

SEKSISME DISCUSSIE

 

De tekst hieronder is bedoeld als aanzet voor verdergaande gedachtewisseling over wat bekend staat als 'de seksisme-discussie'. Wij betreuren het dat onderwerpen als omgangsvormen en seksisme nog steeds niet de constructieve - opbouwende - aandacht krijgen die volgens ons hoogst noodzakelijk is. De discussie van de laatste maanden, in en over Ravage, laat weer eens zien hoe in onze kringen vaak met het persoonlijke=politiek wordt omgegaan. Niet dus, eigenlijk. We zijn begonnen met een gedachtewisseling per email, en hebben die vrijwel integraal laten staan. Eenduidige conclusies komen er niet uit naar voren, maar wel veel onderwerpen waar op voortgebouwd zou kunnen (moeten) worden. Veel losse eindjes dus. Seksisme gaat tenslotte over veel verschillende en overlappende dingen, die allemaal apart en tezamen aandacht verdienen. Hopelijk lukt het tijdens en na de Pinksterlanddagen op een opbouwende manier verder te gaan met elkaar en de onderlinge (menings-) verschillen.

Jens:
De discussie in Ravage gaat helemaal niet over seksisme maar over seksueel geweld, een uitwas van de structurele misstanden die eigenlijk aan de kaak gesteld moeten worden. Doordat het nu alleen maar gaat over het stuk van Bob Black worden weer eens een heleboel dingen op een hoop gegooid die allemaal betere aandacht verdienen. De discussie is meteen weer heel erg gepolariseerd, wij tegen zij, waardoor vrijwel niemand het meer heeft over het eigenlijke probleem: de dominantie van grote bekken, onpersoonlijke omgangsvormen en de algemene vraag 'waar zijn we nu eigenlijk mee bezig?' of 'wat willen we nu eigenlijk?'. Natuurlijk is er kritiek op feminisme te leveren, maar door dat voorop te stellen wordt het kind met het badwater weggegooid. Nu kan niemand er meer iets over zeggen zonder meteen bij het ene of het andere kamp ingedeeld te worden. Bovendien wordt het onvermogen van de beweging om op een leuke manier met seksualiteit om te gaan behoorlijk bevestigd. Dat mannen potentiële verkrachters zijn weten we nu wel, ben ik het ook mee eens, maar de uitdaging zou moeten zijn om op een verantwoordelijke manier met dat risico om te gaan. En hoe zit dat met vrouwen? Vrouwen beleven seksualiteit toch ook als iets prettigs, niet alleen als iets bedreigends. Het lijkt er nu maar weer op dat seksualiteit gelijk wordt gesteld met seksisme. Dat is niet alleen onjuist maar ook heel jammer.

Judith:
Ook in je begin van deze discussie gooi je verschillende dingen door elkaar. Kritiek op feminisme en beleving van seksualiteit zijn twee verschillende dingen. Ook is er verschil tussen verkrachting en de lol van seks. Dus om te beginnen zou ik het liefste onze discussie voeren over losse thema's, anders blijft het te abstract, met uiteindelijk geen resultaat. Ook is er verschil tussen feminisme en anti-seksisme. Ook mij valt het op dat de discussie na het themanummer van ravage zich focust op seksueel geweld. Dat is het meest zichtbare vorm van seksisme, met rampzalige gevolgen voor vrouwen. De meeste discussies over seksisme in de sien gaan echter over seksueel geweld, ik vraag me nu af waarom eigenlijk? Is dat omdat seksueel geweld rampzalige gevolgen heeft voor vrouwen? Of omdat het voor de anderen in de directe omgeving (dus behalve slachtoffer en dader) lekker veilig is, de discussie over seksueel geweld is over het algemeen niet confronterend voor de eigen persoon voor de anderen. Of is het gewoon een tactiek om over seksueel geweld te praten omdat dat zoveel reactie oproept dat de rest niet meer aan bod komt en dus een non-isue is?

Jens:
Het is ook zo moeilijk de dingen goed uit elkaar te houden, met name als je de discussie in Ravage als uitgangspunt neemt. Losse thema's zouden kunnen zijn: de plaats van feminisme in onze (totaal?)strijd - ideologisch gezien dus; omgangsvormen binnen de beweging en daaraan gekoppeld de vraag wat nu eigenlijk prioriteit heeft: het doel of de middelen; seksisme als maatschappelijk verschijnsel bij zowel mannen als vrouwen (een mooi begrip vind ik 'medeplichtigheid' aan dominante mannelijkheden/vrouwelijkheden, maar misschien op deze manier wat te abstract); verschillen tussen mannen, vrouwen en andere indelingscategorieën; seksueel geweld (vrouwen en mannen als slachtoffers, bijna altijd mannen als dader - hoewel hoe zit het met mannen die tegen hun zin seks hebben, die zijn er ook maar zien zich niet als slachtoffer - komt dan ook geen geweld aan te pas) en natuurlijk seksualiteit als iets leuks hoewel - gezien het voorgaande - onvermijdelijk ook problematisch. Waar zullen we beginnen?

Wat mij betreft is het belangrijk om het te hebben over dagelijks seksisme als iets waar vrouwen en mannen last van hebben. Ik vind het vervelend om me gedwongen te voelen anders met mannen dan met vrouwen om te gaan. En toch doe ik dat, het is zelfs erg moeilijk om het niet te doen. Ik weet nu eenmaal niet beter, zelfs als ik met mannen ben die anders dan anders met elkaar om willen gaan is het moeilijk omdat we dat nooit geleerd hebben. Ik ben dus wel seksistisch want ik ga anders om met mannen dan met vrouwen. Daarbij kan je zeggen dat ik mannen bevoordeel omdat ik met mannen makkelijker actie zal voeren of (luidruchtige want gepassioneerde) gesprekken in de kroeg. Maar ik vind zelf dat ik vrouwen bevoordeel omdat ik aan die contacten meer waarde hecht, er meer uithaal en er dus ook meer in stop. Kortom, voor mij zijn persoonlijke - diepgaande - contacten belangrijker dan zakelijke en oppervlakkige contacten. Zo is het ook met politiek activisme; ik vind het wel heel belangrijk mijn idealen te verwezenlijken maar focus dat tegenwoordig steeds meer in het hier en nu: prettig samenleven met de mensen in mijn omgeving. In de seksisme-discussie is het voor mij dus van belang het te hebben over het stellen van prioriteiten. Als er iets moet gebeuren is het belangrijk hoe dat gebeurt, anders liever niet. Dus dan maar geen demo, kraak of ontruiming als de mensen die eraan meedoen niet allemaal op hun gemak zijn. Een grote misvatting is dat feminisme zoiets is als oorlog tussen de seksen. Oorlog is iets tussen mannen, waarvan behalve mannen ook vrouwen last hebben. Mannen die zich met feminisme bezig houden worden vaak gezien als een verlengstuk van hun feministische vriendinnen. Daarmee wordt het idee versterkt en herbevestigt dat mannen zelf niets te winnen zouden hebben bij betere verhoudingen tussen mannen en vrouwen en tussen mannen onderling. Wat dat betreft zou het wel heel interessant zijn een vergelijkbaar onderzoek als dat van jou te houden onder mannen. Want ook mannen haken af uit onvrede met de grotebekkenkultuur en machismo. Voor mannen is het dilemma vaak inhaken of afhaken. Als je er geen zin in hebt om mee te doen kan je het alleen nog maar laten afweten. Als je er tegenin gaat ben je net zo als zij. Je terugtrekken in een veiliger omgeving is er vaak niet bij, behalve dan in zo'n heerlijke hetero-relatie. Heterorelaties zie ik trouwens als behoorlijk problematisch in deze hele discussie, omdat al die mannen die samen de grotebekkenkultuur hoog houden in hun priverelatie het gevoel krijgen dat zij wel okee zijn maar andere mannen niet. En de meeste vrouwen die zich storen aan de omgangsvormen houden zo wel die mannen de hand boven het hoofd. Hier zie ik dan wat ik medeplichtigheid zou willen noemen.

Judith:
OK! terug naar de discussie. Seksisme in de dagelijkse omgangsvormen tussen vrouwen en mannen, en vooral medeplichtigheid aan seksisme: over de vrouwen die volgens jou in privé-relaties die mannen de hand boven het hoofd houden. Als eerste zijn er grote verschillen tussen vrouwen onderling, wat de ene vrouw seksistisch vindt, hoeft voor een andere vrouw helemaal niet zo te zijn. Bovendien is een privé-relatie anders dan omgangsvormen in een groep. Wie gedraagt zich dan niet anders, in een relatie is het veel makkelijker om je kwetsbaar op te stellen en je partner wel in vertrouwen te nemen. Of te wel, wat ik eigenlijk probeer op te schrijven is dat mannen zich in privé-relaties misschien wel anders gedragen, waardoor je het 'openbare' gedrag van mannen, hun partners niet aan kan schrijven. Ook als ik naar mezelf kijk, ik heb wel een relatie met mijn vriend, en we doen veel dingen samen, maar hij is wel verantwoordelijk voor zijn eigen leven en ik voor het mijne!! Eerder ligt de verantwoordelijkheid van seksistisch gedrag bij de mensen die het in hun bijzijn laten gebeuren zonder daar iets aan te doen. Maar ook dat vind ik, zeker voor vrouwen een moeilijk punt. Je krijgt namelijk nogal vaak seksistisch gedrag over je heen en je moet er maar altijd zin in hebben om daar tegen in te gaan. Nu ik dit opschrijf, denk ik natuurlijk hard verder. Volgens mij heeft het niet veel zin meer om over de oorzaken van seksisme te praten en over wie er verantwoordelijk is. Als er maar lang genoeg doorgepraat wordt, is iedereen wel ergens slachtoffer van en gebeurt er niets. Bovendien hoe meer issues van discussie, hoe meer mensen het niet met elkaar eens zijn. Misschien beter een discussie over hoe op seksistisch gedrag te reageren en hoe het in de toekomst te voorkomen?

Jens:
Goed plan. Daar hebben we het met de mannen ook al vaker over gehad, en het dilemma dat zich dan voordoet is het volgende: op het moment dat je in een groep bent waar een of meerdere mannen de boventoon voeren en je voelt je daar niet goed bij, kan je twee dingen doen: ertegenin gaan op dezelfde manier, anders luisteren ze sowieso niet. Dan moet je dus een grote bek opzetten om je boodschap dat je het anders wilt over te brengen; dit werkt vaak averechts en leidt alleen maar tot meer geschreeuw. De andere mogelijkheid is jezelf terugtrekken, je mond houden en het er eventueel later met anderen over hebben maar dan is het kwaad al geschied. Na een aantal keer heb je hier helemaal geen zin meer in en laat je het dus helemaal afweten. De keuze waar ik me vaak voor gesteld gezien heb was dus: inhaken of afhaken. na lang ingehaakt te hebben ben ik uiteindelijk afgehaakt. Nu probeer ik weer langzaam in te haken maar zie mezelf met hetzelfde dilemma geconfronteerd. Met het verschil dat ik me nu bewust ben van mijn rol, van wanneer en waarom en hoe ik een grote bek opzet, en tegen wie. Een concreet voorbeeld uit de Molli, mijn kraak-stam-huiskamerkafee, is de ondersteuning van het barpersoneel. De afspraak is dat barmensen bij problemen of conflicten op hun avond het laatste woord hebben, onder andere omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn. Ook is afgesproken dat de aanwezige klanten, voor zover ze tot de vaste kring behoren, het barmens ondersteunen in zijn haar beslissing. Helaas gaat het hier maar al te vaak mis; door de jaren heen zijn veel mensen - relatief meer vrouwen maar zeker ook een boel mannen - afgehaakt omdat ze zich niet gesteund en dus niet veilig voelden. In zo'n collectief gebeuren is het belangrijk op zo'n manier zorg voor elkaar te dragen dat iedereen zich wel veilig voelt. En daarmee - met dat beladen woord 'zorg' - kom ik op het punt waar voor mij veel om draait: dat mensen rekening houden met elkaar, uitgaan van verschillen en zoeken naar verbondenheid. Dat vereist, zoals ik volgens mij hierboven ook al ergens schreef, dat de hele manier van doelen en strategie, de hele werkwijze, zal moeten veranderen. En hoe doe je dat? Ik heb gemerkt dat het belangrijk is bij mezelf te beginnen, maar daarmee alleen kom ik er ook niet. En de beweging heeft natuurlijk zeker meer nodig dan persoonlijke groei en ontwikkeling. Er moet steeds weer een wisselwerking zijn tussen het persoonlijke en het politieke. Voor mij is er ook zowel een politieke als een persoonlijke motivatie om hier mee bezig te zijn. Ik zie dat het streven naar mijn ideale wereld geen zin heeft als persoonlijke aspecten daar niet in meegenomen worden. En in mijn persoonlijke leven zie ik dat er structurele dingen zijn die veel met sekse te maken hebben, met hoe mannen met mannen, vrouwen met vrouwen en vrouwen en mannen met elkaar omgaan. Veel persoonlijke problemen, ook in relaties, hebben te maken met seksisme. Hoe dat te voorkomen of daarmee om te gaan? Heb je een voorstel?

Judith:
JA!
Ten minste, ik heb een idee over een voorstel. En bovendien herken ik je ervaring. Ook ik voel me soms voor een gedwongen keuze tussen een grote bek en afhaken geplaatst. Inmiddels kies ik maar voor afhaken, omdat een grote bek, zelfs van vrouwen, je niet geloofwaardiger maakt in je kritiek op de grote bekken en bovendien alleen maar meer mensen zich opgelaten voelen. Maar ik haak niet zomaar af, je kan er later op terugkomen als de "gemoederen" bedaard zijn. En daarbij denk ik dat de volgende punten spelen: Een probleem bij het aankaarten van de grote bek, is wat ik denk ten minste, dat veel personen zich individueel aangevallen voelen wat meestal niet leidt tot aanspreekbaarheid: eerder worden mensen verbaal nog agressiever! Dus daarom denk ik dat het beter is om het zo te brengen dat mensen niet persoonlijk aangevallen worden (ook al zal het terecht zijn - een soort van het doel eigent de middelen redenatie), bijvoorbeeld om in het algemeen te praten en de kritiek op jezelf te betrekken, door te zeggen dat jij je niet op je gemak voelt als zus en zo (in dit geval kan het handig zijn, dat als je weet dan anderen er ook zo over denken, je dit van te voren doorspreekt en je bijval krijgt. En als mensen het in het algemeen praten niet oppikken - geef dan een voorbeeld uit een andere groep, en zeg dat jij (of iemand anders als je namens die persoon spreekt) zich ook zo voelt. Dat is ook een manier om er op terug te komen, dat je praat namens iemand die er niet is, omdat het niet-zijn op zich al duidelijk is en je het niet op je persoon hoeft te betrekken. Maar dit idee is dus een luchtbel, ik heb het niet helemaal in de praktijk uit geprobeerd. Wel heb ik regelmatig discussies gevoerd namens een vrouw die uitgekotst is, met de mannen die haar uit hebben gekotst. Het voordeel was toen, dat die mannen ook konden zeggen wat ze wilden omdat ik mijzelf niet aangevallen voelde, en haar standpunt uit kon leggen. Een andere luchtbel is dat ik zit te denken om basisdemocratie op allerlei plaatsen opnieuw ter discussie te stellen, zodat dan onderling gepraat kan worden over discussievormen, manieren van besluitvorming en eventuele sancties als gebeurt als mensen zich niet aan de afspraak houden. Waardoor ik denk dat je een niveau boven de grote bekken gaat zitten en je dat hele onderwerp omzeilt - er is ervaring in sommige basisgroepen tegen militarisme en kernenergie, dat in de groep praten over besluitvorming, discussievormen etc. mensen bewust maakt van wat er in de groep speelt, mensen elkaar beter kennen, dus minder schreeuwen en meer rekening met elkaar houden en zich bloot durven te geven. Dus dat waren twee voorstellen.

Jens:
Terzijde even over de Pinksterlanddagen: heb je daar al ideeën over? Ik dacht gisteren aan de mogelijkheid om een paar vrouwen en mannen van tevoren te vragen haar/hun kritiek op de eigen sekse op een rijtje te zetten. Niet om het voornamelijk over wederzijdse kritiek te hebben, maar om een soort 'common ground' te creëren waarop we voort kunnen bouwen. Ik heb al vaker gemerkt dat ik het makkelijker vind om te verwijzen naar kritiek van vrouwen onderling dan met kritiek te komen als van mezelf. Het is maar een idee.....

Judith:
Op de een of andere manier heb ik toch moeite met beginnen te praten over de fouten die vrouwen maken, als seksisme het onderwerp is. Dat maakt vrouwen alleen maar kwetsbaar en tast de onderlinge solidariteit aan - er is al veel rivaliteit tussen vrouwen. Bovendien is, zeker ten aanzien van vrouwen, beginnen met kritiek, nogal negatief en afkrakend als begin van een nieuw initiatief (en een traditioneel mannelijke vorm, ten minste in de beweging!!). Aan de andere kant, denk ik dat het creëren van een common ground wel interessant is. Maar misschien beter op een andere basis, en bovendien niet liever wij-tegen-zij. Maar common ground, kan bijvoorbeeld ook op basis van afkeer tegen de grote bekken cultuur, met veel aandacht voor de vorm van de discussie. Boekhandel Rosa vroeg of ik het leuk vond om een boekpresentatie in Groningen te houden, ja dus. Maar ik vond het een breed onderwerp, dus vroeg ik of ze specifiekere wensen hadden, en vertelde dat ik op zie tegen een wel-nietes discussie, die helaas te vaak ontstaat. Vervolgens kwam een man met het punt dat hij de grote bekkencultuur en de sfeer van bewijzen een interessant punt vond, waar hijzelf in ieder geval veel van baalde. En dat is een common ground die mij meer aanspreekt. Misschien is het een idee om een aantal thema's te nemen, zoals de grote bekkencultuur, besluitvorming, lust en verliefdheid. Om daar vervolgens in kleinere groepen over te discussiëren, waarbij minstens een iemand per groepje zich voorbereid heeft en in staat is om de discussie vorm te waarborgen. (Dus meerdere bijeenkomsten op verschillende tijdstippen??) Heb je trouwens mijn boek al gelezen? Ik kreeg de vraag of ik het soms voor mannen had geschreven. Ik denk dat daar veel basis is voor common ground. Ten minste, te merken aan een man die ik goed ken, die geen grote bek heeft en gigantisch onder de voet gelopen wordt, en bijna letterlijk kapot gaat aan de beweging. groetjes Judith

Jens:
Jeetje wat een hoop om op te reageren. Om bij je boek te beginnen, dat heb ik inderdaad net gedaan (eraan beginnen) en volgens mij is dat voor ons ook goed wat betreft common ground. Deze week hoop ik het tussen de bedrijven door uit te lezen maar ik ben al halverwege. En er komen een boel dingen in naar voren die zeker van belang zijn in de seksisme-discussie of waar het gaat over grote-bekkenkultuur of mannen(mannelijkheids?) dominantie. Ik kan me dan ook goed in je voorstellen vinden, zeker het laatste over de gezamenlijke afkeer van gb-kultuur. Het eerste voorstel, om dingen niet direct te benoemen maar a.d. hand van voorbeelden, vind ik idealiter heel goed maar ik heb vraagtekens bij hoe het werkt. Degenen voor wie het bedoeld is pikken het niet op en de nog net aanwezige softies (excusez le mot) worden er nog softer van. Het is ook niet mijn bedoeling om te beginnen met kritiek op vrouwen, absoluut niet; daarvan zeg ik eigenlijk altijd dat vrouwen dat onderling maar uit moeten zoeken - nu is het een keer tijd voor mannen om te veranderen! Maar in allerlei gesprekken/discussies gaat het vaak over 'het' feminisme alsof iedereen weet wat dat is en waarvan in elk geval duidelijk lijkt dat het tegen mannen is. Het lijkt me goed verschillen tussen mensen als uitgangspunt te nemen, en/maar weet zelf hoe gevoelig dat juist ligt bij de seksisme-discussie, m.n. bij mannen natuurlijk. Maar genoeg daarover, ik denk dat we voor de PL wel uitkomen op een manier om hier iets constructiefs mee te doen. Daarover heb ik het vandaag ook even met KA(rin) uit Den Haag gehad, zij was ook bij het VPRO-debat en wil graag meedoen met zo'n aanzet voor gemengde discussie. Nu nog meer mannen vinden....

Ja daar ben ik weer. Dit wordt de laatste keer voordat we elkaar vrijdag zien; ik heb het veeeeel te druk deze week - stress van papers enzo. Maar ik denk dat we al heel wat hebben inmiddels. Daar kunnen we best een goed verhaal uit destilleren. Bij het lezen in je boek valt me steeds op dat mannen een eenduidige categorie lijken te zijn. Daar ben ik het pertinent mee oneens, al snap ik wel dat dit soort dingen generaliserend gezegd moeten worden om überhaupt gehoord te worden. Maar zo nodig je mannen niet echt uit met zichzelf aan de slag te gaan. Ik denk daarom dat afkeer van de grotebekkenkultuur inderdaad een goede ingang is om het over seksisme en omgangsvormen te hebben. Verdeel en heers kan een goed motto zijn om mannendominantie te lijf te gaan. Maar dan gaat het dus ook over doelen en middelen, over 'the medium is the message' en over 'verbeter de wereld begin bij jezelf'. Worden we immediatisten? Ik ben het al hoor, als geuzennaam tegen starheid en dogmatisme. Ik wil me liever bezig houden met opbouwende activiteiten dan met het overtuigen van hardhorenden. Laten we de grote bekken buitenspel zetten, door zelf dingen op te zetten en te organiseren en niet op hun dingen te wachten of eraan mee te doen. Wij hippies of softies (geuzenamen) zijn toch in de meerderheid. They've got the guns but we've got the numbers. Tja Judith, ik kom nu niet veel verder meer. We hebben ook al zoveel, laten we het voorlopig daarmee doen. Ik moet zo weer aan mijn papers - eerst nog even snel een briefje naar de Ravage. Vrijdag gaan we verder en dan maken we een leuk stuk voor de PL-reader. Tot slot moet ik nog even dit kwijt: je noemt lust en verliefdheid als belangrijk thema; daar ben ik het helemaal mee eens al was het maar omdat ik het daar zelf nogal moeilijk mee heb. Het zou me goed doen om daar een positieve en constructieve aanzet voor te krijgen. Juist op dit punt lopen verhoudingen tussen mannen en vrouwen ook vaak spaak, voor mij reden om er heel erg bewust mee om te gaan met als gevolg dat ik in plaats van mijn gevoelens de vrije loop te laten juist heel erg rationeel ermee omga. De paradox voor feministische mannen: heel bewust bezig zijn met je gevoelens. Verantwoordelijkheid is een mooi ding, en belangrijk, maar staat spontaniteit in de weg. Heb je een idee hoe lust en verliefdheid als onderwerp bespreekbaar gemaakt zouden kunnen worden?

Naschrift van Judith:
Ik zal nu niet meer op de laatste bijdrage van Jens reageren, dan lukt het niet meer om deze discussie als bijdrage aan de PL-reader in te leveren. Er is echter een punt dat ik wil benadrukken, en dat geldt voor mij zowel voor deze discussie, als voor het onderzoek wat ik gedaan heb naar het seksisme in 'de beweging' en voor het boek 'Het gekraakte ideaal'. Ik ben er niet op uit om het gedrag van mannen te verbeteren, om mannen 'te verleiden' om zich anders te gedragen of om mannen zwart te maken. Het enige waar ik in geïnteresseerd ben is het creëren van een beweging, van een ruimte die leefbaar is, voor mij, voor vrouwen en ook voor mannen. Iedereen die daaraan mee wil doen is van harte welkom. Ik heb niet het idee dat ik mensen kan veranderen. Ik denk wel dat verandering van menselijk gedrag in veel situaties wenselijk is, maar dat is aan de personen zelf omdat te wensen en mee bezig te gaan. In plaats van verder te discussiëren over allerlei aspecten van seksisme, zoals de 'grotebekkencultuur', ben ik veel meer geneigd om te praten over het vormgeven van 'de beweging', om het heft in eigen hand te nemen en zelf ons eigen leven te leven. Dus met elkaar te praten en te discussiëren over wat ons ideaal is, en daar samen vormen voor bedenken. Het is aan personen zelf om daaraan mee te doen of niet. Alleen betekent niet, ook echt niet, helemaal niks, zeker als iemand geen ruimte voor anderen over laat ...
 


HET GEKRAAKTE IDEAAL

Begin dit jaar is 'Het gekraakte ideaal' uitgekomen. Een boek dat aan de hand van geïnterviewde vrouwen seksisme binnen de links radicale beweging laat zien. De schrijfster/interviewster Judith Metz geeft aan de hand van die interviews ook aan analyse van dat seksisme en de structuren in de links radicale beweging die het seksisme mogelijk maken en instant houden. Van drie verschillende bladen is aan drie verschillende leden van de mannengroep gevraagd een reactie te schrijven op 'Het gekraakte ideaal'. Deze drie stukken staan hieronder. Alle drie omdat ze alle drie een geheel andere invalshoek hebben.
 
 



 

DO IT YOURSELF SEKSISME.

Door: Jan den Besten
 

Een tijd geleden was ik voor het eerst in een van Nederlands bekendste kraakpanden Vrankrijk. Daar herkende ik de ambivalente aantrekking die dat soort panden vaak op mij hebben. Een metafoor voor het dubbelslachtige gevoel dat mij bind en tegelijkertijd afstoot van 'de scene'. De donkere hoeken waarin je je lekker kunt verschuilen, het heerlijke D.I.Y. karakter, het anders willen doen, maar ook de nonchalante, koele en zelfs harde sfeer die dat soms met zich mee lijkt te brengen.
 Die bewuste avond was de boekpresentatie van 'Het gekraakte ideaal' van Judith Metz dat ik voor het geld en het mooie uiterlijk niet kon laten liggen. Natuurlijk, ik was ook erg geïnteresseerd in de inhoud.
 Judith laat aan de hand van een aantal interviews met vrouwen zien wat er aan sekse-ongelijkheid in de scene bestaat. En dat is een heleboel. Het uit zich in het minder waarderen van vrouwelijk geachte klussen (wie zorgt er meestal voor de koffie en thee tijdens de vergaderingen? En wie organiseert de demo bij de politie als er mensen zijn opgepakt?), het minder waarderen of zelfs helemaal niet luisteren naar inbreng van vrouwen in discussies (o.a. het bekende fenomeen dat als een man hetzelfde inbrengt als een vrouw, waarnaar in eerste instantie niet wordt geluisterd, zijn inbreng wel serieus wordt genomen), de ongelijke verdeling van mannen en vrouwen in veel groepen tot ongewenst seksueel contact. De hetero-norm is in de scene alom aanwezig. De verschillende waarderingen van 'vreemdgaan' ook. De autonome beweging lijkt welhaast een afspiegeling van de burgerlijke maatschappij op dat vlak. In die zin is de autonome beweging dan ook verre van autonoom.
 Volgens Judith is de organisatie van groepen vaak zo 'geregeld', dat er een (ongeschreven) structuur van sekse ongelijkheid bestaat en blijft bestaan. Doordat de sfeer vaak vrouwonvriendelijk is, blijven vrouwen weg of stappen er eerder uit, waardoor de sfeer niet noemenswaardig veranderd. En niemand die zich afvraagt waarom er zo weinig vrouwen actief zijn... het blijft steeds een zogenaamd individueel probleem van elke vrouw afzonderlijk. En elke individuele man past nou eenmaal beter bij de werksfeer...
 Judith maakt in het boek een scheiding tussen harde en softe delen van de scene. Seksisme komt dan vooral voor in de hardere delen van de scene, vooral in groepen die zich kenmerken door gebruik van geweld (waar meestal niet over gepraat kan worden), illegaliteit van acties (het is dan maar het beste om niemand goed te kennen wat natuurlijk erg bevorderlijk is voor de sfeer en het wederzijdse vertrouwen...) en het ad hoc karakter van bepaalde actiegroepen (waardoor de meest 'ervaren' en/of dominante figuren de dienst uitmaken). De softere delen van de scene bestaan uit groepen mensen die elkaar langer en beter kennen, waar de vrouw/man verdeling beter is en waar een belangrijk kenmerk is dat het groepsproces minstens zo belangrijk wordt gevonden dan een eventueel doel.
 Het is natuurlijk niet zo dat er een duidelijke tweedeling in de links radicale wereld bestaat zoals je na het lezen van 'Het gekraakte ideaal' zou kunnen denken, maar verhelderend is die indeling wel. Net als de indeling man-vrouw en het bijbehorende idee dat seksisme vrouwen benadeeld. Verhelderend aan de ene kant, maar tegelijk ook weer voorbijgaand aan het feit dat het niet zo simpel te verdelen valt, dat mannen ook nadeel ondervinden van seksisme. Als man wordt je niet als volwaardig gezien als je je onzekerheid laat zien of wilt leren huilen, je moet dubbel zo hard je best doen om je als softie gewaardeerd te weten en te voelen. Verder bestaan er net zo goed dominante vrouwen als softe en haast onzichtbare mannen.
 Zoals in het boek naar voren komt kun je bijna alleen overeind blijven in (delen van) de scene als je zelf ook hard wordt, zelf ook om aandacht schreeuwt tijdens vergaderingen, jezelf vermant als

 het ware. Maar of dat nou leuk is? Het gaat in de 'scene' uiteindelijk toch om het streven naar een leukere wereld? Wil de scene een echt alternatief zijn voor de mainstream maatschappij dan zal er intern hard gewerkt moeten worden aan o.a. de sekse-ongelijkheid.
 Jammer, maar helaas, is een boek als 'Het gekraakte ideaal' nodig. Jammer ook dat zo'n belangrijk boek als dit niet prettig leest, bijna saai, en dat niet alle zinnen zo eenduidig te lezen zijn. Maar laat je er niet door weerhouden om je eigen en andermens seksisme aan te pakken!
 
 
 



 

DE ANARCHISTISCHE BEWEGING EN HET PATRIARCHAAT

Door: Ron Buijs

Op pijnlijke wijze ervaren we keer op keer hoe weinig onze eigen `alternatieve` leefgemeenschap eigenlijk verschilt van de reguliere maatschappij. Op tal van omgangsvormen schieten we te kort en, hetgeen nog erger is, het wordt zelden door ons waargenomen. Laat staan dat de problemen erkend zullen worden. Omdat we ze niet (willen) zien misschien?" (NN 61)

Het boek van Judith Metz, Het gekraakte ideaal (seksisme en omgangsvormen binnen radicaal links) laat via ondermeer interviews met vrouwen uit de sien, op onmiskenbare wijze zien hoe de sekse-verhoudingen zijn binnen de links radicale beweging. Die verhouding is erg belabberd en werkt destructief.
Tijdens het lezen van Judith haar boek schoten telkens de mannenstrijd-interviews uit De Gebladerte-reeks (nr 6) door mijn hoofd. Binnen die ook openhartige interviews blijkt dat de linkse mannen minder op de hoogte zijn van de problemen rond sekse-verhoudingen dan men zou mogen verwachten. Juist binnen de links radicale beweging waar men pretendeert anti-seksistisch te zijn, zou je verwachten dat de geïnterviewde mannen wel enige affiniteit zouden hebben met begrippen als socialisatie, conditionering en het patriarchaat. Helaas was dat niet altijd het geval.

Patriarchaat
Met het bovenstaande wil ik tevens mijn kritiek op het boek van Judith benadrukken. Ik vind het namelijk jammer dat het begrip patriarchaat niet voldoende aan bod komt. Ik ga er vanuit dat de huidige maatschappij naast een kapitalistische ook een patriarchale samenleving is. De ene helft van de bevolking (de vrouwen) wordt nog steeds beheerst door de andere helft van de bevolking (de mannen). Binnen de patriarchale samenleving worden mensen opgevoed, gesocialiseerd, nemen de waarden en normen, vaardigheden en gedragskenmerken over die noodzakelijk geacht worden om te kunnen functioneren binnen die samenleving.
"Men wordt niet als man of vrouw geboren, men wordt tot man of vrouw gemaakt" (vrije vertaling van een spreuk van S. de Beauvoir).
Het boek van Judith gaat over de bestaande machtsverhoudingen binnen de sien, er staan persoonlijke verhalen van vrouwen in, het beschrijft het feit dat veel vrouwen zich niet prettig voelen in de sien en zij geeft mogelijke suggesties ter verbetering van die positie.
Waar het niet over gaat is dat seksisme en omgangsvormen voortkomen uit het feit dat wij zijn opgevoed binnen de huidige patriarchale samenleving.
Voor mij is de conclusie van blz 141 uit het boek, "Seksisme is inherent aan de bestaande structuur van de autonome beweging", een te beperkte conclusie. Want volgens mij is er meer nodig om omgangsvormen en seksisme uit de beweging te bannen dan slechts de structuur van die beweging te veranderen.
Het patriarchaat is dus een sociale structuur en bepaalt op dominante wijze hoe mensen met elkaar omgaan. Wil de radiaal linkse beweging echt maatschappijveranderend bezig zijn, dan zal die beweging (lees; ook en juist de mannen) moeten kijken welke invloed het patriarchaat heeft op hun gedrag en functioneren.
De suggesties die Judith doet zijn wellicht voor bewuste vrouwen erg handig. Echter die suggesties zijn voor mannen (indien deze al voor hen geschreven zijn) alleen maar van toepassing indien zij erkennen dat er een sekse-probleem is binnen de sien. Erkenning van het feit dat wij slachtoffers zijn van onderdrukking en manipulatie van het huidige patriarchale kapitalistische systeem, zou een grote stap voorwaarts zijn. En die erkenning is er nog steeds niet.

Aangeleerd gedrag
De socialisatietheorie gaat met name over het feit dat wij binnen deze samenleving opgevoed worden en dezelfde boodschap meekrijgen. Hetgeen impliceert dat zowel mannen als vrouwen mechanismen hanteren die ons zijn aangeleerd en die mechanismen zijn helaas nog steeds doordrenkt van dezelfde kapitalistische patriarchale normen en waarden. Zolang wij (mensen, mannen binnen de sien) die invloed niet inzien, of op ze minst ter discussie brengen, zullen we marginaal en niet echt vernieuwend bezig zijn.
Waar het mij om gaat is dat veel aangeleerde gedragingen niet ter discussie staan. Men spreekt elkaar niet aan op zulk gedrag. Ik heb het dan bijvoorbeeld over:
* onderlinge concurrent (mannen voeren ook een strijd met elkaar) en statusverhoudingen,
* het niet goed kunnen omgaan met kritiek (zowel goed kritiek geven als ontvangen),
* geen inzicht hebben in wat uiterlijkheden veroorzaken (waarom kleden mannen zich vaak erg stoer en vrouwen zich juist mooi?),
* dat de theorie nog steeds een hogere status heeft dan het persoonlijke, hetgeen een onpersoonlijke manier van omgaan met zich meebrengt,
* dat de mannelijke manier van presentatie overheerst en dat men zich niet kwetsbaar of verzorgend zal opstellen, waardoor mensen uiteindelijk zullen afhaken.
Dit houdt het seksisme in de beweging in stand en zo zal de beweging nooit als volwaardig alternatief beschouwd worden.
Het gaat om handelingen die misschien an sich niet `seksistisch' zijn, maar die in de huidige context (geen discussies over seksisme/rolpatronen) wel degelijk door zowel mannen als vrouwen als seksistisch ervaren worden. En met seksistisch bedoel ik onder andere het niet serieus nemen en het achterstellen van vrouwen en het uitbannen van een zogenaamde "vrouwelijke" manier van omgaan met elkaar.
Het boek van Judith biedt mij de mogelijkheid om bepaalde belangrijke doelen van de mannenstrijdgroep waar ik deel vanuit maak, uit de doeken te doen. Het is denk ik erg goed van de beweging en dus ook van Judith, dat in tegenstelling tot de reguliere samenleving er een discussie kan plaatsvinden over hoe mannen en vrouwen met elkaar omgaan in de beweging. Ook al is de door Judith beschreven sien vrij klein, er zijn wel degelijk herkenbare aspecten die anderen sientjes kunnen herkennen en wellicht kunnen toepassen. Daarnaast geeft Judith ook aan dat het bespreken van de omgangsvormen een belangrijke stap kan zijn in het uitbannen van seksisme.
Gezien de huidige activiteiten binnen de beweging op het gebied van seksisme denk ik zelf dat de discussie omtrent seksisme in de beweging niet als een kaars zal uitgaan. Mijn ideaal zou zijn dat er bijvoorbeeld tijdens de Pinksterlanddagen een of meerdere discussies plaats gaan vinden die verschillende stromingen uit het anarchisme laat samenkomen en van waaruit iets gezamenlijks komt.
Bijvoorbeeld een immediatistische groene pro-feministische syndicalistisch anarchistische stroming van denksters en doensters.
Met andere woorden: laat een ieder haar/zijn theorie hanteren met respect voor de ander. Met de suggesties van Judith, in onze achterhoofden kan het dan niet mis gaan.



 

KRAKEN IS MEER....

Door: J&S

Berichtgeving over kraken en de kraakbeweging gaat bijna altijd over conflicten: ofwel een pand is vers gekraakt en nog bedreigd met ontruiming (of erger: de kraak liep uit de hand en er was al een zgn. "rel" voordat het goed en wel begonnen was), of een pand is alweer bedreigd met ontruiming omdat de eigenaar er iets mee zegt te willen. In beide gevallen wordt kraken in verband gebracht met openbare actie, (de dreiging van) geweld, en politie-optreden. Het beeld van kraken dat zo gepresenteerd wordt is negatief: veel mensen denken dat krakersters alleen maar uit zijn op een rel, gratis wonen en lamlendigheid. Terwijl kraken voor veel mensen die ermee bezig zijn iets heel anders betekent: het zelf invullen en bepalen van je eigen leven, te beginnen met een dak boven je hoofd. Het is heel jammer dat er nooit eens iets geschreven wordt over de tussenliggende periode: tussen kraak en ontruiming. Want juist in die tijd gebeurt er ontzettend veel, en juist in die tijd bewijst kraken haar waarde.
Het zijn niet alleen de reguliere media die het negatieve beeld van kraken en de kraakbeweging creëren en in stand houden. De eigen media - dit 'Hoofdstedelijk Kraaknieuws bijvoorbeeld - doen hun uiterste best kraken zo interessant mogelijk neer te zetten, voor de reguliere media althans. Want de persmuskieten binnen de kraakbeweging weten maar al te goed dat 'gewone' journalisten alleen geïnteresseerd zijn als er tenminste verfbommen en hopelijk meer te verwachten is. Steeds weer wordt er dus een rel beloofd, of zoiets, in de hoop weer eens in de aandacht te komen. Want kraken gaat door, en ideeën ontruim je niet. Dat klopt, de ideeën worden niet ontruimd maar de panden wel. En dat krijgen we te zien: ontruimingen.

Een ander probleem dan de beeldvorming over de kraakbeweging is de relatie tussen het persoonlijke en het politieke, met name wat betreft onderlinge omgangsvormen en man-vrouwverhoudingen. Meestal hebben we het dan over seksisme. En daar komt ook de beeldvorming weer om de hoek kijken: de kraakbeweging lijkt dan soms alleen maar uit stoere mannen te bestaan. Dit beeld mag overdreven zijn, maar de rook verraad wel dat er iets moet branden. Over dat vuurtje is in de loop der jaren al veel zinnigs gezegd en geschreven maar dit is helaas vrijwel nooit structureel opgepakt. De laatste publicatie van deze soort is het boek 'Het Gekraakte Ideaal - omgangsvormen en seksisme binnen radicaal links' van Judith Metz. In dit boek beschrijft Judith aan de hand van interviews met vrouwen binnen de autonome beweging wat iedereen eigenlijk al wist, of tenminste zou kunnen en moeten weten: dat de radicaal-linkse subcultuur niet zo makkelijk de eigen idealen in de praktijk weet te brengen als men wel zou willen. We zijn tegen racisme, tegen seksisme, en tegen nog veel meer - maar daarmee is nog niet gezegd dat we zomaar niet meer racistisch of seksistisch zouden zijn. De tegenstelling tussen idealen en realiteit, tussen theorie en praktijk, wordt schrijnend als je kijkt naar het aantal mensen dat, na een tijdje heel actief te zijn geweest, weer afhaakt omdat de pretenties tot teleurstellingen leiden.
In haar boek beschrijft Judith een aantal mythen van de autonome beweging die blijkbaar, wanneer ze naast concrete ervaringen gelegd worden, een eigen leven zijn gaan leiden. De belangrijkste mythe vind ik zelf het idee dat het binnen de autonome beweging paradijselijk zou zijn alleen al omdat we dat zo graag zouden willen. Op het moment dat je kiest voor 'ons' en dus tegen 'hun' wordt je geacht veilig te zijn in eigen kring. Interne kritiek is niet meer mogelijk omdat die het ideaalbeeld aantast: je bent of goed of fout, en als je bij ons hoort ben je goed anders ben je fout. Dus kan er bij ons ook niks fout gaan want wij zijn goed. Ben je toch een keer fout dan hoor je niet meer bij ons want wij zijn goed. Enzovoorts. Vermoeiend hoor: als je per definitie bij de goeden hoort valt er dus nooit meer te praten over verbetering in eigen kring. Goed is goed en kan niet beter; fout is fout en kan niet slechter.
Ook het uitgangspunt dat iedereen gelijk is blijkt een mythe: zoals in Animal Farm blijken sommigen stiekem toch meer gelijk dan anderen. Mannen bijvoorbeeld, worden stelselmatig meer serieus genomen dan vrouwen. En ouderen, oude rotten in het vak of oude lullen in de volksmond, worden ook serieuzer genomen dan jongeren. Terwijl de jeugd nota bene de toekomst heeft, per definitie!

Aan de hand van hierboven genoemde mythen wordt ook duidelijk waarom basisdemocratie, of het werken op basis van gelijkwaardigheid en consensus, een mythe kan zijn: formeel kan iedereen wel een gelijke stem hebben maar dat wil nog niet zeggen dat er ook gelijk naar geluisterd wordt. Niet alleen leeftijd, ervaring en grote bek spelen hierbij een rol: ook iets heel simpels als het geslacht waartoe je gerekend wordt kan doorslaggevend zijn. Voor mannen is carrière maken binnen de kraakbeweging een stuk makkelijker dan voor vrouwen. Maar waarom? Kraken is meer dan een deur open breken of de confrontatie met de politie aangaan.

Nu is het tijd om terug te komen op het beginpunt: de berichtgeving over de kraakbeweging, ook door de eigen media. Terwijl (vrijwel?) iedere krakerster zich opwindt over het beeld dat men heeft, dat kraken alleen maar gericht is op confrontaties, en weet dat er veel meer bij kraken komt kijken dan alleen dat, wordt dit beeld door onszelf hardnekkig in stand gehouden. Hebben we inmiddels zo'n lage eigendunk dan? Of is het een krampachtige poging onze eigendunk wat op te vijzelen?
Het heeft veel te maken met waar de aandacht naar uitgaat: verfbommen en het hele folkloristisch gebeuren bij een ontruiming hebben geen nieuwswaarde, hooguit voor leuke kleurige foto's. Nieuws is als er eens iets anders gebeurd, of tenminste iets anders verteld wordt. Bij ons krakersters zou je dat bijvoorbeeld 'human interest' kunnen noemen. Dit is een vervelende en inmiddels achterhaalde modeterm voor persoonlijke verhalen en belevenissen. Bijvoorbeeld over wat er nu toch allemaal gebeurt in een kraakpand tussen kraak en ontruiming in.
Vanaf het moment dat een leegstaande ruimte aan ons kraakbestand is toegevoegd, worden daarin allerlei activiteiten ontplooid. Ten eerste moet er natuurlijk vaak gewoond worden, daarvoor moet niet alleen verbouwd maar ook elke dag gekookt worden, daarvoor moet niet alleen contact gelegd en gehouden worden met advocaten e.d., maar daarvoor moet ook de onderlinge sfeer goed blijven. Dat is niet altijd even makkelijk in zo'n onzekere situatie waarin je op elkaars lip zit.
Maar in veel gekraakte ruimtes wordt niet alleen gewoond: er worden vrijwel altijd ook andere activiteiten opgestart, variërend van cafés en restaurants tot allerlei werkplaatsen, ateliers, vergaderplaatsen en andere noem het maar infrastructurele voorzieningen. Het opzetten en draaiend houden van deze voorzieningen kost veel tijd, geld en moeite, maar is van levensbelang voor de autonome of kraakbeweging. Het zijn deze plaatsen waarop meestal kan worden teruggevallen als ergens anders iets ontruimd wordt. En het zijn deze ruimtes waar de beweging bij elkaar komt, op wat voor manier dan ook. Deze voorzieningen leveren vaak ook geld op voor allerlei politieke, sociale en culturele activiteiten. Kortom, deze infrastructuur is misschien wel eerder te benoemen als 'de kraakbeweging' dan de paar mannetjes die zich graag profileren op de eerste danwel laatste dag van een gekraakt pand.
Berichtgeving over deze infrastructuur van de kraakbeweging zal het beeld bijstellen dat het voornamelijk een stoere mannenbeweging is. Want opeens zullen ook de vrouwen in beeld komen, evenals de mannen die niet zo nodig in de frontlinie hoeven. Opeens zal het gaan over wat we wel willen in plaats van waar we tegen zijn, het zal ineens opbouwend kunnen klinken en uitnodigend kunnen zijn om mee te doen. Want het is leuk, daar zijn we het onderling wel over eens.

Dit stuk was bedoeld als recensie van het boek van Judith Metz, maar is ook te lezen als een soort kollum. Judith heeft zich wel heel erg heeft gericht op de gezichtsbepalende mannelijkheid in de beweging. Die kan ook erg vervelend zijn, maar we moeten ons er niet op blindstaren. Er zijn meer mensen die er moeite mee hebben dan dat er mee door willen gaan. En er zijn ook mannen voor wie op een leuke manier samenwerken belangrijker is dan de revolutie. Laten we de positieve dingen benadrukken en uitwerken, de negatieve dingen zoveel mogelijk vermijden of gewoon als onzinnig afdoen. Daarbij moeten we niet de ogen sluiten voor die negatieve kanten; zoals Judith ook aangeeft begint het bestrijden van seksisme met de erkenning dat het bestaat. In haar boek maakt Judith duidelijk dat seksisme niet genegeerd kan worden, en geeft ze concrete aanbevelingen om de omgangscultuur in de beweging te verbeteren. Voor mannen die bang zijn voor kritiek biedt ze de mogelijkheid er iets mee te doen; eens een man is niet voor altijd fout.
Als we het belangrijk vinden dat er een compleet beeld van de kraak- of autonome beweging wordt gepresenteerd, horen daarin zeker ook al die vrouwen en mannen die proberen er iets moois van te maken. Door het steeds te hebben over de grote bekken die zo graag zo gezichtsbepalend willen zijn geven we ze teveel eer. Kraken is meer dan recht op en neer......

(J & S zijn respectievelijk ex-kraker en student Vrouwenstudies)
 

Het gekraakte ideaal, seksisme en omgangsvormen binnen radicaal links, Judith Metz, Uitgeverij Ravijn, Amsterdam, 1998, ISBN 90-72768-49-3. Te bestellen door ¦ 19,50 + ¦ 5,- (portokosten) over te maken op giro 2424940 van Ravijn te Amsterdam o.v.v. `Het gekraakte ideaal'.
 



 

BEDENKINGEN BIJ EEN STRIJD DOOR MANNEN

TEGEN MANNELIJKE DOMINANTIE.

De laatste maanden heb ik vooral doorgebracht met virtuele discussie via internet over feminisme en profeminisme. Misschien dat deze uitgave een eerste weerspiegeling kan zijn van mijn evolutie.

Ik zal het hier niet hebben over seksisties gedrag of seksistiese bedenkingen maar over het ontwikkelen van een bepaald profeministies engagement. Het is me inderdaad duidelijker geworden dat verschillende mannen die tegen het patriarchaat, tegen seksisme zijn desondanks sterk uiteenlopende ideeën en analyses hebben.

Het belangrijkste inhoudelijke verschil betreft de symmetriese analyse. Dit houdt in dat profem mannen een analyse verdedigen waarbij vrouwen én mannen slachtoffer zijn van het patriarchaat. Vrouwen zouden meer slachtoffer zijn, maar mannen zouden het ook zijn. Ik zou daarentegen de idee willen verdedigen dat enkel vrouwen en een aantal categorieën mannen (flikkers, verwijfden,...) slachtoffer zijn van de mannelijke dominantie. Vrouwen blijven echter de voornaamste getroffenen van het patriarchaat want zelfs die mannen die het viriele hetero ideaal weigeren, genieten van de meeste voordelen van een patriarchale samenleving. Deze positie hangt samen met de idee van het bestaan van twee sociale klassen in een patriarchale samenleving. Individuen die in onze samenleving worden geboren, worden opgevoed in een klassensysteem waarbij vrouwen er zijn om gebruikt en uitgebuit te worden door de dominante klasse van mannen. En alle mannen, zelfs de zachte of profem mannen, maken deel uit van die dominante klasse : dit betekent dat alle mannen op een of andere manier onderdrukkend omgaan met vrouwen op intiem, sociaal, economies of politiek vlak en structureel genieten van de voordelen van het man zijn. Als je weet dat in Frankrijk vrouwen nog steeds 22% minder worden betaald voor hun loonarbeid, dan houdt dat in dat elke man geniet van dit voordeel en per definitie over het algemeen 22% worden beter betaald dan vrouwen. En zelfs kwa werkloosheid genieten mannen van het patriarchaat want vrouwen zijn de eerste onstlagene, hebben de meeste 1/3 jobs, en vormen de belangrijkste groep werklozen. Een ander voorbeeld is die van de bewegingsvrijheid. Alle mannen genieten van de vrijheid om overdag en 's nachts alleen op straat en in pubs te gaan zonder lastig gevallen, aangevallen en verkracht te worden. Door het simpel feit dat een man een man is, ontwijkt hij die verschillende vormen van onderdrukking en trekt hij voordelen uit de onderdrukking van vrouwen.  De verdediging van een asymmetriese analyse houdt dus in dat profem mannen de structurele oppositie erkennen tussen vrouwen en mannen, erkennen dat de sociale klasses in een uitbuiter-uitgebuitte verhouding tegenover elkaar staan en dat er een relatieve homogeniteit bestaat van de mannelijke en vrouwelijke groep. Concreet betekent het dat men niet langer de klemtoon legt op het feit dat vrouwen en mannen slachtoffer zijn van een gender-gevangenis en dat beiden inspanningen moeten doen om zichzelf en elkaar te bevrijden van die gevangenis, maar dat de sociale machtsverhouding in een patriarchaat zo is dat mannen opgevoed worden om vrouwen te domineren en uit te buiten (en het mannelijk gebrek aan emotie-expressie is hierbij een van hun beste wapens). Individuen worden niet opgevoed tot mannen en vrouwen maar tot mannen tegen vrouwen. De notie zelf van sekse-klassen (die ik overneem van Christine Delpy, een radicale materialistiese feministe) uit duidelijk dat er geen sprake is van een sociale groep mannen die onafhankelijk bestaat van de sociale groep vrouwen, maar dat beiden uit een machtsverhouding gegroeid zijn en het product zijn van uitbuitende verhoudingen. Terwijl deze asymmetriese analyse zonder probleem wordt gebruikt bij andere machtsverhoudingen zoals kapitalisme, racisme en slavernij, merk ik dat men tav het seksisme vaak weigert om dezelfde structurele oppositie te herkennen. Is dit omdat seksisme ons scheidt en tegenover elkaar stelt binnen de blanke, middenklasse groep - en dat we niet gewoon zijn om machtsmechanismen onder elkaar te analyseren en de vijand liever buiten ons en veraf zien zoals bv. de staat, het kapitalisme,... ?

Een tweede inhoudelijk punt betreft de motivatie of beweegredenen van profem mannen. Vaak gebruiken mannen - en dit hangt natuurlijk samen met hun symmetriese analyse - een min of meer androcentriese/egocentriese reden om tegen mannelijke dominantie te strijden. Een antiseksisties of antipatriarchaal engagement strijdt natuurlijk tegen de onderdrukking van vrouwen maar al te vaak merk ik bij individuele mannen of collectieve mannengroepen dat hun profem engagement niet alleen voortspruit uit een pijnlijk ervaren mannelijke socialisatie maar  tevens de neiging heeft om hun eigen persoonlijke groei en welzijn blijvend centraal te stellen. Het doel is dan niet langer om eigen vrouwonderdrukkende gewoontes te analyseren en veranderen maar om het eigen palet aan attitudes en emoties uit te breiden. Aangezien vele mannen tot het profeminisme komen via pijnlijke ervaringen mbt het mannelijk ideaal, blijven we vaak hangen in die primaire motivatie die egocentries is. Zelfs wanneer het doel is om een alternatief man/mensbeeld te ontwikkelen waarbij menselijkheid en niet viriliteit belangrijk is, kan men zich vragen stellen over het effect van die alternatieve mannenpraktijken. Wat is het effect tav andere mannen ? Welke attitude neemt men aan tav mannen - een van sociale begeleiding naar een ander manbeeld of een sociaal verzet tegen de onderdrukking van vrouwen in zijn eigen leven en in de algemene maatschappij ? Focust men op zijn eigen behoeften of wil men zich concentreren op de verlangens en behoeften van vrouwen ?  Om die verglijding naar zacht egocentrisme te vermijden vind ik het noodzakelijk dat profem mannen werken aan een altruïsties/politiek engagement waarbij de vrijheid en het geluk van vrouwen centraal staan - zowel in de militante praktijk als in zijn persoonlijke beleving. Dat men niet blijft hangen in zijn eigen (eventueel pijnlijke) geschiedenis maar een kwalitatieve sprong maakt naar de levenservaringen van vrouwen - die onvergelijkbaar pijnlijker zijn dan de meeste van onze levens. Om dit te verhelderen maak ik vaak de vergelijking met antispeciesisme of dierenbevrijding. Ik ben vegetariër en veganist geworden, niet omdat mijn gezondheid of mijn leefomgeving beter zou worden, maar omdat men gevoelige individuen opsluit, vermoordt en foltert enkel en alleen omdat het geen menselijke individuen zijn. Indien vegetarisme ongezonder zou zijn dan vegetarisme, indien het stopzetten van dierproeven de levenskwaliteit van mensen zou verminderen... zou men dan moeten ophouden niet-menselijke dieren te respecteren en als gelijkwaardigen te behandelen ? Nee, toch. Op dezelfde manier vind ik vaak dat zelfgerichte motivaties van profem mannen nogal obsceen zijn.

En, een derde element, het lijkt me daarom noodzakelijk dat individuele mannen en mannengroepen zoeken naar een dynamiek ism feministiese vrouwen of vrouwengroepen. Het antwoord dat ik zelf probeer toe te passen is het in praktijk brengen van verantwoording ten aanzien van feministen. En dit verantwoordingsidee zou ook kunnen toegepast kunnen worden op profem mannengroepen. Dit zou bvb inhouden dat een mannengroep regelmatig verslag uitbrengt van zijn activiteiten aan een bepaalde feministiese groep die bereid is hun werking te analyseren en te evalueren met hun feministiese maatstaven. Een verdere stap die me tevens nodig lijkt, is het voorleggen van publieke projecten van mannengroepen aan feministiese groepen. Op deze manier kan die mannengroep een precieze feedback krijgen op hun projecten en nadenken over de kritieken en raadgevingen van die feministiese groep. Deze verantwoordingsidee volgt logies uit de asymmetriese analyse : indien profem mannen werkelijk inzien dat er een structurele oppositie bestaat tussen twee sociale klassen, en dat zij nillens willens deel uitmaken van de dominante groep dan lijkt het normaal dat zij steeds opnieuw te raad gaan en verantwoording afleggen bij de subjecten van de vrouwenstrijd nl. feministiese vrouwen. De idee dat profem mannengroepen autonoom en als gelijken van feministen kunnen functioneren zonder dat dit een negatief effect zou hebben op de feministiese beweging lijkt me misplaatst. Al te vaak hebben profem mannen de neiging om bepaalde aspecten van het feminisme te bekritiseren en zelf een betere weg voor te stellen - die vaak concurreert met feministiese initiatieven (cfr. de pleidooi voor alternatieve centra voor verkrachters ipv gevangenissen concurreert vaak rechtstreeks met de feministiese strijd voor meer opvangcentra voor vrouwen ; het ontwikkelen van mannenstudies concurreert vaak met het bestaan en de groei van feministiese vrouwenstudies).  Een onderdeel van die verantwoordingsidee is de algemene verhouding tav het feminisme en zijn onderlinge diversiteit. De verleiding is vaak groot voor profem mannen om het zgn. 'goede' feminisme van het zgn. 'slechte' feminisme te onderscheiden. Voor libertairen zal dit dan vaak spelen rond pornografie of juridiese initiatieven tegen gewelddadige mannen (cfr. het debat in de angelsaksiese wereld rond pornografie, 'vrije meningsuiting' en 'censuur'). Het is logies dat we ons als profem mannen dichter kunnen voelen bij een bepaalde feministiese stroming dan een andere. Maar het lijkt me verkeerd om als profem mannen actief deel te nemen aan het bekritiseren van het feminisme omdat we dan, ten eerste, op een 'genuanceerde' manier deelnemen aan het algemene anti-feminisme dat sterk bestaat in de huidige samenleving, omdat we, ten tweede, als leden van de dominante groep dan niks anders toepassen dan de 'verdeel en heers'- tactiek, en tenslotte omdat het makkelijker is om de feministiese beweging te bekritiseren dan zelf te werken aan het analyseren van het dominante gedrag van mannen en er tegen in te gaan - in onszelf, de linkse beweging en algemeen in de patriarchale samenleving. Positief geformuleerd vind ik dat profem mannen publiek solidair moeten zijn met feministiese eisen.

Zo dat was het even heel snel. Hier in Lyon zijn pas drie anarchistiese dagen voorbij. Ongeveer 300-400 deelneemsters/ers, en heel veel conflicten rond vrouwengroepen en feminisme. Een bikkelharde context waarbij opnieuw mannen het makkelijkst uit de situatie komen. De meeste discussies gingen rond feministiese vrouwenpraktijken ipv mannelijke dominantie, arrogantie en paternalisme. As usual. En de feministen die samen gereageerd hebben op een ludieke en symboliese wijze worden zwaar bekritiseerd en aangevallen door mannen en vrouwen - opnieuw betalen feministen voor hun engagement tegen onderdrukking.

Succes met jullie werking, alle reaksies welkom!

Groetjes, Léo.


MANNENSTRIJD

 

Deze tekst heb ik na de vorige Pinksterlanddagen geschreven als aanzet voor discussie tijdens het eerste Anarchistiese en Profeministiese Mannenweekend. Veel reactie is er niet op gekomen maar ik heb het gevoel dat de ontwikkelingen in het afgelopen jaar positief genoeg waren om niet in oeverloze discussies over de 'juiste lijn' van mannenstrijd te verzanden. Natuurlijk is er altijd kritiek mogelijk, en kritiek kan ook opbouwend zijn. Ik hoop dat mensen reageren, als ze het er wel of niet mee eens zijn, op een manier die kan bijdragen aan een positieve betrokkenheid van mannen bij feminisme.
 

Nu we verder gaan met wat we tot nu toe 'mannenstrijd' hebben genoemd, wil ik proberen mijn ideeën hieromtrent op een rijtje te zetten. Misschien kunnen ze als handvat of richtlijn dienen bij het zoeken naar een invulling van die mannenstrijd. Er zijn in mijn ogen namelijk heel wat valkuilen en zijsporen die het ons nog moeilijker kunnen maken dan het al is.

Ik wil beginnen met het 'pro-feministische' karakter van onze mannenstrijd, omdat daar niet alleen een beginpunt ligt maar juist ook een enorm knelpunt. Veel draait om de vraag, hoe wij als anarchistische mannen ons verhouden tot vrouwen en vrouwenstrijd. Het lijkt me niet overdreven om te stellen dat wij nooit op het idee van mannenstrijd gekomen waren als er niet al zoveel gebeurd was op het gebied van vrouwenstrijd.
'Pro-feministisch' houdt voor mij op de eerste plaats in dat onze mannenstrijd niet tegen vrouwen of de vrouwenbeweging gericht moet zijn. Dat deze opmerking niet ten overvloede is lijkt me al wel weer duidelijk bewezen. Maar het betekent niet dat we alles wat onder een feministische vlag vandaan komt klakkeloos moeten overnemen. Er zijn ook teveel verschillende feminismes om daar een eenduidige weg voor mannenstrijd aan te kunnen ontlenen. Was het maar zo makkelijk.
Mannenstrijd moet en kan niet zomaar in het verlengde van feminisme/vrouwenstrijd gelegd worden. Als mannenstrijd inhoudt dat wij menen vóór vrouwen te strijden, dan zijn we al snel weer terug bij af, dan blijft het niet alleen een afstandelijke zaak voor onszelf maar dan reproduceren we ook simpelweg de verhoudingen waar ze ons tegen verzetten. We zullen het voor onszelf moeten doen, en daarvoor bij onszelf te rade gaan wat we eigenlijk te winnen willen en kunnen hebben, waar we nu ontevreden over zijn en wat dat te doen heeft met man-vrouwverhoudingen. Ik meen dat we daarvoor goed bij feministische inzichten terecht kunnen. Er valt van het feminisme veel te leren zonder alles klakkeloos over te nemen. Het feminisme heeft een perspectief op de maatschappij ontwikkeld dat we ons eigen moeten zien te maken om van daaruit een eigen femanistisch perspectief te kunnen ontwikkelen. Want hoe zinnig en interessant het feminisme ook kan zijn, de impliciete dan wel expliciete indeling tussen vrouwen als slachtoffer en mannen als dader die zo vaak aanwezig is, is voor mannenstrijd niet altijd even productief. Schuldgevoel mag dan misschien een goede motivator zijn, als raadgever schiet het in mijn ogen tekort vergeleken met verantwoordelijkheidsgevoel.
Schuldgevoel is vaak een beginpunt voor mannen om over hun eigen sekserol te gaan nadenken en een begin te maken met mannenstrijd in welke vorm dan ook. In anarchistische en zelfs in linkse kringen kan een motivatie ook nog gevonden worden in de onrechtvaardige verhoudingen wereldwijd en het inzicht dat alles met alles verband houdt. Persoonlijk ben ik wel van mening dat feminisme als totaalstrijd meer potentie heeft dan welke andere ideologische vlag dan ook. Maar dan moet je het nog wel hebben over de concrete inhoud. Uiteindelijk zijn schuld, verantwoordelijkheid en ideologie motieven die (te ver) buiten onszelf liggen. Ontevredenheid, ergernis en irritatie met de bestaande gang van zaken zie ik als krachtiger en langduriger, omdat ze persoonlijk zijn en dus niet zo makkelijk weggeredeneerd kunnen worden. Voor schuld en verantwoordelijkheid zijn schijnbare oplossingen te vinden, zoals het ook eens doen van de afwas of het in vergaderingen je best doen ook anderen (vrouwen, maar ook mannen) an het woord te laten komen. Je kunt je feministische theorieën eigen maken om zo je ideologie ook in feministische zin te perfectioneren, en lippendienst bewijzen aan de onderdrukten die je dus zelf niet onderdrukt. Dat is een voor mij inmiddels bekend mechanisme in deze scene: door ons tegen iets te verklaren gaan we er meteen vanuit dat we dat kwade zelf niet in ons hebben: we zijn tegen racisme dus zijn we zelf niet racistisch, hoewel de scene gemiddeld witter is dan vrijwel welke andere subcultuur ook. Zo ook met seksisme: we zijn ertegen en dus verbaasd en geshockeerd als het bij ons ook blijkt voor te komen. Jezelf een rad voor ogen draaien noem ik dat; omdat onze beweging kwa seksen meer gemengd is dan kwa huidskleur/kultuur is er bij ons ook meer discussie over man-vrouwverhoudingen. Ik ga ervan uit dat discussies over racisme nog veel heftiger zouden zijn zelfs als er nog minder andere culturen/kleuren dan vrouwen in onze kringen tegenwoordig zouden zijn.

Het is een ingewikkelde en zware weg waar we aan beginnen, niet alleen omdat het doel zo onduidelijk is maar ook omdat het beginpunt al zo beladen is. Daarom wil ik hier een aantal voorstellen doen die ook als aandachtspunten kunnen worden meegenomen:
* laten we niet zoeken naar (al te) makkelijke antwoorden op zulke moeilijke vragen;
* vragen cultiveren in plaats van strategie uitstippelen op weg naar een onduidelijk doel;
* het doel moet zijn bewustwording, nadenken, vragen stellen en luisteren;
* we moeten vrijuit kunnen praten, juist ook over heikele punten;
* daarvoor moet alles wat besproken wordt als vertrouwelijk worden beschouwd en dus binnen de groep blijven;
* bovendien moeten we elkaar niet veroordelen op fouten maar zoeken naar begrip voor elk mogelijke situatie;
* kritiek kan nuttig zijn mits opbouwend: het heeft geen zin je eigenwaarde op te vijzelen door anderen te bekritiseren;
* omdat niet duidelijk is waar het met mannenstrijd heen moet, moet er ruimte voor onszelf en anderen zijn om te experimenteren en dingen uit te proberen;
* daarvoor moeten we dus ook fouten kunnen maken én daarover kunnen praten;
* het gaat erom van en met elkaar te kunnen leren en niet om het volgens clichés of stokpaardjes veroordelen van afwijkingen van de juiste leer

Voor degenen die de indruk hebben gekregen dat persoonlijke groei voor mij de belangrijkste zo niet enige motivatie voor mannenstrijd is: dat is zeker niet het geval, maar persoonlijke groei zie ik misschien wel als de belangrijkste manier waarop mannenstrijd op een zinnige manier vorm kan krijgen. Ik heb me in de loop der jaren vaak gestoord aan de manier waarop mensen (mannen!?) in onze kringen met elkaar omgaan, ben op gegeven moment tegen vrouwenstrijd/feminisme aangelopen als politieke theorie die een sterke koppeling legt tussen het persoonlijke en het politieke en die dus mijn ergernis over de persoonlijke omgangsvormen een politieke plaats wist te geven. Toen liep ik nog rond met het gevoel dat het eenvoudig aanwijzen van een boosdoener vanzelf zou kunnen leiden tot een juiste strategie om het juiste doel te bereiken, namelijk het uitschakelen van de boosdoener. Helaas, in dit geval is het ingewikkelder: de boosdoener ligt niet ergens buiten mijzelf, maar maakt deel uit van mij zoals ik er zelf ook weer deel van uitmaak. Makkelijk was het nog toen ik gewoon andere mannen als boosdoener aan kon wijzen, omdat ze het onderwerp niet zo serieus en persoonlijk opvatten als ik (noodzakelijk vond). Maar me terugtrekken van mannen is geen oplossing en zal dat ook niet kunnen zijn. Voor mij althans. Niet alleen omdat ik me dan ook terugtrek van mezelf en dus krampachtig probeer niet mezelf te zijn, maar ook omdat ik gewoon altijd weer mannen tegenkom bij de dingen die ik wil doen omdat ik ze belangrijk en leuk vind. Tijdens de Pinksterlanddagen was het voor mij ergens zeer ontroerend en zekere heel stimulerend om zoveel mannen te zien die wel willen maar ook niet weten hoe, die op een of andere manier ook niet tevreden of zelfs ongelukkig zijn met de normale rolverdeling, niet alleen tussen mannen en vrouwen maar juist ook tussen mannen onderling.
Ik kan een hele politieke verhandeling houden over de plaats die feminisme volgens mij binnen het anarchisme zou moeten innemen, maar ben dat niet van plan. Voor mij is het niet meer zo belangrijk onwillenden te overtuigen als wel om aan de slag te gaan met degenen die wel willen. Op de PL of waar dan ook zal ik niet veel energie besteden aan discussies over nut en noodzaak van pro-feministische mannenstrijd, omdat ik m'n energie graag wil sparen voor die mannenstrijd zelf, samen met andere mannen die dat ook willen. Op die manier wordt mannenstrijd wellicht iets individualistisch of exclusiefs, maar gelukkig ook heel persoonlijk. Als we op dat vlak verder gekomen zijn kunnen we altijd nog naar buiten treden. Maar als het goed is zal het voorbeeld alleen al genoeg moeten zijn; dan zullen we andere mannen kunnen aanspreken met de leuke dingen die we met elkaar bereikt hebben en zijn theoretische discussies hierover overbodig.

Ik hoop op jullie reacties,
met vriendelijke groetjes,

Jens
 



 

REACTIE

Allereerst, Jens ik vind het een erg goed stuk ik heb dus geen directe kritiek, misschien een aanvulling en een (aantal) vragen voor een discussie.

Vragen:
Denk je Jens, nu we een aantal weekenden (3) hebben gehad dat we veel over zijsporen of in valkuilen zijn gevallen?

Aanvullingen:
Ik heb een aantal aanvullingen die ook voortborduren op de dingen die gebeurden toen we samen tot een compromis wilden komen.
-iedereen is zijn/haar eigen leider, heeft zelf de beslissing over welke van zijn/haar gedachten hij/zij aan het woord laat. -Het is essentieel dat iedereen serieus genomen word.
-Storingen hebben voorrang. Als iemens met iets zit is het essentieel om daar kort aandacht aan te geven, zodat hij/zij het kwijt is zodat die persoon weer mee kan in het gesprek. Dit is van belang, want iedereen die mee kan doen (en dus niet belemmert word door omstandigheden of gevoelens) heeft waarde in het gesprek (het geheel) en mogelijk een belangrijke bijdrage. Daarnaast heeft iedereen het recht om deel te nemen, te genieten van wat er gebeurt en te luisteren naar wat er gezegd wordt.
Dit heeft waarschijnlijk meer negatieve gevolgen voor het gesprek dan dat er stoorzenders ontstaan, doordat ze niet mee kunnen, dan dat zo de vaart of de essentie van het gesprek verstoord wordt.

Verdere reactie is overbodig, je stukje is volledig naar mijn idee.

Theun.



 

KOLUMAN

Leuk hoor zo'n __-weekend. Na een gesprek met een van de __ kwam ik erachter dat ik mijn verzameling boeken en muziek drastisch moest inperken of juist uit moest breiden om een beetje correct bezig te zijn met anti-seksisme.
 Tussen het rijtje romans dat er in mijn kast stond kon ik namelijk maar twee boeken vinden die waren geschreven door een vrouw. Bij het rijtje filosofie, politiek e.d. waren het er gelukkig al drie. Mijn boeken over feminisme waren zonder uitzondering geschreven door vrouwen. Maar zoveel feministische boeken heb ik niet om de rest van mijn patriarchale collectie te compenseren. De fik d'r in dus, want het uitbreiden van mijn verzameling zit er financieel niet in. Ja, ik ben zo'n zieligerd die niet meetelt in 'onze' patriarchale samenleving.
 De boeken die het langst bleven branden waren de bijbel en zo'n dikke pil van A.F.Th v/d Heyden. Ik was al nooit zo gek op zijn schrijverij over vrouwen. Moeilijker had ik het met Turks Fruit van Jan Wolkers. Ergens voelde ik toch mee met de gevoelens van de hoofdpersoon. Al begreep ik nooit hoe hij het voor elkaar kreeg om met ik weet niet hoeveel vrouwen het bed in te duiken. Vroeger dacht ik dat het aan mij lag, dat vrouwen mij niet aantrekkelijk vonden of dat ik misschien homo was. Inmiddels lees ik zoiets met een andere bril: hup op de brandstapel d'r mee! Wie weet er trouwens wat ik aan moet met 'Twee vrouwen' van Mullisch?
 Mijn bandjes met muziek van supermacho Lou Reed heb ik inmiddels overgespoeld met muziek van de Spice Girls. Zo krijg ik nog wat mee van de _-lijke puberteit. (Ik kon helaas niet op tijd aan een kaartje van hun concert komen, maar wie heeft er nog foto's om te ruilen?) Gelukkig konden mijn CD's van PJ Harvey blijven staan. Maar wat ik aan moet met mijn muzikale held Peter Hammill weet ik niet. Het doet me toch pijn om zijn platen te zien branden. Dus vraag ik hierbij of iemand nog een collectie van Janis Joplin of Anne Clarke heeft staan die ik voor een prikkie over kan nemen. (Ook gevraagd boeken van de zusjes Brönte, liefst vertaald.)

Jan


Webpublicatie: Michel Post