DE MOKER IK BEN GEEN ANARCHIST

Sandra

'De mensen zijn overvoerd met zoetigheid, hun maag is erdoor van streek geraakt, ze hebben bittere medicijnen, bijtende waarheden nodig.'
Michail Lermontov, De held van onze tijd, 1841
Naar aanleiding van de stukjes en artikelen die ik in verschillende bladen en blaadjes heb geschreven, heeft Jens me gevraagd om aan deze reader een bijdrage te leveren over mijn 'strijd tegen het communisme'. Dit verzoek berust echter op een misverstand: ik ben geen anti-communist en de groepen waartegen ik polemiseer beschouw ik niet als communisties. Communisme is een maatschappijvorm zonder klassen, waarin de produktiemiddelen collectief beheerd worden en goederen en diensten gedistribueerd naar behoefte. Een maatschappij waarin de produktiemiddelen worden beheerd door een managersklasse, een burokratie, een partij of door de staat zijn dus per definitie niet communisties en organisaties of partijen die streven naar zo'n toestand zijn dat evenmin. De landen die tot 1989 communisties werden genoemd (en de paar landen die nog steeds zo genoemd worden, i.c. Cuba, Noord-Korea en China) waren (of zijn) in feite staatskapitalisties. Groepen die zich communisties noemen, maar streven naar een staatskapitalistiese maatschappij noem ik stalinisties. Mijn 'strijd tegen het communisme' is dus in feite een strijd tegen het staatskapitalisme en het stalinisme.

Naar aanleiding van mijn scheldpartijen op stalinisten en mensen die menen solidair met hen te moeten zijn (onder andere anarchisten!), ben ik al de 'Bolkestein van de kraakbeweging' genoemd, waarbij men over het hoofd ziet dat Bolkesteins racisme heel wat ernstiger is dan zijn anticommunisme. Anderen plaatsen me onder het etiket 'anarchist', maar volgens de bovenstaande definitie noem ik mezelf communist. In de afgelopen eeuw is echter een grote begripsverwarring ontstaan, waardoor de meeste mensen de autoritaire, staatskapitalistiese maatschappijvorm en de partijen die daarnaar streven als communisties beschouwen. Anti-autoritaire oppositie die streeft naar afschaffing van staat en klassenmaatschappij heet dan 'anarchisme' of 'libertair communisme'. Zou het dus, om verwarring te voorkomen, niet veel praktieser mezelf anarchist te noemen?
Niet dus! Ten eerste vind ik het onzin om ons begrippen en ideeën te laten afpakken en kun je, door die terug te nemen en voor eigen gebruik aan te wenden, de stalinisten nog het best op stang jagen. Ten tweede ben ik geen anarchist...

De pinksterlanddagen in Appelscha ervaar ik over het algemeen als prettig: je komt er oude bekenden tegen, je bent in de frisse buitenlucht en dicht bij de natuur en in de wandelgangen valt van alles te bespreken, te bediscussiëren en te beroddelen. Maar van het 'officiële' programma heb ik over het algemeen geen hoge dunk. In het anarchisme valt tegenwoordig slechts met veel moeite een inspiratiebron ontdekken. Men publiceert nog steeds brochures over Sacco en Vanzetti, men oriënteert zich op anarchisties tuinieren, onderzoekt op kritiekloze wijze het eigen stemgedrag of maakt plannen om op anarchistiese wijze aan gemeenteraadsverkiezingen deel te nemen, zwelgt in anarchistiese spiritualiteit, ontwikkelt 'alternatieve' geldsystemen of droomt over utopiese landbouwcommunes. Anarchisten propageren niet langer de vrijheid, het vertrouwen op eigen kracht, de vernietiging van de staat, de opstand... De eventueel nog steeds aanwezige BVD-agenten geeuwen en draaien zich om in hun tentje: het anarchisme is niet meer subversief!

De strijd die in het buitenland nog wel door anarchisten wordt gevoerd lijkt aan de aandacht van de meeste Appelscha-gangers te ontsnappen. Er staat me van vorig jaar in ieder geval niets bij van betrokkenheid met de in Italië vervolgde anarchisten, en ook de in verschillende Oost-Europese gevangenissen zuchtende autonomen of antifascisten die met neonazi's slaags zijn geraakt, moeten het zonder enige Nederlandse ondersteuning doen.

Het volkomen gebrek aan anarchistiese strijdbaarheid is een afspiegeling van de sociale malaise in Nederland - de klassenstrijd wordt op een individuele manier gevoerd (Nederland kent in vergelijking tot de omringende landen het hoogste percentage ziekmeldingen en arbeidsongeschikten!) en de groepen die in het nauw komen (illegale arbeiders) grijpen in toenemende mate naar het uiterste actiemiddel: de hongerstaking. De sporadiese uitingen van sociale strijd die nog wel wordt gevoerd gaan volkomen langs anarchisten heen - er is geen enkele belangstelling voor de strijd van Marokkaanse jongeren zoals die rond de jaarwisseling in Amsterdam oplaaide, er wordt geen oppositie gevoerd tegen de vakbonden bij stakingsacties. Waar klassenstrijd wordt gevoerd, wordt hij niet waargenomen, en waar hij niet is wordt hij zeker niet door anarchisten ontketend! Omdat het anarchisme geen houvast biedt bij het beoordelen van maatschappelijke ontwikkelingen, blijkt de algemene sociale malaise tegelijk de malaise van het anarchisme te zijn.

P.S.

Om terug te komen op 'de eer van communisten' die ik door het slijk zou hebben gehaald: wat moet ik me daarbij voorstellen? Van Kroonstad tot Berlijn, van Boedapest tot Shanghai, van Praag tot de sloppen van Lima, van de Goelag-archipel tot de Lao Gai, van het verraad in Barcelona tot de killing fields in Cambodja: sinds Lenin zijn volgelingen opriep om zich communist te noemen hebben de bolsjewieken overal en voortdurend hun uiterste best gedaan om het communisme in diskrediet te brengen, om het woord communisme synoniem te maken met onderdrukking en uitbuiting, dwangarbeid, folter, gedwongen volksverhuizingen, laffe politieke moorden, massahysterie, blinde terreur, verraad, leugens en laster en de heerschappij van enkelen over velen. In plaats van de afschaffing van de staat en de klassenmaatschappij, inplaats van het collectieve beheer over de produktiemiddelen en de distributie van goederen en diensten naar ieders behoefte, brachten ze slechts de schaarste van het staatskapitalisme. In plaats van de diktatuur van het proletariaat als klasse brachten ze de totalitaire partijburokratie. Of de bolsjewieken hun gebedskleedjes nu verlegden in de richting van Moskou, Peking, Tirana of Ayacucho, het resultaat bleef hetzelfde: hun 'wetenschappelijke methode' stond en staat garant voor de georganiseerde waanzin. Zoals de situationisten het in de jaren zestig al stelden: het theoretiese en praktiese aan de kaak stellen van het stalinisme in al zijn vormen moet de basisbanaliteit zijn van alle toekomstige revolutionaire organisaties. De keuze voor of tegen de stalinisten is dan ook onlosmakelijk verbonden met de keuze voor of tegen de vrijheid.
 

(uit: De eer en het slijk, een discussie over rituele solidariteit met gevangen stalinisten)
 


CAMPAGNE TEGEN DE MILLENNIUM-RONDE

Merijn Schoenmaker

Het netwerk 'MAI niet gezien!' heeft in 1998 met succes campagne gevoerd tegen het Multilateraal Akkoord over Investeringen (MAI). Het MAI is een schoolvoorbeeld van de steeds verder oprukkende liberalisering van de wereldeconomie. Vrijheid voor het inetrnationale kapitaal gaat hierbij ten koste van mens en milieu. Nu de onderhandelingen over het MAI binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zijn mislukt, proberen de regeringen van rijke landen om binnen de Wereldhandelsorganisatie onderhandelingen te beginnen over een met het MAI vergelijkbaar investerings-akkoord. 'MAI niet gezien!' en tal van andere maatschappelijke organisaties protesteren tegen deze dreigende overheveling door middel van de onderstaande internationale verklaring. Wij roepen anderen op om deze verklaring te ondertekenen en verder te verspreiden.

Nieuwe liberaliseringsronde

De Europese Commissie (EC) maakt zich sterk voor een voortgaande handelsliberalise-ring onder het regime van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Op de derde Ministeriële Conferentie van de WTO eind 1999 wil de EC daartoe een veelomvattende ‘Millennium Ronde’ lanceren voor nieuwe onderhandelingen. De EC streeft ten eerste naar een uitbreiding van het regime van de WTO op bestaande terreinen, zoals het akkoord over Intellectuele Eigendoms-rechten (Trade Related Intel-lectual Property Rights, TRIP's).
Ten tweede wil de EC de bevoegdheden van de WTO uitbreiden naar nieuwe terreinen, waaronder investeringen, beleids-concurrentie en overheidsaankopen. De EC gaat met deze politiek lijnrecht in tegen de wil van honderden maatschappelijke organisaties (NGO's) uit de hele wereld die zich eind 1998 al tegen een investerings-akkoord in de WTO uitspraken.

Gestrand investeringsakkoord opnieuw naar WTO

Tijdens de eerste Ministeriële Conferentie van de WTO in 1996 wilde de Europese Commissie ook al onderhandelingen beginnen over een Multilateraal Investerings-Akkoord (MIA) in de WTO. Dankzij het verzet van een groot aantal landen uit het Zuiden, waaronder India en Maleisië, lukte dat niet. Daarna zetten de Europese landen en de Verenigde Staten hun zinnen op de onderhandelingen over MAI in de OESO, waarbij voornamelijk de rijke landen in het Noorden zijn aangesloten. Nadat eind 1996 de concept-tekst van het MAI uitlekte, ontstond ook in deze landen veel verzet tegen het MAI. Een internationale coalitie van vele honderden NGO's uit meer dan 70 landen stelde eind 1997 in een gezamenlijke verklaring: 'Het MAI verheft de rechten van investeerders ver boven die van regeringen, lokale gemeenschappen, burgers, werknemers en het milieu.' Ook de Wereldraad van Kerken, het Europees Parlement en tientallen lokale overheden in Europa en Noord-Amerika spraken zich fel uit tegen het MAI. Eind 1998 liep het MAI vast in de OESO, nadat de Franse regering zich terugtrok uit de onderhandelingen.

De EC trekt zich van de wereldwijde protesten niets aan, zo blijkt uit een geheim intern document dat onlangs uitlekte. Alle in het MAI zo fel bekritiseerde onderdelen worden in dit document opnieuw naar voren geschoven. Zo wil de EC 'een ruime definitie van investe-ringen, nationale behandeling en meest-bevoorrechte-land-behandeling, bescherming van investeringen (onteigening, compensatie), voorschriften voor prestatie vereisten 'Daarnaast streeft de Europese Commissie naar 'effectieve bekrachtigings-mechanismen' en wil naast de in de WTO al bestaande Staat-tot-Staat geschillenbeslechting speciaal voor investeringen ook een Investeerder-tot-Staat geschillenbeslechting.

Onverantwoord en onrechtvaardig

De WTO werd in 1995 opgericht voor het uitvoeren van de Akkoorden van de Uruguay Ronde voor wereldwijde liberalisering van de handel in goederen en diensten. Onder druk van de WTO worden landen gedwongen om hun economie verder te integreren in de wereldeconomie. Via een tribunaal doet de WTO bindende uitspraken waaraan de regeringen van de aangesloten landen hun beleid moeten onderwerpen. De door de WTO opgelegde liberalisering geeft multinationale ondernemingen en banken vrij spel, waardoor kleinere coöperaties kapot worden geconcurreerd. Lokale economieën worden ondermijnd en grote delen van de wereldbevolking verliezen daardoor de basis van hun bestaan. De WTO heeft geen oog voor andere belangen dan de vrije handel. In diverse uitspraken van het WTO-tribunaal wordt overheidsbeleid ter bescherming van het milieu, dierenwelzijn en de gezondheid van consumenten en beleid ten gunste van kleine boeren in de landen in het Zuiden bestempeld als oneigenlijke handelsbelemmeringen en verboden. Hieronder volgen twee voorbeelden van dergelijke uitspraken:

Bananen en groeihormonen
Het eerste voorbeeld. Sinds 1993 heeft de Europese Unie een klein aandeel van de consumentenmarkt gereserveerd voor bananen uit 71 ex-koloniën uit Afrika, de Cariben en de Pacific, die tot de armste landen ter wereld behoren. Dit gebeurt in het kader van het Verdrag van Lomé. Dit marktaandeel is van levensbelang voor de Caribische eilanden. De export van bananen naar Europa is voor de Cariben verreweg de belangrijkste bron van inkomsten en arbeidsplaatsen. Op de Cariben is bananenteelt voornamelijk in handen van kleine boeren uit lokale gemeenschappen. De Amerikaanse multi-nationals Chiquita en Dole, die met hun enorme plantages in Latijns-Amerika zo'n 80% procent van de Europese markt beheersen, proberen via de WTO om hun winsten te vergroten over de rug van de kleine boeren-coöperaties. Amper een dag nadat de multinationals als smeergeld een half miljoen dollar hadden overgemaakt op de bankrekeningen van de Democraten en van de Republikeinen, klaagde de Amerikaanse regering de handelspolitiek van de EU aan. Het WTO-tribunaal oordeelde dat de EU zijn handelspolitiek moet veranderen ten gunste van de Amerikaanse multinationals. Dit gaat niet alleen ten koste van de inkomsten van de Caribische eilanden en de kleine boeren-coöperaties daar, maar ook van het milieu en arbeidsrechten. Bij de kleine coöperaties gelden betere arbeidsomstandigheden en wordt aanzienlijk minder landbouwgif gebruikt dan op de grote plantages van Chiquita en Dole.

Het tweede voorbeeld: Groei-hormonen in vlees worden ervan verdacht kanker te veroorzaken. Om te voorkomen dat consumenten in Europa ernstige gezondheids-risico's lopen, besloot de EU enkele jaren geleden tot een verbod op de produktie en verkoop van vlees van runderen die tijdens het fokken zijn behandeld met groeihormonen. De Verenigde Staten, die bij het fokken van runderen wel groeihormonen toestaan, klaagden de EU hiervoor aan bij het WTO-tribunaal. Het WTO-tribunaal oordeelde onlangs dat de EU het verbod op hormoonvlees moet opheffen.

Ondoorzichtig en ondemocratisch

Formeel hebben alle lidstaten van de WTO een gelijke positie en worden beslissingen met consensus genomen. Deze consensus betekent echter niet meer dan dat geen van de aanwezige vertegenwoordigers zich tijdens een bijeenkomst verzet door een veto uit te spreken. De besluitvorming binnen de WTO verloopt uiterst ondoorzichtig en ondemocratisch. Landen uit het Zuiden worden tijdens de onderhandelingen veelal buitengesloten, geïntimideerd en onder zware druk gezet. In de praktijk wordt de WTO gedomineerd door de rijke landen in het Noorden, met name de Europese Unie en de Verenigde Staten.

De voorbereidingen en onderhandelingen van de EU en de VS vinden plaats in nauw overleg met vertegenwoordigers van de grootste multinationale ondernemingen en hun lobby-organisaties, zoals de International Chamber of Commerce (ICC) en de European Round Table of industrialists (ERT). Voor andere belanghebbenden, zoals parlementen, maatschappelijke organisaties en burgers, zijn de besprekingen grotendeels geheim, zodat zij nauwelijks invloed kunnen uitoefenen. Voor de lidstaten van de Europese Unie worden de onderhandelingen gevoerd door de EC, waardoor de democratische invloed nihil is.

Rijke landen bepalen de agenda

De onderhandelingen in de WTO worden gedomineerd door de onderhandelaars van de rijke landen. De onderhandelaars van landen uit het Zuiden worden zowel op actieve als op passieve wijze uitgesloten van de onderhande-lingen. Passieve uitsluiting ontstaat doordat veel landen uit het Zuiden onvoldoende capaciteit hebben om alle bijeenkomsten bij te wonen, laat staan om alles bij te houden en eigen voorstellen voor te bereiden. Daardoor weten de regeringen vaak niet of nauwelijks welke inhoud en consequenties de verdragen hebben die ze ondertekenen. Actieve uitsluiting wordt veroor-zaakt doordat de onderhandelaars van de EU en de VS de agenda van de WTO bepalen. Zij bereiden een voorstel meestal eerst gezamenlijk voor en betrekken vervolgens Japan, Canada en enkele andere grote handelsmachten erbij. Pas daarna wordt een voorstel officieel ingebracht in de WTO. Het is dan voor de overige landen enorm moeilijk om het nog tegen te houden. Onderwerpen die de regeringen van landen uit het Zuiden zelf aandragen, worden vaak niet eens op de agenda gezet. Dat geldt bijvoorbeeld voor het aan banden leggen van de export van chemisch afval en de nooit ten uitvoer gebrachte UNCTAD-gedragscode voor multinationale ondernemingen.

Intimidatie en dwang

Tijdens het High Level Symposium over Handel en Ontwikkeling in maart 1999 uitte dagvoorzitter Collier van de Wereldbank zware beledigingen tegen de Afrikaanse landen en andere landen uit het Zuiden. Collier riep tegen vertegenwoordigers dat ze niet moesten klagen over marginalisering door het onrechtvaardige handelssysteem. 'You are marginalising yourselves.' De landen uit het Zuiden moeten, volgens Collier, een nieuwe liberaliseringsronde en uitbreiding van de WTO accepteren. Anders zullen de VS en de EU overgaan tot protectionisme en weigeren om hun markten open te stellen voor produkten uit het Zuiden, waartoe zij zich in de bestaande akkoorden hebben verplicht, zo dreigde Collier. De beledigingen en intimidaties van Collier zijn typerend voor de verhoudingen binnen de WTO.
Landen uit het Zuiden die binnen de WTO protest aantekenen, worden door de rijke landen onder zware druk gezet. Door de rijke landen gedomineerde instellingen als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank dwingen landen uit het Zuiden hun verzet op te geven door (te dreigen om) het verstrekken van nieuwe leningen op te schorten. De landen uit het Zuiden zijn door hun kwetsbare en afhankelijke positie vaak niet goed in staat om hiertegen een vuist te maken en de gecoördineerde economische en diplomatieke druk van de rijke landen te weerstaan.

Veel regeringen van landen uit het Zuiden, zoals India en Egypte, en veel NGO's, w.o. Greenpeace International en het WNF, hebben forse kritiek op de Akkoorden van de WTO. De EC trekt zich van deze kritiek niets aan. De EC streeft juist naar verdere handelsliberalisering en uit-breiding van de macht van de WTO. Om dat te bereiken wil de EC de Millennium-Ronde lanceren, een nieuwe veelom-vattende onderhandelingsronde vergelijkbaar met de Uruguay Ronde die leidde tot de oprichting van de WTO.

Een internationale coalitie van maatschappelijke organisaties, waaronder Greenpeace Neder-land, Stichting Naar Een Ander Europa en het landelijke campagnenetwerk 'MAI niet gezien!', verzet zich tegen uitbreiding van de macht van de WTO en tegen de Millennium-Ronde. Handelsliberalisering onder het WTO-regime gaat lijnrecht in tegen het belang van gemarginaliseerde gemeenschappen, ontwikkeling, democratie, milieu, gezondheid, mensenrechten, arbeidsrechten en de rechten van vrouwen en kinderen.
Verdere invoering of zelfs uitbreiding van het bestaande akkoord over Intellectuele Eigendomsrechten (TRIP's) en een mogelijk akkoord over investeringen dienen slechts de belangen van de grootste multinationale ondernemingen die hun basis hebben in de rijke landen in het Noorden. Dergelijke akkoorden versterken machtsconcentraties van multinationals op het gebied van technologische kennis en economische middelen.

Geen Millennium-Ronde

Gezien het ondoorzichtige en ondemocratische gehalte van de WTO en de geringe invloed daarbinnen van maatschappelijke organisaties en landen uit het Zuiden is het nauwelijks mogelijk om het proces effectief te beïnvloeden als de onderhandelingen eenmaal zijn begonnen. Daarom roepen wij maatschappelijke organisaties en personen op om zich aan te sluiten bij de internationale coalitie en in actie te komen tegen de Millennium-Ronde voordat deze daadwerkelijk begint. De formele beslissing over een eventuele Millennium-Ronde zal worden genomen op de derde Ministeriële Conferentie van de WTO eind 1999. Maar de voorbereidingen van de Europese Commissie zijn al in volle gang. Het onderhandelingsmandaat voor de EC, die de onderhandelingen voert namens alle lidstaten van de EU, wordt waarschijnlijk al in juni vastgesteld door de ministers van Handel van de lidstaten. Het is daarom van het grootste belang om een campagne te beginnen om de opstelling van de verantwoordelijke instellingen te beïnvloeden. 'MAI niet gezien!' en tal van andere maatschappelijke organisaties willen bereiken dat het Europees parlement en de nationale regeringen en parlementen van de EU-lidstaten zich uitspreken tegen verdere handelsliberalisering in de WTO en tegen de Millennium-Ronde. Het doel van zo'n campagne is een inperking van de onderhandelingsruimte voor de Europese Commissie, zodat een uitbreiding van de bevoegdheden van de WTO niet binnen het mandaat valt. Om binnen korte tijd voldoende politieke druk op te bouwen wil 'MAI niet gezien!' snel een begin maken om mensen te informeren en te mobiliseren en protesten te organiseren. Wij roepen basisorganisaties, NGO's en (lokale) overheden met klem op om de onderstaande verklaring te onderschrijven en alles in het werk te stellen om de inhoud ervan werkelijkheid te doen worden.

Voor reacties en informatie

'MAI niet gezien!' tel: 071-5127619 of 071-5144217 Koppenhinksteeg 2 fax: 071-5134907

2312 HX Leiden e-mail: lokabaal@dsl.nl
 



Basisdemocratisch Netwerk

p/a

Postbus 13013, 3507 LA UTRECHT
axienetx@xs4all.nl
www.xs4all.nl/~axienetx

Het Basisdemocratisch Netwerk (BN) is een initiatief dat kort voor de zomer van '98 werd genomen. Het BN wilde (en wil!) opnieuw de krachten bundelen in het verzet tegen die ontwikkelingen die we in het kort kunnen omschrijven als 'het proces van economische globalisering'.

Het netwerk stelt zich ten doel, de communicatie tussen buitenparlementaire groepen die zich op verschillende 'strijdterreinen' begeven (milieu en migratie, vrouwen- en dierenstrijd, economie en utopie) onderling te verbeteren, en zo ook de samenhang tussen deze thema's veel duidelijker voor het voetlicht laten treden. Op die manier kan er in het nederlandse taalgebied meer effectief worden samengewerkt in gezamelijk te voeren campagnes, kan er daarvoor beter worden gemobiliseerd en kan de ervaring en expertise van afzonderlijke groepen beter worden uitgewisseld. Ook kan er gewerkt worden aan grootschaliger eigen media, om zo nieuws onverdraaid te kunnen verspreiden en meer mensen bij de verschillende bewegingen tegen de ellende van het kapitalisme te betrekken.

Het BN wil per se geen centralistische organisatie zijn, maar een platform dat gedragen wordt door de verschillende deelnemende groepen. In feite is het netwerk een 'non-organisatie', een orgaantje dat er alleen is wanneer mensen/ groepen denken dat zij nodig is. Er is dan ook geen bestuur maar alleen een coordinerende groep, een groepje regelaarsters dat bij toerbeurt wordt gekozen uit vertegenwoordigers van de deelnemende organisaties.

Uitgangspunten van het BN zijn:

    1. Volledige democratisering van de samenleving op alle gebieden; gelijke verdeling van kennis, macht en middelen op wereldschaal.
    2. Gelijke rechten voor alle mensen overal ter wereld; Bestrijding van sexisme, racisme en alle andere vormen van uitbuiting en onderdrukking.
    3. Het opbouwen van ecologisch en economisch duurzame alternatieven, gevestigd op basisdemocra-tische (consensuele) en decentrale structuren.
    4. Het voeren van directe actie voor het bereiken van de bovenstaande doelstellingen en het algemeen bewustzijn daaromtrent; een confronterende houding tegen de macht van multinationale onderne-mingen, nationale staten en supra-nationale instituties die actueel een bedreiging vormen voor een waardig bestaan voor mens, dier en natuur.


Mooie woorden, maaruh…….

Hoewel er in het afgelopen jaar tot op zekere hoogte heel vruchtbaar is samengewerkt, heeft het BN uiteindelijk toch niet zo kunnen functioneren, als de initiatiefnemers ervan zich dat hadden voorgesteld.

Tijdens de komende Pinksterlanddagen hopen we daarom met veel belangstellenden te kunnen praten over het mogelijke nut en de (non-)structuur van het netwerk. Ook kan er gesproken worden over een eventueel Netwerk-weekend, een tweede 'Appelscha' aan het eind van de zomer. In dat weekend kan geevalueerd worden, wat er dit jaar zoal aan acties en karavanen heeft plaatsgevonden, hoe we daar in de zomer op terugkijken, en hoe of wat daar ook voor de toekomst nog wat aan linkse samenwerking uit de destilleren is.
 



Strategiediscussie

Hoe de wereld te verbeteren? (I)

Herman en Metha

Tijdens het openingsfeest van de Voedselkoöperatie en infowinkel Schism in het politiek cultureel centrum het ACU ontmoette ik Metha. We kwamen te spreken over het onderwerp Appelscha. Ik had een ideetje voor een workshop bedacht en vertelde hierover vol enthousiasme aan Metha. Na enkele zinnen liet Metha weten met precies hetzelfde idee rond te lopen. Onze samenwerking was aldus geboren.

Het leek ons interessant en nuttig om eens een discussie te organiseren over de strategieën die mensen ontwikkelen ter verbetering van de wereld (het streven naar een wereld zonder onderdrukking, uitbuiting en (natuur)vernietiging). We zien allerlei groepen om ons heen die met allerlei verschillende dingen bezig zijn. Er zijn bijvoorbeeld groepen die zich speciaal richten op extreem rechts, vluchtelingen, dierenrechten, enz. Ze kunnen hier op verschillende manieren mee bezig zijn, bijvoorbeeld door axie te voeren, discussies te organiseren, boeken te schrijven, alternatieven op te zetten zoals een voedselkooperatie, of door het opzetten of werken met een vrouwengroep/mannengroep.

Van al deze mensen leek het ons interessant eens te horen en uit te wisselen welke motivaties er zijn voor bepaalde keuzes van tema’s en methoden. We kunnen discussiëren over strategieën, effectiviteit, relaties tussen onderwerpen en wat er verder in ons opkomt. We denken dat de gemoederen tijdens een discussie als deze hoog op kunnen lopen. Daarom willen we iedereen vragen de discussie opbouwend te houden en elkaars ideeën serieus te nemen. Hopelijk kunnen we van elkaars ervaringen en ideeën leren.

Ons idee is in een kwartier een korte inleiding te geven waarin we de hieronder staande stellingen voorlezen. Vervolgens lijkt het ons het meest prakties om in groepjes van ongeveer 10 mensen bij elkaar te gaan zitten om te discussiëren. We kunnen beginnen met een kort rondje waarin iedereen verteld waar hij/zij mee bezig is of wil gaan. Vervolgens kunnen we gaan discussiëren over de stellingen. Eventueel kan in ieder groepje iemand de discussie een beetje in goede banen leiden. Na een uur willen we een kwartiertje pauze houden waarna we nog een uur verder babbelen. Dit uur kunnen we beëindigen met een korte evaluatie, waarin we uitwisselen wat we aan deze discussie gehad hebben (Let goed op de tijd, twee uurtjes zijn zo om!). Tenslotte kunnen we een kwartier tot een half uur uittrekken om de conclusies van elk groepje aan de hele groep te vertellen.

We zijn zeer benieuwd wat er uit deze discussie zal ontstaan. Misschien kunnen we er een vervolg aan geven. In ieder geval willen we vragen of ieder groepje een verslag  wil maken van de discussie. Deze verslagen kunnen we dan opsturen naar belangstellenden. Elders in deze reader staan twee strategie artikelen van ons ter illustratie. Hieronder volgen tenslotte de punten en stellingen die we bedacht hebben om in de kleine groepjes te bespreken. Lees het alvast een keertje door en tot ziens in Appelscha.
 

Voorstelrondje:
Vertel kort waar je mee bezig bent.

Stellingen/vragen:

Waarom heb je voor een bepaald(e) tema(‘s) gekozen?
- Persoonlijke interesse
- Prioriteit, strategiese keuze? (verwachte) resultaten op korte / lange termijn)
Waarom heb je voor een bepaalde methode(n) gekozen?
- Persoonlijke Interesse?
- Strategiese keuze? (verwachte resultaten op korte en of lange termijn)

Bereik je de verwachte resultaten?
Is je gekozen aanpak effectief? Wat valt hieruit te leren?
Werk je in groepsverband, of alleen? En waarom?
Heb je een breder verhaal achter je gekozen tema’s en methoden?
- Vind je meerdere tema’s belangrijk?
- Wil je met een breder verhaal naar buiten treden?
- Zo ja, hoe pak je dat aan?
- Leg je verbanden met andere tema’s en of groepen?
- Zou je meer samenwerking en of uitwisseling met andere groepen en individuen willen?

Conclusies:

Zet even de conclusies van de discussie op een rijtje om in de hele groep te presenteren
 

Evaluatie:
Wat heb je aan de discussie gehad?
Wat vond je ervan?
 


Strategiediscussie
Hoe de wereld te verbeteren? (II)

Herman

Sinds ik in de ‘linkse’, ‘alternatieve’ (of hoe je het anders wilt noemen) sien terecht ben gekomen loop ik met bepaalde vragen rond. Zo af en toe laat ik deze vragen wel eens vallen om een indruk te krijgen of andere mensen ook met deze vragen bezig zijn, en hoe ze er dan over denken.

Over welke vragen heb ik het dan? Zo kort mogelijk gezegd vraag ik me af wat de beste manier is, of manieren zijn, om de wereld te verbeteren. Hieraan zitten natuurlijk veel persoonlijke meningen verbonden die duidelijk moeten zijn voordat er een antwoord gevonden kan worden. Wat vind ik bijvoorbeeld een verbetering voor de wereld? Ik zou het geweldig vinden als niemand het meer over zijn hart kan verkrijgen om een dier te gebruiken, echter hier zal niet iedereen het mee eens zijn. Een vraag die door deze gedachten op de voorgrond treedt is, of en in hoeverre er in onze ‘sien’ overeenstemming is over hoe de wereld te verbeteren is.

Mijn idee is het bijvoorbeeld niet om door middel van allerlei wetten dingen te verbieden of aan controles te onderwerpen. Een wet is iets dat door een klein aantal mensen wordt verzonnen en invloed heeft op heel veel mensen. Deze vorm van reguleren is natuurlijk ontzettend autoritair, ook al wordt met die wetten het beste voor de mensen bedoeld (althans wordt gesuggereerd). Mijn achting voor onze ‘democratie’ is dus zeer laag, terwijl andere mensen zich juist richten op die overheid om dingen op een positieve manier te veranderen. Hoe moet dit nu samengaan? Zijn er toch mogelijkheden te vinden om samen te werken of elkaar aan te vullen?

Een geheel andere vraag is hoe mensen keuzes maken uit alle verschillende tema’s. Bestaat er anno 1999 echt één tema dat de prioriteit heeft over alle andere, of zijn er veel tema’s die even belangrijk zijn? Vaak heb ik helemaal geen zin om na te denken over wat er het belangrijkst is. Er ontstaan altijd hele moeilijke vragen zoals: is een mensenleven belangrijker dan een diereleven? Ik zal eens proberen uit te leggen hoe ik bepaalde keuzes heb gemaakt.

De basis voor de dingen die ik doe is het anarchisme. Ik zou nooit meer in hiërarchische strukturen willen en kunnen werken. Daarom zoek ik groepen en mensen uit die op een gelijkwaardige manier met elkaar omgaan. Op dit moment ben ik actief in Alle Dieren Vrij!, een groep die zich vanuit een anarchisties perspectief bezig houdt met het opkomen voor dieren, in NoGen, een biotechnologie-archief en een voedsel-koöperatie.

Een logisch gevolg van het anarchisme vind ik veganisme, omdat je dan de uitbuiting van dieren zoveel mogelijk de rug toe keert. Dit veganisme en anarchisme komen voor mij goed tot uitdrukking in Alle Dieren Vrij!  Tijdens mijn studie Medische Biologie ben ik veel in aanraking gekomen met voorbeelden van dierenleed, voornamelijk ten behoeve van de wetenschap. Mede hierdoor ben ik me de omvang en ernst van dierenleed in het algemeen (dus inclusief bioindustrie) gaan realiseren. Toen ik hoorde dat er mensen waren die de groep Alle Dieren Vrij! wilden oprichten voelde ik me daartoe meteen aangetrokken.
Een tweede gevolg van mijn opleiding was de realisatie dat er heel veel geld wordt gestoken in medisch wetenschappelijk onderzoek, zonder dat het nut (in ieder geval voor mij) duidelijk zichtbaar is. Natuurlijk werd er tijdens de opleiding voortdurend op gewezen dat alle prachtige resultaten het resultaat zijn van jaren onderzoek doen. Echter de fundamentele politieke vraag hoe het welzijn van mensen het meest effectief te verbeteren is en of het welzijn wel moet verbeteren werd niet gesteld. Het blijkt echter dat deze vraag nergens wordt gesteld, zelfs niet of nauwelijk in de politiek. De markt bepaalt voornamelijk waar geld aan uit gegeven wordt. Een nieuw medicijn verdient natuurlijk veel beter dan het uitgeven van geld aan personeel in bijvoorbeeld bejaardentehuizen, waar de onderbezetting schrijnende welzijnsverminderingen tot gevolg heeft. De tegenstrijdigheid van aan de ene kant de voortdurende ontwikkeling van nieuwere, betere, duurdere, en technies moeilijkere medicijnen en technieken, en aan de andere kant de tekorten aan verzorgend personeel in bijna alle sectoren, vermageringen van het ziekenfondspakket en groeiende wachtlijsten, heeft mij onder andere doen besluiten bij NoGen te gaan werken. Een tweede reden was mijn opleiding die ik goed kan gebruiken in allerlei techniese kwesties. Ten derde kan ik in discussies omtrent gezondheidszorg en genetisch gemanipuleerde organismen een anarchisties perspectief naar voren brengen.

Naast deze twee onderwerpen die toch wel ver van mijn bed liggen, vond ik het ook nuttig een volledig veganistiese en biologiese voedselkoöperatie te beginnen in ons gekraakte dorp. Ik vind het heel belangrijk in mijn directe omgeving en met die omgeving dit soort collectieve dingen op te zetten. Het blijkt dat mensen in ons dorp meer biologiese producten gaan eten (ook al is het de chips en het bier) en eerder biologies afwasmiddel of zeep kopen. Met een voedselkoöperatie kun je in je directe omgeving iets uitstralen van de ideeën die je hebt over hoe de wereld georganiseerd zou moeten zijn. Daarnaast is het lekker konkreet om rond je eigen huis bezig te zijn, waar je de resultaten ook makkelijk kunt zien.

Het lijkt mij ontzettend verhelderend om eens met een aantal mensen over dit soort ideeën te discussieren. Op de eerste plaats wordt het duidelijker op welke manieren anderen tegen de wereld aan kijken. Ten tweede zien we misschien overeenkomsten tussen mensen en kunnen we elkaar ondersteunen en stimuleren in het bereiken van onze strevens. Ik hoop dat we tijdens de discussie in Appelscha met elkaar iets op kunnen bouwen, waar allemaal iets aan hebben.

Herman (alle-dieren-vrij@knoware.nl)


Strategiediscussie
Anarchisten laat je zien!

over de strategiediscussie in Vlaanderen

In Vlaanderen is sinds ongeveer een jaar een strategiediscussie aan de gang. Eén van de initiatieven die hieruit naar voren kwam is een heuse anarchistische campagne. Zou het niet tijd worden in Nederland ook meer als anarchisten naar buiten te treden? Ik probeer in dit stuk een indruk te geven van de strategiediscussie en de concrete initiatieven in Vlaanderen en daarbij opper ik wat ideeën voor hier in Nederland.

Anarchie nu!

In het anarchistisch actieblad De Nar verschenen het afgelopen jaar diverse artikelen over manieren waarop anarchisten zich beter zouden kunnen organiseren. Volgens 'Tino, die in De Nar 142 (juni '98?) twee anarchistische organisatievormen beschreef, blijven de radicale deelstrijdgroepen te veel staan in de schaduw van hun burgerlijke zusterorganisaties. Zo is er, door het gebrek aan een gemeenschappelijke visie, volgens hem geen radicale verandering van de samenleving mogelijk. Dat lijkt mij ook: je richten op een bepaald thema, bijvoorbeeld dierenbevrijding, feminisme of vluchtelingen, werkt  praktisch wel handig. Maar als er geen linken tussen de thema's gelegd worden, bijvoorbeeld door het verhaal te plaatsen in een breder verhaal over onderdrukking, zal je denk ik slechts resultaten bereiken op dat ene thema. Je zult dan niet zo gauw een bredere radicale omslag bereiken in het denken en doen van mensen en uiteindelijk ook in de organisatie van de maatschappij.

En voor zo'n omslag wordt het wat mij betreft hoog tijd. Individuele vrijheid is voor veel mensen in het Westen op een groot aantal terreinen bereikt, maar velen lijken zich nauwelijks verantwoordelijk te voelen voor de gevolgen van hun gedrag voor anderen. Er kan natuurlijk nooit vrijheid voor iedereen zijn, als een ieder geen rekening mee houdt met anderen die ook de vrijheid willen hebben om een leuk leventje te leiden (bv. illegalen, dieren in de bioindustrie en in bedreigde natuurgebieden, mensen in landen in het zuiden, mensen met wie je samenwerkt en -leeft). Mijn vrijheid begint, waar die van jou begint! Dus anarchisten kruip uit je schulp, het anarchistische verhaal mag eindelijk wel eens wat meer gehoord worden!

Organisatievormen

Hoe kunnen anarchisten zich meer organiseren, om gezamenlijk een anarchistisch verhaal naar buiten te brengen en linken te leggen tussen de thema's waar ze zich mee bezig houden? Twee Narren na het stuk van 'Tino verscheen er een interview met twee mensen van De Vrije Bond in Nederland. De interviewer vond dit netwerk van anarchistische mensen die elkaar zowel persoonlijk als financieel ondersteunen in hun initiatieven, wel inspirerend. Zo'n soort organisatievorm (netwerk) als de Vrije Bond houdt denk ik beter rekening met de wensen van individuele mensen daarin, dan het Organisatorisch Platform van de Revolutionaire Anarchisten en het libertair municipalisme waarover 'Tino schreef (zie De Nar 142). In zo'n netwerk kunnen denk ik een hoop gezamenlijke initiatieven naar buiten toe ontstaan.

Wat het persoonlijke betreft wil ik nog opmerken dat het volgens mij erg belangrijk is, dat een beweging behalve strijdbaar ook gezellig is. Anders is zo'n beweging niet aantrekkelijk voor mensen om in te werken. Ik heb het idee dat dat nog wel eens over het hoofd wordt gezien. Over het libertair municipalisme als strategie en tegelijk als organisatievorm werd ook geschreven in De Nar 146 in een interview met een Noorse sociaal ecoloog. Libertair municipalisten proberen zich samen met mensen in buurten te organiseren om zo meer zeggenschap over hun eigen leven te nemen. Het uiteindelijke doel is dat volksraden en 'municipale raden' het bestuur van de stad over nemen. Daarbij vraag ik me wel af of er door libertair municipalisten ook veel aandacht aan besteed wordt dat alle mensen ook zelf socialer moeten gaan leven (rekening houden met het milieu, andere mensen en dieren in de samenleving en op de rest van de wereld). Anders verandert er natuurlijk niet veel! Maar als je daar wel veel aandacht aan besteedt, is de buurt denk ik wel één van de plekken waar je kunt proberen met je verhaal te komen. Alhoewel de sociale omgeving van mensen denk ik meer zit bij werk en dingen zoals sport.
 

Revolutie

Behalve organisatievormen kwamen er in de artikelen in De Nar ook wat andere vragen die met veranderingsstrategieën te maken hebben aan de orde. Naast het jezelf organiseren als anarchisten (die o.a. ook in verschillende 'deelstrijd'-groepen werken) is het volgens een artikel van de Workers Solidarity Movement (uit Engeland of de V.S.?) belangrijk dat anarchisten in de 'deelstrijden' waarin ze aktief zijn anarchistische ideeën verspreiden en ‘democratische organisatievormen verdedigen’. Daarbij moet er volgens de schrijverster voor uitgekeken worden dat mensen niet altijd naar ons gaan kijken om campagnes op te zetten en ideeën te leveren. ‘Dan falen we als anarchisten. Zelfactiviteit is de sleutel tot anarchisme.’

Volgens de schrijverster willen de meeste mensen best veranderingen, maar zien ze geen alternatieven die bereikbaar zijn. ‘Anarchisme is een zeer eenvoudig en natuurlijk idee, maar wanneer je gewoon bent aan het kapitalisme, kan dat idee juist door zijn eenvoud een beetje raar lijken.’ Daarom zijn praktische voorbeelden belangrijk, omdat mensen dan zien dat het goed mogelijk is zelf dingen aan te pakken en samen met anderen je eigen aktiviteiten te sturen. Dat voorkomt hopelijk ook dat mensen in een periode van versnelde verandering (revolutie) achter voorhoedes aan gaan lopen.

Het hele artikel ging over de vraag hoe een revolutie tot stand kan komen. Maar wat is een anarchistische revolutie eigenlijk? Willen anarchisten een revolutie? Ja, ik wil een revolutie. Maar daarmee bedoel ik niks meer of minder dan dat zoveel mensen aan het veranderen slaan dat het er revolutionair uit gaat zien. Mensen die elkaar aansteken...De huidige maatschappelijke ‘orde’ verdwijnt dan steeds meer, doordat mensen dingen anders gaan organiseren. De mensen die deze verandering het minst willen, zullen zich hier natuurlijk het meest tegen verzetten. Dat kan nog een stevige dobber worden...Is dat ook wat andere anarchisten bedoelen als ze over revolutie praten? In elk geval: voordat veranderingen in de samenleving er revolutionair uit gaan zien is er al een hoop gebeurd.
 

Expliciet anarchistisch?

Moeten wij, wanneer we naar buiten treden, ons eigenlijk wel expliciet anarchistisch noemen? Dit is een vraag die in een lezersbrief in De Nar 146 aan de orde kwam. Volgens de schrijver Willie schrik je bij voorbaat al veel mensen af als je iets anarchistisch noemt. Ik denk dat dat inderdaad klopt. Ik denk dat je, als je een breder publiek bereiken wilt, het woord anarchisme beter niet in de titel van bijvoorbeeld een blad kan zetten. Maar in bijvoorbeeld het colofon kan je het denk ik zeker wel noemen, mits je het goed uitlegt. In elk geval lijkt het mij dus belangrijk de ideeën achter dat woord anarchisme naar voren te brengen (het bredere verhaal). Zoiets kan je in de ondertitel van een blad zetten door iets beknopts, bijvoorbeeld: ‘alle vormen van onderdrukking de wereld uit. Alhoewel dit voorbeeld misschien ook al mensen afschrikt...maar er valt vast wel iets te verzinnen, iets duidelijks en aantrekkelijks.

De anarchistische campagne in Vlaanderen

Wat gebeurde er naast de 'discussie' op papier? De Nar organiseerde tot nu toe drie strategische babbels. Hier kwamen verschillende mensen op af uit heel Vlaanderen. Volgens de verslaglegger van de derde dag staan er best wel veel mensen open voor een expliciet anarchistische invalshoek en hebben mensen behoefte ‘aan het gevoel samen ergens naar toe te bouwen naar eigen vermogen en inzicht, open en met respect voor elkaar en elkaars verscheidenheid.' De sfeer tijdens de babbels was volgens verschillende mensen erg goed: open, opbouwend en inspirerend. Er werd ook een aantal inspirerende initiatieven genomen op deze Nardagen. Naast een aantal initiatieven zoals een Anarchistisch Jaarboek waarin geïnteresseerden beter hun weg moeten kunnen vinden in het kluwen van (anarchiserende) aktiegroepen, is er het initiatief genomen tot een anarchistische campagne rond de verkiezingen. Op de Pinksterlanddagen komt er, als het lukt, iemens uit Vlaanderen om over deze campagne te spreken. Maar ik zal er al vast wat over vertellen... De bedoeling van de campagne is de diverse verkiezingen (in België en de verkiezing van het Europees parlement) aan te grijpen om anarchistische kritieken en alternatieven bredere bekendheid te geven. Het naar buiten brengen van een anarchistisch verhaal dus! Het gevormde Collectief Zonder Stembiljet wil proberen een zo groot mogelijk platform voor deze campagne te krijgen binnen wat zij beschouwen als de anarchistische beweging. Er worden banden gesmeed tussen groepen die bezig zijn rond informatie, anarcha-feminisme, dierenbevrijding, vluchtelingen, kraken, studie enzovoort over heel Vlaanderen / België. Het een en ander klonk mij erg leuk in de oren (nou ja: las mij lekker in de ogen, of iets dergelijks). Het wordt ook groot aangepakt met 15.000 affiches en 45.000 pamfletten. Een inhoudelijke brochure moet de ideeën van de anarchisten toelichten. Naast een inleiding op anarchisme komen hierin verschillende korte artikelen met een anarchistische visie op thema's zoals: veiligheid, economie, arbeid, opvoeding en onderwijs, ecologie, feminisme en een artikel met een anarchistische visie op de werking en functie van de parlementaire democratie. Er zullen debatten komen op 1 mei over parlementaire en buitenparlementaire democratie en de Feministisch Anarchistische Meiden bereidt een zetel-campagne voor (=?). Er zal een lokale aktiedag op 29 mei zijn en tenslotte een nationale mobilisatie op 5 juni en een feest op 13 juni.
 

Concreet in Nederland

Door gezamenlijk in een anarchistische campagne naar buiten te treden laat je het verband tussen verschillende thema's (het bredere verhaal) zien. Het lijkt me daarom leuk als zoiets als een anarchistische campagne ook een keer in Nederland wordt opgezet. We kunnen dan gebruik maken van de ervaringen van onze zuiderburen (meer uitwisseling en wellicht samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen lijkt me sowieso wel zinnig...en leuk!). Het laten zien van praktijkvoorbeelden van andere organisatievormen is denk ik inderdaad, zoals de Workers Solidarity Movement schreef, erg belangrijk. Maar dat gaat denk ik grotendeels vanzelf.

Wat mij betreft gaat aan een anarchistische campagne nog een hoop uitwisseling en discussie vooraf, zoals tijdens de anarbabbels denk ik ook in Vlaanderen gebeurt is. Wat wil iedereen eigenlijk? Hoe kijk jij tegen het verbeteren van de wereld aan? Wat is jouw verhaal daarachter? De geplande uitwisseling / discussie op Appelscha zou daarvan het begin kunnen zijn. Verder heb ik al lopen fantaseren over stedelijke anarchistische netwerken... Een soort basis-democratisch netwerk maar dan stedelijk, anarchistisch en niet alleen gericht tegen economische globalisering. Meer van elkaar horen kan in zo'n netwerk goed gebeuren en kan denk ik leiden tot een hoop leuke, anarchistische anarchiserende initiatieven. Wie in Utrecht ziet zoiets ook zitten?

 
Metha, p/a de Vlinder, Lauwerecht 55, 3515 GN Utrecht, email: M.D.deVries@stud.biol.ruu.nl

Anarchistische campagne Vlaanderen, Collectief zonder stembiljet, p/a Janseniusstraat 27, 3000 Leuven, België, tel/fax: 0032-(0)16-309668, email :wvc1306@yahoo.com

Oude Narren en abonnementen: De Nar, Postbus 136, 3000 Leuven 3, België, fax: 0032-(0)16-293079

Abo's vanuit NL ƒ 35,- per jaar (zeswekelijks), met gebarreerde cheque of cash zodat er niet op wordt gekort. Een abo nemen kan ook tijdens de PL bij mensen van de Nar.


Strategiediscussie


Ieders Appelscha

Menno

De laatste jaren lijkt er een ontwikkeling te zijn van steeds meer mensen en groepen die naar Appelscha komen. Dit is natuurlijk vooral erg leuk. Toch zitten er enige kanten aan deze 'verbreding' die reden kunnen zijn of worden voor hevige meningsverschillen. Een goede aanleiding het eens te hebben over ieders 'ideale Appelscha.'

Volgens mij heeft Appelscha momenteel grofweg de volgende funkties:

Maar zou Appelscha ook al bovenstaande funkties moeten hebben? Een openlijke diskussie hierover lijkt mij erg belangrijk: