DE MOKER Bestaat Mannelijkheid dan helemaal niet?

Patriek
 

Al geruime tijd hangt er in links-radikale bewegingen een spanning rond sexebepaald gedrag. Vrouwen binnen de beweging groepeerden zich, om rond hieraan verbonden thema’s samen te komen. Een blijvende mannengroep is er nog steeds niet.

Wat er onder mannen wel ontstond is de nood aan politiek korrekt gedrag, een verontwaardigd gevoel van uitsluiting, een angst en onmacht i.v.m. de eigen relatie(s), schampere opmerkingen over de vrouwengroepen. Geen behoefte om samen te komen, geen behoefte om samen ook politiek te werken rond feminisme, relaties en gedrag. We willen het wel, zolang er ook vrouwen rechtstreeks bij betrokken zijn. Zolang we onze afhankelijkheid van vrouwen, onze angst voor mannen maar niet hoeven te zien.

Waar het in werkelijkheid om gaat is het ongemak voor een groep die werkt rond dingen waar we zelf bij betrokken zijn. Waar het ook over gaat is het ontnemen van de vrijheid voor bepaalde groepen om zich te organiseren, om bepaalde aktiviteiten al dan niet zonder ons te organiseren. Dit recht ontnemen we hen niet op eerlijke wijze, we hangen de zielige, onbegrepen of ongeïnteresseerde lul uit.

Zowat rond alles is er een bepaalde werkgroep aktief, binnen en buiten de sien. Als een bepaalde groep te dit of te dat is, of gewoon niet op onze manier werkt, geven we kommentaar, starten we eventueel zelf iets op. Als vrouwen zich organiseren of iets organiseren, is er wel de kommentaar, niet het ontstaan van een nieuwe groep.

Als we op onze pik getrapt zijn omdat er axies gebeuren, georganiseerd door FAM, waarop we niet welkom zijn, en als het onderwerp feminisme zo belangrijk is voor ons mannen - waarom organiseren we ons dan niet om er wezenlijk, theoretisch, persoonlijk en praktisch rond te werken? We hebben de ervaring als man wat sexisme inhoudt, waarom werken we hierrond niet vanuit ons man zijn, met andere mannen. Is het angst die ons ertoe aanzet om steeds die steun aan FAM te willen geven, is die zogenaamde steun gewoon een zoeken naar de -ik-ben-okee-bevestiging?

FAM organiseerde reeds gemengde axies, het FAM-café is open voor iedereen, af en toe is er ergens een gemengde workshop, FAM-vrouwen zijn echt wel aanspreekbaar als je het ergens over wil hebben (hou er wel rekening mee dat iedereen al es een slechte dag heeft).

Uitwisseling met FAM ? Individuen binnen FAM wisselen ideeën uit met anderen, het lijkt me zelfs zo dat dit spontaner gebeurt sinds het ontstaan van FAM. Het lijkt me logisch dat er een uitwisseling ontstaat tussen Fam en een eventuele mannengroep, het lijkt me ook waarschijnlijk dat als er een mannengroep zou zijn, er naast gescheiden ook gemengde activiteiten georganiseerd zullen worden. Gemengde axies, info-avonden en eventueel ook weekends.

Want, zeg nu zelf, wat hebben wij te bieden op het gebied van feminisme en sexisme ? Een persoonlijk gevoel van uitsluiting, meestal geuit binnen onze persoonlijke relaties. Behoefte aan bevestiging. Op welke wijze denken we iets te kunnen bijdragen als we niet zelf op een serieuze manier werken rond feminisme?Waar halen we het recht om kommentaar te geven als we er zelf niet serieus en struktureel aan werken ? We wegen met andere maten en gewichten als het gaat over de vrouwengroepen. Is dit ons sexisme en het patriarchaat in een sluwe vorm gegoten?

Waarom moet het zo zichtbaar voor vrouwen zijn, die steun? Is het begrijpen en ondersteunen van een groep en de beslissingen die een groep neemt, in dit geval gewoon FAM, niet een grotere steun dan steeds weer bij elke axie voor en door vrouwen te hopen dat we mee mogen doen? Waarom is het perfekt aanvaardbaar dat homo’s, prostituées, vegetariërs zich organiseren en werken rond de dingen die hen aanbelangen? Waarom is de bemoeizucht veel kleiner naar die groepen toe? Deze groepen werken ook veelal rond thema’s waar we bij betrokken zijn, en toch wordt dit aanvaard, hebben we het gevoel dat wij er niks te zoeken hebben.

Guess what, ook mannen hebben het recht zich te organiseren, geen enkele vrouw zal reageren zoals bepaalde mannen dit nu doen. Er zal wel interesse zijn, ondersteuning, respekt. Hoogst waarschijnlijk zullen bepaalde vragen gesteld worden, constructieve. De vragen die wij hen en onszelf ook mogen stellen. En dat is alles?


Libertair liberalisme en anarchafeminisme.

Enkele bedenkingen.

Dit artikel werd in een specifieke kontekst geschreven. Als lid van de anarchistische boekhandel La Gryffe in Lyon (Frankrijk), heb ik drie diskussiedagen helpen organiseren in mei 1998: «Drie dagen voor de grote avond ». Tijdens deze dagen hebben vele debatten plaats gehad waarvan enkele over seksisme en patriarchaat. Tijdens het slotdebat heeft een dertigtal feministes geprotesteerd tegen het verloop dan deze dagen, tegen het seksisme van de anarchistische beweging en tegen de onmogelijkheid om echt te praten over mannelijke dominantie - zowel in het algemeen als in de anarchistiese beweging. Op de publicatie van een tekst waarin deze feministes hun motivaties beschrijven voor hun anarchafeministische aktie, hebben 4 mannen van La Gryffe een antwoord geschreven, getiteld « Anarchie en de vrouwenbeweging ». In dit artikel baseer ik me op deze specifieke tekst om daarmee een algemeen fenomeen te analyseren: mannen, overtuigd dat ze het centrum van de wereld zijn, handelen, denken en schrijven zonder rekening te houden met hun dominante status, dus zonder rekening te houden met het feit dat ze deel uitmaken van een sociaal gekonstrueerde groep: de mannelijke seks-klasse. Op deze wijze beschouwen ze zich als universeel terwijl ze dominant zijn en ontkennen daarmee de facto de feministische krtiek op vrouw/man verhoudingen. Dit lijkt me inkompatibel met elke egalitaire en libertaire politiek dwz een politiek die zich keert tegen elke vorm van dominantie en uitbuiting, zij het racisme, lesbophobie en homofobie, sexisme, kapitalisme, enz.

Ten aanzien van feministische eisen gebruikt de anarchistische beweging verschillende strategieën ter verdediging van de mannelijke statu quo. De meest voorkomende reactie tav feministes bestaat uit ontkenning, ridiculisering en geweld. Een andere strategie bestaat uit de ontwikkeling van een liberaal vertoog dat de diversiteit van perspektieven bejubelt. De erkenning van de intrinsieke waarde van het feminisme is dan beperkt tot de toekenning van een zeer specifiek recht van bestaan Het lijkt me belangrijk te analyseren welke ruimte anarchistiese mannen het feminisme laten, en aan te tonen welke reactionnaire functies het liberale vertoog heeft - een vertoog dat we niet enkel in de anarchisties beweging terugvinden maar dat daar des te onverdraaglijk is, gezien de anarchistiese wil om tegen elke vorm van dominantie te strijden.Een eerste formeel element drukt zeer goed de ontkenning uit van de mannelijke dominante positie. De 4 mannen ontwikkelen door de gehele tekst heen een neutrale, kwasi objectieve positie door steeds te schrijven: ‘men’, ‘het was aan ons’, ‘de moeilijkheid om onszelf terug te vinden’, ‘het is ons…’. In de tekst komt kwasi nergens de gesitueerde positie van de auteurs tot uitdrukking, geen enkele referentie wordt gemaakt aan hun mannelijke dominante status. Hun zeer partikuliere positie wordt dus onzichtbaar gemaakt zodat ze daarmee een vertoog kunnen ontwikkelen dat de verscheidenheid viert. Inderdaad, wat dominante mannen kunnen beschouwen als een diversiteit aan pespectieven wordt door gedomineerde vrouwen ervaren als een afwezigheid van vrijheid en werkelijke diversiteit. Het is dus niet voor niks dat het neutrale ‘men’ of de veelvoudige ‘wij’ de tekst doorkruisen: ze uiten de verblinding van deze mannen t.a.v. hun particulariteit, hun specificiteit als dominante macht en de overheersing waar vrouwen mee te maken hebben.
Zelfs als deze mannen zich niet beschrijven als dominanten, ze zijn het desalniettemin - net zoals ikzelf. Wij profiteren van de mannelijke dominantie die onze gehele maatschappij struktureert; Door onze manier van spreken, kijken en handelen reproduceren we die vaak op een aktieve wijze. Ons leven is aangenamer dank zij de uitbuiting van vrouwen (b.v. hun huishoudelijke, relationele en kommunikatieve diensten) en onze keuzes zijn ruimer dank zij de beperking van de keuzes van vrouwen (bv het feit dat vrouwen het huishoudelijk en opvoedwerk verrichten is de materiële voorwaarde voor onze ontwikkeling op professioneel, aktivistisch en edukatief vlak). Deze mannen volgen echter een andere weg dan profeministen door ervoor te kiezen om hun dominante status onzichtbaar te maken en de diepe socio-politieke aard van mannelijke dominantie te ontkennenen, en wel door het volgende vertoog te ontwikkelen:

  « De anarchistische dagen waren open, zonder beperking (zoals het projekt van la Gryffe het wil), voor alle perspektieven en elementen van de anarchistische beweging. Enkele daarvan beschouwen vrouwenstrijden als sekundair en zien het belang niet in van hun eisen. Anderen, nog overtuigder, verwerpen het feminisme, zien het feminisme als een beweging die zich opsluit in een sectarische en partikularistische impasse, strijdig met het aan de orde stellen van de sociale orde, ja, uiteindelijk ook strijdig met de bevrijding van vrouwen. Het is zo. Al deze perspektieven dragen op een gelijke wijze bij aan de samenstelling van de anarchistische beweging (...) »

Volgens mij is dit een liberaal en geen anarchisties vertoog, en wel omdat het eenzelfde waarde toekent aan en die gedachten die zich verzetten tegen de dominantie over en uitbuiting van vrouwen, en aan gedachten die deze dominantie ontkennen of onzichtbaar maken. Het lijkt me niet nodig aan te tonen dat de anarchistiese beweging antisemitische, mysogyne en revisionnistische tendenzen heeft gekend en kent, en dat het noodzakelijk is tegen deze tendenzen op dezelfde wijze te strijden als we dat moeten tegen het antisemitisme, de misogynie en het revisionisme van onze westerse maatschappij. Het is nochtans het tegenovergestelde wat deze mannen verdedigen als het om feminisme gaat. Het feminisme is volgens hen de expressie van een perspektief, een gedachtenlijn zoals bijvoorbeeld anti-organisatie anarchisme, individualistisch anarchisme, anarchosyndicalisme ... Het feminisme zou dezelfde consideratie verdienen als het antifeminisme van bepaalde anarchisten.

Ik heb enkele moeilijkheden om te begrijpen wat het fundament is van deze deze categorisatie: wat maakt het mogelijk om het feminisme te plaatsen tussen de verschillende libertaire tendensen en niet tussen de minimale politieke eisen zoals antiracisme, philosemitisme of antikapitalisme? Volgens mij kan geen enkele redenering dit rechtvaardigen; enkel de niet-erkenning van zijn dominante positie maakt het de man mogelijk om anarchafeministische analyses op dergelijke wijze te depolitiseren, anarchafeministische akties te delegitimeren en alzo de verdediging van zijn mannelijke belangen te rationaliseren. Want uiteindelijk gaat het natuurlijk hierom. Een bepaalde diversiteit toejuichen, zolang dat (deze 4) mannen niet ter discussie stelt als profiteurs van een uitbuitingssysteem.

Maar het celebreren van diversiteit is relatief; het beperkt zich tot vertogen en betreft helemaal niet de toepassing van deze vertogen. De toepassing van deze vertogen zou immers de konkrete belangen van de mannen raken - zoals we gezien hebben met de feministiese interventie tijdens de libertaire dagen. Op dezelfde manier laten de westerse machtsstrukturen een relatieve diversiteit aan vertogen toe - zelfs de expressie van diepe kritieken van dit systeem - zolang dat deze vertogen niet toegepast worden om de konkrete organisatie van de maatschappij de veranderen, zolang dat de spelregels niet worden veranderd.. « Denk wat je wil, uit het, volg de regels die wij vastleggen en alles is voor het beste in de mooiste des werelden ».
Hoe moet men begrijpen dat de dominanten aan de ene hand een preciese en stricte reglementatie van de sociale verhoudingen uitwerken en aan de andere hand een liberaal vertoog ontwikkelen dat de diversiteit bejubelt? Zou dat vertoog een decor zijn waarachter een preciese machine werkt die de ene verplettert ten voordele van de andere ?

Me dunkt dat de fundamentele inzet achter al deze woorden de verdediging is van de mannelijke status quo. De weigering van een persoonlijke en kollektieve invraagstelling. De weigering om zich krities onder de loupe te nemen als dominant. De weigering van een konkrete verandering van de werking in de anarchistiese beweging. Waarom anders schrijven deze 4 mannen het volgende ?

« Omdat ze verbonden zijn aan de totaliteit van de sociale verhoudingen, aan de totaliteit van de sociale orde waarin we leven en aan de wortels zelf van deze orde, kan de dominantie die aanwezig is in de man/vrouw verhoudingen, net zoals alle andere machtsverhoudingen, niet lokaal, binnen welk kollektief dan ook worden opgelost (zelfs niet gemengd, paradoksaal genoeg). Je met prioriteit objectief opstellen om ze in dat kollektief op te lossen is een absurde en onmogelijke taak die, in plaats van te bevrijden, en precies omwille van zijn onmogelijkheid, daarentegen de onderdrukkingsinstrumenten en -verhoudingen, verveelvoudigt, zoals dat ook bij religieuze groeperingen het geval is »

Dit herinnert me aan het liberale vertoog t.a.v. de kritiek op heterosexisme en lesbo/homofobie : « Ik, ik ben niet homofoob. Homos hebben recht op hun leven... maar ze moeten mij of mijn kinderen niet raken ! Want ik, ik ben geen flikker ! » Man herkent een sociale dominantie en tegelijkertijd wil man zich niet betrokken, geraakt, rechtstreeks verbonden of zelfs mede-verantwoordelijk weten. Een meer anarchistisch zou het volgens mij zijn om zich als seksisties, heteroseksisties te erkennen en proberen te begrijpen op welke manier we het zijn en hoe we er iets kunnen aan doen - door te luisteren naar de meest betrokkenen: feministes, lesbiennes. Zoals Fabienne schrijft in haar artikel in n° 12 van La Griffe, valt er een job te doen en die begint met de publieke erkenning van het probleem. Man moet werken aan een tijdelijke autonome zone van mindere dominantie in plaats van op een egoïstische manier een permanente zone te verdedigen van niet-strijd tegen dominantie.

Is het niet paradoxaal voor anarchisten om in dergelijke mate elke mogelijkheid van bevrijdende ervaringen in een kollektief of een beweging te ontkennen? Deze ervaringen hebben wel plaats t.a.v. de informele macht via de rotatie van taken, het doen draaien van spreekbeurten, de weigering van permanente mandaten. Waarom zou man niet kunnen proberen om de sociale verhoudingen tussen de seksen binnen onze beweging  vandaag al te transformeren? Het gaat er niet om, zoals deze 4 mannen op een zeer reducerende wijze beweren, om er een doel met de hoogste prioriteit van te maken, maar om een belangrijk doel naast andere. En het is precies dat wat deze mannen naar mijn iede vrezen: dat ze zich moeten konkrete vragen stellen over hun gedrag en attitude, dat ze moeten veranderen omwille van de vrijheid van anderen; dat ze een mannelijke egoïsme moeten overschrijden en een stap moeten zetten in de richting van vrouwen en hun veelvuldige eisen voor rechtvaardigheid.

In plaats van arrogant het zogenaamde «fetisjisme, communautarisme, separatisme» van de anarcha-feministes aan te klagen, zou man het mannelijke fetisjisme, zo gecentreerd op penis en ballen moeten leren zien - fetisjisme dat b.v. aan de oppervlakte komt wanneer kastratiefantasieen ter sprake komen, juist wanneer men krities de vrouw/man verhoudingen bespreekt. Man zou het mannelijke communautarisme en zijn mannelijke solidariteit over ideologische verschillen heen moeten leren zien. Deze mannelijke solidariteit zorgt ervoor dat mannen kwasi altijd Front vormen tegen vrouwen en het feminisme. Een konkreet voorbeeld bevestigt in mijn ogen dat deze solidariteit een belangrijke inzet is. Ik heb vaak anarchistiese mannen gehoord die ‘Polictical Correctness’ verwerpen en die vinden dat ze recht hebben op seksistiese grappen, mysogyne of lesbofobe beledigingen - in naam van de vrije meningsuiting (cfr. Ravage en Bob Black ‘diskussie’). De inzet is nochtans niet zozeer vrije meningsuiting maar mannelijke solidariteit:

« Via de instemming en aansluiting die humor aanroept, vertaalt (sexistische, racistische, homo-lesbo-fobe...) humor de machtsrelaties tussen sociale groepen, en dus tussen individuen »
 

Het liberale antwoord op feminisme is een omkering die eruit bestaat, de rechtvaardigheidseis van de vrouwen te particulariseren en de dominantie verhoudingen onzichtbaar te maken - en wel door een onrechtvaardige situatie als neutraal te stellen. Het doel van dit artikel is dus dubbel. Enerzijds gaat het me erom, aan te tonen in welke mate het liberale vertoog anarchistiese mannen dient in hun weigering van het feminisme in zijn globaliteit en transversaliteit. Het liberale antwoord sluit de feministiese analyse op in het domein van smaken en kleuren. Het komt er konkreet op neer dat man enerzijds die analyses als gelijkwaardig beschouwt die de verantwoordelijkheid van mannelijk huishoudelijk geweld tegen vrouwen toekennen aan die vrouwen zelf (provokatie, masochisme, ...); en anderzijds die analyses verwerpt die deze geweldsvormen beschouwen als een element van politieke repressie tegen vrouwen door de mannelijke seks-klasse. Uiteindelijk is het liberale antwoord een apologie van de sterkste waarbij de rede geen bestaansrecht heeft.

Het tweede doel van dit artikel is het, aktief stelling te nemen voor de erkenning van het feminisme als een minimale politieke eis en niet langer als een perspecktief. Onze opvoeding als dominante mannen is alomaanwezig en struktureert ons- zeker. Dat verplicht mannen op geen enkele wijze om onze individuele dominantie op relationneel of op kollektief vlak voort te zetten. Wij hebben de mogelijkheid om anders te handelen, om ons open te stellen voor de analyses en de gevoelens van feministes en deel te nemen aan hun strijd tegen sexisme - wanneer zij dat verlangen. We kunnen strijden op een gemengde manier - of zelfs niet-gemengd - tegen geïnternaliseerd en geïnstitutionaliseerd seksisme. Het volstaat om bereid te zijn te breken met de egoïstische verdediging van onze belangen als dominante kerels en te breken met die mannen rondom ons die weigeren om zichzelf op die gronden ter discussie te stellen.

Léo Vidal

LeoVidal@aol.com
 



In Volle Glorie

een reactie
 

Ik was erg enthousiast over het blad en over jullie bestaan, als feministische mannengroep en als individuen die welbewust feminisme prioriteit in hun leven geven. Er zijn best mannen die welwillend tegenover feminisme staan , maar er zijn er maar weinig die zichzelf en hun eigen gedrag ter diskussie willen stellen! M'n nieuwsgierigheid werd gewekt, wie zijn die mannen dan? Jullie waren erg inspirerend in jullie presentatie op Appelscha vorig jaar en in de stukken die jullie geschreven hebben, dus dat verdient eigenlijk een uitvoeriger reaktie dan 'leuk!' of 'goed'

Erg leuk van de e-mail dialoog van Jens en Jan vond ik de openhartigheid waarmee jullie schreven over jullie twijfels en onzekerheden, mopperend over wat er nou leuk is aan mannenstrijd. Geen verhandeling, maar een persoonlijke uitwisseling.

Jullie punt over dat je eigen 'zijn' zo ter diskussie staat, deed me nadenken hoe dat bij mezelf zit. Aan de ene kant is mijn identiteit heel erg verbonden met m'n vrouwenstrijd, want als je me vraagt wie ik ben, is het antwoord 'feministe'. Dat is een essentie van mijn 'zijn'. Aan de andere kant heb ik met liet gevoel dat hoe ik ben of hoe ik me gedraag, heel erg ter diskussie staat of dat ik daar andere mensen mee tot last ben. Dus in m'n vrouwenstrijd kan ik behoorlijk mezelf zijn, zonder 4t ik m'n eigen inbreng heel kritisch hoef te observeren.

Daarin zit een verschil tussen vrouwenstrijd en mannenstrijd Vrouwenstrijd is o.a. voortgekomen uit het feit dat vrouwen last hebben van mannen (en de verschillende maatschappelijke posities die ze innemen). Gedrag van mannen en de invloed daarvan op gemengde groepen (bv grote bekkenkultuur) wordt ter discussie gesteld, voor feministen zullen mannen veel meer verantwoording voor hun gedrag dienen af te leggen. Vrouwen zullen niet snel op hun bescheidenheid, geringe inbreng of gebrek aan lef om een confrontatie aan te gaan aangesproken worden. Terecht ook, hoor. Veel eerder zullen vrouwen bespreken hoe ze met vervelend gedrag van mannen om kunnen gaan en elkaar daarin steunen. Doordat mannen en hun gedrag binnen het feminisme veel sterker dan vrouwen ter discussie staan, hebben zij naar de buitenwereld, en soms hun eigen wereld, veel meer uit te leggen. Tegen wie strijden mannen? Tegen de mannenwereld, tegen andere mannen' tegen zichzelf?!

Eerlijk gezegd ben ik blij dat mijn eigen vertrouwde ik niet zo in let geding is, want ik ben erg gehecht aan mezelf, haha! Wel is het zo dat ik bepaalde 'mannelijke' vaardigheden absoluut niet beheers, techniek en zo. Dat is wel eens een dilemma Hoor ik me dat soort klussen niet eigen te maken? Tot nu toe accepteer ik mijn eigen onvolmaaktheid. Wat betreft die zgn 'mannelijke' en 'vrouwelijke' eigenschappen, vind ik de 'mannelijke' niet per definitie een probleem Enthousiasme en initiatief vind ik hartstikke mooi, zo'n persoon stimuleert me. Alleen teveel ervan kan storend zijn voor anderen. Maar dan heet liet ook niet meer enthousiast, maar drammend, over anderen heen walsend of zo.
 

Wel een probleem is dat er zo'n groot verschil in maatschappelijke waardering is voor die zgn. 'mannelijke' en 'vrouwelijke' eigenschappen. Voor jezelf opkomen, een eigen mening hebben, aktief zijn wordt hogelijk gewaardeerd. Aandacht hebben voor een ander en sociaal zijn doe je maar in je vrije tijd

Daarom is feminisme een strijd voor een andere maatschappij De meest persoonlijke strijd die ik ken. Niet tegen een ander, ver van je eigen leefwereld. Een strijd voor een andere wereld maar ook een strijd met jezelf, met de vanzelfsprekendheden die je lang geleden zijn aangereikt en die je verinnerlijkt hebt. Met dingen van jezelf die je dierbaar zijn, of dingen waar je zelf ook last van hebt. Eigenschappen die je heel eigen zijn, of gedrag dat eigenlijk helemaal niet past bij wat je wil of wat je denkt.

Het stuk van Leo met zijn bedenkingen bij mannenstrijd vond ik ook prikkelen. Met zijn verantwoordingsidee, d.w.z. dat mannen die met mannenstrijd bezig zijn verantwoording dienen af te leggen aan feministische vrouwengroepen, ben ik het niet eens. Veel te zwaar, verantwoording. Mannen moeten zelf bedenken hoe ze invulling geven aan hun strijd. Natuurlijk is het belangrijk dat ze een open oor hebben voor de mening van vrouwen, maar ze hoeven mij hun plannen niet ter goedkeuring voor te leggen. Het is hun verantwoordelijkheid en hun strijd. Met net als vrouwen als doel een leukere wereld. En daarnaast natuurlijk de mogelijkheid van gezamenlijke, gemengde strijd.

Dat er bij mannen ook egocentrische motieven een rol spelen zoals persoonlijke groei en welzijn, vind ik in principe niet bezwaarlijk. Ik vind een bereidheid tot groei en verandering prima. In mijn beleving is er geen scherpe scheiding tussen een persoonlijke en een politieke drijfveer. Als je zelf ergens last van hebt is het logisch dat je je er voor in wilt zetten dat anderen daar ook geen last meer van zullen hebben.. En als je een politieke ontwikkeling doormaakt, heeft dat toch ook haar weerslag op wie je als persoon bent of hoe je je voelt. En als je in positieve zin een persoonlijke ontwikkeling doormaakt, zal dat vaak betekenen dat je ook leuker of prettiger met anderen omgaat.

Leo's uitspraak dat het mannelijk gebrek aan emotie-expressie 1 van hun beste wapens is vind ik te gek! Wouw! Zo heb ik het nog nooit bekeken. Hij stelt het heel scherp; mannen tegen vrouwen. Maar ik zie er wel wat in ja. Mannen zijn gelegitimeerd om zich niet met gevoelskenmerken te bemoeien. Moeilijkheden in het leven met alle daarbij behorende gevoelens, zijn vrouwenterrein. Reageren op ziekte, verdriet, geluk en andere gevoelige zaken wordt overgelaten aan vrouwen. Mannen laten daarmee essentiele taken liggen, wat vrouwen tot de keus dwingt of om het dan zelf te doen, of om het ook te laten liggen. Beiden zijn onbevredigend. Dingen doen waarvan je vindt dat een ander het eigenlijk bad moeten doen is vervelend En nalaten te reageren daar waar een reaktie van iemand jouws insziens nodig is is ook stuitend. Doordat mannen nalaten hun bijdrage te leveren aan de sfeer en aandacht te hebben voor de manier van samenwerken, worden vrouwen voor het blok gezet. Neem je de verantwoordelijkheid over, of weiger je? Wat dat betreft ligt er zowel voor mannen als vrouwen een uitdaging. Voor mannen die van liet zich toe-eigenen van het terrein van emoties, een bijdrage leveren in de zorg voor anderen. Voor vrouwen alertheid op de bestaande verhoudingen en mannen aan durven spreken op hun gedrag.